14 februari 2010

[Er is iets met die stok] (deel 1)

Mijn OVA heeft een sportstok. Vanaf het moment dat hij het ding meebracht vind ik de sportstok (een stang met schuimrubberen handgrepen die je tussen twee deurposten kunt klemmen en daar kun je je dan aan optrekken) het meest hilarische object in ons huis. Sterker nog: ik vond het al dolkomisch toen hij aankondigde dat hij hem ging kopen.

Mijn OVA trok zich met een hoop “euuhhhrghh” en “aahhh” op, bleef even hangen en plofte toen uitgeput op de grond.
Ik kwam niet meer bij.

“Dat is ééén” proestte ik.
“Lach maar” zei mijn OVA, die zijn nieuwe hobby duidelijk een stuk serieuzer nam dan ik, “ik moet gewoon even oefenen.”
“Uhhu.”
En zo geschiedde.

Vanaf dat moment hing mijn OVA elke avond kreunend aan zijn sportstok.
“Eeuuhhhrghh... ééhhn... euuhhhrghh... tuhwéé... euuhhhrghh..... driieee!”
Gevolgd door een plof.
Ik kon er niets aan doen maar het werkte gigantisch op mijn lachspieren.
Het was gewoon te grappig.

Mijn OVA vond van niet. En hij vond het ook niet grappig dat ik steeds in de lach schoot want dan moest hij ook lachen en dan kon hij zich niet meer optrekken. Het was dus mijn schuld dat hij na een week nog steeds niet verder dan drie kwam. Ik beloofde niet meer te lachen. Niet hardop in ieder geval.

Mijn OVA beweerde dat hij zéker de vijf zou halen als ik het even kon opbrengen me te beheersen.
Daar ging hij.
“Eeuuhhhrghh... ééhhn... euuhhhrghh... tuhwéé...”
Plof.

“Twee?!” riep ik verontwaardigd. “Dat is nog minder dan toen ik wel lachte!”
“Ja maar ik weet gewoon dat je lacht, niet dat ik het hoor maar ik voel het en dan moet ik evengoed lachen” verdedigde mijn OVA zich.
“Dus dan kan ik net zo goed wel lachen hè?” grijnsde ik.
“Nee!” zei mijn OVA.
“Wat dan?” vroeg ik.
“Je moet weg, ga maar even op de wc zitten ofzo.”

Tuurlijk. Alles voor m’n liefje. Je moet een man niet in zijn mannelijkheid krenken. Hoewel ik drie deuren verderop zat, kon ik alles volgen. Mijn OVA had het hoorbaar zwaar. Toen ik na “viijjjjfff” een harde plof hoorde, stormde ik juichend van de wc. Mijn OVA stond met een knalrode kop hijgend in zijn handen te wrijven.

“Ik denk dat ik blaren krijg” zei hij met een licht verontruste blik op zijn gezicht.
Ik schoot alsnog in de lach.
“Ocharm” giegelde ik.
Was niet grappig.
Ik beet op mijn lip en probeerde vervolgens zo boos mogelijk te kijken.
“Nou moet jij eens even goed luisteren meneertje, met je sportstok, ik kan er ook niks aan doen dat jij met je bicepstraining mijn lachspieren traint en...”

Ineens proestte mijn OVA het uit van het lachen. Er liepen zelfs tranen over zijn wangen. Naja! Wat was dit nou weer?

Geen opmerkingen: