Posts tonen met het label liefde. Alle posts tonen
Posts tonen met het label liefde. Alle posts tonen

2 april 2010

[Er is iets met die stok] (sequel)

Vanaf heden is de sportstok niet meer het meest hilarische object in huis. En wel hierom:

Ik heb een mysterie (dat zo mysterieus was dat ik het tot gisteren niet eens als mysterie herkende, kun je nagaan!) ontrafeld. Ik ben achter het ware nut van de sportstok gekomen.

Mijn lief 'traint' om mij volgend jaar moeiteloos over de drempel te tillen!

Ik weet alleen nog niet of ik nu vertederd of beledigd moet zijn...

14 februari 2010

[Pas op! Zoetsappig!]

Mijn OVA gaat op zaterdagochtend altijd verse broodjes halen bij Bakker Bart. Dat is één van de vele redenen waarom hij het allerbeste vriendje ter wereld is. Soms neemt hij nog iets extra’s mee. Saucijzenbroodjes, Duitse broodjes, luxe mueslibollen. Vandaag waren het roombotercroissants.

Mijn OVA sneed zijn croissant open en scande met zijn blik het belegassortiment. Op de radio vertelde de DJ over zijn allermooiste Valentijnsverrassing ooit. Het is vandaag Valentijnsdag, namelijk.

“Ohhh wat romantisch!” zuchtte ik tussen twee happen door.
Mijn OVA verplaatste zijn blik eerst naar mij en toen naar zijn croissant.

“Ik twijfelde of ik misschien iets Valentijnigs voor je mee moest nemen...” zei mijn OVA. Hij friemelde aan zijn croissant waardoor de dunne laagjes bladerdeeg barstten.
“Maarja...”
Ik keek verbaasd op maar mijn OVA, die gebiologeerd leek door de barstjes in zijn brunch, keek niet terug.
“En nou vind je me natuurlijk stom hè?”
Hij zweeg even en hakte toen met zijn mes het puntje van zijn croissant eraf.
“Maar ik hou elke dag van je, niet alleen vandaag, elke dag! Dat weet je toch?”
Ik knikte.

“Aan de andere kant,” vervolgde hij zijn monoloog “straks heb jij iets verzonnen en dan heb ik niks!”
Chop! Daar ging het andere puntje.
“Ohhh! Je haat me hè? Zeg alsjeblieft dat je me niet haat...”
Glimlachend schudde ik mijn hoofd.
“Maar ik heb nog een halve dag! Ik ben nog niet te laat, toch? Of heb ik het nou verpest? Ja zeker...”

Mijn OVA propte een halve croissant in zijn mond kauwde er gefrustreerd op los. Goudbruine deegvlokjes dwarrelden op zijn bord neer. Een vlokje bleef aan zijn stoppeltjesbaard hangen. Hij zag er zo lief uit.

“Niet mij stom vinden...” fluisterde hij beteuterd.

Stom?

Ik werd zachter dan de gesmolten boter op mijn croissantje. Ik voelde me kleffer dan stroop en zoeter dan chocopasta. Geen enkel Valentijnscadeau had dit tafereel kunnen overtreffen!

“Ik ook van jou lieverd.”
Ik bezegelde mijn woorden met een kus.
“Heul veul. En elke dag een beetje meer.”

6 augustus 2008

[Verhuisd!]




Dertig graden in de schaduw. Zeven trappen en geen lift. Vijf paar handen, twintig dozen, een halve inboedel, één verhuiswagen. Inpakken en wegwezen. Niet meer omkijken. Samen met mijn OVA op weg naar mijn nieuwe leven. Ons nieuwe leven. Drie uur en tweehonderdvijftig kilometer later stak ik mijn nieuwe sleutel in het slot van mijn nieuwe huis. Mijn nieuwe thuis. Twee mensjes, één toekomst. <3

Meer verhuisfoto's.

9 juli 2008

[Just pondering]

Vanmorgen stond mijn GO voor de deur. Hij was redelijk goed gemutst, merkte zelfs op dat ik zijn was gedaan had en bedankte me daarvoor. Kon ik hem meteen de heuglijke mededeling geven dat hij de wasmachine mag houden. Mijn ouders zien het niet zitten om het oude lijk zeven trappen af te sjouwen en willen ons een nieuwe cadeau doen als we gaan samenwonen. De schatten. Niet dat ik roet in de pret wilde strooien maar dit leek me een geschikt moment om mijn GO de telefoon in handen te duwen. Dat met de hypotheek kan nog even gaan duren maar er schijnt aan gewerkt te worden. De notaris belt ons zo spoedig mogelijk terug over de benodigde akte.

Ik geloof dat het verder wel goed gaat met mijn GO. De kosten van zijn ‘daily dates’ rijzen de pan uit maar hij is tenminste niet suïcidaal wat voor mij weer één zorg minder is. Wat ik apart vind, is dat hij jaren lang niets met mij heeft willen ondernemen. Nooit kwam er het geringste initiatief, zelfs niet nadat ik hem hier herhaaldelijk om gevraagd had. Hij liep wel te pruilen dat we nooit eens iets samen deden, maar liet alles van mij afhangen. Als ik iets voorstelde, had hij geen zin of ging hij onder protest mee en was er geen lol aan omdat hij na een uur al mopperde dat hij het wel gezien had. Liever lag hij het hele weekend in bed en verkaste hij zodra hij wakker werd naar zijn ‘hok’ waar hij tot ver na middernacht achter zijn computer zat. De enige activiteit die hij de moeite waard vond, was bier drinken. Ik lust geen bier en heb een hekel aan dronkenschap, hij lust het te graag en raakte naar mijn mening te vaak laveloos. Toen ik de moed opgaf en besloot voortaan met mensen op stap te gaan (winkelen, naar de film, de natuur in, museumpje pikken, naar concerten, midged golfen, uit eten en noem het allemaal maar op) die het wél gezellig vonden, was het ook niet goed. Maar zelfs dat was voor hem geen reden iets aan de situatie te veranderen. Dus zette ik er een punt achter. En nu kan het ineens wel. Dus dan denk ik: het zal wel aan mij gelegen hebben. En dan vraag ik me af: waarom heeft hij dat nooit gezegd en waarom wilde hij onze relatie dan in hemelsnaam in stand houden?

Het is zomaar een overpeinzing maar niet relevant. The past is for archaeologists. Ik ben blij dat er mensen zijn met wie hij wel plezier kan hebben en ik ben blij dat ik iemand heb met wie ik zielsgelukkig ben. Het is goed zo. Mijn GO dobbert rond in een tropisch zwembad en ik tel de dagen af totdat ik eindelijk bij mijn OVA ga wonen. De man die graag dingen met mij onderneemt. De man die zelf vol initiatieven zit. De man die open staat voor mijn ideeën. De man waarmee ik samen kan genieten van dezelfde dingen. De man die het belangrijk vindt hoe ik me voel of ergens over denk. De man met wie ik uren kan praten, tot huilens toe kan lachen en me nooit verveel. De man die evenveel waarde aan persoonlijke ruimte hecht als ik en omdat we dit van elkaar begrijpen en respecteren, is de werkelijke behoefte eraan niet zo groot. We mogen het samen misschien niet zo breed hebben, ik voel me ontzettend rijk met mijn OVA en die rijkdom zou ik voor al het goud in de wereld niet willen ruilen.

26 juni 2008

[Na regen komt soms nog een bui]

Sluit ik mijn ogen, dan zie ik Kandinskyaanse taferelen. Dat is hoe mijn hoofd er van binnen uitziet: een grote kleurrijke chaos. Er moeten bergen verzet worden en ik wil wel maar ik kan niet. Zo moe. Tranen prikken maar vertikken het zomaar te stromen. Langzaam druppelt mijn emmertje vol en nauwelijks merkbaar sijpelen dunne straaltjes over de rand. Ik rommel en ik rook maar barst niet uit.

Hier is mijn verdriet onzichtbaar en wat mijn GO niet ziet, bestaat niet. Mijn meest kwetsbare zelf is hier steeds ontkend. Even flink zijn, telkens weer de kiezen op elkaar. Geen schouder om op te huilen, geen armen om in te schuilen. Geen sussende lippen en geen luisterend oor. Al jaren niet meer. Het was een kwestie van doorgaan of sterven, ik had geen keuze. En het was niet eens oorlog.

Is het vreemd dat ik me soms geen raad weet wanneer de storm in mijn kop weer opsteekt en ik me het liefst onder mijn dekens zou verstoppen in de hoop dat de slaap me komt verlossen van alles wat ik niet wil voelen? Is het vreemd dat ik soms wens dat ik even onzichtbaar zou kunnen zijn als mijn verdriet? Hier mag ik niet bang zijn of boos of verdrietig. Daar kan mijn GO niets mee. Hier mag mijn aanwezigheid slechts functioneel zijn.

Ik ben eraan gewend geraakt mezelf klein te maken wanneer ik niet lekker in mijn vel zit. Me te verstoppen zodat niemand het ziet. Zodat niemand het kan negeren of ridiculiseren. Zodat niemand het niet kan begrijpen. Bij mijn OVA ben ik niet onzichtbaar. Hij ziet het als er iets mis is, wil me begrijpen en troosten. Hij vervangt mijn bitterheid door hoop. Er zijn meer mensen die beweerd hebben me nooit in de steek te zullen laten. Soms vraag ik me af waarom ik het nog zou geloven, weet ik inmiddels niet beter dan zo naïef te zijn? Maar twijfel is geen goed fundament. Ik kan niet anders dan geloven in wat er tussen ons is, hopen dat het blijft en groeit en het grenzeloos liefhebben.

Ik moet leren mijn verdriet niet in mijn uppie weg te rationaliseren. De vraag is: hoe deel je zoiets? Het is zo complex, er zijn zoveel redenen. Meestal is het een combinatie van vermoeidheid, de veelheid van dingen die me paniekerig maakt en een specifieke druppel in de vorm van een concrete tegenslag. Tel daar een bezwaard gevoel (ik wil niemand tot last zijn, ik mag niet zwak zijn) en het onvermogen mezelf nader te verklaren (ik kan er geen logisch betoog van maken) bij op en ik klap dicht. Waar mijn OVA zijn eindeloze geduld vandaan haalt, weet ik niet maar ik ben er eindeloos dankbaar voor.

De weekenden met mijn OVA rek ik tot het uiterste om zo lang mogelijk bij hem te zijn. Toch zullen zich nog een stuk of wat dagen aandienen waarin ik zijn afwezigheid moet betreuren. Maar over een goede maand is dat eindelijk voorbij. Dan zullen we elkaar niet meer op de trein hoeven zetten, pruilend voor of achter glas. Hij zijn handen in de vorm van een hartje vouwend, ik hem een handkus toe blazend. Over een maand neem ik hier afscheid om nooit meer afscheid te hoeven nemen.