11 mei 2006

[Het gevoel dat je leeft]

Mensen vangen graag momenten. Niet voor nu, maar voor later. Ter herinnering. Hiermee vernietigt men de essentie van het moment zelf. Een essentie die sowieso niet vast te leggen is. Zoals je een gevoel niet vast kunt leggen, hooguit bij benadering, op metaforisch niveau. Zo doet men afbreuk aan het moment zelf zowel als de toekomstige herinnering. Er bestaat geen intensere ervaring dan het gevoel dat je hebt wanneer een moment jóu vangt.

8 mei 2006

[Groeten uit Parijs]



Bekijk alle foto's
(Parijs & Premier Festival Chantier Musical)

2 mei 2006

[In mei leggen alle vogels een ei]

Dat is dus niet helemaal waar maargoed, de uitzonderingen moeten er zijn om de regel te bevestigen. De r (van rotweer) is uit de maand dus de winterkleding wordt demonstratief achter in de kast gestouwd. De weergoden mogen hun gietertjes nu opbergen want ik ben klaar met die rottige regen en die klerekou. De afgelopen week was ik gezegend met de mogelijkheid om elke ochtend op mijn dooie gemak wakker te worden op mijn balkon met een kop koffie, een tros druiven, een goed boek en vrij weinig om het lijf. De vogeltjes floten, de zon scheen volop. Van de eerste echte zonnestralen word ik hebberig. Als ik eenmaal een dag zonder jas buiten heb kunnen rondlopen dan wil ik dat ding voorlopig niet meer aan ook, september is wat mij betreft vroeg genoeg. Weg met het klappertanden en de diepvriestenen. Ik heb een vermogen uitgegeven aan dingen die zon vereisen dus laat de zomer maar komen. Ik ben er klaar voor.

Waar ik ook al geruime tijd klaar voor ben is een zeer welverdiende vakantie. Nog slechts vijf nachtjes slapen en dan smeer ik hem zuidwaarts. Niet ver zuidwaarts want wat de boer niet verstaat dat spreekt hij niet maar wel zuidwaarts genoeg voor een vakantiegevoel. We pikken meteen een festivalletje mee. Nee mevrouw de telefoniste van de afdeling orthopedische chirurgie, hoe vaak u het me nou ook nog gaat vragen, ik kom me volgende week écht níet bij u melden. Als u die schroef zo graag wilt hebben dan komt u hem maar halen in Parijs. Merci et au revoir.

Omdat ik me op koninginnedag had laten overhalen mijn oom, die in een stoere ouwe mannen bluesrockband zingt en drumt, aan te moedigen begaf ik mij naar Sassem en vroor mijn kont er bijna af. Gelukkig was ik met mijn immer inventieve papa op stap en in zo’n geval is het volslagen zinloos om welke vorm van schaamte dan ook te kennen. Ik ontkwam niet aan een uitbundig potje swingen, springen en luidkeels meezingen want: wij kennen onze klassiekers, mijn pa en ik, en van vrieskou zijn wij niet gediend. Toch kun je het zo'n zon niet al te kwalijk nemen dattie het af laat weten. Koninginnedag is ook niet mijn favoriete dag van het jaar.

Ik was min of meer incognito, met voorbedachten rade wegens er-komen-daar-vast-veel-meer-bekenden-dan-onbekenden en daar kreeg ik voor de volle honderd procent gelijk in. Zoiets is nu eenmaal onvermijdelijk wanneer je uitgerekend tijdens de oranjefeesten terugkeert naar het dorp waarin je bent opgegroeid. Ik was de straat nog niet uit of achter me riep een jongeman op een fiets keihard mijn naam. Dat was het begin van een soort spontane straatreünie. Op het laatst moest ik zelfs moeite doen iemand te bespeuren die ik níet kende en zelfs dan moest ik nog ten zeerste op mijn hoede zijn want ook figuren die mij totaal niet bekend voorkwamen klampten me aan en begonnen tot mijn grote verbijstering verhalen over me te vertellen die ze zelf niet hadden kunnen verzinnen. Kennelijk ben ik een onmiskenbare Schrama, ik drink alleen geen bier maar verder valt mijn herkomst dus niet te verdoezelen. Die figuren bleken dan verre familie te zijn waarvan ik nog nooit gehoord had of op zijn minst de dochter van de man van de vriendin van mijn moeders schoonzus. Ik heb in alle jaren dat ik in deze stad woon niet zo vaak "hee, ken je mij nog?" (eh, geef es een hint), "noouuu wat doe jíj hier?" (verrekzegkerel, dat kan ik beter aan jou vragen) en "dát is lang geleden!" (je hebt er inderdaad een stuk of wat rimpels en grijze haren bij gekregen) gehoord als in de drie uur die ik op het dorpsplein spendeerde. Uiteindelijk kwam ik de naamroepende jongeman weer tegen die me meesleurde naar een groepje oude bekenden die ik in tegenstelling tot de verdere rest wel graag wilde zien en kreeg na het ophalen van een berg mooie herinneringen spontaan heimwee naar die goede ouwe tijd.

Maar die keert niet weer. Mijn dorp is mijn dorp niet meer. Mijn peuterspeelzaal is weg. Mijn basisschool bestaat niet meer. Mijn middelbare school is tegen de vlakte gegaan. Het gebouw van mijn jeugdvereniging is met de grond gelijk gemaakt. Mijn sportveld staat vol luxe woningen. De melkboer is dood, evenals mijn kapper en het bakkertje op de hoek. Mijn buurtjes zijn overleden. Alle acacia's die eens mijn straat sierden zijn uit de grond getrokken. En al zo voort. Het dorp mag mij dan niet vergeten zijn, ik ken mijn dorp niet meer. Lang leve 'de grote stad' die er niet over piekert zich aan je vast te klampen en waar je zo lekker anoniem in op kunt gaan.