"Ik heb mijn A-diploma gehaald!"
"Nou en. Ik heb lekker al mijn Z-diploma. Dan moet je in de gigantische oceaan met haaien zwemmen en een schat opduiken, met zónder flippers!"
16 maart 2006
12 maart 2006
[Geen verenpikkerij wegens geen kip]
En wat valt er vandaag zoal te beleven in de Mozartstraat? Verdomd weinig, dat vooropgesteld, maar met wat goede wil kun je jezelf hier dus wel bij uitstek naar hartelust compleet en volledig stierlijk wezenloos vervelen. Dat kunnen we ook niet allemaal zeggen.
Ik gebruik overigens bewust het werkwoord kunnen want het moet natuurlijk niet. Verveling is een keuze: er is immers altijd wel iets te doen maar soms kiest een mens er gewoon voor zich over te geven aan een soort van leegte welke ontstaat wanneer een zekere honger naar bepaalde gewenste maar desondanks uitblijvende prikkels een kwellende vorm aanneemt. Zoals men er bijvoorbeeld zelf voor kiest zich te omringen met allerlei slimme apparaten en van die dingen, waardoor de mens zichzelf langzaam maar zeker volslagen overbodig maakt. Een simpele druk op een willekeurige knop en je hebt je portie opwinding weer gehad. Maar dat is dan je eigen schuld, dan vraag je er om. Verveling is soms ook een luxeprobleem. Probeer in zo'n geval de afwas eens ouderwets met de hand te doen.
Je kunt verveling tevens zien als een existentieel probleem, de constante dreiging van de verwerkelijking van de angst voor zinloosheid. In dat geval zeg ik: laat je bekeren. Behoed je dan echter wel voor het volgende probleem dat de kop mogelijkerwijs opsteekt. Volgens sommigen is verveling namelijk een verzinsel, een slap excuus om je moetens de rug toe te keren zonder je hier onmiddellijk uitzinnig schuldig om te voelen, een manier om luiheid te verbloemen, wat van verveling, veronderstel dat je het vanuit een christelijk oogpunt benadert, indirect een der zeven hoofdzonden maakt. Maak in zo'n geval vlug beentjes naar het dichtstbijzijnde biechthok en beter zo rap als mogelijk je leven.
Er zijn mensen die menen dat het heerlijk is om je zo nu en dan eens fijn te pletter te kunnen vervelen. Dat zijn veelal mensen die er zelf geen tijd voor hebben en dus helemaal niet weten waarover zij het hebben. Voor hen is verveling pure utopie. Zij benijden het onbenijdenswaardige en verwarren het met ontspanning maar weten zij veel. Wanneer je ongegeneerd en vol overgave afkerig gaat zitten zijn van welke vorm van inspanning of activiteit dan ook en hier met volle teugen van geniet, kun je dit geen verveling noemen. Laat dat even duidelijk zijn.
Het meest vervelende aan verveling is het feit dat verveelde mensen zich al snel geroepen voelen hun omgeving met hun eigen verveling te vervelen. Een beetje zoals ik hier nu feitelijk min of meer een soort van demonstreer. Dus.
Ik gebruik overigens bewust het werkwoord kunnen want het moet natuurlijk niet. Verveling is een keuze: er is immers altijd wel iets te doen maar soms kiest een mens er gewoon voor zich over te geven aan een soort van leegte welke ontstaat wanneer een zekere honger naar bepaalde gewenste maar desondanks uitblijvende prikkels een kwellende vorm aanneemt. Zoals men er bijvoorbeeld zelf voor kiest zich te omringen met allerlei slimme apparaten en van die dingen, waardoor de mens zichzelf langzaam maar zeker volslagen overbodig maakt. Een simpele druk op een willekeurige knop en je hebt je portie opwinding weer gehad. Maar dat is dan je eigen schuld, dan vraag je er om. Verveling is soms ook een luxeprobleem. Probeer in zo'n geval de afwas eens ouderwets met de hand te doen.
Je kunt verveling tevens zien als een existentieel probleem, de constante dreiging van de verwerkelijking van de angst voor zinloosheid. In dat geval zeg ik: laat je bekeren. Behoed je dan echter wel voor het volgende probleem dat de kop mogelijkerwijs opsteekt. Volgens sommigen is verveling namelijk een verzinsel, een slap excuus om je moetens de rug toe te keren zonder je hier onmiddellijk uitzinnig schuldig om te voelen, een manier om luiheid te verbloemen, wat van verveling, veronderstel dat je het vanuit een christelijk oogpunt benadert, indirect een der zeven hoofdzonden maakt. Maak in zo'n geval vlug beentjes naar het dichtstbijzijnde biechthok en beter zo rap als mogelijk je leven.
Er zijn mensen die menen dat het heerlijk is om je zo nu en dan eens fijn te pletter te kunnen vervelen. Dat zijn veelal mensen die er zelf geen tijd voor hebben en dus helemaal niet weten waarover zij het hebben. Voor hen is verveling pure utopie. Zij benijden het onbenijdenswaardige en verwarren het met ontspanning maar weten zij veel. Wanneer je ongegeneerd en vol overgave afkerig gaat zitten zijn van welke vorm van inspanning of activiteit dan ook en hier met volle teugen van geniet, kun je dit geen verveling noemen. Laat dat even duidelijk zijn.
Het meest vervelende aan verveling is het feit dat verveelde mensen zich al snel geroepen voelen hun omgeving met hun eigen verveling te vervelen. Een beetje zoals ik hier nu feitelijk min of meer een soort van demonstreer. Dus.
8 maart 2006
[Opgehokte kippen vervelen zich te pletter]
Goed. Ik lag met loeihoge koorts op de bank en dan zijn er dus mensen die menen dat ik toch op z’n minst even een leuk verhaaltje kan schrijven. Maar ik had koorts en koorts, lieve mensen, is een universum. De koorts neemt het op een bepaald moment over, jij wordt de koorts.
Ik had mezelf die dag al drie keer verkleed wegens lekke poriën en het logische gevolg hierop, te weten uitwringbare kleding. Daar viel dus met de beste wil van de wereld niet tegenop te drinken. Een geheel nieuwe ervaring voor de opperkoukleum. Ik zou het bijna koukleumschennis noemen zoals ik daar ineens de stoomketel lag uit te hangen, hoewel je het dan wel weer heel snel steenkoud krijgt wanneer je met je klamme goed aan tussen je klamme lakens vandaan kruipt. En waar snak je dan naar? Exact: een hete douche. De ziekte uit je lamme lijf stomen en de bacillen van je gloeiende huid schrobben. Het laatste waar je dan op zit te wachten? Juist: een stukke thermostaatkraan en vele liters ijskoud water. Ja lieve mensen, het is weer afzien in de Mozartstraat. En dan word je ook nog geacht een leuk verhaaltje te schrijven.
Ik voelde me niet optimaal toen ik naar mijn werk ging, maar was ervan overtuigd dat dat kwam doordat men mij gedwongen had op een absurd vroeg tijdstip van de partij te zijn bij een 'pittige training' plus het feit dat men mij op dit onbetamelijke tijdstip de al even onbetamelijke vraag 'wil je straks bij de lunch een kroket of liever een kaassoufflé?' durfde te stellen. Om acht uur 's ochtends staat mijn hoofd dus niet naar kroketten en pittige trainingen. Even doorbijten leek me de beste oplossing. En veel koffie natuurlijk, om het wakker worden te bevorderen.
Maar na twee uur stond mijn hoofd nog steeds niet naar kroketten. Na de eerste helft van de pittige training, waarbij het met de stem nabootsen van Caribische muziekinstrumenten en het doen van tamelijk aparte dansjes een verplicht onderdeel was, kreeg ik verhoging. Ik dacht dat het de opwinding was. Ik kon niet ziek worden want ik was net ziek geweest. Ik was de dag ervoor bij de bedrijfsarts op bezoek geweest die me op een briefje mee naar huis gaf dat er 'voor de komende periode geen risico op verhoogd verzuim' bestaat. Dan is het vanzelfsprekend niet zo netjes om de volgende dag op je werk doodleuk het tegendeel te gaan liggen bewijzen, vond ik. Dus ik maalde met mijn verstand op nul die kleffe kroket weg, haalde diep adem en hoestte er onwaarschijnlijk luid op los. Dat had ik al als slecht voorteken kunnen interpreteren, ware het niet dat door mijn geblaf de optimist in mij ontwaakte. En dat terwijl ik de pittige trainster net duidelijk had geprobeerd te maken dat ik beter ben in radicaal realisme dan in romantiek. Timing.
Bij 38 graden dacht ik, oké, ik ben dus best wel verkouden. Bij 39 graden dacht ik, ik ben misschien toch een soort van… ziek. Toen mijn lichaamstemperatuur nóg hoger werd dacht ik dat ik dood ging. Vooruit, laat mij ook eens dramatisch doen. De laatste restjes buikgriep hadden mijn lichaam nog niet goed en wel verlaten of de volgende kwaal diende zich aan en ik kon wederom de huisarts raadplegen. Ik ben een ziekelijk tiepje. Altijd al geweest. Dat er voor mij in deze tijd van allerhande epidemieën nog geen ophokplicht bestaat is ronduit opmerkelijk. Vroeger was ik al zo'n kind dat bijvoorbeeld niet gewoon één, maar twee keer de waterpokken kreeg. Het is in de wereld oneerlijk verdeeld. Dat ik op de basisschool niet het kneusje van de klas was, heb ik enkel en alleen te danken aan mijn hyperastmatische klasgenootje Muis, die na het beklimmen van de drie reusachtige trappen in ons monumentale schoolgebouw steevast over haar lessenaar gedrapeerd lag te piepen als een set ongesmeerde gietijzeren kloosterkerkhekscharnieren. Van dat geluid kreeg zelfs een kerngezond mens het Spaans benauwd.
De huisarts keek me verontrust aan. Kom maar op, zei ik, ik heb het de afgelopen dagen al vaak genoeg gehoord, de man vindt het, de baas vindt het, zelfs mijn bloedeigen moeder draaide er niet omheen, ik kan er wel tegen. De dokter zei dat ik er inderdaad niet heel gezond uitzag. Bravo voor dit fraaie understatement. Of ik me even van mijn bovenkleding wilde ontdoen om gebukt over het bureau een paar keer zwoel te zuchten. Dat maakte genoeg indruk om de diagnose bacteriële luchtweginfectie, in de volksmond ook wel blafsars genoemd, en een grote doos pillen mee naar huis te krijgen.
De afgelopen dagen heb ik braaf de koorts uit mijn kladden gezweet, heb ik er zonder overdrijven vijf kilo perssinaasappels doorheen gejaagd en ben ik twee ribben lichter omdat ik een nieuwe douchekraan moest laten monteren. Het goede nieuws is dat ik inmiddels weer heet kan douchen en me een stuk beter voel. Nu alleen dat leuke verhaaltje nog... Maar eerst is het tijd voor kicks voor niks. Derhalve ga ik nu het lege melkpak plat stampen.
Ik had mezelf die dag al drie keer verkleed wegens lekke poriën en het logische gevolg hierop, te weten uitwringbare kleding. Daar viel dus met de beste wil van de wereld niet tegenop te drinken. Een geheel nieuwe ervaring voor de opperkoukleum. Ik zou het bijna koukleumschennis noemen zoals ik daar ineens de stoomketel lag uit te hangen, hoewel je het dan wel weer heel snel steenkoud krijgt wanneer je met je klamme goed aan tussen je klamme lakens vandaan kruipt. En waar snak je dan naar? Exact: een hete douche. De ziekte uit je lamme lijf stomen en de bacillen van je gloeiende huid schrobben. Het laatste waar je dan op zit te wachten? Juist: een stukke thermostaatkraan en vele liters ijskoud water. Ja lieve mensen, het is weer afzien in de Mozartstraat. En dan word je ook nog geacht een leuk verhaaltje te schrijven.
Ik voelde me niet optimaal toen ik naar mijn werk ging, maar was ervan overtuigd dat dat kwam doordat men mij gedwongen had op een absurd vroeg tijdstip van de partij te zijn bij een 'pittige training' plus het feit dat men mij op dit onbetamelijke tijdstip de al even onbetamelijke vraag 'wil je straks bij de lunch een kroket of liever een kaassoufflé?' durfde te stellen. Om acht uur 's ochtends staat mijn hoofd dus niet naar kroketten en pittige trainingen. Even doorbijten leek me de beste oplossing. En veel koffie natuurlijk, om het wakker worden te bevorderen.
Maar na twee uur stond mijn hoofd nog steeds niet naar kroketten. Na de eerste helft van de pittige training, waarbij het met de stem nabootsen van Caribische muziekinstrumenten en het doen van tamelijk aparte dansjes een verplicht onderdeel was, kreeg ik verhoging. Ik dacht dat het de opwinding was. Ik kon niet ziek worden want ik was net ziek geweest. Ik was de dag ervoor bij de bedrijfsarts op bezoek geweest die me op een briefje mee naar huis gaf dat er 'voor de komende periode geen risico op verhoogd verzuim' bestaat. Dan is het vanzelfsprekend niet zo netjes om de volgende dag op je werk doodleuk het tegendeel te gaan liggen bewijzen, vond ik. Dus ik maalde met mijn verstand op nul die kleffe kroket weg, haalde diep adem en hoestte er onwaarschijnlijk luid op los. Dat had ik al als slecht voorteken kunnen interpreteren, ware het niet dat door mijn geblaf de optimist in mij ontwaakte. En dat terwijl ik de pittige trainster net duidelijk had geprobeerd te maken dat ik beter ben in radicaal realisme dan in romantiek. Timing.
Bij 38 graden dacht ik, oké, ik ben dus best wel verkouden. Bij 39 graden dacht ik, ik ben misschien toch een soort van… ziek. Toen mijn lichaamstemperatuur nóg hoger werd dacht ik dat ik dood ging. Vooruit, laat mij ook eens dramatisch doen. De laatste restjes buikgriep hadden mijn lichaam nog niet goed en wel verlaten of de volgende kwaal diende zich aan en ik kon wederom de huisarts raadplegen. Ik ben een ziekelijk tiepje. Altijd al geweest. Dat er voor mij in deze tijd van allerhande epidemieën nog geen ophokplicht bestaat is ronduit opmerkelijk. Vroeger was ik al zo'n kind dat bijvoorbeeld niet gewoon één, maar twee keer de waterpokken kreeg. Het is in de wereld oneerlijk verdeeld. Dat ik op de basisschool niet het kneusje van de klas was, heb ik enkel en alleen te danken aan mijn hyperastmatische klasgenootje Muis, die na het beklimmen van de drie reusachtige trappen in ons monumentale schoolgebouw steevast over haar lessenaar gedrapeerd lag te piepen als een set ongesmeerde gietijzeren kloosterkerkhekscharnieren. Van dat geluid kreeg zelfs een kerngezond mens het Spaans benauwd.
De huisarts keek me verontrust aan. Kom maar op, zei ik, ik heb het de afgelopen dagen al vaak genoeg gehoord, de man vindt het, de baas vindt het, zelfs mijn bloedeigen moeder draaide er niet omheen, ik kan er wel tegen. De dokter zei dat ik er inderdaad niet heel gezond uitzag. Bravo voor dit fraaie understatement. Of ik me even van mijn bovenkleding wilde ontdoen om gebukt over het bureau een paar keer zwoel te zuchten. Dat maakte genoeg indruk om de diagnose bacteriële luchtweginfectie, in de volksmond ook wel blafsars genoemd, en een grote doos pillen mee naar huis te krijgen.
De afgelopen dagen heb ik braaf de koorts uit mijn kladden gezweet, heb ik er zonder overdrijven vijf kilo perssinaasappels doorheen gejaagd en ben ik twee ribben lichter omdat ik een nieuwe douchekraan moest laten monteren. Het goede nieuws is dat ik inmiddels weer heet kan douchen en me een stuk beter voel. Nu alleen dat leuke verhaaltje nog... Maar eerst is het tijd voor kicks voor niks. Derhalve ga ik nu het lege melkpak plat stampen.
Abonneren op:
Posts (Atom)

