29 februari 2008

[Ploink]

Ik heb dus een nieuwe gitaar. Jahaa!

23 februari 2008

[Echte mannen]

De blauwe kringen onder mijn ogen duiden op een doorwaakte nacht en de kater van gisteravond kruipt nog over de richels van mijn wenkbrauwen. Dat het tien jaar geleden is dat ik me voor het laatst in deze toestand bevond, wil heel wat zeggen. Eigen schuld en niet in de laatste plaats dom maar prettig is anders. Ik dronk om te vergeten maar in plaats daarvan herinnert de bonkende koppijn me met elke dreun aan de voorgaande avond. Een mannenavond. Waarom ik, vrouw zijnde, daarvoor was uitgenodigd is me tot op heden een raadsel. Wel weet ik dat op de eerstvolgende invitatie een stukje hermetisch repliek in de vorm van NEE zal volgen. Ik heb niets tegen mannen, ik heb iets tegen mannen die menen dat het de aantrekkelijke kant van hun mannelijkheid ten goede komt wanneer ze bepaalde ‘typisch mannelijke dingen’ doen.

Hij kon het niet treffender neerzetten: de teloorgang van de weldenkende mensch. Je zou zeggen dat hij zich onder de weldenkenden kan scharen. Hij heeft gestudeerd, is in principe welbespraakt, gaat goed gekleed en keurig gekapt. Zodra hij binnenkomt zijn alle ogen op hem gericht en iedereen hangt aan zijn lippen. De vrouwen lachen schalks en de mannen werpen vanuit hun ooghoeken bedachtzame blikken. Een oudere kroegbezoeker complimenteert hem om zijn das. Een ander biedt hem een sigaar aan. Hij is de man.


Hij is de man en we zullen weten dat hij er is. Wild en ongecontroleerd gesticulerend neemt hij plaats aan onze tafel en gooit hierbij meteen een vol glas bier over mijn GO. Proficiat kerel, op je verjaardag. Zijn vlotte babbel, een aaneenschakeling van sjieke woorden afgewisseld met populaire taal gesproken met een studentikoze tongval die ervoor zorgt dat zelfs zijn meest grove idiomen toch niet ordinair klinken, redt hem uit een potentiële verschutting. Niemand die deze jongen ook maar iets zal aanrekenen. Zo hij blaat zal men schapen. Hij is de man.


Of er hier nog iets te beleven valt want het is verduveld nogantoe wel een tikkeltje aan de saaie kant. Er kan toch op z’n minst iemand gaan dansen, ofzo? Welja jongen, wat let je? Leef je uit. Gooi je haar los. Hij strijkt een ijdele hand door zijn nihilistische coupe. Al drinkend overdenkt hij hardop de ruigheid der dingen. Dat is belangrijk want mannelijk. Er blijken zich in de hele kroeg jammerlijk weinig objecten met een noemenswaardige ruigheidfactor te bevinden. Geen noeste types zoals Lemmy van Motörhead, die misschien wel de laatste ruige man op aarde is. Samen met hem en zijn kompaan natuurlijk, dat spreekt. Zij zijn de mannen.


Ik zwijg. Ik ben de vrouw en word gestereotypeerd waar ik bij zit. Zo ik aan het begin van de avond nog als gelijkwaardig gesprekspartner behandeld werd, word ik na enkele biertjes onvermurwbaar gereduceerd tot één allesomvattend woord: saai. Ik kan daarom niet deugen. Hij brengt het zo overtuigend dat zelfs mijn GO het beaamt. Dat zal dan wel iets te maken hebben met het oninspirerende gezelschap waarin ik verkeer hè? Bovendien zijn mijn tieten te klein. Ach. Als het uitzicht niet naar zijn zin is, kijkt hij maar een andere kant op. Genoeg libertijns vrouwelijk schoon hier dat zonder twijfel gewillig zal zwichten voor zijn charmes. Hij is de man.


Zijn kompaan laat zich op navrante wijze kennen wanneer hij niet losgepeuterd krijgt wat hij van mij wil weten. Ik krijg een sms van mijn OVA en houd grijnzend de display buiten zijn zicht. Aha! Dus ik heb tóch een hobby. Een project. Dat deze omschrijving onbegrensd tekortschiet, zal ik hem niet aan zijn neus hangen. Maanden hoor je niets van zo’n jongen, daar ben je te saai voor, maar wanneer blijkt dat je tegen de verwachtingen in wellicht toch over belangwekkende informatie beschikt, laat hij je niet met rust in verband met de mogelijkheid van een spraakmakende roddel. Dat moet dan een man voorstellen, het lijkt goddomme wel een wijf.


Ik put wel enig genoegen uit zijn weetgraagheid maar volhard desondanks in mijn zwijgen, ongevoelig voor knevelarij of omkoping. Wees op je hoede voor je vijand en nog meer voor hij die beweert je vriend te zijn. Als een verontwaardigde kleuter die ondanks pruilen, charmeren en dreinen zijn moeder er niet toe kan overhalen hem een snoepje te geven, distantieert hij zich van me en laat de rest van de tafel uit wraak weten dat ik dus een geheim project heb. Alsof ik hier wakker van zal liggen. Ik neem een slok wodka en persisteer in mijn saaiheid. Mijn GO kijkt me ongelovig aan en ik haal onverschillig mijn schouders op. Het zijn mannen, beschonken mannen, brallende mannen. Van die mannen waar je van gaat drinken.


Het bier is op, de dj weigert Guus Meeuwis te draaien, er valt niets ruigs te beleven en de mannen kunnen mijn saaiheid niet meer aan. Dat treft want ik ben dit infantiele gedoe spuugzat. Ik raad hen aan hun heil bij Minerva te zoeken. Voor een potje black-outzuipen, om chickies te scoren, het recht in eigen vuist te nemen, lekker naar de kloten te gaan. Of wat het ook is dat echte mannen doen om zich echt man te voelen.

20 februari 2008

[Sometimes it's better to light a flamethrower than curse the darkness]

>> Ik kom om in het werk en vind het heerlijk. Binnenkort word ik parttime praktijkopleider op mijn eigen locatie. Er staan nieuwe verdiepingscursussen op de agenda (meer Korczak!). Het zou zomaar kunnen dat ik inga op het verzoek meelees-PM te worden voor het Nederlands Curriculum Kinderopvang van het Landelijk Pedagogenplatform. Voor nu is dat nog een overweging, iets met een vork en een stapel hooi. Morgen geef ik een rondleiding aan een pedagoog (oud-collega) die bezig is met het opzetten van een Kinderrechtenhuis, met het oog op eventuele samenwerking in de toekomst. Verder zit ik midden in een oudergesprekkenmarathon en heb ik nog wat kleine projectjes lopen omdat ik uit enthousiasme nergens nee tegen kan zeggen. Maar bovenal ben ik natuurlijk gewoon pedagogisch medewerker en bedrijfsoptimist. En hij gaat lekker. Het voelt dan ook vreemd om tegelijkertijd bezig te zijn met het zoeken van een andere baan in een gebied waar het aanbod nogal schaars is. Hier voel ik me soms net een magneet, het werk komt letterlijk op me af. Ik zit nog in de netwerkfase dus voorlopig is het afwachten maar nu het balletje begint te rollen vind ik het toch wel spannend. Het is slechts één facet van de anticipatie op mijn beoogde nieuwe leven. En daar ga ik voor.

>> Nieuw leven? Ja. I seem to be having tremendous difficulties with my lifestyle. Ik wring me in allerlei bochten en zo niet dat dan tracht ik mezelf wel onzichtbaar te maken om de situatie ‘leefbaar’ te houden. Dat valt voor den drommel niet mee. Ik heb besloten dat ik veel te jong ben om te berusten in een ongewenste sleur die ik op een minder radicale manier niet uit mijn leven lijk te kunnen bannen. Ik heb geen zin om de rest van mijn leven chronisch ontevreden te zijn, dat leidt onherroepelijk tot bitterheid en bitter is niet het adjectief waarvan ik wil dat het op mij van toepassing is. Ik heb er de kracht niet meer voor om te vechten zonder ooit iets te bereiken. Er is te weinig om voor te blijven. Het heeft lang geduurd voordat ik het wilde toegeven maar de koek is tot en met de laatste kruimel op. Ik ben gewoon niet gelukkig in mijn huidige situatie en geloof er niet langer in dat het nog goed zal komen. Ik realiseer me nu dat angst me zo lang op mijn plaats gehouden heeft, niet de liefde. En dat is verkeerd. Vreemd genoeg was het de liefde die me met mijn neus op dit feit geduwd heeft, zo hard dat ik mijn angsten wel los moest laten. En dat is goed.

>> De liefde? Ja. Iets waarin ik mijn geloof verloren was. Iets waarvan ik dacht het in dit leven niet meer mee te mogen maken. Kennelijk had ik het bij het verkeerde eind. Het lag niet in de planning en al helemaal niet in de lijn der verwachting, noch was het er zomaar ineens. De liefde is ongemerkt heel langzaam gegroeid tot ze op een dag zo groot was dat ik niet meer om haar heen kon en, eerlijk gezegd tot mijn verbazing, ook niet wilde. De liefde is niet alleen groot, ze overbrugt immers een goede tweehonderd kilometer, maar ook sterk, aangezien ze grote obstakels onverbiddelijk uit de weg ruimt. En ik geloof in haar. Ik weet niet waar ik moet beginnen om uit te leggen hoe gecompliceerd ze mijn leven maakt maar we komen er wel uit. Ook daar zal de liefde voor zorgen want, geloof het of niet, ze gaat hand in hand met gezond verstand. En dat is op z’n zachtst gezegd wonderlijk.

18 februari 2008

[Shaky, not disturbed]

>> Het weekend met mijn OVA was tamelijk slecht voor de fysieke gezondheid (ik noem: drankmisbruik, onderkoeling, slaapdeprivatie, kamasutra* voor gevorderden, herhaaldelijke overschrijding van calorieëntaks en van die dingen). Gelukkig was het dan wel weer goed voor een gevoel van algemeen welbevinden en temporaire optimalisering van de levenskwaliteit. Ten out of ten points for fun, minus one million for shrewdness – but screw the latter. Dan besef je tenminste dat je leeft.

>> Bijna-dood-ervaringen zijn ook goed voor dat besef, al kan het zijn dat ik nu een tikkeltje overdrijf aangezien het louter bij schijndode vingers en tenen bleef dus waar hebben we het eigenlijk over. Neemt niet weg dat mijn lichaam jammerlijk faalde tijdens de koudetraining waaraan ik onderworpen werd. De eerste zonnestralen zorgden voor overmoed. Op het balkon was het prima uit te houden, vandaar wellicht de inschattingsfout. De zon deed heus zijn best maar kon als verwarmingselement geen noemenswaardige bijdrage leveren aan het op peil houden van een voor mijn gevoel gezonde lichaamstemperatuur. In plaats daarvan stierf ik het binnen no time af. De vrieskou penetreerde mijn schoenzolen, kroop dwars door mijn nieuwe Strumpfen mijn tenen in en langs mijn benen omhoog om uiteindelijk bezit te nemen van mijn hele lijf.


Verderop hoorde ik tot mijn genoegen de mannen vrolijk keuvelen en de detector piepen. Mijn OVA groef kuilen terwijl zijn partner in crime op z’n dooie akkertje kluiten aarde zat te ontleden en daar zo nu en dan iets uitviste wat kennelijk belangwekkend genoeg was om mee te nemen. Gezellag, hobby, belangrèhk – leer mij de mannen kennen. Niets aan het handje dus, op wat vingers en een duim na. Wie was ik dan om de bull te verstieren door te kennen te geven dat ik op dat moment niet onder deed voor het gemiddelde koelelement? Precies. Dat doe je niet.

Typisch vrouw. Totaal niet koudebestendig en boven alles koppig tot de tiende macht. Het is toevallig wel een kwestie van doorrrgaan of sterrrven, zo hield ik mezelf dapper voor (het kan soms handig van pas komen wanneer je met jezelf kunt lachen). De straffe wind blies tranen in mijn ogen. Mijn handen en voeten waren schier gevoelloos. Het verkleumde vlees rammelde willoos aan mijn graat en ik zou verdomd zijn als ik er ook maar de geringste jammerklacht over zou uitspreken. Hou ik niet van hè, roet in mijn OVA’s pret strooien.

Niettemin dwongen zijn barse blik en strenge preek waarop hij geen nee als antwoord duldde me tot confessie en nam hij me, na me ondanks mijn bibberend bezwaar in zijn jas gewikkeld te hebben, mee naar huis om me warm te wrijven en een kommetje dampende snert voor me te maken. En daar smolt ik dus van. Alweer typisch vrouw. Maar aangezien Onze Lieve Heer me zo in eerste instantie bedoeld had en mijn OVA me in die rol ook wel kan waarderen, zal ik daar verder niet moeilijk over doen. This 'have an ice day' thing could have been much, much worse.

*De automatische woordcorrector verandert ‘kamasutra’ in ‘kampstraf’. Welnu, zo erg was het ook weer niet, heurr.

14 februari 2008

[Valentijn]

>> Mijn GO, die al fulminerend veel te laat uit bed springt en zijn frustratie op de deur botviert, trekt zich van de dag van vandaag niets aan. Er wordt hier vooral voor lief genomen, niet zo zeer lief gedaan. Ook niet op Valentijnsdag – ben je belazerd. Die tijd hebben we wel gehad. Binnen een gedoogbeleid zou dit bovendien te ver gaan. Laten we ons dus vooral braaf aan de regels houden. Mijn OVA, die gewoonlijk de dag niet doorkomt zonder grommend de mensheid te vervloeken en tot een half jaar geleden nog stellig beweerde niet lief te kunnen, is daarentegen faliekant van zijn misantropengeloof gevallen. In stijl, dat wel. En daar houd ik van. You see, out there it’s the twenty-first century, in here it’s 1954.

11 februari 2008

[You've got this strange effect on me]

>> Mijn GO heeft zich opgesloten in zijn lage luchtdrukbunker. Hij heeft niet alleen een dip maar ook nog eens griep dus dat betekent zwaar weer in Huize Hope. Donderwolken, windstoten en een hoge luchtvochtigheidgraad. Mijn lichaam biedt voor de verandering eens dapper weerstand tegen de influenzagolf – ha! Bovendien heb ik een stralend humeur, ben ik het zonnetje in huis, is er geen wolkje aan de hemel. Slechts een grote roze nimbus om mijn hoofd waardoor ik niet erg ontvankelijk ben voor de depressie waarin mijn GO zit te sippen en te snotteren. Een mooi weekend om de bloemetjes buiten te zetten.

>> Semi-illegale nachten vieren met mijn OVA. We dronken, lachten, praatten en praatten tot mijn stembanden aanvoelden als schuurpapier en ik het aan hem moest overlaten om een taxi te bestellen. We gingen ondergronds. Midden in de nacht. In de vrieskou. We leken wel gek. Als het niet zo leuk geweest was, had ik gezegd dat het niet gekker moest worden. En gekker werd het. Nooit eerder heb ik met zoveel plezier de was gedaan (het koffie zetten liep een beetje uit de hand). Of een schroevendraaier gehanteerd (ijskoud genieten). Mijn OVA is een buitengewoon bekwame huis- en klusjesman.


>> Mijn OVA, die tot twee keer toe pannenkoeken voor me bakte, met warme kersen en vanille-ijs, als dessert en als ontbijt, wat overigens gruwelijk lekker was, beweert dat ik slecht ben voor zijn lijn. Dat moet hij zeggen. Mijn OVA is stiekem best een keukenprins.

>> Ik houd echt niet van zand, nochtans zit het overal. Misschien niet heel vreemd na drie dagen strand. Zon, zee en zaligheid. Noordwijk; hemelstaren vanuit een vallei, wildplassen in een stekelstruik, dansen aan de vloedlijn, semi-decadente romantiek in een prominent restaurant (kabeltouw) aan zee en zonsondergang bij kaarslicht. Wassenaar; er zoefden snelwandelende vogels langs de kustlijn. Kleine zwarte bolletjes op pootjes die er een sport van maakten met veel bombarie keihard op te trekken, spetterend vooruit te sprinten en vervolgens vaart minderen om een beetje om zich heen te kijken met zo’n blik van wat-dan-juh. Ik kan al even slecht mikken als God. Hand in hand hollen door het zand. Back to basic duinpanromance. Scheveningen; het strand was vies maar de zon scheen hard en de zee was woest en de golven likten aan de pijlers van de pier en ik had hoogtevrees en mijn OVA was dat even vergeten maar eigenlijk was het toch maar een pauperpier en we leerden over eb en vloed en aten visjes op de promenade en de tijd ging te snel en de meeuwen waren schmutzig en er waren turbobejaarden met turborollators die boulevardrally’s hielden en ik straalde harder dan de zon en het was zo fijn. <3

>> Dat het dus best vreemd is dat je wel Vlaamse frieten kunt krijgen maar dat men je toch wat bedenkelijk aanstaart wanneer je er een Vlaams blok bij bestelt. Geen humor zeg ik je, die patattenbakkers.

7 februari 2008

[Ik spaar geen zegeltjes]

Er is iets vreemds aan onvoorwaardelijkheid. Het is een raar woord. Of men weet er niet op een correcte manier mee om te gaan. Neem nu onvoorwaardelijk van iemand houden. Ik vraag me af: hoe kan dat nou? Je houdt toch niet zomaar van iemand? Daar heb je een reden voor, of je daar nu wel of niet je vinger op kunt leggen. Er is iets dat ervoor zorgt dat die liefde kan bestaan. En als dit ‘iets’ nu wegvalt? Dan zit je met je onvoorwaardelijkheid. Mooi dat het je gebroken hart niet lijmt, al denk je in eerste instantie misschien van wel. Love conquers all? Nee, de liefde wordt wat dat betreft overschat. Liefde is altijd voorwaardelijk, aan grenzen gebonden. Waarom breken mensen anders elkaars harten? Wanneer geliefden bij elkaar zijn, betekent dit dat ze aan elkaars voorwaarden voldoen. Of zij ontkennen stug dat het niet zo is. Maar ben je dan nog elkaars geliefde of slechts elkaars gedoogobject?

Mij speldt men niets meer op de mouw. Een verchroomd pakketje schroot aan elke arm vind ik meer dan genoeg. Driemaal is scheepsrecht, zegt men. Driewerf hoezee!, roep ik nu dan eindelijk. Ik heb lang genoeg gepiekerd en alle conclusies staan inmiddels netjes op een rijtje. Vandaag schuif ik mijn radicaal realisme moedwillig aan de kant om het voorlopig vanaf de zijlijn een oogje in het zeil te laten houden. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat ik me nu tot de naïviteit bekeer. Welneen! Ik geef me over. Met lijf en leden. Met hart en ziel. Of ik volslagen krankzinnig geworden ben? Geenszins. Mijn leven is verrijkt met iets dat geheel en al aan mijn voorwaarden voldoet. Dit, plus het niet geheel onbelangrijke feit dat er sprake is van wederzijdsheid, maakt al het andere overbodig en triviaal.

3 februari 2008

[Een vet pak beuken en een kratje pils]

>> Echte mannen zijn natuurlijk mannen die ’s nachts na de nodige alcoholinname graag een stapje terug doen op de evolutionaire ladder en vervolgens het testosteron voor zich laten spreken. Een gezellig potje Oudt Hollandsch Doodklompen. Fightclubje spelen. De taal van de vuist en de laars. Kicks voor niks. Na een bier of acht, voel je de kracht.

Mijn GO blijkt de primitieve piemel in zichzelf ook gevonden te hebben. Nog geen half jaar geleden pleurde hij na een avondje black-out-zuipen van zijn fiets, met zijn platte bek op het asfalt, met zijn bovenlip zo op het ZOAB. Toen hij de volgende ochtend weer bij zijn positieven kwam, moest hij constateren dat hij drie tanden miste. Hij kon een tienrittenkaart aanschaffen voor zowel de tandarts als de kaakchirurg en de protheticus en was al snel honderden euro’s lichter. Ik was achtereenvolgens geschrokken, boos en verafschuwd. Dit laatste omdat hij:
1) zich door de verwondingen niet kon scheren en besloot dat een snor en sik hem prima stonden (ik heb een uitgesproken hekel aan gezichtsbeharing – de bijnamen ‘Snorro’ en ‘Sikbok’ werden niet geapprecieerd),
2) voorlopig een kunstgebitje moest dragen (en ik ’s ochtends wakker werd naast een tandeloze man die zijn gebit in een glaasje water op het nachtkastje had staan – iew),
3) een schrikwekkend spraakgebrek ontwikkelde (al heeft hij het ‘fliffen’ vernuftig in een soort Leids ballenaccent weten te veranderen maar dat is evengoed geen gehoor).

Mijn GO is er geen druppel minder om gaan drinken en denk nu maar niet dat hij ook maar een beetje voorzichtiger is geworden. Na een bier of negen, kun je overal tegen. Dus als iemand je dan zegt dat hij voor vijftig ballen wedt dat jij die lange slungel daar wel even op zijn bek durft te timmeren zonder dat de slungel in kwestie jou helemaal tot puinpoeder schopt, dan grijns je je gloednieuwe tanden bloot, stroop je de mouwen op en bal je de vuist want een partijtje heuten is altijd lachen. Je bent immers een echte man.

Laat me u dit zeggen: dat is heel niet voor te lachen. Want wie zit er ’s avonds als een hoopje existentieel getroebleerde ellende op de bank te pruilen omdat hij een afstand voelt? Juistum. Of ik misschien iets weet voor tegen zijn dipje. Ja, hij zei dipje. Neem een chipje. Ja, ik gooide een zak chips naar zijn hoofd. Een echte man dus. Ga toch emo-eten.

1 februari 2008

[I just want to scream]

Off the rooftops, in your face.