Posts tonen met het label is nooit grappig. Alle posts tonen
Posts tonen met het label is nooit grappig. Alle posts tonen

11 februari 2010

[Typisch knak-momentje]

Even over die dertigersdip hè, want ik word dit jaar dertig dus dat onderwerp houdt me bezig. En dan niet zozeer de grote levensvragen maar de kleine, schijnbaar onbenullige dingetjes. Neem nou het winkelen. Ik stel mezelf nog dezelfde vraag als toen ik twintig was als ik in de paskamer voor de spiegel sta, maar ik bedoel hem net even anders.
“Kan ik dit wel hebben?” betekende voorheen zoiets als: staat het leuk, zijn mijn schouders niet te breed en is mijn kont niet te dik? Nu is de eigenlijke vraag: ben ik hier niet een beetje te oud voor?

Ik zocht een truitje. Iets voor de lente omdat ik het zo gehad heb met die winterse praktijken dat ik de winter vanaf nu gewoon ga ontkennen. Winkel in, winkel uit, volgende winkel in en weer uit. Dan toch maar even naar m’n ‘stamshop’. Ik wilde per se niet met lege handen thuis komen want dan zou Koning Winter me natuurlijk keihard uitlachen.

Het was hartstikke druk maar er waren tenminste kledingstukken waar ik potentieel eigendom in zag dus ik paste ze gewoon tussen twee kledingrekken in. Te wijd, te lang, vlek in de mouw. Potver. Ik draaide me om om mijn jas te pakken wegens geen zin meer toen mijn oog op een vrolijk gekleurd truitje viel. Licht getailleerd en met bloemen eraan. Echt precies wat ik zocht! Er hing er maar eentje en het was zowaar mijn maat. Yes!

Er kwam een meisje naast me staan. Ofja, meisje, meer een jonge vrouw. Een jaar of 25 schatte ik haar. Ze bekeek me aandachtig terwijl ik het truitje recht trok.
"Staat je geweldig!"
Hm.
Had ik haar iets gevraagd?
Ik glimlachte flauw haar kant op en bekeek mezelf in de spiegel. Er zat wat in, het stond me goed. Maar kon ik het ook hébben? Ik keek nog eens naar het meisje, dat haar ogen blijkbaar niet van me af kon houden.
"Kan ik ’t wel hebben? Ik bedoel, ben ik er niet een beetje te... oud voor?"
Het meisje fronste.
"Nou zeg, als ik het kan hebben kan jij het ook!"

Yes!
Hm.
Als zij het kan hebben? Zou zij hem ook gepast hebben dan?

Mijn spiegelbeeld gaapte me contemplatief aan. Nouja, wat maakte het ook uit. Het truitje stond goed, zat lekker en had bij dezen mijn middag gered van teleurstelling. Ik moest alleen even vragen wat hij kostte want er hing geen prijskaartje aan. Opgetogen pakte ik mijn spullen bij elkaar en knikte lachend naar het meisje.

"Ehh! Mevrouw!" riep het meisje me na.

Wat nu weer? En waarom zegt ze nou mevrouw? Ik haat het als mensen mevrouw tegen me zeggen. Alsof ik al dertig ben! Ik ben negenentwintig, ja! Dat is nog helemaal niet zo oud dat je...

Mijn innerlijke tirade werd door het meisje onderbroken.

"Mag ik nou m’n truitje weer terug?"

Shit.

9 februari 2010

[K-k-k-koud he?]

Godsklere wat is het koud! Nog steeds. Duurt lang! Het kost zoveel energie om alles er zelf bij te moeten denken: tsjielpende vogeltjes, zonnestralen, de frisse geur van met ochtendnevel bedekt gras, warmte. Heerlijke warmte die het mogelijk maakt slechts één in plaats van vier lagen kleding aan te trekken. En het kost nog veel méér energie om dingen weg te denken: kippenvel, dooie vingers, bleke, droge winterhuid met waterige ogen en rode neus (van de kou). Dat is zo goed als onmogelijk! De aarde warmt op, er komt een nieuwe ijstijd. Het zal allemaal wel. Ik wil het wintervet eraf sporten maar het is veel te koud om naar de sportschool te fietsen. Ik wil fruitsalades maar mijn lijf schreeuwt om stamppot en snert. Ik wil een natuurlijk kleurtje op mijn huid in plaats van complimenten over mijn kunstmatige teint. En die chronische spierpijn wegens rillen en verkramping ben ik ook spuugzat. Ik wil peentjes zweten in plaats van klappertanden. Zelfs al weet ik nu al dat ik daar tegen die tijd op terug zal komen.

26 juni 2009

[Nog effe gauw de stad in - deel 2]

Een willekeurige drogisterij op zaterdagmiddag. Lange rij wegens 4-halen-2-betalen. Uiteraard is er maar één kassa open. Wie staat er voor me? Een zeldzame, want bijna uitgestorven losgeldlapper.

“Dat is dan €3,85”
“Hier heeft u €50,-”
“Heeft u dat niet wat kleiner?”
“Ben bang van niet.”
“Eén euro vijftien erbij dan?”
“Helaas.”

Het kassameisje bijt op haar lip en bekent spijtvol dat ze geen wisselgeld heeft. Ze roept haar collega erbij om in de andere kassa naar wisselgeld te zoeken. Elly, zo heet de collega want dat staat op haar naamkaartje, zoekt haar sleutel, identificeert zich, opent de andere kassa en laat het kleingeld rinkelen. Er zit geen één euro vijftien in de kassa. Over en weer worden moeilijke gezichten getrokken.

“En u kunt echt niet pinnen?”

De klant kan echt niet pinnen. De klant trekt een specifiek soort gezicht naar de caissière. Met een blik die wilde zeggen: luister miep, ik heb je genoeg geld gegeven en ik ga niet weg voordat jij mij elke cent die ik teveel betaald heb, teruggegeven hebt. Het zweet breekt het radeloze kassameisje uit, wat te doen? Dan steekt de klant achter me haar beurs omhoog.

“Ik kan wel wisselen hoor!”

Ik denk: pure mats. Ik zag de opgedirkte losgeldlapper het kassameisje al over de balie trekken en op brute wijze toetakelen, met haar vingers tussen de kassala enzo. Gruwelijk. Dat had ik haar nou ook weer niet gegund, zelfs met mijn mensen-achter-een-balie-aversie. Ik leg mijn producten op de toonbank en besluit om toch maar niet voor de grap met een briefje van vijftig te wapperen. Je moet het ongeluk niet zelf over je afroepen natuurlijk. Met nog trillende handjes scant het kassameisje mijn shampoo en energy drankje.

“Oh, gelukkig! U heeft een pinpas!”

Nog ‘even gauw’ een drukbezochte modewinkel in voor een nieuwe broek. Twee van de drie kassa’s zijn gesloten en voor de enige geopende staat een gigantische stoet mensen. Ik staar naar het bordje met de bekende, commercieel aantrekkelijke kreet en probeer mezelf te kalmeren. De caissières kunnen er ook niet altijd iets aan doen. Voor me staan twee meisjes met een enorme lading koopwaar. Ze blijken Duits te zijn. Op de toonbank, dus praktisch recht voor hun Duitse neuzen, staat een bordje. Op het bordje staat, in het Duits, dat Duitse pinpassen in deze winkel niet werken. Aangezien losgeldlappers schaars zijn, vrees ik het ergste. Daarnaast vrees ik dat het kassameisje, dat driftig bezig is alle artikelen te scannen, mijn vrees niet deelt.

Dus wat doet het Duitse meisje als het eindbedrag verschijnt? Ze haalt haar Duitse pinpas door de Hollandse gleuf. Ik zucht. Het kassameisje wijst naar het bordje. Geen paniek, haar eveneens Duitse vriendin moet toch nog een bikini afrekenen en wil het andere bedrag ook wel even betalen. Denk je dat ze doet? Ze haalt een Duitse pinpas tevoorschijn, pint, faalt. Ook zij heeft geen cash. Mijn OVA, die weet wat ik denk, gniffelt en fluistert “sind Sie blond?”. Sta je dus weer twintig minuten voor niks te wachten. Het kassameisje scant mijn broek en zucht: wat was dat dom zeg! Ik mompel iets terug over een ezel. Dat ze de eerste keer niet op Duitse blondheid bedacht was: tot daar aan toe, maar de tweede had ze moeten zien aankomen. Met kramp in mijn kromme tenen loop ik de winkel uit. Mijn probleem met mensen-achter-een-balie heeft zich uitgebreid tot probleem met mensen-voor-dan-wel-achter-een-balie. Of alles wat zich mogelijkerwijs rond een balie kan afspelen.

Als er dan bij de supermarkt een of andere kampbewoner voor mijn voeten springt, dus voordringt, en ziedend half over de toonbank gaat hangen, is de maat vol. Haar komkommer deugt niet. Bonnetje? Heeft ze niet. Waar is dan die komkommer? Thuis. En dat is maar goed ook want ik had hem ongetwijfeld ergens geduwd waar de zon niet schijnt.

[Nog effe gauw de stad in - deel 1]

Ken je die kreet?
“3 in de rij? Wij openen er graag een kassa bij!”

Maar ze doen het niet. Of ‘wij’ zijn er toevallig nooit op het moment dat ik als vierde, vijfde, zesde, of nog verder achteraan aansluit. Dat schreeuwerige bord lijkt altijd zijn belofte te breken. Ik krijg op zo’n moment spontaan zin om de kreet een beetje aan te passen.

“3 in de rij? Er is tenminste een kassa open, weest u blij!”
“3 in de rij? Bestel online, dat geeft minder zeikerij!”
“3 in de rij? Leve onze consumptiemaatschappij!”
“3 in de rij? Loopt u even terug voor een knolselderij!”

Bekt minstens zo lekker en het is wel zo eerlijk, maar dat zie je nergens. Het is commercieel aantrekkelijker om de klant een leugen voor te houden, namelijk. Dus ondanks die kreet boven de kassa sta ik er regelmatig wortel te schieten. En dat is niet zelden slechts het begin van mijn ergernis.

Volgens mijn OVA heb ik namelijk een chronisch probleem met alles wat zich achter een balie bevindt. Hij ziet het gebeuren. Mijn blik wordt ernstig, mijn handen ballen tot vuisten, lucht wordt met grote kracht uit mijn neusgaten geperst en mijn tenen lijken zich vast te nagelen in de grond. Dat kan zo zijn, maar het is niet mijn schuld dat ik steevast het type kassameisje of baliekluiver tref dat mijn frustratietolerantiegrens tart.

Een willekeurige kledingboetiek. Uitverkoop met stickersysteem. Geel is 20% korting, oranje 25%, rood 30%, et cetera. Als ik ergens de zenuwen van krijg is het een winkelbediende die achter me gaat staan als ik in de spiegel kijk en me dan overlaadt met commercieel aantrekkelijke complimentjes. Dan denk ik: terug achter je balie met dat kassakadaver, vanaf dat punt kun je me nog genoeg ambeteren! Maar dat zeg ik niet. Ik lach vriendelijk en bedank, maar mijn OVA weet beter. Die weet dat mijn tenen zich al in mijn schoenzool boren voordat ik het bewuste item op de balie gelegd heb.

Er zit een oranje sticker op het item. Ik reken: 25% van €50,- is €12,50. Ik moet €37,50 betalen. Kassakadaver slaat aan en dat is dan €25,-. Pinnen? Ik denk: pure mats! Kassakadaver denkt: oeps! Dan begint een lang correctieproces. Eerst vijf minuten met de rekenmachine in de weer om uit te rekenen hoeveel ik te weinig betaald heb. Dan vijf minuten op de kassa rammen om het juiste bedrag op de display te krijgen. Ik kan het betaalde bedrag cash terug krijgen en opnieuw pinnen, maar ik wil gewoon het resterende bedrag pinnen. Dat kan niet. Inmiddels bemoeien twee andere kassakadavers zich met de kwestie. Eén van hen neemt de kassa over en na wat gekibbel deelt ze me mede dat ik €12,50 terug krijg. Ik denk: pure mats. Kassakadaver denkt: oeps! Uiteindelijk ziet een van hen het licht en slaat €12,50 aan. U kunt pinnen. Het mocht godverdomme tijd worden. Tasje erbij? Ja. Mag ik het haakje hebben? Nee. Dacht ik al. Goedemiddag. Ja, tot ik jou zag.

Nou Wen, als dat alles is.
Nee. Het drama zette zich voort.
Let maar eens op.

18 juli 2008

[Dan had je pech gehad]

Mijn GO loopt hier rond alsof hij degene is die gaat verhuizen. Hij ijsbeert onrustig heen en weer, zonder echt iets te doen. Hij trekt een boek uit de kast, wat kleren, zijn shampoo. Hij heeft nooit aangekondigd dat hij weg zou gaan of een reden gegeven voor zijn afwezigheid maar die kan ik zelf wel verzinnen. Als ik mijn OVA niet mee mag brengen, vind ik het niet meer dan logisch dat hij hier ook niet met meisje Z aan hoeft te komen zetten. Kennelijk vindt mijn GO het 'stom' dat ik 'het meteen uitgemaakt heb' toen het 'even moeilijk was'. Iets met samen zijn in goede en in slechte tijden. Ook vindt hij het 'stom dat ik het niet nog een keer wilde proberen'. Wat heeft die jongen toch een gigantische plaat staal voor zijn kop. Er was nog zo weinig van 'ons' over dat er van 'samen' vrijwel geen sprake meer was en daarbij moet ik echt mijn best doen om me die paar goede dagen van het afgelopen jaar te herinneren. Hij heeft er zelf niet voor willen vechten, dan moet hij nu ook zijn bakkes houden.

We gingen het kentekenbewijs over laten schrijven op mijn naam. Dat was zo gepiept dus de auto is nu officieel van mij. “Kan ik eindelijk gaan sparen voor mijn eigen Beetle” zei mijn GO. Grapjas. Daarna nog even samen naar de supermarkt. Nu begrijp ik waarom meneer niet van 30 euro per week kan leven. Hij moest slagroomvla voor Ludwig, die een speciaal dieet meegekregen heeft waarin hele nuttige dingen staan zoals: ‘heeft u het idee dat u afvalt dan is het raadzaam calorierijk voedsel te eten’. Vliegenvangers omdat er een dode muis op zolder ligt (waarom zou je de oorzaak opheffen als je ook gewoon de symptomen kunt bestrijden?). Mijn GO kocht ook kaarsen voor Ludwig, voor als hij zijn geloof dreigde te verliezen. Toen hij een bak lasagne met zalm uit het schap pakte, trok ik even een wenkbrauw op. “Voor meisje Z” verklaarde hij “dat vindt ze lekker”. Als vishekelende carnivoor heeft hij het getroffen met meisje Z, die vegetarisch is maar wel van vis houdt. Het ziet er naar uit dat Ludwig gelijk heeft. Hij wierp meisje Z zo ongeveer in mijn GO’s schoot en nu loopt hij zelf als een schoothondje achter haar aan. Ik vraag me af wat er met zijn laatste beetje zelfrespect is gebeurd.

Hij blijkt nog even stuntelig als altijd. Eerst liet hij een pak kant en klare lasagne op de grond kapot kletteren waardoor mijn hele broekspijp besmeurd raakte. Vervolgens pakte hij een bekertje sap uit een snack preview kraam en morste de helft over de rand, dus werd ik ook nog nat. Handige Harry over here. Thuis nog even post van de notaris gelezen. Het gaat me toch een bom duiten kosten, maar verdom het dit uit mijn eigen zak te betalen. Dat trekt hij maar van zijn vergoeding af. Hier moeten we nog een overeenkomst voor opstellen (voor de notaris), een taak waarover ik hem de verantwoordelijkheid gegeven heb. Of dat verstandig is, moet nog blijken. Toen ging hij weg. Of hij zijn boodschappen niet mee zou nemen. "Oja... als ik jou toch niet had..." mompelde mijn GO. "Dan had je pech gehad."

15 juli 2008

[The story continues]

Mijn GO wist dus al vier maanden dat de auto gekeurd moest worden, ondernam desondanks geen actie en wachtte mijn initiatief af. Ik mag van hem de auto meenemen maar we zouden de kosten van de keuring nog delen. Mijn GO wist dat ik de auto maandag zou wegbrengen. Ik sms-te hem om door te geven dat ik €125 van hem kreeg en hoorde vervolgens niets. Ik belde hem op om te zeggen dat ik de volgende dag voor 13u00 het geld nodig had en kreeg toen het eerder beschreven geen-geld-verhaal.

De volgende dag om 12u00 kwam hij hier aan. Ik zou belastinggeld dat in een enveloppe zat kwijt gemaakt hebben. En als ik het niet gedaan had, dan zou één van mijn gasten het wel verduisterd hebben. I beg your miniscule pardon?! Zijn schuld was het in ieder geval niet. Mijn GO besloot het geld te zoeken maar vond, zoals ik hem al voorspelde, niets. Mijn GO raakte geïrriteerd omdat ik kalm bleef en mijn poot stijf hield. Hij betichtte me ervan niet veel verantwoordelijkheid te tonen. Ik vond dat als een tang op een varken slaan. Wie moet er hier nu wie achter de broek aan zitten?

Ik wees hem erop dat hij nog een half uur had. Hij wees me er nogmaals op dat hij geen geld had. Dat hij dan een week van €30 zou moeten leven. Ik zei dat een mens best een week van €30 kan leven maar volgens mijn GO is dat voor hem onmogelijk. Ik kreeg een hoop verwijten naar mijn hoofd. Zoals: “ik betaal me blauw om het hier voor jou leefbaar te houden”. Ten eerste: hij woont hier ook. Ten tweede: dat het hier leefbaar is, komt voornamelijk door mij. Ten derde: naar verhouding geven we ongeveer evenveel uit aan vaste lasten. Lulkoek met amandelen dus.

Ik wees hem erop dat hij nog een kwartier had. Hij wees me er nogmaals op dat hij geen geld had. Maar de auto moest opgehaald worden en ik weigerde het hele bedrag zelf te betalen. Zijn oplossing? “Dan houd ik de auto wel.” Erg grappig. Ten eerste: dat zou hem nog veel meer geld kosten en hij beweert zelf bij hoog en bij laag dat hij dat niet heeft. Ten tweede: we hadden afgesproken dat ik de auto zou meenemen en we hadden afgesproken dat hij de helft zou betalen. Afspraak is afspraak. Ik heb sinds mijn laatste operatie niet zo’n stijf poot gehad.

Nadat hij een tijdje op de poef voor zich uit had zitten staren (waarom zou hij zich ook haasten) kwam hij met een nieuwe oplossing. Of hij het geld dan mocht overmaken, dan zou ik het over een paar dagen hebben. Even een vraagje: als hij nu niet kan pinnen omdat hij geen geld heeft, hoe kan hij dan nu geld overmaken? Wederom lulkoek met amandelen. Toen bedacht hij zich dat hij een creditcard heeft, hij wist alleen niet waar het briefje met de pincode was. Over kwijt maken gesproken. Misschien had één van zijn gasten het verduisterd...

Ik wees hem erop dat hij nog vijf minuten had. Ik had toevallig zijn pincode net nog in mijn handen gehad omdat ik al onze papieren had uitgezocht. Hij zocht de hele stapel door en vond niets. Dat heet met je neus kijken. Ik zocht de stapel door en had het papiertje binnen tien seconden. Een kwartier te laat kon hij dan eindelijk gaan pinnen en ik de auto ophalen. Nu is hij weer verdwenen maar er moet nog één niet geheel onbelangrijke actie ondernomen worden: de auto moet op mijn naam gezet worden en daarvoor moeten we samen naar het postkantoor. Aangezien ik dankzij hem te laat op mijn functioneringsgesprek dreigde te komen, had ik vanmiddag geen tijd om daar iets over af te spreken. Uiteraard krijg ik weer geen reactie op mijn sms-berichten. En dan moet ík meer verantwoordelijkheid tonen? Fucking hilarious.

14 juli 2008

[Hilariteiten]

Besluiten dat het over is, is één ding. Daadwerkelijk uit elkaar gaan iets anders. Natuurlijk wist ik niet precies hoe het zou lopen. Het klinkt misschien raar, omdat ik bepaalde dingen wel had kunnen verwachten, maar toch val ik van de ene verbazing in de andere. Ik had gewoon niet gedacht dat mijn GO zich echt zo zou gaan gedragen als hij doet. Eerlijk gezegd vind ik het nogal kinderachtig en dat valt me van hem tegen. Hij ‘woont’ al twee weken bij Ludwig en hoewel ik compleet word buitengesloten (for the record: I don’t give a rat’s ass) en dus geen idee heb van het hoe en wat en waarom van alles, doet het verhaal een tikkeltje bizar aan. Nu krijg ik het slechts in stukjes en via verschillende bronnen op mijn bord geserveerd, maar toch.

Ludwig is ziek. Ziek als in; nog twee dagen tot zijn eerste chemokuur en vergaand van de postoperatieve pijn in zijn strot. Mijn GO doet alsof hij Florence Nightingale zelf is. Die enkele keer dat ik hem spreek, vindt hij het blijkbaar nodig om mij ervan op de hoogte te stellen hoe erg Ludwig er aan toe is en te vragen of ik dat eigenlijk wel besef. Vandaag ving hij zijn betoog zelfs aan met de theatrale woorden “als je hem nog wilt zien...” Alsof Ludwig overmorgen de pijp uit gaat. Lijkt me behoorlijk sterk. Bovendien wordt hij niet eens opgenomen, hij pendelt gewoon heen en weer tussen huis en ziekenhuis. Always with the drama...

Ik zeg: fucking hilarious. Waarom? Omdat mijn GO al jaren bepaald geen zorgzame indruk gemaakt heeft. Het was altijd wat. Heeft er iemand kanker? Ik wil niet mee want ik word depressief van kanker. Overlijdt er iemand? Ik wil niet blijven want ik heb existentialistische issues en ben bang voor de dood. Moet mijn halve voorvoet doorgezaagd worden? Ik ben onmisbaar op mijn werk en kan je niet vervoeren. Lig ik immobiel te wezen met een gipspoot en kan ik deswege geen zeven trappen af komen en boodschappen doen? Ik heb een borrel met de sectie dus dan lijd je maar honger. Lig ik creperend naar adem te happen en moet ik met spoed naar de radioloog wegens fikse longontsteking (ik kon door de pijn en sufheid niet autorijden en er reden geen bussen)? Ga maar met je zieke lijf op de fiets door een sneeuwstorm want ik heb nu geen tijd voor je. En al zo voort. Het zou zijn tijd wel duren. Zelfs een simpele vraag als ‘hoe gaat het nu met je?’ werd niet gesteld. Mijn vrienden en collega’s stonden klaar voor me, niet mijn GO. Het zou zijn tijd wel duren.

En nu heeft Ludwig kanker en kan hij het over niets anders hebben. Nu vraag ik je: wie denkt hij dat hij is om mij te vertellen hoe ik daarmee om moet gaan? Ik vraag me serieus af of mijn GO het allemaal wel zo erg vindt voor hem, of dat dit voor mijn GO gewoon een uitstekend excuus is om zich larmoyant te gedragen. De manier waarop hij doet alsof ik niets om anderen geef is eenvoudig pathetisch.

Een andere manier van dramatiseren uit zich in gejeremieer over zijn negatieve saldo. Persoonlijk kan ik me de tijd niet heugen dat hij niet rood stond maar dat terzijde. Hij wilde gerust een boete riskeren door vier maanden in een ongekeurde auto rond te rijden. Hij had geen geld voor de APK. Nu ik dan uiteindelijk zelf de auto naar de garage gebracht heb en we afgesproken hebben de kosten te delen, piept hij steen en been. “Ik heb geen geld en ik wil geen honger lijden” kreeg ik te horen. Van andere mensen hoor ik dat hij bijna elke dag feest viert. Uit eten, naar de film, bowlen, naar tropische zwemparadijzen, bier drinken in de kroeg, naar feestjes in clubs en vergeet de vakanties niet. Betaalt hij dat soms in natura?

En wat sputtert mijn GO dan door de telefoon: “ja maar jij hebt een spaarrekening dus jij hoeft geen honger te lijden”. Inderdaad. Ik heb een spaarrekening. En waarom heb ik die rekening? Omdat mijn GO niet met geld om kan gaan en ik altijd bang ben geweest dat ik daardoor in de problemen zou komen. Met andere woorden: of ik het even in mijn eentje op kon hoesten. Ik zeg: fucking hilarious. In tegenstelling tot mijn GO zorg ik wél dat ik mijn zaken regel. Hij verzint maar iets, desnoods eet hij kattenvoer, see if I care. Hij wist al voor al zijn ‘daily dates’ en vakantieuitgaven dat er bepaalde kosten gemaakt zouden moeten worden. Het was zijn eigen keuze om zijn geld anders te besteden.

De laatste hilarische mededeling (ik wist niet dat mijn GO zo grappig kon zijn) bestaat hieruit dat ik kennelijk ongevraagd over een stel privé spionnen beschik en deze wisten mij, eveneens ongevraagd, te vertellen dat mijn GO nogal onder de Finse plak zit. Ze lopen hand in hand rond op feestjes. En mijn GO heeft zijn nagels zwart gelakt, wat zonder twijfel onder de invloed van meisje Z gebeurd is. Len vroeg me wat voor meisje dat is en kwam niet meer bij toen ik in de omschrijving woorden als ‘comazuipen’ liet vallen. A match made in Dante’s Inferno. Wellicht dat mijn GO zich om die reden niet meer hier vertoont. Hij probeert me overduidelijk te ontlopen en je maakt mij niet wijs dat dit een considerate geste in mijn belang zou zijn. Het is goed met 'm. Misschien kan hij overwegen bij te beunen als komediant.

8 juli 2008

[Net zo makkelijk]

Mijn GO was de afgelopen dagen niet thuis geweest. Vannacht belde hij om te zeggen dat hij bij Ludwig bleef slapen. Prima. Dus vanmorgen stond ik als goede huisvrouw mijn lakens te strijken zodat ze netjes de verhuisdoos in kunnen, komt mijn GO binnen met meisje Z (Ludwig was “fed up with her” en had tegen mijn GO gezegd: “take her away” wat hij dus braaf gedaan heeft).

“Ah, you’re ironing my sheets!” riep hij verheugd. Heel grappig. Ten eerste zijn het mijn lakens, ten tweede heeft hij strijken altijd de grootst mogelijke onzin gevonden dus ik zie niet in waarom ik dat voor hem zou doen. Meisje Z was onder de indruk, aangezien het strijkgoed er bij haar na afloop nog erger aan toe is dan ervoor. Mijn GO deelde mij mede dat hij zich alleen even kwam opfrissen, wat neerkwam op het aantrekken van een schoon overhemd.
Een compleet verkreukeld overhemd. “That thing sure needs some ironing” merkte meisje Z op. Ik maakte geen aanstalten. Aangezien mijn GO nog niet weet hoe hij een strijkijzer moet vasthouden, laat staan hoe hij een overhemd moet strijken, en meisje Z net te kennen had gegeven een totale strijkramp te zijn, verwisselde hij het verfomfaaide kledingstuk voor een iets minder kreukelig t-shirt. Dat hemd moest maar in de strijkkast, een idee van zijn moeder: als je kleding maar strak genoeg tussen twee planken opstapelt dan wordt het vanzelf wel glad. Aber natürlich.

Terwijl de twee gezellig op de bank zaten te keuvelen over Dante’s Inferno en mijn vers gezette koffie opdronken, besloot ik dat dit een goed moment was om de Servicedesk scheiden en uit elkaar gaan te bellen. Er is bijna een maand verstreken sinds ik de papieren opgestuurd heb en ik had nog niets gehoord. Ze blijken een wachtlijst te hebben, scheiden is kennelijk hot. De bank zou alles regelen maar toen ik nog maar eens om bevestiging vroeg, bleek dit niet helemaal juist te zijn. Er moet een hypotheker gebeld worden voor de financiën en er moet een notaris aan te pas komen om een akte van ontslag van hoofdelijke aansprakelijkheid op te stellen. Dit zou mijn GO moeten regelen, dus ik gaf hem het nummer en zei: “regel dat”. Hij zou het regelen. Hij zei zelfs dat ik volgens zijn moeder niet mee hoefde naar de notaris, wat mij nogal sterk lijkt. Het meest vreemde vond ik dat hij dus wíst dat er een notaris gebeld moet worden en het hier nooit over gehad heeft terwijl ik over drie weken al weg ben. Alsof het totaal niet belangrijk is dat de zaken hier geregeld moeten worden. Hij laat alles aan mij over, zelfs de dingen die alleen met zijn medewerking geregeld kunnen worden. Maar zo is hij, makkelijk en laks zolang het hem uitkomt.

Mijn GO legde de telefoonnummers opzij want hij moest weer weg dus ik mag hopen dat hij de hypotheker inderdaad belt voor Sint Juttemis. Verder hoef ik er niet op te rekenen dat hij vannacht thuis slaapt. En oja, of ik misschien een leuk tropisch zwembad in de buurt weet. Ja joh, ga lekker naar het Tikibad. Dus: meneer is er kapot van dat we uit elkaar zijn (althans, ik hoor van anderen dat hij dat rond bazuint) en heeft nergens geld voor (dat beweert hij zelf) maar ondertussen heeft hij de grootste lol met zijn vrienden en kan hij lekker op vakantie, elke avond uit eten en gezellige uitstapjes maken. Als je het mij vraagt, klopt er hier iets niet. Then again, ik kan hem op wel meer vlakken niet volgen. Hij heeft logica gestudeerd, ik ben meer van het praktische en wat niet praktisch is, is voor mij niet logisch.

Sinds mijn GO toch vaker weg is dan thuis en zich vrij weinig van mij aantrekt, ga ik rustig verder met het inpakken van dozen. Dat hem dit deprimeert, is niet mijn probleem. Daar zal ik dan eens heel makkelijk in zijn. Ik heb heel lang zo veel mogelijk rekening met hem gehouden maar ook ik heb mijn grenzen. Misschien dat de dozen hem ervan kunnen overtuigen dat de tijd begint te dringen. Zo niet dan moet het spreekwoordelijke mes maar op de keel. Hij kan het krijgen zoals hij het hebben wil.

6 juli 2008

[Weekend update]

Het weekend deze keer ingeluid met Marcel en Inger in Northend. Ik ben bepaald geen kroegtijger (ik woon al 10 jaar in Leiden en ken slechts 5 kroegen) maar hier kom ik graag, al is het maar vanwege de Strongbow. Het rookverbod in horecagelegenheden is deze week ingegaan en het was grappig om te zien hoe veel mensen uit gewoonte nog hun pakjes sigaretten op tafel uitgestald hadden. De gesprekken gingen ook nergens anders over. Marcel (die al een half jaar gestopt is met roken maar naar mijn idee van fulltime roker is geswitcht naar gelegenheidsroker) had het er maar moeilijk mee en besloot buiten een peuk op te steken met andere galspugende kroegbezoekers. Ik ga die mafkees nog missen! Om nostalgische redenen de hele avond met een overdreven Leids accent gepraat want straks hoor ik natuurlijk niets dan zachte g’s en omgebogen klinkers.

Vrijdag nog maar eens een paar dozen opgehaald (wat je gratis kunt krijgen…) en koffie geleut bij Pieter en Katie, nog twee mensen die ik heel erg ga missen. Pieter had een heuse donutmachine (een mens krijgt tegenwoordig de meest vreemde kerstpakketten) waar hij als een ware keukenprins mee in de weer ging om ons een half uur later van een schaal feestelijk versierde, mierzoete minidonuts te voorzien. Dit lijkt wel de maand van het emo-eten, de feestdagen zijn er niks bij! Kleeft er toch nog een voordeel aan het feit dat ik vanaf volgende maand flink zal moeten gaan budgetteren; voorlopig is het afgelopen met de etentjes buiten de deur en van die dingen.

Mijn OVA had slecht nieuws en nog slechter nieuws maar geen verstand van slecht nieuwsgesprekken. Zodoende draaide hij eerst een kwartier om de hete brei heen waardoor ik op z’n minst dacht dat er iets vreselijk dramatisch aan de hand was maar dat viel gelukkig mee. We hadden bedacht dat het handig zou zijn om een garagebox te huren, voor de auto en fietsen en opslag van ‘dingen’, maar dat feest kan geen doorgang vinden. Aangezien de andere flat over twee jaar misschien een aantal garages moet inleveren in verband met de bouw van ‘iets anders’, moeten de garages van onze flat voor de gedupeerden van de andere flat vrij gehouden worden. Waarom wij dan in de voorafgaande twee jaar geen garagebox zouden kunnen huren, is me een raadsel maar dat zal wel Limbologica zijn. Het tweede slecht nieuwsitem bestond hieruit dat de hele geplande verbouwing ineens van de baan geschoven is wegens ‘iets met geen geld’. We krijgen dus geen nieuwe keuken en ook geen nieuwe badkamer (=geen bad, boeh!).

Mijn OVA riep sapristi! Mijn OVA is de enige andere persoon die ik dit woord ooit heb horen bezigen. Ik zeg het je: toeval bestaat niet. Het is een teken.

Op zaterdag zijn de mams, mijn OVA en ik naar de vorderingen in het huisje van broerlief gaan kijken in Sweet Lake City. Het wordt steeds leefbaarder en ik ben verrast over hoe handig mijn kleine broertje eigenlijk is. De paps heeft zijn klusgenen succesvol doorgegeven, al blijft hij natuurlijk met raad en daad klaarstaan voor zijn minder ervaren kroost. ’s Middags hebben we de mams meegesleurd naar het winkelcentrum voor een potje emo-shoppen (jee voor nieuwe riemen en Indiana Jones outfits!). Ze heeft het er stiekem toch wel moeilijk mee dat haar koters nu allebei zo ver van het nest gaan wonen. Arm mens. ’s Avonds ouderwets gezellig Monopoly gespeeld waarbij we uiteraard genadeloos ingemaakt werden door de paps. Het zal eens niet zo zijn.

Zondag een familieontbijt, net als vroeger lekker lui in de pyjama. Ik vind het zo leuk dat mijn OVA ook dat stukje van mijn leven leert kennen en dat hij door mijn ouders meteen heel warm is ontvangen in ons gezin. Het klopt zo goed allemaal dat het eng veel naar perfectie neigt. Het is voor mij zeker niet het makkelijkste jaar maar soms voelt het net alsof mijn dromen uitkomen. Het leven is vaak moeilijk en vermoeiend en ik check nog regelmatig of er geen addertjes in het gazon verstopt zitten maar boven alles is het leven mooi. Ik kan weer genieten en het beste daarvan is dat ik het kan delen.

’s Middags ben ik met mijn OVA (aka Bunkerman) naar Noordwijk gefietst. Vorige week zijn we in het Atlantik Wall Museum geweest maar omdat de rondleidingen toen vol zaten, zijn we vandaag terug gegaan voor de bunkertour. Gezellig met een stel Duitsers door de donkere gangetjes gebanjerd (met zaklampen, al ging de mijne natuurlijk binnen tien minuten al kapoedewoetsj) en een groot deel van de ondergrondse batterij bekeken. Daarna een visje gehapt op de boulevard (gratis want de visboer vergat af te rekenen), op de zomermarkt goedkope modieuze units op de kip getokt en het strand op gelopen om nog even uit te waaien. Dat hebben we geweten! In de verte zagen we een hoosbui aankomen en toen het begon te donderen kwam de kustwacht met een reddingsboot alle overmoedige badgasten uit zee jagen. Niet veel later begon het keihard te plenzen en moesten we rennen om te schuilen. Noem me dwaas maar ik vond het een hele romantische middag. Op de terugweg zijn we nog even naar Slot Teylingen gefietst om mijn OVA de historische trots van mijn dorp te laten zien en ultrazure appeltjes geplukt bij de slotgracht. We waren net op tijd binnen voor de volgende grandioze plensbui, treffende symboliek. Het twee-na-laatste afscheid volgde. Nog negentien nachtjes slapen.

29 juni 2008

[Een lage drukgebied boven Huize Hope]

Ik wil zo graag redelijk blijven. Ik weet dat ik het kan maar er zijn momenten waarop ik er simpelweg geen zin meer in heb. Hoe vaak moet ik blijven herhalen dat ik er niet op uit ben om hem een poot uit te draaien? Ik wil gewoon op een volwassen manier een probleem oplossen. Het enige wat ik verwacht is een beetje coöperatie en fatsoenlijk overleg. Kennelijk vraag ik nogal veel. Te veel. Vijfduizend euro tegenover een heel huis. Is dat onredelijk? Volgens mijn GO wel. Hij presenteert zichzelf als de kale kip waarvan je nu eenmaal niet kunt plukken.

Na een weekend vol gezelligheid keerde ik met een aanzienlijke hoeveelheid lood in mijn schoenen terug naar Huize Hope. Mijn GO was terug uit Moskou, maar niet thuis. De twee weken zonder hem zijn me prima bevallen en ik zag er eerlijk gezegd best tegen op om de leefruimte weer met hem te delen. Niet dat ik hem ineens zo intens haat dat ik hem niet in mijn nabijheid kan verdragen. Het was gewoon zo lekker rustig, zonder spanning of gezeur. Laat ik het zo zeggen: ik voelde een buitje hangen. En niet geheel onterecht.


De telefoon ging. Het was mijn GO. De bui barstte onmiddellijk los. Ik kreeg niet eens de kans een parapluutje op te steken. Mijn GO had een extreem deprimerende thuiskomst gehad. Koffer kwijt (die stond hier anders binnen 24 uur alweer pontificaal midden in de kamer met een grote hoeveel zwerfbagage er omheen), zijn neefje astma (dat is natuurlijk naar maar geen reden tot depressie) en het huis stond vol verhuisdozen (alsof het nieuw voor hem is dat ik wegga, bovendien waren het er maar vijf en waar moet ik ze dan zetten, op het dak?). En dan nog iets: het halve servies was weg (al eens in het afdruiprek gekeken? Ik heb alleen mijn eigen vier borden ingepakt, er staan er nog twaalf in de kast, hoeveel kun je er nodig hebben in je eentje?). Je moet je ergens druk om maken. Kommer en kwel dus.

Daar bleef het niet bij. Of ik al wist dat Ludwig kanker heeft. Ja, dat wist ik al. Waarom ik dan nog niet langs gegaan was, hij kwam er zelf namelijk net vandaan. Nadat ik het hoorde, heb ik meteen contact gezocht en vond dat voor nu voldoende. Of het me dan niets deed want ik reageerde zo onderkoeld. Ik ben me kapot geschrokken en vind het uiteraard heel erg maar helpt het als ik drama ga zitten maken? Waarom ik dan toch zo laconiek reageerde. Met iemand die me aan het sterfbed van mijn oma nog niet wil steunen (hij houdt niet van stervende mensen en is bang voor de dood), er zelfs op de begrafenis niet voor me is (halverwege ging hij weg), wil ik mijn zorgen of verdriet niet delen. Waarom ik een afstand lijk te creëren terwijl het om een van mijn beste vrienden gaat. Waar bemoeit hij zich in godsnaam mee?!

Mijn GO lijkt in alles wel een aanleiding tot depressie te kunnen vinden. Het gesprek ging nog verder want hij kon toch goedkoop bellen omdat ik in zijn met-korting-te-bellen-vrienden-lijst sta, al betwijfelde hij of dat zo moest blijven. Zelf weten. Ik vraag er niet om gebeld te worden. Maar hij had zijn trein gemist, verveelde zich en wilde daarom nog wel even uitweiden over waarom ik eigenlijk nauwelijks ergens recht op heb. De meest infantiele argumentaties passeerden de revue. Op dat punt werd ik pissig en kapte het gesprek af. Ik weiger mee te doen aan een telefonisch potje bekvechten over wie ooit wat betaald heeft. Twee weken is hij weg geweest en hij is nog niet thuis of ik krijg een bak ellende over me uitgestort, dat is voor niemand leuk. Maar mijn GO was nu eenmaal extreem gedeprimeerd. Het is mijn schuld. Hij zag het evengoed niet meer zitten maar ík heb gebroken.

Mijn GO kwam thuis. Terwijl mijn tenen zich nog opgekruld in mijn schoenen bevonden, deed hij alsof ons gesprek niet had plaatsgevonden. In mijn hoofd Acda en de Munnik. Cd van jou cd van miiijjjj. Ik sneed het onderwerp aan waar ik eigenlijk geen mes aan vuil wilde maken maar het moest toch gebeuren. Het verdelen van de spullen. Hoe meer ik meenam hoe beter want de herinneringen zouden te pijnlijk zijn, of zoiets. Maar niet de wasmachine want die heeft hij nodig. Jammer dan, het is mijn wasmachine. En de droger? Ook. Als hij zo moeilijk doet over de pegels, dan neem ik toch gewoon de inboedel mee?

Ik zag de depressie in vloeibare vorm aanzwellen in zijn ogen. Dit is hoe het altijd is gegaan: waar ik zakelijk wil zijn (probleem formuleren, analyseren, afwegingen maken en tot een oplossing komen), is hij emotioneel (huilen, irrelevante zaken oprakelen, het “ja-maar-jij” spelletje spelen, een existentialistisch drama van drie akten opvoeren) en hoe emotioneler hij wordt, hoe zakelijker ik me opstel. Vanzelfsprekend werkt dat niet, maar hij kan niet anders en ik wil niet anders. Het frustreert me tot en met. Stel je voor: ik zit ergens mee en leg dit uit. Hij begint te huilen. Ik moet hem troosten. Uiteindelijk is hij depressief en ik zit nog steeds met mijn probleem plus een sippende kerel. Een beknopte synopsis van waarom ik onze relatie eerder ergerlijk dan bevredigend begon te vinden. Hij begreep en begrijpt dit niet en ironisch genoeg is dit precies de reden van de breuk en dus zijn depressie.

26 juni 2008

[Na regen komt soms nog een bui]

Sluit ik mijn ogen, dan zie ik Kandinskyaanse taferelen. Dat is hoe mijn hoofd er van binnen uitziet: een grote kleurrijke chaos. Er moeten bergen verzet worden en ik wil wel maar ik kan niet. Zo moe. Tranen prikken maar vertikken het zomaar te stromen. Langzaam druppelt mijn emmertje vol en nauwelijks merkbaar sijpelen dunne straaltjes over de rand. Ik rommel en ik rook maar barst niet uit.

Hier is mijn verdriet onzichtbaar en wat mijn GO niet ziet, bestaat niet. Mijn meest kwetsbare zelf is hier steeds ontkend. Even flink zijn, telkens weer de kiezen op elkaar. Geen schouder om op te huilen, geen armen om in te schuilen. Geen sussende lippen en geen luisterend oor. Al jaren niet meer. Het was een kwestie van doorgaan of sterven, ik had geen keuze. En het was niet eens oorlog.

Is het vreemd dat ik me soms geen raad weet wanneer de storm in mijn kop weer opsteekt en ik me het liefst onder mijn dekens zou verstoppen in de hoop dat de slaap me komt verlossen van alles wat ik niet wil voelen? Is het vreemd dat ik soms wens dat ik even onzichtbaar zou kunnen zijn als mijn verdriet? Hier mag ik niet bang zijn of boos of verdrietig. Daar kan mijn GO niets mee. Hier mag mijn aanwezigheid slechts functioneel zijn.

Ik ben eraan gewend geraakt mezelf klein te maken wanneer ik niet lekker in mijn vel zit. Me te verstoppen zodat niemand het ziet. Zodat niemand het kan negeren of ridiculiseren. Zodat niemand het niet kan begrijpen. Bij mijn OVA ben ik niet onzichtbaar. Hij ziet het als er iets mis is, wil me begrijpen en troosten. Hij vervangt mijn bitterheid door hoop. Er zijn meer mensen die beweerd hebben me nooit in de steek te zullen laten. Soms vraag ik me af waarom ik het nog zou geloven, weet ik inmiddels niet beter dan zo naïef te zijn? Maar twijfel is geen goed fundament. Ik kan niet anders dan geloven in wat er tussen ons is, hopen dat het blijft en groeit en het grenzeloos liefhebben.

Ik moet leren mijn verdriet niet in mijn uppie weg te rationaliseren. De vraag is: hoe deel je zoiets? Het is zo complex, er zijn zoveel redenen. Meestal is het een combinatie van vermoeidheid, de veelheid van dingen die me paniekerig maakt en een specifieke druppel in de vorm van een concrete tegenslag. Tel daar een bezwaard gevoel (ik wil niemand tot last zijn, ik mag niet zwak zijn) en het onvermogen mezelf nader te verklaren (ik kan er geen logisch betoog van maken) bij op en ik klap dicht. Waar mijn OVA zijn eindeloze geduld vandaan haalt, weet ik niet maar ik ben er eindeloos dankbaar voor.

De weekenden met mijn OVA rek ik tot het uiterste om zo lang mogelijk bij hem te zijn. Toch zullen zich nog een stuk of wat dagen aandienen waarin ik zijn afwezigheid moet betreuren. Maar over een goede maand is dat eindelijk voorbij. Dan zullen we elkaar niet meer op de trein hoeven zetten, pruilend voor of achter glas. Hij zijn handen in de vorm van een hartje vouwend, ik hem een handkus toe blazend. Over een maand neem ik hier afscheid om nooit meer afscheid te hoeven nemen.

19 juni 2008

[Bad karma]

Er had iemand over de motorkap van mijn auto gekotst. #%$^(*&!! Dat heb ik weer. Ellen vond het zo grappig dat ze eerst vijf minuten naar adem moest happen van het lachen voordat ze me haar moeders theorie omtrent mijn kotsfobie kon beginnen uit te leggen. Dit incident zou een karmische les voor mij zijn en het universum zal pas ophouden mij met deze lessen te belagen wanneer ik op goede manier met mijn fobie kan omgaan. Fijn zo. Confrontations galore maar coping instruction manuals ho maar. Be this all as it may, erg vrolijk werd ik er niet van die hap ellende van mijn Suzi te moeten poetsen. Maar ik heb het wel gedaan dus het universum kan weer trots op me zijn. En nou kappen met die grappen!

18 maart 2008

[Zit er per ongeluk melk in mijn espresso, of doet u dat expres zo?]

Is het nu echt zo slecht gesteld met de hedendaagse horeca of ligt het gewoon aan mij? Of ik nu in Leiden, Londen, Leipzig of Lutjebroek ben, als ik er een horecagelegenheid bezoek, gaat er iets mis.

- Hebben ze tot drie keer toe niet wat ik wil (ik schijn over de speciale gave te beschikken altijd het 'broodje habenwirnicht' te bestellen... zet het dan niet op de kaart!),
- brengen ze me de kaart überhaupt niet (zie ik er soms uit alsof ik kom vasten?),

- Vergeten ze het bestelde broodmandje te brengen en komen ze er tijdens het hoofdgerecht nog eens mee aankakken (ja nou hoeft ’t niet meer hè…),
- vergeten ze mijn bestelling door te geven aan de keuken (en dan na anderhalf uur wel met een stalen gezicht zeggen “dat u toch wel weet dat u deze tafel maar tot 20:00 uur gereserveerd heeft”. Nee. Dat weet ik helemaal niet. Ik heb gereserveerd om 17:30 en als ik pas om 19:15 mijn voorgerecht krijg, ga ik er niet van uit dat ik de rest maar moet overslaan),
- bestel je knoflookbrood, krijg je een geroosterde boterham met een gefrituurde knoflook ernaast (oké, dat was dan wel weer komisch),
- is mijn eten koud of aangebrand (word dan geen kok!),
- smeren ze voor de gein de honing onder je bagle in plaats van ertussen zoals je zou verwachten (en natuurlijk krijg je er geen servetje bij),
- krijg ik een voorverpakte sandwich die ver over de houdbaarheidsdatum is (ja ik weet dat ik low budget vlieg maar ik hoef er geen gratis voedselvergiftiging bij),
- is mijn tafel dubbel geboekt (en me dan op kosten van het huis proberen dronken te voeren met ranzige raki in de hoop dat ik niet doorheb dat ik al ruim een uur honger zit te lijden),
- wordt mijn specifieke verzoek genegeerd (ik zei “zonder champignons” en wat is dit? Het lijkt verdomme wel Fungi Mountain!),
- hebben ze een gebrek aan fatsoen (komen ze bijvoorbeeld iets totaal onbelangrijks dwars door een emotionele toespraak heen tetteren. Some fucking manners please?!),
- word ik geacht mijn soep met mes en vork te consumeren (denk: Coming to America, man walks into a restaurant, orders al bowl of soup, asks the waiter: try the soup. - What, is it too cold? - Just try the soup. - Too spicy? - Will you just try the soup?! - There is no spoon. - Ahaaa!),
- krijg ik volstrekt niet waar ik om gevraagd heb (ziet dit eruit als espresso met chocola en marshmallows? Nee? En hoe komt dat? Omdat het #$*^! cappuccino met spekkies is!),
- krijg je bij wijze van goedmakertje gratis een nieuw drankje dat wél te hachelen is, rekenen ze het geretourneerde doodleuk af (ik heb het niet eens aangeraakt want ik lust geen melk in mijn fokking koffie, ik bestel niet voor niets espresso).

En al zo voort. Je vraagt je af waarom ik nog met zoveel regelmaat uit eten ga (er staan alweer vier etentjes op de planning, het zal mij benieuwen). Meer voor de gezelligheid dan voor het eten, luidt het antwoord. Maar later lachen we erom en een mens moet toch iets te klagen hebben (zolang ze maar niet in mijn pasta fluimen oid). Jatochnietdan?