Het is bijna november en de zon schijnt. Twintig graden boven nul zegt de thermometer, het lijkt wel zomer. Eeuwig zonde om je dag, zoals manlief gepland lijkt te hebben, in bed door te brengen. Dat feest gaat niet door want er is werk aan de winkel en ik heb een sjouwpiet nodig aangezien mijn sjouwspieren een tikkeltje overbelast zijn en de rest van mij kan ook wel een beetje rust gebruiken. Vandaag even een klusbreak dus. Te veel is ook niet goed, zo zegt men. Voor je het weet is je muntje op en daar sta je dan midden tussen al je in duigen gevallen plannen.
Het idee is dat ik zodadelijk nog twee stukjes plint op maat zaag (ik doe niet aan plintenknippers, daar ontploffen je spierballen van) en dan is de eerste vloer helemaal klaar. Er is geen man aan te pas gekomen, waarmee ik maar even wil bewijzen dat het onzin is dat vrouwen dit soort dingen niet kunnen (geloof me, er zijn er genoeg in mijn omgeving die dat onvermurwbaar blijven volhouden). Helaas pindakaas voor de vrouwen die dit als smoes gebruiken om onder een dergelijke klus uit te komen. De handzaag jas je moeiteloos door de ondervloerplaten en cirkelzagen en decoupeerzagen zijn heel vrouwvriendelijk. Het gebruik ervan vereist minimale spierkracht, je hoeft slechts secuur te meten en goed te mikken. Mijn papa had gelijk, kind kan de was doen, daar heb je echt geen klusjesman voor nodig.
Wie mij een maand geleden had gezegd dat ik in dit hele proces een van de grootste optimisten in het kluspand zou zijn, had ik heel hard uitgelachen. Eerlijk gezegd had ik verwacht dat ik een gigantische kluns zou zijn en dat ik continu zou moeten terugvallen op 'mensen die er verstand van hebben'. Inmiddels zie ik ook wel in dat het niet zo'n kunst is om zelf ergens verstand van te krijgen. Al doende leert men, alweer zo'n rake uitspraak. Het past mooi bij mijn eigenwijze zelluf-doen-attitude. Ik presteer dingen die ik van tevoren niet voor mogelijk hield en, al zal het eindresultaat dan niet zo perfect zijn als wanneer ik wel een klusjesman had ingehuurd, dat doet deugd.
Natuurlijk zit er ook een keerzijde aan het verhaal. Mijn optimisme is de afgelopen maand herhaaldelijk omgeslagen in pure overmoed en dat heb ik geweten. Op die momenten luidde het motto: worstel en kom boven. Af en toe heb ik even iemand nodig die aan mijn noodrem trekt, een helpende hand uitsteekt of de enge beesten uit mijn gloednieuwe slaapkamer verdrijft. Het feit dat ik op dit moment niet als een zielig, oververmoeid hoopje ellende door het huis sjok maar een welgemeende lach op mijn gezicht draag, heb ik dan ook echt te danken aan deze mensen.
Ten slotte wil ik u nog de volgende wijsheid meegeven: er is geen koe zo bont of er zit wel een vlekkie aan, maar dan hoef je 'm nog niet meteen aan de staart te trekken. Dus. En dan kunnen nu de motoren gestart worden want het is koopzondag bij Ikea. Volle kracht vooruit en recht zo die gaat.
30 oktober 2005
[Arbeid adelt, maar nu even niet]
29 oktober 2005
[Leidse piskousen]
Het zal wel typisch vrouwelijk zijn: vaak moeten plassen. Of 'een zwakke blaas hebben' zoals sommige mensen dat noemen. Ik hoor er in ieder geval nooit een kerel over klagen. Hooguit over de zwakke blaas van zijn vrouwelijke partner maar nooit over zijn eigen blaas. Misschien bestaan er wel zwakgeblaasde mannen maar klagen die gewoon niet over dergelijke futiliteiten. Het zou zomaar kunnen. Hoe dan ook, na tien minuten over de markt rond gebanjerd te hebben en behalve een kop koffie en een glas water nog geen druppel vocht tot me genomen te hebben, was de nood aan de blaas.
Er waren twee opties: een terrasje opzoeken, wat ik sowieso al van plan was, en daar na het bestellen van een gezellige cocktail het toilet gebruikn of naar V&D. Ik koos voor optie 2 want de nood was hoog en de V&D nabij. Ik worstelde me door de koopjesjagende mensenmassa heen naar de roltrap en begaf me naar de vierde etage. Er stond een rij voor de toiletten waar ik niet vrolijk van werd.
Ik sloot netjes aan en terwijl ik wachtte, zocht ik alvast wat kleingeld bij elkaar. Twee geblondeerde toiletjuffrouwen waren druk met elkaar in gesprek. De een had een spuitbus en een voddige poetslap waar je dwars doorheen kon kijken in haar hand, de ander verzamelde het kleingeld in haar schort.
"Mèèèhds, hèje die grraatsenbaal zien weggaan? Hadsen bledderrr as 'n arrebei!"
"Zekerrr las van d'rrr stoelgang, 'k mos poetse azzun zots."
"Ga mee zo 'n bakkie doen dan? Effe 'n luchie scheppe, 't lijk hierrr goodoome wel jodenpase ook nog."
De toiletjuffrouw met het vodje zette een bordje bij de ingang en een schoteltje voor kleingeld. Daarna liep ze naar voren om voor vertrek met het vodje de toiletbrillen nog maar eens te poetsen. Ik was bijna aan de beurt. Nog één wachtende voor me. Er ging een deur open en de toiletjuffrouw richtte haar handpalm naar de rij alsof ze een verkeersagent was. We moesten even wachten. Met de spuitbus spoot ze wat schoonmaakmiddel op haar vodje, toen waggelde ze naar het vrijgekomen toilet. Tot mijn grote schrik bukte ze voorover (dat op zich was al geen uitzicht om over naar huis te schrijven) en veegde de natte vloer schoon. Kennelijk had er iemand naast de pot gepiest. Vervolgens haalde ze hetzelfde vodje over de toiletbril en riep ze "vooolgende pesjèèènts!"
"Getverdemme!" riep ik, mezelf strikt beperkend tot die ene noodzakelijk 'r' in het woord en zo luid dat de hele rij kon meegenieten. De toiletjuffrouw keek me verontwaardigd aan.
"Hadsje errreges een prrrobleem mee dan juffie? Je ken voorrr klachte naarrr de bedrrrijfsleierrr hoorrr. Tsal mijn 'n meleurrr weze."
"En óf ik ergens een probleem mee heb. u denkt toch niet dat ik op een bril ga zitten die u even met de Franse slag afveegt terwijl u vlak daarvoor met hetzelfde vodje de vloer urinevrij geveegd hebt?!"
Achter me stond een oude man te gniffelen. "U heeft gelijk hoor, dat is ronduit smerig wat zij daar presteert en dan verwachten ze wel van je dat je netjes betaalt. Gelukkig kan een heer blijven staan." De oude man gaf me een knipoog. De toiletjuffrouw stak haar neus in de lucht en wilde verder waggelen om het volgende vrijgekomen toilet te 'reinigen' maar ik was sneller dan het oude waggelende poetsgevaarte. "Laat u maar" zei ik en sloot de deur achter me. Wanneer je als toilettenkuiser wordt aangenomen, moet je ook van kuisen weten. Natuurlijk was ik sowieso niet van plan op die bril te gaan zitten. Al had ze er een splinternieuwe poestdoek overheen gehaald. Ik heb het niet zo op openbare plasgelegenheden.
Toen ik weer naar buiten kwam, waren de toiletjuffrouwen verdwenen. Waarschijnlijk een bakkie doen. Ik legde een muntstuk van twintig cent op het daarvoor bestemde schoteltje en haastte me naar buiten om zelf een luchtje te scheppen. Ik zocht een plekje op een terras, bestelde een drankje en sloeg het literair tijdschrift dat op tafel lag (waarschijnlijk was iemand het vergeten mee te nemen) ergens in het midden open. "Het Leids sterft langzaam uit; Hans Heestermans redt de rrrrr voor het nageslacht" las ik. Goeie genade! Het Leids dat de ras-Leidenaar spreekt, is een lelijk klinkend, platvloers dialect dat je liever niet wilt horen en al helemaal niet wilt spreken, laat staan redden! Het is geen gehoor. Desalniettemin wil Heestermans dit stukje taal op papier vereeuwigen in de vorm van een heus Leids woordenboek. Mijn zegen heeft hij. Misschien komt het me nog eens van pas wanneer ik mijn kleinkinderen later anekdotes vertel over mijn Leidse oma.
Ik dronk mijn glas leeg, las het tijdschrift uit en vroeg de ober of ik kon afrekenen. "Zekerrrstewete mevrrrouw, twee eurrrootsjes asteblief." Ik ga de man een euro extra, waarop hij me verbaasd aankeek. "Het is goed zo. Ik denk dat ik mijn drankje hier maar achterlaat." De man keek me nu nog verbaasder aan, bekeek mijn lege glas en fronste. Ik glimlachte, wees naar het bordje met plastarieven en liep naar het toilet.
Er waren twee opties: een terrasje opzoeken, wat ik sowieso al van plan was, en daar na het bestellen van een gezellige cocktail het toilet gebruikn of naar V&D. Ik koos voor optie 2 want de nood was hoog en de V&D nabij. Ik worstelde me door de koopjesjagende mensenmassa heen naar de roltrap en begaf me naar de vierde etage. Er stond een rij voor de toiletten waar ik niet vrolijk van werd.
Ik sloot netjes aan en terwijl ik wachtte, zocht ik alvast wat kleingeld bij elkaar. Twee geblondeerde toiletjuffrouwen waren druk met elkaar in gesprek. De een had een spuitbus en een voddige poetslap waar je dwars doorheen kon kijken in haar hand, de ander verzamelde het kleingeld in haar schort.
"Mèèèhds, hèje die grraatsenbaal zien weggaan? Hadsen bledderrr as 'n arrebei!"
"Zekerrr las van d'rrr stoelgang, 'k mos poetse azzun zots."
"Ga mee zo 'n bakkie doen dan? Effe 'n luchie scheppe, 't lijk hierrr goodoome wel jodenpase ook nog."
De toiletjuffrouw met het vodje zette een bordje bij de ingang en een schoteltje voor kleingeld. Daarna liep ze naar voren om voor vertrek met het vodje de toiletbrillen nog maar eens te poetsen. Ik was bijna aan de beurt. Nog één wachtende voor me. Er ging een deur open en de toiletjuffrouw richtte haar handpalm naar de rij alsof ze een verkeersagent was. We moesten even wachten. Met de spuitbus spoot ze wat schoonmaakmiddel op haar vodje, toen waggelde ze naar het vrijgekomen toilet. Tot mijn grote schrik bukte ze voorover (dat op zich was al geen uitzicht om over naar huis te schrijven) en veegde de natte vloer schoon. Kennelijk had er iemand naast de pot gepiest. Vervolgens haalde ze hetzelfde vodje over de toiletbril en riep ze "vooolgende pesjèèènts!"
"Getverdemme!" riep ik, mezelf strikt beperkend tot die ene noodzakelijk 'r' in het woord en zo luid dat de hele rij kon meegenieten. De toiletjuffrouw keek me verontwaardigd aan.
"Hadsje errreges een prrrobleem mee dan juffie? Je ken voorrr klachte naarrr de bedrrrijfsleierrr hoorrr. Tsal mijn 'n meleurrr weze."
"En óf ik ergens een probleem mee heb. u denkt toch niet dat ik op een bril ga zitten die u even met de Franse slag afveegt terwijl u vlak daarvoor met hetzelfde vodje de vloer urinevrij geveegd hebt?!"
Achter me stond een oude man te gniffelen. "U heeft gelijk hoor, dat is ronduit smerig wat zij daar presteert en dan verwachten ze wel van je dat je netjes betaalt. Gelukkig kan een heer blijven staan." De oude man gaf me een knipoog. De toiletjuffrouw stak haar neus in de lucht en wilde verder waggelen om het volgende vrijgekomen toilet te 'reinigen' maar ik was sneller dan het oude waggelende poetsgevaarte. "Laat u maar" zei ik en sloot de deur achter me. Wanneer je als toilettenkuiser wordt aangenomen, moet je ook van kuisen weten. Natuurlijk was ik sowieso niet van plan op die bril te gaan zitten. Al had ze er een splinternieuwe poestdoek overheen gehaald. Ik heb het niet zo op openbare plasgelegenheden.
Toen ik weer naar buiten kwam, waren de toiletjuffrouwen verdwenen. Waarschijnlijk een bakkie doen. Ik legde een muntstuk van twintig cent op het daarvoor bestemde schoteltje en haastte me naar buiten om zelf een luchtje te scheppen. Ik zocht een plekje op een terras, bestelde een drankje en sloeg het literair tijdschrift dat op tafel lag (waarschijnlijk was iemand het vergeten mee te nemen) ergens in het midden open. "Het Leids sterft langzaam uit; Hans Heestermans redt de rrrrr voor het nageslacht" las ik. Goeie genade! Het Leids dat de ras-Leidenaar spreekt, is een lelijk klinkend, platvloers dialect dat je liever niet wilt horen en al helemaal niet wilt spreken, laat staan redden! Het is geen gehoor. Desalniettemin wil Heestermans dit stukje taal op papier vereeuwigen in de vorm van een heus Leids woordenboek. Mijn zegen heeft hij. Misschien komt het me nog eens van pas wanneer ik mijn kleinkinderen later anekdotes vertel over mijn Leidse oma.
Ik dronk mijn glas leeg, las het tijdschrift uit en vroeg de ober of ik kon afrekenen. "Zekerrrstewete mevrrrouw, twee eurrrootsjes asteblief." Ik ga de man een euro extra, waarop hij me verbaasd aankeek. "Het is goed zo. Ik denk dat ik mijn drankje hier maar achterlaat." De man keek me nu nog verbaasder aan, bekeek mijn lege glas en fronste. Ik glimlachte, wees naar het bordje met plastarieven en liep naar het toilet.
21 oktober 2005
[Pimp my toilet]
Je moet immers klein beginnen en waar doe je dat beter dan op het kleinste kamertje? Mijn toilet wordt compleet gemetamorfoseerd. Ik ben nog niet klaar (er moet ook nog écht gewerkt worden en de man, die toch al klusschuw is, ligt ziek op bed - aan de andere kant: dan loopt hij ook niet in de weg) maar het verschil is nu al spectaculair te noemen. Natuurlijk ben ik een beginner en zit ik de helft van de tijd met mijn nog niet wijs genoege neus in de grote klusalmanak omdat ik werkelijk nergens verstand van heb. Het zijn leerzame tijden voor de pseudo-doe-het-zelver.
Eén van de lessen die ik geleerd heb is: het verbouwen van een toilet is een ingewikkeld karwei. Let goed op, hier kunt u iets van leren!
Neem een stevige bijtel en een moker ter hand en bik alle wandtegels netjes van de muur. Na afloop heb je gegarandeerd een dikke spierbal. Houd de bijtel zo verticaal mogelijk zodat je geen gaten in de muur beukt; stuken is geen pretje. Zet vooral een bril op wanneer je geen tegelsplinters in je ogen wilt krijgen. Ik deed het niet en heb vervolgens twee dagen met mono-visie moeten leven. In klusland is éénoog duidelijk geen koning. Leg de nieuwe wandtegels in een bak water totdat ze zichzelf volgeslurpt hebben, smeer er tegellijm op (gelijkmatig verdelen) en betegel de muur van onder naar boven. Niet vergeten een lijntje te trekken zodat de tegeltjes waterpas bevestigd worden, je kunt er nu eenmaal niet blind op vertrouwen dat een ruimte netjes recht gebouwd is. Een dag later kun je de tegels voegen.
Klim op de oude poepdoos en doe met een zilveren theelepeltje de grote muur- en plafonddiagnose. Je hebt drie opties:
1. geeft de ondergrond af dan heb je te maken met een kalklaag.
2. blijft er een zwarte streep achter dan heb je te maken met synthetische muurverf.
3. gebeurt er in beide gevallen niets dan heb je te maken met latexverf en kun je jezelf gelukkig prijzen.
Ik hoopte op optie 3 maar stuitte op optie 1. Dat werd dus een half uur lang alle scheldwoorden die ik kende uitroepen en daarna de hele ochtend mijn armen lam boenen met water en soda totdat er geen spoortje kalk meer te bekennen was. Op het plafond, dat is, want zelf was ik helemaal wit. Likje verf op de muren, laagje latex op het plafond en je kamertje ziet er meteen een stuk knapper uit. Als de boel opgedroogd is, kun je de leidingen opschuren, poetsen en verven.
Nu kan het oude toilet verwijderd worden. Leeg voordat je hieraan begint nog wel even de blaas en/of darmen want het kan even duren voordat er weer fatsoenlijk getoiletteerd kan worden. Eerst sluit je de watertoevoer af. Dat is heel belangrijk wanneer je geen natte voeten en boze onderburen wilt krijgen. Laat de spoelbak leeglopen voordat je deze verwijdert anders heb je alsnog natte voeten. Draai de stopkraan dicht en trek de wc door. Hierna kun je de stortbak en de pot losschroeven en weghalen. Wat je overhoudt is een gat waar een gigantische stankwalm uit opstijgt. Mensen met een zwakke maag doen er verstandig aan de neus te dichten met twee stuks Tampax of een ouderwetse wasknijper. Nu volgt het minst frisse klusje: verwijder het oude afvoermanchet. Gebruik hierbij vooral een paar rubberen handschoenen. De reden hiervoor laat zich raden. Stop het gat snel dicht met een krantenprop, zo neemt de stankkracht af en kan er geen rommel in het gat vallen waardoor de afvoer verstopt raakt. Geloof me, zo'n beerput wil je niet ontstoppen.
Nu de ruimte vrij is van obstakels kun je de vloer betegelen. Uit ervaring weet ik dat het verwijderen van tegels een ontzettende kutklus is dus wanneer je genoeg ruimte hebt (zolang de deur nog open kan dus) laat je de oude tegels lekker liggen, reinig je ze grondig en lijm je de nieuwe er gewoon netjes overheen. Ik was degene die zo nodig een mozaïekvloer wilde dus nou moet ik ook niet zeuren maar ik moet toch even kwijt dat ook dat klusje behoorlijk vies tegenvalt. Het zijn namelijk tegeltjes van één bij één centimeter die je keurig recht en evenwijdig aan elkaar op de ondergrond moet vastlijmen. Daar kun je gerust een stiefkwartiertje voor uittrekken. Laat je niet uit het veld slaan wanneer blijkt dat de vloer een tikkeltje schuin afloopt en het kamertje niet vierkant is maar stiekem en heel subtiel de vorm heeft van een trapezium waardoor je halverwege ineens een halve tegelbreedte overhooudt. Een beetje slim smokkelen met de lijmdikte en voegbreedte doet wonderen. Zodra de lijm droog is, maak je de tegeltjes nat met een spons en water en kun je weer gaan voegen.
We zijn inmiddels zo ver dat we het nieuwe duoblok in elkaar kunnen zetten en van een bril kunnen voorzien. Het lijkt een beetje op het maken van een grote 3D-puzzel. Wees zuinig op de instructies wanneer je geen ervaren toiletmonteur bent want er zitten zo allejezusveel schroefjes, moertjes, ringetjes en rubbertjes bij dat de kans dat je het op de gok in één keer goed doet nihil is. Nu is het juiste moment om je handige kluspaps op te bellen met de vraag of hij de wc wil aansluiten op de toe- en afvoer. Sommige dingen kun je nu eenmaal beter aan de doorgewinterde doe-het-zelver overlaten. Als laatste controleer je of de pot waterpas staat, schroef je hem vast en dicht je de naden onder aan de pot met siliconenkit. Het is ook niet onverstandig om nu de watertoevoer weer open te draaien, dat trekt wat makkelijker door.
Ik schrijf dit natuurlijk niet alleen voor uw gemak, mocht ik u geïnspireerd hebben tot het pimpen van uw eigen toilet. Ik schrijf dit vooral om mezelf eraan te herinneren waarom ik nog maar eens een nachtje over nieuwe verhuisplannen moet slapen als ik op een dag wakker word met verhuisdrang (iets wat ik me op dit moment onmogelijk kan voorstellen maar je weet maar nooit). Als ik al anderhalve week nodig heb om een hokje van één vierkante meter op te knappen, dan mag u uitrekenen hoeveel tijd ik nog nodig heb om de rest van de 90m2 te doen...
Eén van de lessen die ik geleerd heb is: het verbouwen van een toilet is een ingewikkeld karwei. Let goed op, hier kunt u iets van leren!
Neem een stevige bijtel en een moker ter hand en bik alle wandtegels netjes van de muur. Na afloop heb je gegarandeerd een dikke spierbal. Houd de bijtel zo verticaal mogelijk zodat je geen gaten in de muur beukt; stuken is geen pretje. Zet vooral een bril op wanneer je geen tegelsplinters in je ogen wilt krijgen. Ik deed het niet en heb vervolgens twee dagen met mono-visie moeten leven. In klusland is éénoog duidelijk geen koning. Leg de nieuwe wandtegels in een bak water totdat ze zichzelf volgeslurpt hebben, smeer er tegellijm op (gelijkmatig verdelen) en betegel de muur van onder naar boven. Niet vergeten een lijntje te trekken zodat de tegeltjes waterpas bevestigd worden, je kunt er nu eenmaal niet blind op vertrouwen dat een ruimte netjes recht gebouwd is. Een dag later kun je de tegels voegen.
Klim op de oude poepdoos en doe met een zilveren theelepeltje de grote muur- en plafonddiagnose. Je hebt drie opties:
1. geeft de ondergrond af dan heb je te maken met een kalklaag.
2. blijft er een zwarte streep achter dan heb je te maken met synthetische muurverf.
3. gebeurt er in beide gevallen niets dan heb je te maken met latexverf en kun je jezelf gelukkig prijzen.
Ik hoopte op optie 3 maar stuitte op optie 1. Dat werd dus een half uur lang alle scheldwoorden die ik kende uitroepen en daarna de hele ochtend mijn armen lam boenen met water en soda totdat er geen spoortje kalk meer te bekennen was. Op het plafond, dat is, want zelf was ik helemaal wit. Likje verf op de muren, laagje latex op het plafond en je kamertje ziet er meteen een stuk knapper uit. Als de boel opgedroogd is, kun je de leidingen opschuren, poetsen en verven.
Nu kan het oude toilet verwijderd worden. Leeg voordat je hieraan begint nog wel even de blaas en/of darmen want het kan even duren voordat er weer fatsoenlijk getoiletteerd kan worden. Eerst sluit je de watertoevoer af. Dat is heel belangrijk wanneer je geen natte voeten en boze onderburen wilt krijgen. Laat de spoelbak leeglopen voordat je deze verwijdert anders heb je alsnog natte voeten. Draai de stopkraan dicht en trek de wc door. Hierna kun je de stortbak en de pot losschroeven en weghalen. Wat je overhoudt is een gat waar een gigantische stankwalm uit opstijgt. Mensen met een zwakke maag doen er verstandig aan de neus te dichten met twee stuks Tampax of een ouderwetse wasknijper. Nu volgt het minst frisse klusje: verwijder het oude afvoermanchet. Gebruik hierbij vooral een paar rubberen handschoenen. De reden hiervoor laat zich raden. Stop het gat snel dicht met een krantenprop, zo neemt de stankkracht af en kan er geen rommel in het gat vallen waardoor de afvoer verstopt raakt. Geloof me, zo'n beerput wil je niet ontstoppen.
Nu de ruimte vrij is van obstakels kun je de vloer betegelen. Uit ervaring weet ik dat het verwijderen van tegels een ontzettende kutklus is dus wanneer je genoeg ruimte hebt (zolang de deur nog open kan dus) laat je de oude tegels lekker liggen, reinig je ze grondig en lijm je de nieuwe er gewoon netjes overheen. Ik was degene die zo nodig een mozaïekvloer wilde dus nou moet ik ook niet zeuren maar ik moet toch even kwijt dat ook dat klusje behoorlijk vies tegenvalt. Het zijn namelijk tegeltjes van één bij één centimeter die je keurig recht en evenwijdig aan elkaar op de ondergrond moet vastlijmen. Daar kun je gerust een stiefkwartiertje voor uittrekken. Laat je niet uit het veld slaan wanneer blijkt dat de vloer een tikkeltje schuin afloopt en het kamertje niet vierkant is maar stiekem en heel subtiel de vorm heeft van een trapezium waardoor je halverwege ineens een halve tegelbreedte overhooudt. Een beetje slim smokkelen met de lijmdikte en voegbreedte doet wonderen. Zodra de lijm droog is, maak je de tegeltjes nat met een spons en water en kun je weer gaan voegen.
We zijn inmiddels zo ver dat we het nieuwe duoblok in elkaar kunnen zetten en van een bril kunnen voorzien. Het lijkt een beetje op het maken van een grote 3D-puzzel. Wees zuinig op de instructies wanneer je geen ervaren toiletmonteur bent want er zitten zo allejezusveel schroefjes, moertjes, ringetjes en rubbertjes bij dat de kans dat je het op de gok in één keer goed doet nihil is. Nu is het juiste moment om je handige kluspaps op te bellen met de vraag of hij de wc wil aansluiten op de toe- en afvoer. Sommige dingen kun je nu eenmaal beter aan de doorgewinterde doe-het-zelver overlaten. Als laatste controleer je of de pot waterpas staat, schroef je hem vast en dicht je de naden onder aan de pot met siliconenkit. Het is ook niet onverstandig om nu de watertoevoer weer open te draaien, dat trekt wat makkelijker door.
Ik schrijf dit natuurlijk niet alleen voor uw gemak, mocht ik u geïnspireerd hebben tot het pimpen van uw eigen toilet. Ik schrijf dit vooral om mezelf eraan te herinneren waarom ik nog maar eens een nachtje over nieuwe verhuisplannen moet slapen als ik op een dag wakker word met verhuisdrang (iets wat ik me op dit moment onmogelijk kan voorstellen maar je weet maar nooit). Als ik al anderhalve week nodig heb om een hokje van één vierkante meter op te knappen, dan mag u uitrekenen hoeveel tijd ik nog nodig heb om de rest van de 90m2 te doen...
12 oktober 2005
[K(r)amperen in eigen huis]
Ik ben nog lang niet zo handig als ik graag zou willen, maar sinds de wil er is, geloof ik dat het er alleen maar beter op kan worden. Het gaat alleen niet bepaald snel aangezien ik voornamelijk aan het soloklussen ben en ik het idee heb dat ik elke dag opnieuw het wiel moet uitvinden. Als je gaat tegelen moet je eerst de tegels in bad doen en lijntjes waterpas op de muur tekenen in verband met het trompe l'oeil effect. Voor je er erg in hebt zitten die krengen scheef en zie ze dan maar eens los te krijgen. Als je een verfroller vaker dan eens wilt gebruiken, moet je het ding in zilverfolie wikkelen en in de koelkast bewaren. Je moet er maar op komen.
Tegels voegen is ook nog niet zo simpel als de klusjesmannen in klussen en wonen doen vermoeden. Alleen al het bepalen van de juiste dikte van het voegpapje ('beetje water erbij, even roeren, en klaar is je nesquick') kostte me een kwartier. Ervaring leert mij dat het er zo weer uitdruipt als het te dun is en maak je het de dik dan wordt het te korrelig en krijg je het niet mooi glad tussen de tegels gesmeerd. Het spul heeft bovendien de neiging erg snel te drogen dus treuzelen is er niet bij. Dat viel niet mee omdat ik om de vijf minuten een bloedneus kreeg (ik ben nog steeds niet beter) en uiteindelijk besloot ik er watten in te stoppen (voegpoeder snuiven is meteen weer zo definitief als het om gaten dichten gaat) zodat ik de klus ongestoord kon klaren. Grote, rechte oppervlakten zijn op zich goed te doen maar mijn muurtje was smal en voorzien van gaten waar de waterleidingen naar buiten kwamen. Een smal vlak waar de strijkplank maar nauwelijks tussen past is bijna niet diagonaal te voegen en sinds ik nooit eerder voegen had aangebracht, was het een hele kunst om ook die gaten en de hoeknaad dicht te krijgen met het grote strijkgevaarte. Ik ben bijna klaar, maar nu durf ik niet verder want er zitten gaten in de muur waar draadjes uitsteken waar nog stroom op staat. Aangezien de stoppen hier al een paar keer doorgeslagen zijn, ik al één keer geëlektrocuteerd ben en de keuken bijna afgebrand is door een ontplofte contactdoos, blijf ik daar het liefst ver bij uit de buurt.
Tijd om me uit te leven op een van de muren. Nu weet u, schilders en ververs zijn knoeiers en bedervers. Wat u misschien niet weet, is dat dit heus niet altijd ligt aan degene die de kwast of roller vasthoudt. Sommige muren zijn gewoon bijzonder lastig te bewerken. Om maar eens iets te noemen: gepleisterde wanden met een grove, diepe structuur. Ik heb gegranolde muren altijd al lelijk gevonden, maar nu ik ze zelf moet sauzen groeit mijn hekel gestaag. Wat een takkeklus! Je rolt je een ongeluk en telkens wanneer je denkt dat de muur eindelijk egaal geschilderd is, ontdek je weer een stukke pixel. Zo ben je nog rustig een uur bezig om met een penseel al die minuscule rotgaatjes in de goede kleur te krijgen omdat de roller minder toereikend is dan gewenst. De blaren staan inmiddels in mijn handpalmen en mijn armspieren doen zeer maar ik rust niet voordat die muur er zo uitziet als ik wil. Een tweede laag in één keer dekkende muurverf (óf ik doe iets heel erg verkeerd, óf je moet gewoon niet alles geloven wat er op zo'n pot staat) zal weldra aangebracht worden. Eerst verticaal, dan horizontaal, vervolgens diagonaal, snel werken en correct overlappen. Ooit gaat het er mooi uitzien. Heus.
Tegels voegen is ook nog niet zo simpel als de klusjesmannen in klussen en wonen doen vermoeden. Alleen al het bepalen van de juiste dikte van het voegpapje ('beetje water erbij, even roeren, en klaar is je nesquick') kostte me een kwartier. Ervaring leert mij dat het er zo weer uitdruipt als het te dun is en maak je het de dik dan wordt het te korrelig en krijg je het niet mooi glad tussen de tegels gesmeerd. Het spul heeft bovendien de neiging erg snel te drogen dus treuzelen is er niet bij. Dat viel niet mee omdat ik om de vijf minuten een bloedneus kreeg (ik ben nog steeds niet beter) en uiteindelijk besloot ik er watten in te stoppen (voegpoeder snuiven is meteen weer zo definitief als het om gaten dichten gaat) zodat ik de klus ongestoord kon klaren. Grote, rechte oppervlakten zijn op zich goed te doen maar mijn muurtje was smal en voorzien van gaten waar de waterleidingen naar buiten kwamen. Een smal vlak waar de strijkplank maar nauwelijks tussen past is bijna niet diagonaal te voegen en sinds ik nooit eerder voegen had aangebracht, was het een hele kunst om ook die gaten en de hoeknaad dicht te krijgen met het grote strijkgevaarte. Ik ben bijna klaar, maar nu durf ik niet verder want er zitten gaten in de muur waar draadjes uitsteken waar nog stroom op staat. Aangezien de stoppen hier al een paar keer doorgeslagen zijn, ik al één keer geëlektrocuteerd ben en de keuken bijna afgebrand is door een ontplofte contactdoos, blijf ik daar het liefst ver bij uit de buurt.
Tijd om me uit te leven op een van de muren. Nu weet u, schilders en ververs zijn knoeiers en bedervers. Wat u misschien niet weet, is dat dit heus niet altijd ligt aan degene die de kwast of roller vasthoudt. Sommige muren zijn gewoon bijzonder lastig te bewerken. Om maar eens iets te noemen: gepleisterde wanden met een grove, diepe structuur. Ik heb gegranolde muren altijd al lelijk gevonden, maar nu ik ze zelf moet sauzen groeit mijn hekel gestaag. Wat een takkeklus! Je rolt je een ongeluk en telkens wanneer je denkt dat de muur eindelijk egaal geschilderd is, ontdek je weer een stukke pixel. Zo ben je nog rustig een uur bezig om met een penseel al die minuscule rotgaatjes in de goede kleur te krijgen omdat de roller minder toereikend is dan gewenst. De blaren staan inmiddels in mijn handpalmen en mijn armspieren doen zeer maar ik rust niet voordat die muur er zo uitziet als ik wil. Een tweede laag in één keer dekkende muurverf (óf ik doe iets heel erg verkeerd, óf je moet gewoon niet alles geloven wat er op zo'n pot staat) zal weldra aangebracht worden. Eerst verticaal, dan horizontaal, vervolgens diagonaal, snel werken en correct overlappen. Ooit gaat het er mooi uitzien. Heus.
Abonneren op:
Posts (Atom)

