20 juli 2005

[Watergruwel, tenenkaas, familie-uitje]

Sinds de buitengewoon onaangename pijnaanvallen van afgelopen weekend houd ik mijn voet angstvallig in de gaten. Elke ongebruikelijke sensatie is wat mij betreft uiterst verdacht en dient zorgvuldig geregistreerd te worden voor het geval dat de een of andere medicus er later ingewikkelde vragen over gaat stellen. Volgens de huisarts kan de obscure aanval waar ik afgelopen zaterdag onder moest lijden op twee manieren verklaard worden: 1) ik heb spontaan last gekregen van migraine met vreemde bijverschijnselen, 2) de vreemde verschijnselen zijn een fysieke reactie op een overweldigende hoeveelheid helse pijn – ja, zo erg was het echt. Wanneer iets dergelijks zich in de komende weken vaker voordoet moet ik toch maar eens naar de neuroloog, voor nu luidt het advies: rustig aan en vooral geen onstoffelijke drukmakerij.

Door eerdere ervaringen met de zogenaamde beschermhoezen van de thuiszorgwinkel heb ik besloten dat het regelrechte ondingen zijn. Hoe je ze ook om je voet bevestigt, ze lekken bijna net zo erg als een vergiet en daar betaal je dan twintig euro voor. Omdat ik tijdens mijn vorige herstelperiode zeer tevreden was over mijn eigen professorische oplossing, het vastducttapen van een plastic zak om mijn gipsvoet, besloot ik deze keer dezelfde methode toe te passen. Tot op heden ochtend beviel dat uitstekend maar nadat ik vandaag, zoals elke dag, druk in de weer was geweest met de zoveelste plastic zak en een rol ducttape en vervolgens onder de douche stapte, bleek dat ook plastic zakken niet zomaar blindelings te vertrouwen zijn.


Helaas kwam ik er iets te laat achter dat er een klein scheurtje in het betreffende exemplaar zat waardoor ik na enkele minuten nattigheid voelde. Toen ik de zak verwijderde om de schade in te schatten, bleek de verbandlaag al redelijk doorweekt te zijn, zodoende strompelde ik met een in het gips soppende voet naar de slaapkamer om de föhn erop te zetten. In de handleiding 'Omgaan met Ingegipste Ledematen voor Dummies' stond namelijk dat dit de eerst te nemen maatregel moest zijn in geval van nat gipsverband.

"Gips- en kunststofverband mag niet nat worden omdat de onderlaag zeer slecht droogt. De huid blijft te lang vochtig wat huidcomplicaties zoals irritatie, verweking en blaarvorming kan opleveren. Indien uw gips- of kunststofverband nat geworden is, kunt u proberen het met een föhn op de minst warme stand droog te blazen. Wanneer dit binnen een half uur niet helpt, neemt u contact op met de gipskamer."

Na ruim een half uur föhnen was het gewenste resultaat nog altijd niet bereikt. Mijn tenen waren inmiddels oververhit, mijn föhn heeft namelijk maar één stand, en het verband was nog steeds kleddernat. In gedachten zag ik een ranzig rottingsproces voor me: huidvraat, een langzaam desintegrerende voet met een tot organisch bederf overgaande wond en tenen die er stuk voor stuk afvallen. Dat soort dingen. Reden genoeg om gipsmeester Gert te bellen.

Gipsmeester Gert had geen tijd om de telefoon op te nemen, zodoende kreeg ik de eerste hulp aan de lijn. Of ik onmiddellijk naar het ziekenhuis wilde komen want nattigheid was slecht nieuws en bovendien zou gipsmeester Gert binnen niet al te lange tijd zijn biezen pakken. Omdat ik zelf geen kant op kon en manlief onvindbaar bleek, belde ik mijn pa die altijd in is voor een beetje spanning en sensatie. Op voorwaarde dat hij mee mocht naar de behandelkamer kwam hij me ophalen en bracht hij me naar het ziekenhuis. Mama kwam mee voor morele ondersteuning, wat volgens mij slechter voor haar hart was dan goed voor het mijne, maar het was een lief gebaar.

Gipsmeester Gert plantte me neer op de gipstafel en betastte het doorweekte verband terwijl mijn pa zijn ogen uitkeek. Toen de grote zaagmachine tevoorschijn getoverd werd begonnen zijn ogen te glimmen. "Net Ingang Oost!" zei paps verheugd en ging er even goed voor zitten. De zaag werd in het gips gezet en uiteraard kon de vraag "Zaagt u nou vaak in iemands voet?" niet uitblijven. "Oja hoor, dat komt wel eens voor." antwoordde gipsmeester Gert op bloedserieuze toon. Mams werd bijna geveld door een flauwte. Fijn stel ouders heb ik.

Het grote geluk bij dit kleine ongeluk was dat mijn ongewassen voet, waar na een twee weken durende hittegolf toch wel een tamelijk akelig aroma aan begon te kleven, de gelegenheid kreeg even te luchten. Ik mocht hem zelfs grondig schoonpoetsen met speciale opfrisdoekjes, een hemels genot. De voet zag eruit alsof ik er vijf uur mee in een warm bad had gelegen, wit en verschrompeld, maar de wond zag er gelukkig nog netjes uit. Een ander pluspunt bij deze interventie was dat de gipsmeester mijn voet in aanmerking liet komen voor vervroegde vrijlating. Na wat telefoontjes met radiologie en orthopedie wist hij zowaar een week van mijn gipsperiode af te praten.

Na vijf minuten was het gedaan met de pret en legde de gipsmeester opnieuw een gipsschoen aan. Omdat mijn voet sinds de operatie een stukje geslonken was, zou het nieuwe gips iets strakker zitten dus om te voorkomen dat de voet nu weer op gaat zwellen, waar in dit gips helemaal geen ruimte meer voor is en daarom zou zorgen voor dikke tenen, moet ik wederom een paar dagen met het pootje omhoog. Het zij zo.

Aangezien ik in de haast mijn krukken was vergeten en het gips nog een half uur moest drogen voordat het de maximale hardheid bereikt had, regelde mijn pa een rolstoel en duwde hij me zo snel als hij kon de ambulanceoprit op terwijl hij heel hard "taaa-tuuuuut" riep. Het zwaailicht ontbrak er nog maar net aan. We hadden net zo goed de lift kunnen nemen maar papa slooft zich nu eenmaal graag uit.

Een half uur was precies voldoende om een enorme sloot koffie naar binnen te gieten. Bij de restauratie van het Leidse Diac doen ze niet aan Hollandse kopjes of Haagse bakkies dus als je er een koekje bij bestelt kun je er gerust een half uur voor uittrekken. Pa wilde bij het raam vlak voor de eerste hulp zitten, de echte ramptoerist gaat natuurlijk niet op de tweede rang zitten. Mijn iets minder heldhaftige mama prefereerde het uitzicht op een foeilelijke nepkamerplant en keerde haar rug subtiel en tactisch richting een stel kermende patiënten die in de centrale hal zaten te wachten. Nerveus scheurde ze een zakje suikervrije suiker open en schudde de inhoud eruit. Naast haar kopje. Tussen mijn blote tenen, om precies te zijn.

Nadat ik mijn moeder vriendelijk bedankt had en de Candarel voor zover dat mogelijk was vliegensvlug tussen mijn tenen vandaan geschud had, sloeg ik voor de zekerheid de folder met gips tips er nog even op na.
"Ook wanneer er iets in uw gips gevallen is, neemt u direct contact op met de gipsmeester."

18 juli 2005

[Poging tot telefoongesprek met de paps]

"Jaaa?"
"Hoi met mij."
"Heeee dochter! Hoe is het met onze pati- ..."
"WHAAA!"
"Wacht effe hoor, ik geloof dat ik een indringer moet vangen, blijf hangen."

"Ahh! Wat is dat?!"

"Een beest. Zie je toch. Moet je kijken wat een ding zeg!"

"Ahh! Het beweegt!"

"Zo zijn beesten nu eenmaal, die willen wel eens bewegen."

"Ahh! Het loopt! Maak 'm dood!"

"Zit nou eens even stil."

"Ahh!"

"Ja. Heb je nou je zin? Nu zit hij op het plafond."

"Ahh! Maak 'm DOOD!"

"Wat denk je dat ik aan het doen ben? Zit stil anders pleur ik van dat nest."

"Ahh!"


"Ahááá!"

Een harde klap.

Meer "Ahh!"


"Zo, dat kan hij zijn kroost niet meer navertellen. Kan ik dan nu..."

"Aaahhhhhhhh!"

"Zeg, de sirene kan uit hoor, het beest is dood."

"Ahh! Ahh! AAAHHHHH!"


"Oh shit. Sorry."


"Eh, heb je nog effe Wen? Ik heb per ongeluk een dood beest in ma's decolleté laten vallen..."


"Juist. Nou. Succes met het kadaver. Ik bel een andere keer wel terug."

7 juli 2005

[Meer blauw op straat]

Een week na de operatie is het eindelijk tijd om het verband van mijn voet te knippen. Een week duurt vreselijk lang wanneer je de deur niet uit kunt, veel pijn hebt en het grootste gedeelte van de dag alleen thuis zit. Om kwart over negen moest ik bij gipsmeester Gert zijn, die me al op stond te wachten in de deuropening van de gipskamer. Eerst werden er foto's gemaakt in het x-ray-hok, waar ik me in de meest onmogelijke houdingen moest wringen om mijn voet in de juiste pose op de foto te krijgen en dan moet je nog doodstil liggen ook. Gelukkig ging het in één keer goed want elke vorm van lichamelijke inspanning maakte dat mijn voet protesteerde met stekende pijnscheuten.

Terug in de gipskamer kon ik de foto's bewonderen op een schermpje en kon ik precies zien waar het bot doorgezaagd was en waar de schroef zit. De behandeltafel ging omhoog en gipsmeester Gert knipte met de verbandschaar het gaas en de zwachtels los. Ik had al drie dagen vreselijk veel jeuk op mijn wreef dus de opluchting was groot toen mijn voet heel even aan frisse lucht werd blootgesteld. Het leverde echter wel een allerminst florissant plaatje op.


Mijn voorvoet was, zoals ik al vermoedde, enorm opgezwollen en er zaten flink wat blauwe plekken en bloeduitstortingen op, meer dan de vorige keer. Als ik dacht dat ik toen een toverbalvoet had dan was dit zonder enige twijfel de overtreffende trap ervan. De wond zelf zag er gelukkig keurig uit, geen vreemde kleurtjes of verontrustende substanties die eruit dropen. De orthopeed kwam de wond inspecteren en gaf een kort, goedkeurend knikje. Het is een ernstige man van weinig woorden en ik verdenk hem ervan dat hij er een sport van maakt om zijn patiënten nooit langer dan zestig seconden achter elkaar te zien, met uitzondering van de tijd die hij in de operaties steekt maar dan bevindt hij zich achter een gordijntje. Voor ik het wist was hij weer verdwenen en ik ging er maar vanuit dat hij hiermee wilde zeggen dat alles in orde was.

Gipsmeester Gert pakte mijn voet in en zwachtelde er een lap lichtgewichtgips (polyester, lichter en modieuzer dan het ouderwetse gips dat letterlijk een blok aan je been is) omheen, blauw deze keer. Ondertussen was er op de behandelplank naast me een meisje, niet veel jonger dan ik, komen zitten die dezelfde operatie ondergaan had en verlost werd van haar loopgips. Met grote ogen bekeek ze de foto's van mijn voet die nog steeds te zien waren op het schermpje. We wisselden ervaringen uit maar toen ik over het verwijderen van de schroef begon werd het meisje een beetje bleek.

"Heb je gezien hoe ze dat ding eruit haalden?!"
"Eh, ja."
"Krijg je daar geen volledige narcose voor dan? Zelfs geen ruggenprik?!"
Ik legde het meisje uit dat je een aantal spuiten in je voet krijgt, dat er een klein sneetje in je voet gemaakt wordt en dat de schroef er dan met een schroevendraaier uitgedraaid wordt. Het meisje was even stil.
"Doet dat pijn?"
Vervolgens was ik even stil. Ik herinnerde me hoe vreselijk pijnlijk ik de injecties had gevonden en hoe naar het was om een scalpel in mijn voet te voelen snijden omdat de verdoving niet werkte.
"Nouja, je voelt het wel even." besloot ik te antwoorden.
Het meisje keek haar moeder aan.
"Oké, die schroef zit mij dus wel best in die voet hè."


Arm kind. Ik ben blij dat ik niet echt bang was voor de operaties of de pijn. Tegenzin, dat was het overheersende gevoel bij alles wat ik moest ondergaan, maar echt bang was ik voor slechts één ding en dat had niets te maken met spuiten of schroevendraaiers of bloederige praktijken.

Gipsmeester Gert zweeg en wreef het gips in model, net zo lang totdat het hard werd en er een zelfvoldane blik in zijn ogen verscheen. Met de kniptang verwijderde hij de uitstekende randjes en werkte zijn sculptuur netjes af waarna hij, precies zoals de orthopeed dat gedaan had, een tevreden knikje gaf. Medici in actie moet je verdraaid goed in de smiezen houden, zeker wanneer ze weinig spraakzaam zijn, het maakt hun gezichtsuitdrukkingen van grote waarde.

Even leek het erop dat ik op het laatste moment naar mijn loopgips kon fluiten want gips mag pas loopgips heten wanneer je er een bijpassend schoentje bij krijgt zodat je er ook daadwerkelijk op kunt lopen. Logisch. Geloof het of niet, Gert beschikte niet over mijn maat. 'Gelukkig' heb ik mijn leven lang al moeite met het vinden van een geschikt paar nieuwe schoenen dus ik gaf lachend te kennen dat ik het wel gewend was en stak geduldig mijn voet uit om na het passen van vijf verschillende schoenen in te stemmen met een maatje kleiner.

Ik mocht de ingegipste voet een half uur niet belasten, daarna mocht ik erop lopen. Mooi niet dus, want in de tussentijd was mijn voet zo opgezwollen dat ik bang was voor ontploffingsgevaar en hoewel ik mezelf niet superkleinzerig vind, deed dit toch best wel zeer. Om die reden verliet ik het gebouw zoals ik binnen gekomen was, hupsend op één voet en mijn setje krukken, om thuis met het pootje omhoog mijn zitmarathon voort te zetten.