11 november 2006
[Lijdenswegen, of: momenten die uren lijken te duren]
"Koffie?"
"Godverdegodverrr."
"Ehm, niet om het een of ander, maar zou je die nu toch al enige tijd aanhoudende gorgelvloek misschien wat kunnen expliciteren?"
Hadden wij het er maar bij gelaten. Nu kon ik gerust nog een pot bijzetten.
Want de SSP heeft het druk he, jongensjongens, je kunt het je niet voorstellen. Hij heeft het zo druk dat hij eigenlijk niet weet waar hij de tijd vandaan moet peuteren om het allemaal klaar te spelen. Wat daar zoal onder valt, zal hij verderop in zijn monoloog uit de doeken doen, daar kunnen wij donder op zeggen. Wij horen het nu voor de om en nabij zevenenvijftigste keer. Hoe het is om een arbeidsloos bestaan te leiden, of hieraan te lijden, want als je hem zo hoort zou je er bijna van overtuigd raken dat er binnenkort een weinig kinderachtige slinger aan de uitkerende motor van het zorgverzekeringsapparaat gegeven zal moeten worden, wat overigens geen groot punt zou zijn want tegenwoordig heb je de gemaakte kosten in een vloek en een zucht ge-e-declareerd. Kun je bij wijze van spreken met een gerust hart de stress aan je kleppen krijgen.
Een arbeidsloos bestaan dus. Want hij is ontslagen he, wegens ontoereikende communicatieve vaardigheden, op een mensonterende manier en dat tijdens zijn zomervakantie. Hij kon op stel en sprong zijn telefoon en autosleutels in komen leveren en bij het dichtstbijzijnde NS-loket een enkele reis naar huis bestellen. Zo is het gegaan. Diezelfde avond ging hij volledig door het lint. Daar weet hij niets meer van hoor, daar hebben die borrels dan ook wel weer voor gezorgd, wij mogen van geluk spreken dat hij er nog is.
Nu gaat het stukken beter. Dit laat zich blijken in de vorm van opperste drukmakerij. In werkeloosheid gaan zeeën van tijd zitten, vergis je niet, dan kun je beter een baan hebben. Je moet, om maar eens iets te noemen, de banenvinder in werking stellen, je lieftallige levenspartner de opdracht geven je cv te updaten en sollicitatiebrieven voor je te schrijven waaronder jij dan weer een krabbel moet zetten, je moet de ene na de andere baanaanbieder telefonisch afsnauwen zodat je zeker weet dat je niet op gesprek hoeft te komen – alsof je daar tijd voor hebt – en al zo voort. En dan de verspilde tijd die gemeten kan worden aan de vele sloten automaatkoffie die je weg moet slikken tijdens de bezoeken aan (de wachtkamers van) instanties als het CWI.
En het foeteren he, dat kost tijd. Dan spreek je al gauw over een dagdeel of drie, vier, mogelijk vijf, afhankelijk van de beschikbaarheid van luisterende oren. Je bent niet zomaar uitgefoeterd, zeker niet wanneer je op zo'n verfoeilijke manier aan de keien gezet bent. Dat gaat je niet in de koude kleren zitten, nee, dat moet je beslist van je af kankeren. In een uur tijd jaag je er zonder dat een ander daar ook maar een speld tussen kan krijgen een compleet scheldwoordenboek doorheen, neemt een slok koffie, klaagt wat over maagpijn en begint dan weer onvermoeibaar bij de a van aangeklede stukken nageboorte. Hoort allemaal bij het proces.
Over processen gesproken, zo'n ding heeft hij zijn ex-baas ook nog aan zijn broek gehangen. Was hij niet blij mee, die ex-commandeur, en laat dat nou goed en wel beschouwd net de bedoeling geweest zijn. Maar een tijd dat zoiets vreet! Je wil het niet weten. Afkoopsommen afwijzen, bekvechten met de rechtbank en de ex-baas herhaaldelijk te verstaan geven dat hij in de koeienstront kan zakken met zijn rekening voor het laten reinigen van de in beslag genomen wagen.
Enfin. Het kwam er dus alles bij elkaar genomen zo ongeveer op neer dat hij zich feitelijk al weken aan een stuk de klere zat te vervelen en laten wij nou, al was het maar zodat we nou eindelijk eens de naald van die overslaande grammofoonplaat konden tillen, de ultieme kant en klare oplossing voor hem in huis hebben! Speciaal voor onze ouwe, zodat hij zich niet langer een nutteloos stuk heel oud veertigerjaren overblijfsel hoeft te voelen en daar dus ook eindelijk even zijn Achterhoekse klep over kan houden, hebben wij de laatste der te verklussen kamers met acute spoed ontruimd. Zodoende staat de SSP nu bovenop de keukentrap lekker te kwasten en heeft hij, zo te horen, een nieuwe te begodveren lijdensweg gevonden.
"Koffie?"
"Gloeiendegodver!"
2 september 2006
[De zagende zaadsnol]
Heer snorremans van de zaagafdeling is trouwens ook een fraaie. 'Wie van hout houdt, houdt van Gamma' staat er boven de ingang van de zagerij. Welaan dan. Ik breng de man een meubelpaneel van 150x50 en zeg hem dat ik twee stukken van 74,5X47 nodig heb. Dan volgt mijn vraag: "kunt u hem dus netjes op maat doorzagen?" De bloedserieuze wedervraag luidde: "door de lengte of door de breedte?" Goed. Nu ben ik zelf absoluut geen rekenwonder. Op de plaats waar mijn wiskundeknobbel had moeten zitten, bevindt zich ongetwijfeld een deuk. Daar schaam ik me niet voor want je kunt nu eenmaal niet alles kunnen. Maar wat ik wel weet is dat je van een plank die vijftig centimeter breed is onmogelijk 74,5 centimeter over kunt houden wanneer je hem langs zijn lengte doorzaagt. De zaagsnor* bleef me aankijken alsof hij nog een antwoord verwachtte ook. "Volgens mij is er slechts één manier dus wat had u zelf gedacht?" zei ik.
Dat zijn van die mensen die je desondanks wel uitgebreid de les gaan staan lezen over het fenomeen zaagverlies. Alsof ik daarvan nog niet op de hoogte was. Nee mevrouw, een plank van 250 kan ik niet exact in twee stukken van 125 zagen in verband met zaagverlies. Dat interesseert me niet, zolang u die plank maar EXCACT in het midden doorzaagt zodat ik aan beide kanten van de zaagsnede ONGEVEER 124,6 overhoud. Door zijn breedte ja. Dan ben ik toch vrij duidelijk geweest in wat ik wil, of niet soms? De grote vraag is nu waarom ik dan afgescheept word met een plank van 125 en een plank van 124,2. Men kan mij een hoop wijsmaken maar niet dat dit twee even lange stukken zijn. Is het soms omdat ik een vrouw ben? Nou? Pas op want u wakkert mijn zagitatie aan. Dat was een woordgrapje ja, u kunt uw wenkbrauwen weer in de natuurlijke stand terug laten zakken.
Voorts heb ik draagbalkjes nodig. Uit een balk van drie meter kunnen er, ook met inachtneming van het zaagverlies, zes van zevenenveertig centimeter. Zover kom ik nog met mijn rekendeuk. Wat denk je dat die zaagsnor zegt? "Doe dat zelf maar, daar staat de zaagtafel." Juist. Vastklemmen. Meten. Aftekenen. Zagen. De man staat er met zijn handen in zijn zakken naar te kijken en laat ik er nu eens een gruwelijke hekel aan hebben op mijn vingers gekeken te worden, helemaal als dat met zo'n zelfgenoegzame blik van laat maar eens zien wat je kunt gebeurt. Ik blijk het niet te kunnen en dat is ongetwijfeld waar hij op stond te wachten. Zonder me nog een kans te geven trekt hij de zaag uit mijn handen om te laten zien hoe het wel moet. Het lukt me niet een brede grijns te onderdrukken wanneer ook hij dat lullige balkje niet doormidden krijgt. De man ploetert. Zijn hoofd wordt zeker drie tinten roder dan het al was en een straaltje zweet sijpelt langs zijn slaap. De man kreunt. Dan smijt hij de zaag weg. "Het ligt aan die rotte rotzaag," (echt, je moet het een boze Leidenaar horen zeggen) "die deugt niet!" Dat zal het zijn. "Geeft u mij die balk maar, ik zaag hem thuis wel in stukjes." De echte doetutzelvert kan prima zonder de Gamma.
*Zelfs mijn spellingscorrector heeft meer gevoel voor humor dan die handige Harrie's van de bouwmarkt. Het maakt van de term 'zaagsnor' het woord 'zaadsnol'.
22 januari 2006
[Schoenmaker blijf bij je leest]
Beter had ik een valhelm kunnen dragen. Of het me nu sierde of niet, ik had me op die manier een flinke buil op de knijter kunnen besparen. Maar dat is achteraf gepraat want als hadden komt is hebben geweest en het heeft zoals we allemaal weten geen zin om te jeremiëren om geknoeide melk. Dat vind ik een mooi gezegde, heel treffend. Zelf jammer ik alleen om ongeknoeide melk. Daar heb ik zo mijn redenen voor maar u moet niet denken dat ik die hier zomaar uit de doeken zal doen. Er zijn grenzen.
Een ieder die mij kent weet dat ik soms een klein beetje koppig ben. Dat dit niet geheel los van risico's is, is mij inmiddels welbekend. I walk on the wildside, I laugh in the face of danger: muhahaha! U zou het misschien niet direct achter mij zoeken, maar zo'n dwaas ben ik soms. Dat u die verhouding wel even in ogenschouw neemt. De waarheid gebiedt mij te bekennen dat dit meestal resulteert in wat ik 'mijn mindere momenten' noem maar een mens moet zo nu en dan eens plat op de bek gaan. Dat houdt hem wakker. Dat levert hem een leermoment op en dan kan hij met recht zeggen: "bij Jupiter (of welk belangwekkend figuur dan ook), ik leef!". Mits hij de gevolgen van zijn eigen koppigheid overleeft natuurlijk. Noem het een uitdaging.
De man zou mijn juweeltje van zwart organza wel even op het lichtnet aansluiten. Het ding was me echter dierbaar vanaf het moment dat ik het aanschafte dus dat dacht ik even niet. Met de nadruk op even want ik meen me te herinneren dat ik niet langer dan twee minuten met die lamp op mijn keukentrap gestaan heb. De man deed er niet moeilijk over en gaf de klus gewillig uit handen. Hij is wel zo modern dat hij niet denkt in termen van mannenwerk. Wel in termen van vrouwenwerk. Zijn hart zou er goed voor zijn maar ook hij heeft zijn grenzen en die liggen spijtig genoeg nog vóór het uit eigen beweging kuisen van het toilet of het lappen van de ruiten.
Met de lamp in mijn linkerhand en een schroevendraaier in de rechter beklom ik dapper mijn trappetje. Driemaal is scheepsrecht, zegt men. Eerder had ik al twee flaters geslagen en deze keer was ik vastbesloten de lamp hangend en lichtgevend te krijgen. Als je ergens aan begint, wil het wel eens helpen erop te vertrouwen dat een zekere kans van slagen aanwezig is. Hoe was het ook alweer? Bruin, blauw, zwart, rood. Inprikken en vastdraaien, appeltje eitje. Jaha. Maarrr...
De man stond erbij en keek ernaar en hield zijn kaken op mekaar. In al mijn enthousiasme was ik vergeten eerst de stroom van de draadjes te halen. Ik heb me dat dus altijd afgevraagd, hoe het precies voelt wanneer je een goeie stoot stroom door de kladden gejaagd krijgt. Een verstandig mens staat 's ochtends niet op met het voornemen vandaag eens een auto-elektrocutiesessie uit te voeren in het kader van de ervaringsleer. Zoiets overkomt je bij toeval. Ik noem het nu toeval, je kunt het evenwel een blunder noemen.
Ik weet niet eens wat ik precies deed want zoals ik al schreef, van elektriciteit heb ik een niet noemenswaardige hoeveelheid kennis, maar voordat ik goed en wel kon beseffen wat ik fout deed, schoot er zo'n hoeveelheid elektriciteit door me heen dat ik van schrik een ijzingwekkende gil slaakte en opsprong, mijn kop tegen het plafond stootte en zo de zwaartekracht het nu eenmaal altijd wil wanneer je omhoog springt, donderde ik kort daarop neerwaarts en belandde ik met een smak op de grond en mijn lamp erbij. Schokkend! Maar uiteindelijk is het wel gelukt (de aanhouder wint) en bij deze is de eerste stap richting sfeer in mijn eigen kamertje gezet.
15 januari 2006
[Der hemeldonderweder!]
De afgelopen weken heb ik meer door de vingers gezien dan ik vingers heb en ik voel de moed nu toch langzaam in mijn schoenen sijpelen. Ik lijd aan woonstress. Nog even en het slaat om in een ware woondepressie, om u maar eens met een stukje drama om de oren te slaan. Je hebt van die dagen. De wind zal vast wel een keer draaien en dan kan ik er weer om lachen. Maar nu even niet. Momenteel is woongenot voor mij slechts een tergend hersenspinsel. Een ingebeeld, schijnbaar onverwezenlijkbaar ontwerp van een volmaakte toestand.
Terwijl de man zijn slaapdeprivatie lag in te halen, leefde ik me met roller en kwast uit op een aantal nog te schilderen houtwerk, waaronder de deurposten. Na een week van lamlendigheid mochten de handen wel weer eens uit de mouwen gestoken worden. Eerder dit weekend ging ik naar de zagerij voor hout-op-maat en sloeg ik een ontilbare hoeveelheid plavuizen in, nu was het weer tijd voor binnenhuiswerkzaamheden. Dus. Opschuur, afplak, schilderdeschilder.
Het werd al donker toen de man eenmaal uitgeslapen was. Ik wees hem op de zojuist geschilderde deurposten ("pas op! nat!") en zette er voor de zekerheid de keukentrap voor zodat hij niet per ongeluk de deur dicht zou trekken. Ik lichtte deze actie verbaal toe en was toen klaar om met een gerust hart boodscappen te doen. Zal ik verder gaan of kunt u wel gissen?
Toen ik terug kwam (en ik had al slechte zin omdat iemand zonodig met veel geweld een fiets met kinderzitje bovenop mij moest parkeren en mij zodoende een buitengewoon pijnlijke arm bezorgde), was de deur gesloten. Erger nog: ik kreeg hem niet open. Duwerdeduw, bonkerdebonk, RAM! Die ram deed 't 'm. De deur zwaaide open en daarmee was mijn schilderwerk naar de gallemiezen. De man keek onschuldig op, verklaarde dat hij last ondervonden had van tocht en om die reden had hij mijn dringend verzoek de deur niet te sluiten genegeerd.
Tocht dus. Moeder Maria op een bijzettafel! Wel, had de arme ziel al last van een beetje tocht dan zou hem de wind van voren wel eens des te meer kunnen tegenvallen. Wat had ik hem die graag gegeven maar dan heb ik het weer gedaan he? Ben ik de hysterische huisvrouw. Dat ik niet zo boos hoef te doen want zo erg is het nou ook weer niet. Het slinks omdraaien van de rollen. Nee, dan is het beter te zwijgen.
Achja. Later lachen we erom. Morgen begin ik gewoon weer van voren af aan.
11 december 2005
[De beuk erin]
Natuurlijk was de SSP, onze ouwe mopperpot, niet van plan om de enorme berg pijn zeven trappen af te sjouwen. Ik verzamelde snel zoveel planken als ik dragen kon maar de SSP had, zoals ik al vreesde, een ander plan. Een béter plan. Waarom moeilijk doen als het ook makkelijk kan? Daar vloog de helft van mijn voormalige keuken van vier hoog het balkon af en konden de buren nog maar net ontsnappen aan de spiesdood. Uit protest, want ik ben nu eenmaal eigenwijs, heb ik alsnog acht ladingen puin naar beneden gezeuld via de trappen. Dan maar spierpijn en splinters. De buren zullen mij niet van tokkie-gedrag betichten, ik ben een net meisje.
Het idee is dat de keuken behalve ruim ook mooi moet worden. Helaas heb ik geen geld voor een nieuwe, maar met een beetje handigheid vallen de kanariepietjesgele kastjes wel op te lappen tot iets toonbaars waar de netvliezen niet direct van scheuren zodra je er naar kijkt. Mijn kluspaps heeft de overgebleven leidingen omgelegd zodat ze niet meer in bochten langs de muur kronkelen maar netjes langs het plafond lopen. Die kan ik nu dus mooi opschuren en schilderen. Als het goed is gaat de SSP deze week een sleuf in de muur slijpen zodat ik niet langer een wirwar aan bedrading over de vloer heb liggen. Ook zal hij de levensgevaarlijke, gammele contactdozen die nu nog op de meest onlogische plaatsen aan de wand bungelen vervangen. Nu moet ik steeds met electrocutiegevaar een loshangend draadje in een contactgaatje prikken als ik licht wil. Met een beetje geluk kan de wand voor de kerst gestuukt worden en het plafond afgewerkt. Als dat klaar is, timmer ik er een degelijke lambrisering tegenaan. De vloer is nu nog geplaveid met bruingelige tegels maar uiteindelijk moeten daar antracietgrijze leisteenplavuizen komen. Van die structuurdingen. Heus sjiek. Eigenlijk wil ik ook een nieuw aanrechtblad maar je kunt natuurlijk ook te veel willen.
Zo'n huis vol klustroep is niet echt gezellig te noemen maar kerstmis staat voor de deur en of het nu handig is of niet, ik eis een beetje knusheid tijdens de feestdagen. Zodoende ga ik de bouwput nu versieren met kerstlampjes.
2 december 2005
[Ik heb een gymzaal!]
8 november 2005
[Ik ben niet gek]
"Dat klopt" zei de stem aan de andere kant van de lijn.
"Wat?" vroeg ik.
"U heeft gelijk" antwoordde de stem.
"Bedoelt u dat er wél verschillende voorpanelen bestaan?" vroeg ik.
"Jazeker" zei de stem "het verschil is klein doch aanwezig."
Dus toch! Ik wist wel dat ik niet gek was. Zoals mijn opa vaak riep: "Het recht zal zegevieren!". Die uitspraak heeft hem ooit eens een vreselijk nat pak opgeleverd, tot groot vermaak van ondergetekende, en daarom zal ik deze woorden nooit meer kunnen uitspreken zonder tegelijkertijd met een lach aan mijn opa te denken. Te vroeg juichen is het lot tarten en brengt derhalve de nodige risico's met zich mee. Een wijze les.
Ikea-mensen zijn koppig maar ik ben koppiger. Voor de zoveelste keer legde ik, zelfverzekerder dan ooit, mijn panelen op de balie en daar bovenop twee stellingen. Mijn geduld had ik thuis gelaten. Óf de handleiding klopt niet, óf u bent een leugenaar. Zegt u het maar, uw tijd gaat nu in.
Nou, nou. Herejee. Dat was wel erg onvriendelijk van mij. Ik vertelde de baliemevrouw dat ik genoeg had van al het gelazer en eiste een nieuwe doos. Een doos die zij vervolgens voor mijn neus open moest maken want ik had me voorgenomen niet weg te gaan voordat ik met eigen ogen gezien had dat het goed was. "Maar ik verzeker u, deze panelen zijn écht exact hetzelfde" pruttelde de baliemevrouw. Jaja, dat weten we nu wel. Mondje dicht, doos open.
"Zo" zei ik, mezelf over de geopende doos buigend "wat hebben we hier?"
"Noujaaa! Hoe is het mogelijk!"
"Ziet u wat ik zie?"
"Ik eh, geloof dat u toch gelijk heeft."
"Wis en warempel. Ik dacht dat u het nooit zou zeggen."
En zo ging ik dan eindelijk naar huis met de goede panelen, monteerde ik handig de laden en was mijn nieuwe kast een feit. Hoera. Mijn kleding mag echter in de koffer in plaats van in de kast want ik ga een paar dagen naar Londen voor de nodige klusdeprivatie.
7 november 2005
[Svårighet]
Net toen ik de dozen wegens lamme armen ergens tegen een muur geparkeerd had, kwam er een vrouw op me af die me een bonnetje in mijn hand drukte. 127 stond erop. In een flits lachte het geluk me toe. De wachtende menigte keek me vanuit de ooghoeken vals aan toen ik me er met mijn dozen langs worstelde op het moment dat de teller op 127 sprong. "Gedeeld leed is half leed" fluisterde ik de boost kijkende mevrouw toe. Vond ze niet grappig. Uit haar oren stegen twee rookwolkjes op. Dan niet hoor.
Bij de balie legde ik het probleem uit. De baliemevrouw schoof me twee bonnen voor gratis consumpties toe en dook het magazijn in. Ik kreeg twee hotdogs en twee nieuwe laden. In die volgorde. Handen tekort dus maar heel fijn. Of ik ook nog de ontbrekende schroeven kon krijgen. Geen probleem. Ik gaf mijn hotdog weg aan een jengelend kind. De baliemevrouw dook wederom het magazijn in en kwam terug met een zakje vol schroefjes waarop stond: 'sorry dat wij er niet bij zaten'. Ook het feit dat ze die zakjes op voorraad hebben, geeft te denken. Maargoed. Dan nog het voorpaneel van de lade. Die moest ook geruild worden. Dat kon dan weer niet want zoals de baliemevrouw me stellig verzekerde, bestond er maar één soort en zat het probleem in de laden, niet in het voorpaneel. Dat leek mij niet maar zij zou het toch moeten weten.
Met gepaste twijfel monteerde ik mijn nieuwe laden, exact volgens de handleiding, en kwam tot de conclusie dat ik wederom twee exact dezelfde laden mee naar huis gekregen had. De enige manier waarop de laden perfect sluitend in de daarvoor bestemde ruimte geplaatst konden worden, was wanneer ik er eentje op z'n kop inschoof. Maar dan heb je er zo weinig aan he.
Eén van de voorpanelen deugde niet. De gleuf die erin gefreesd was, zat een paar millimeter te laag waardoor het niet ver genoeg over de voorkant van de kast viel en er niet genoeg ruimte overbleef voor het andere paneel. Als die gleuf nou eens een stukje lager zou zitten. Maar dat was niet zo en dat kon ook niet want er was immers maar één soort paneel. Dus. Ik kon op mijn kop gaan staan, Ikea hield voet bij stuk. "Mevrouw, met die panelen is niets mis" En de paus is Islamitisch. Dat ellendige stuk peperdure trä bezorgde me een punthoofd. Waarom die kast Pax heet, is me een gåta want de fred is tot op heden ver te zoeken. Mijn Zweeds is er dan wel weer wat op vooruit gegaan...
6 november 2005
[Op de kast gejaagd]
"Op dit moment zijn er negen wachtenden voor u."
Genoeg tijd om me nog wat meer op te winden dus en dat werd niet minder toen ik Eros Ramazotti door mijn hoorn hoorde jammeren. Ik nam me voor meteen van de gelegenheid gebruik te maken om een klacht in te dienen over dit wachtmuziekje. Doe dan Abba (see that girl, watch that scene, dig in the wardrobe queen). Inkoppertje wellicht, maar dat slaat dan tenminste nog ergens op. Ja toch.
"U bent de eerst wachtende."
Fijn.
Ik zette mijn meest vriendelijke telefoonstem op, want ook al zegt mijn paps dat aardig zijn niet helpt en dat ik direct taal moet uitslaan waar een bouwvakker zich nog voor zou schamen, ik weet wel beter. Ik weet hoe het is om aan de andere kant van de lijn te werken en mensen die onmiddellijk hoog van de toren blazen, ben je nu eenmaal minder graag van dienst. Schelden kan altijd nog.
Schelden bleek niet nodig. De vrouwelijke telefoonstem was zacht en meelevend, elk antwoord was doordrenkt van empathie. Het was bijna ergerlijk. Zo zou ik, in geval van nood, natuurlijk nooit boos kunnen worden. Desalniettemin stak ik van wal en dit is wat ik te horen kreeg:
"Goh wat vervelend voor u mevrouw. Het spijt me verschrikkelijk, maar ik vrees dat er niets anders op zit dan dat u de kast weer demonteert en..."
Ho! Stop! Demonteert? De-mon-teert?! Hallo! Ik ben vijf uur bezig geweest om dat looiige kreng in elkaar te zetten, vijf uur! Schreufje voor schreufje. Plank voor plank. En nu moet ik hem weer demonteren? Wilt u mij soms een ochtendhumeur bezorgen?
"...dat u het voorzien van kassabon en in originele verpakking terugbrengt naar het filiaal waar u het heeft gekocht."
Wacht even. U bedoelt dat ik dat retezware geval gedemonteerd en wel weer zeven trappen af moet sjouwen (wat mij zonder twee sterke mannen niet gaat lukken), in mijn auto moet proppen (wat natuurlijk niet past want de kast is twee keer zo lang als mijn autootje) en voor de derde keer deze week naar Delft moet afreizen? Heeft u enig idee wat de benzineprijzen momenteel doen? Bovendien, ik zit midden in een soort van verbouwing, denkt u dat ik niets beters te doen heb dan mezelf een hernia sjouwen en heen en weer naar Delft tuffen? Hm?
Natuurlijk speelde dit staaltje assertiviteit zich slechts af tussen mijn oren.
"Oké" zei ik gehoorzaam.
"Doe ik" beloofde ik.
"Dank u voor de moeite" piepte ik er nog achteraan, al vroeg ik me even later af waarom. Toen hing ik op en sloeg ik pardoes taal uit waar een bouwvakker zich nog voor zou schamen. Ik keek eens venijnig naar de kast, wierp de laden een hatelijke blik toe en trok tenslotte, oog in oog met de kassabon, een theatrale pruillip. Was ik verdorie ook nog die Ramazotti vergeten...
5 november 2005
[Zweudse schreufjes]
Natuurlijk kon ik de loodzware zijpanelen met een lengte van twee meter zesendertig niet in mijn eentje van de ene naar de andere kant krijgen. Wat dacht ik wel niet. Maar dat was het voornaamste probleem niet, daar is de man dan wel weer goed voor en wie niet sterk is... enfin. Panelen op de plaats, schroeverdeschroef, bodem erin, dak erop, timmerdetimmer, achterkantje erin schuiven, laden monteren. En daar stagneerde de boel dus. Na drie onsuccesvolle pogingen de laden exact volgens de handleiding in elkaar te zetten, begon ik toch wel even ernstig aan mezelf te twijfelen.
Na grondige inspectie concludeerde ik dat de laden echt maar op één manier in de kast pasten. In eerste instantie dacht ik dat ik als kastbouwleek iets over het hoofd gezien had, maar nee. Ik had ook onmiddellijk in opperste staat van alertheid moeten raken toen ik zag dat de doos al eens open was geweest en daarna opnieuw dichtgeplakt was. In deze doos zaten twee onderste laden en ik had één onderste en één bovenste nodig. Het verschil kwam op een millimeter of vijf maar dat waren dus wel vijf hele essentiële millimeters. En storend bovendien: zo konden de laden niet dicht.
Geen laden dus. Verder met de planken dan maar. Schroeverdeschroef, timmerdetimmer, klarie. Tijd voor de roede. Volgens de verpakking zouden hier een stang, twee steunen en zes schroeven in moeten zitten maar helaas, de schroeven zaten er niet bij. Geen roede dus want zelf beschik ik natuurlijk niet over een pot Zweudse schreufjes.
Lichtelijk geagiteerd bekeek ik de overgebleven onderdelen. Een tweetal deuren en een zak vol metaal waarvan ik zes scharnieren zou moeten kunnen maken. Vol verwachting klopte mijn hart. Kwam ik daarnet nog zes schroeven te kort, nu hield ik er ineens drie over. Vreemd, maar beter te veel dan te weinig. Met hernieuwde moed hing ik de rechter deur op. Geen probleem. De linkerdeur kreeg ik echter met geen mogelijkheid aan de kast bevestigd. Er klopte iets niet, zoveel was duidelijk, maar wat?
Ik zette de deur tegen de kast, liep een stukje naar achter, plukte aan een denkbeeldige sik en dat soort dingen en staarde enige tijd naar het geheel. Ineens viel het kwartje. Dit was helemaal geen linkerdeur. Ikea had me twee rechter deuren in de maag gesplitst terwijl ik om een linker en een rechter gevraagd had. Drommels! Wat moet je daar nou weer mee?
Ik gaf het op. Het was inmiddels na middernacht. Ik had geen laden, geen roede, geen deur en bovendien geen zin meer en dat was dus mooi niet mijn schuld. Na vijf uur ploeteren zat ik met een halve kast en kon ik tot mijn grote verdriet na een maand nog altijd mijn kleding niet uit de verhuisdozen halen. Handig te monteren. Ja, reuze!
1 november 2005
[Stront aan de knikker]
Ik had er de grote klusalmanak nog op nageslagen. Er stond geschreven dat het afvoermanchet éérst om de potuitloop geplaatst moet worden en daarna moet het geheel in de rioolbuisopening vastgekit worden. Ik haalde driemaal diep adem en besloot vervolgens de klus uit handen te geven. De pot was loodzwaar en van afvoermanchetten heb ik geen verstand dus liet ik het aan mijn alwetende kluspaps over.
Als het om mijn kluspaps gaat, ben ik net een klein kind. Mijn papa kan alles. Zo is het en anders niet. Maar mijn onbezorgde kindervisie werd bruut verbrijzeld. In duizend stukjes lag het op de grond naast de wc-pot. Volledig aan gruzelementen. Het was zoiets als voor het eerst horen dat Sinterklaas niet bestaat. Hopeloos gedesillusioneerd stortte ik me op de in stukjes gevallen kindervisie en als een gek begon ik te lijmen. Het kan ook zijn dat ik gewoon een wenkbrauw optrok hoor, daar wil ik vanaf zijn. Mijn paps, de opperklusheld, had een foutje gemaakt. Hij had het manchet in de afvoer gekit en daar de pot overheen geschoven. Althans, dat dácht hij.
Ik had nog zo gezegd dat er iets niet helemaal deugde aan de afvoer van het toilet maar wat weet ik ervan he? Volgens mijn alwetende kluspaps zat het wel snor en wie ben ik om daar zonder technisch onderbouwde argumenten tegenin te gaan? Ik mag dan niet in staat zijn met de juiste vaktermen te smijten wanneer ik onraad ruik, ik had weldegelijk gelijk. Een beetje jammer dat ik dat pas kon bewijzen toen de stinkende ellende vanmorgen ineens in grote hoeveelheid, met angstaanjagende vaart en vergezeld van een onheilspellend geborrel en gereutel naar boven kwam zetten in de pot. Ik wist vrij zeker dat ik slechts een plas had achtergelaten voor ik doorspoelde dus wat daar in die pot dreef, kon niet goed zijn.
"Zeg luister eens paps, die afvoer lijkt me toch zo snor niet te zitten. Na de grote ploptruc, twee liter kokend water met soda en een bak ontstoppingskorreltjes zie ik nog steeds geen enkele verbetering. De derrie loopt de spuigaten uit en de stank is niet te harden. Ik moet plassen en ik wil niet meer op de emmer. HELP!"
Zonder mokken stond mijn kluspaps even later met een gigantische trekveer en een koffer vol gereedschap voor de deur. De pot moest ontkoppeld en het euvel werd onmiddellijk zichtbaar. De potuitloop was niet netjes om het manchet geschoven maar stond er zo'n twee centimeter schuin bovenop. Een uiterst onsmakelijke lekkage was het gevolg. Het manchet moest, terwijl er aan alle kanten ontlasting uit droop en aan vast kleefde, losgewrikt en opnieuw bevestigd worden. Een ranzige smeerboel in mijn gloednieuwe toilet. Happy Halloween indeed.
Mijn kluspaps was voor dit stinkende gat niet te vangen. Wanneer ik soms optimistische trekjes vertoon, weet u dat ik dat niet van een vreemde heb. Na een opmerkelijk vrolijk "iiieeeeewww" (denk aan de wc-scene uit Ernest goes to camp) ging hij fluitend aan de slag. Wrikken, poetsen, knutselen. Volgens paps zijn er drie belangrijke elementen in de klusmentaliteit:
1. fluiten helpt
2. als het niet lukt, moet je je gewoon even kwaad maken
3. vergeet niet altijd te blijven lachen
Zo gezegd, zo gedaan. Inmiddels kan ik weer naar hartelust toiletteren zonder het geproduceerde vervolgens in drievoud in mijn nek te krijgen, drie versies van The excorsist vond ik eigenlijk wel genoeg horror in twee dagen. Het vertrouwen in mijn kluspaps is hersteld. Het gaat dan misschien niet altijd in één keer goed, uiteindelijk klaart hij de klus toch maar weer mooi. Mijn papa kan alles. Zo is het en anders niet.
30 oktober 2005
[Arbeid adelt, maar nu even niet]
Het is bijna november en de zon schijnt. Twintig graden boven nul zegt de thermometer, het lijkt wel zomer. Eeuwig zonde om je dag, zoals manlief gepland lijkt te hebben, in bed door te brengen. Dat feest gaat niet door want er is werk aan de winkel en ik heb een sjouwpiet nodig aangezien mijn sjouwspieren een tikkeltje overbelast zijn en de rest van mij kan ook wel een beetje rust gebruiken. Vandaag even een klusbreak dus. Te veel is ook niet goed, zo zegt men. Voor je het weet is je muntje op en daar sta je dan midden tussen al je in duigen gevallen plannen.
Het idee is dat ik zodadelijk nog twee stukjes plint op maat zaag (ik doe niet aan plintenknippers, daar ontploffen je spierballen van) en dan is de eerste vloer helemaal klaar. Er is geen man aan te pas gekomen, waarmee ik maar even wil bewijzen dat het onzin is dat vrouwen dit soort dingen niet kunnen (geloof me, er zijn er genoeg in mijn omgeving die dat onvermurwbaar blijven volhouden). Helaas pindakaas voor de vrouwen die dit als smoes gebruiken om onder een dergelijke klus uit te komen. De handzaag jas je moeiteloos door de ondervloerplaten en cirkelzagen en decoupeerzagen zijn heel vrouwvriendelijk. Het gebruik ervan vereist minimale spierkracht, je hoeft slechts secuur te meten en goed te mikken. Mijn papa had gelijk, kind kan de was doen, daar heb je echt geen klusjesman voor nodig.
Wie mij een maand geleden had gezegd dat ik in dit hele proces een van de grootste optimisten in het kluspand zou zijn, had ik heel hard uitgelachen. Eerlijk gezegd had ik verwacht dat ik een gigantische kluns zou zijn en dat ik continu zou moeten terugvallen op 'mensen die er verstand van hebben'. Inmiddels zie ik ook wel in dat het niet zo'n kunst is om zelf ergens verstand van te krijgen. Al doende leert men, alweer zo'n rake uitspraak. Het past mooi bij mijn eigenwijze zelluf-doen-attitude. Ik presteer dingen die ik van tevoren niet voor mogelijk hield en, al zal het eindresultaat dan niet zo perfect zijn als wanneer ik wel een klusjesman had ingehuurd, dat doet deugd.
Natuurlijk zit er ook een keerzijde aan het verhaal. Mijn optimisme is de afgelopen maand herhaaldelijk omgeslagen in pure overmoed en dat heb ik geweten. Op die momenten luidde het motto: worstel en kom boven. Af en toe heb ik even iemand nodig die aan mijn noodrem trekt, een helpende hand uitsteekt of de enge beesten uit mijn gloednieuwe slaapkamer verdrijft. Het feit dat ik op dit moment niet als een zielig, oververmoeid hoopje ellende door het huis sjok maar een welgemeende lach op mijn gezicht draag, heb ik dan ook echt te danken aan deze mensen.
Ten slotte wil ik u nog de volgende wijsheid meegeven: er is geen koe zo bont of er zit wel een vlekkie aan, maar dan hoef je 'm nog niet meteen aan de staart te trekken. Dus. En dan kunnen nu de motoren gestart worden want het is koopzondag bij Ikea. Volle kracht vooruit en recht zo die gaat.
21 oktober 2005
[Pimp my toilet]
Eén van de lessen die ik geleerd heb is: het verbouwen van een toilet is een ingewikkeld karwei. Let goed op, hier kunt u iets van leren!
Neem een stevige bijtel en een moker ter hand en bik alle wandtegels netjes van de muur. Na afloop heb je gegarandeerd een dikke spierbal. Houd de bijtel zo verticaal mogelijk zodat je geen gaten in de muur beukt; stuken is geen pretje. Zet vooral een bril op wanneer je geen tegelsplinters in je ogen wilt krijgen. Ik deed het niet en heb vervolgens twee dagen met mono-visie moeten leven. In klusland is éénoog duidelijk geen koning. Leg de nieuwe wandtegels in een bak water totdat ze zichzelf volgeslurpt hebben, smeer er tegellijm op (gelijkmatig verdelen) en betegel de muur van onder naar boven. Niet vergeten een lijntje te trekken zodat de tegeltjes waterpas bevestigd worden, je kunt er nu eenmaal niet blind op vertrouwen dat een ruimte netjes recht gebouwd is. Een dag later kun je de tegels voegen.
Klim op de oude poepdoos en doe met een zilveren theelepeltje de grote muur- en plafonddiagnose. Je hebt drie opties:
1. geeft de ondergrond af dan heb je te maken met een kalklaag.
2. blijft er een zwarte streep achter dan heb je te maken met synthetische muurverf.
3. gebeurt er in beide gevallen niets dan heb je te maken met latexverf en kun je jezelf gelukkig prijzen.
Ik hoopte op optie 3 maar stuitte op optie 1. Dat werd dus een half uur lang alle scheldwoorden die ik kende uitroepen en daarna de hele ochtend mijn armen lam boenen met water en soda totdat er geen spoortje kalk meer te bekennen was. Op het plafond, dat is, want zelf was ik helemaal wit. Likje verf op de muren, laagje latex op het plafond en je kamertje ziet er meteen een stuk knapper uit. Als de boel opgedroogd is, kun je de leidingen opschuren, poetsen en verven.
Nu kan het oude toilet verwijderd worden. Leeg voordat je hieraan begint nog wel even de blaas en/of darmen want het kan even duren voordat er weer fatsoenlijk getoiletteerd kan worden. Eerst sluit je de watertoevoer af. Dat is heel belangrijk wanneer je geen natte voeten en boze onderburen wilt krijgen. Laat de spoelbak leeglopen voordat je deze verwijdert anders heb je alsnog natte voeten. Draai de stopkraan dicht en trek de wc door. Hierna kun je de stortbak en de pot losschroeven en weghalen. Wat je overhoudt is een gat waar een gigantische stankwalm uit opstijgt. Mensen met een zwakke maag doen er verstandig aan de neus te dichten met twee stuks Tampax of een ouderwetse wasknijper. Nu volgt het minst frisse klusje: verwijder het oude afvoermanchet. Gebruik hierbij vooral een paar rubberen handschoenen. De reden hiervoor laat zich raden. Stop het gat snel dicht met een krantenprop, zo neemt de stankkracht af en kan er geen rommel in het gat vallen waardoor de afvoer verstopt raakt. Geloof me, zo'n beerput wil je niet ontstoppen.
Nu de ruimte vrij is van obstakels kun je de vloer betegelen. Uit ervaring weet ik dat het verwijderen van tegels een ontzettende kutklus is dus wanneer je genoeg ruimte hebt (zolang de deur nog open kan dus) laat je de oude tegels lekker liggen, reinig je ze grondig en lijm je de nieuwe er gewoon netjes overheen. Ik was degene die zo nodig een mozaïekvloer wilde dus nou moet ik ook niet zeuren maar ik moet toch even kwijt dat ook dat klusje behoorlijk vies tegenvalt. Het zijn namelijk tegeltjes van één bij één centimeter die je keurig recht en evenwijdig aan elkaar op de ondergrond moet vastlijmen. Daar kun je gerust een stiefkwartiertje voor uittrekken. Laat je niet uit het veld slaan wanneer blijkt dat de vloer een tikkeltje schuin afloopt en het kamertje niet vierkant is maar stiekem en heel subtiel de vorm heeft van een trapezium waardoor je halverwege ineens een halve tegelbreedte overhooudt. Een beetje slim smokkelen met de lijmdikte en voegbreedte doet wonderen. Zodra de lijm droog is, maak je de tegeltjes nat met een spons en water en kun je weer gaan voegen.
We zijn inmiddels zo ver dat we het nieuwe duoblok in elkaar kunnen zetten en van een bril kunnen voorzien. Het lijkt een beetje op het maken van een grote 3D-puzzel. Wees zuinig op de instructies wanneer je geen ervaren toiletmonteur bent want er zitten zo allejezusveel schroefjes, moertjes, ringetjes en rubbertjes bij dat de kans dat je het op de gok in één keer goed doet nihil is. Nu is het juiste moment om je handige kluspaps op te bellen met de vraag of hij de wc wil aansluiten op de toe- en afvoer. Sommige dingen kun je nu eenmaal beter aan de doorgewinterde doe-het-zelver overlaten. Als laatste controleer je of de pot waterpas staat, schroef je hem vast en dicht je de naden onder aan de pot met siliconenkit. Het is ook niet onverstandig om nu de watertoevoer weer open te draaien, dat trekt wat makkelijker door.
Ik schrijf dit natuurlijk niet alleen voor uw gemak, mocht ik u geïnspireerd hebben tot het pimpen van uw eigen toilet. Ik schrijf dit vooral om mezelf eraan te herinneren waarom ik nog maar eens een nachtje over nieuwe verhuisplannen moet slapen als ik op een dag wakker word met verhuisdrang (iets wat ik me op dit moment onmogelijk kan voorstellen maar je weet maar nooit). Als ik al anderhalve week nodig heb om een hokje van één vierkante meter op te knappen, dan mag u uitrekenen hoeveel tijd ik nog nodig heb om de rest van de 90m2 te doen...
12 oktober 2005
[K(r)amperen in eigen huis]
Tegels voegen is ook nog niet zo simpel als de klusjesmannen in klussen en wonen doen vermoeden. Alleen al het bepalen van de juiste dikte van het voegpapje ('beetje water erbij, even roeren, en klaar is je nesquick') kostte me een kwartier. Ervaring leert mij dat het er zo weer uitdruipt als het te dun is en maak je het de dik dan wordt het te korrelig en krijg je het niet mooi glad tussen de tegels gesmeerd. Het spul heeft bovendien de neiging erg snel te drogen dus treuzelen is er niet bij. Dat viel niet mee omdat ik om de vijf minuten een bloedneus kreeg (ik ben nog steeds niet beter) en uiteindelijk besloot ik er watten in te stoppen (voegpoeder snuiven is meteen weer zo definitief als het om gaten dichten gaat) zodat ik de klus ongestoord kon klaren. Grote, rechte oppervlakten zijn op zich goed te doen maar mijn muurtje was smal en voorzien van gaten waar de waterleidingen naar buiten kwamen. Een smal vlak waar de strijkplank maar nauwelijks tussen past is bijna niet diagonaal te voegen en sinds ik nooit eerder voegen had aangebracht, was het een hele kunst om ook die gaten en de hoeknaad dicht te krijgen met het grote strijkgevaarte. Ik ben bijna klaar, maar nu durf ik niet verder want er zitten gaten in de muur waar draadjes uitsteken waar nog stroom op staat. Aangezien de stoppen hier al een paar keer doorgeslagen zijn, ik al één keer geëlektrocuteerd ben en de keuken bijna afgebrand is door een ontplofte contactdoos, blijf ik daar het liefst ver bij uit de buurt.
Tijd om me uit te leven op een van de muren. Nu weet u, schilders en ververs zijn knoeiers en bedervers. Wat u misschien niet weet, is dat dit heus niet altijd ligt aan degene die de kwast of roller vasthoudt. Sommige muren zijn gewoon bijzonder lastig te bewerken. Om maar eens iets te noemen: gepleisterde wanden met een grove, diepe structuur. Ik heb gegranolde muren altijd al lelijk gevonden, maar nu ik ze zelf moet sauzen groeit mijn hekel gestaag. Wat een takkeklus! Je rolt je een ongeluk en telkens wanneer je denkt dat de muur eindelijk egaal geschilderd is, ontdek je weer een stukke pixel. Zo ben je nog rustig een uur bezig om met een penseel al die minuscule rotgaatjes in de goede kleur te krijgen omdat de roller minder toereikend is dan gewenst. De blaren staan inmiddels in mijn handpalmen en mijn armspieren doen zeer maar ik rust niet voordat die muur er zo uitziet als ik wil. Een tweede laag in één keer dekkende muurverf (óf ik doe iets heel erg verkeerd, óf je moet gewoon niet alles geloven wat er op zo'n pot staat) zal weldra aangebracht worden. Eerst verticaal, dan horizontaal, vervolgens diagonaal, snel werken en correct overlappen. Ooit gaat het er mooi uitzien. Heus.

