Posts tonen met het label kids. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kids. Alle posts tonen

2 maart 2010

[Puberpaps]

“Waarom zit mijn zoon op de bank?” vroeg de papa van Melle me.
“Hij heeft de regels overtreden, daar hebben we van tevoren afspraken over gemaakt.”
“Mijn kind doet zoiets niet” zei de papa van Melle stellig.
“Toch wel” zei ik.
“Maar daar kun je een kind van vijf niet om straffen, dat snapt hij niet!” riep de vader van Melle verontwaardigd.
“Toch wel hoor” zei ik.
“En nou moet hij de hele middag op de bank zitten? Dat kun je niet maken.”
Ik keek op mijn horloge.
“Vijf minuten. Nog één minuut en hij mag bewijzen dat hij zich aan de regels kan houden.”
“Belachelijk! Kom Melle, we gaan.”

Opmerkelijk. Maar daarmee was de kous nog niet af. De volgende dag kwam papa binnen zonder mij te groeten. Hij richtte zich direct tot zijn zoontje waar ik vlak naast zat.

“Hoi Melle, heb je nog straf gehad?”
Melle keek even op van zijn tekening en schudde zijn hoofd.
“Heb je al tegen de juf gezegd wat je van plan bent?”
Melle schudde weer zijn hoofd en tekende ijverig verder.
“Dat je een brief gaat schrijven aan Sinterklaas, dat hij de juffen dit jaar maar geen cadeautjes moet brengen?”
“Hmm” deed Melle terwijl hij geconcentreerd het rode potlood in de slijper stak.

Mijn mond viel nog net niet open. Dit was je reinste kind-octrinatie. Dit was vast papa’s idee en hij durfde het niet eens recht in mijn gezicht te zeggen.
“Zeg maar hoi-je Melle, we gaan.”
Zonder zelf gedag te zeggen nam hij Melle mee naar huis.

De week erop had Melle ruzie met Syl. Het meningsverschil liep uit op een uitbundige vechtpartij. Aan mijn gezicht zagen de knulletjes meteen hoe laat het was.
“Aan tafel” zei ik, “allebei.”
Na een pedagogisch verantwoord gesprekje liet ik hen nog even aan tafel zitten, met wat boekjes. Natuurlijk kwam op dat moment Melles papa binnen. Hij zei niets maar zijn gezicht sprak boekdelen: hij was het hier niet mee eens.

Helaas voor vader en zoon eindigde de volgende dag wéér met een reprimande. Ik voelde de bui al hangen…

“Wat doe jij binnen met dit weer?!” vroeg papa verbaasd.
“Ik moest mee naar binnen om te praten" fluisterde Melle, “want ik heb Syl gestompt.”

Nu richtte papa zich tot mij.
“Dus alle kinderen zijn hier lekker buiten aan het spelen en mijn kind zit binnen. En daar krijg ik elke maand een dikke rekening voor. Papa kan het betalen.”
Hij keek me niet aan terwijl hij sprak.
“Dat Melle een kind stompt kunnen wij niet zomaar tolereren en dat weet hij” verklaarde ik.

Papa was not amused. Hij pakt Melle bij zijn arm en nam hem mee naar buiten. Syl rende achter Melle aan om dag te zeggen.

“Ha Syl,” zei de papa van Melle en vervolgde op overdreven luide toon “heeft jouw papa de rekening al betaald?”

Zo. Dat was nog even een trap na voor mij.

Ik besloot dat ik genoeg geslikt had van deze puberende papa en bedacht drie opties.
1. Hij communiceert met onmiddellijke ingang op een normale, volwassen manier met me,
2. óf ik nodig hem uit voor een gesprek over zijn manier van communiceren,
3. óf hij krijgt een koekje van eigen deeg.

Een nieuwe dag met nieuwe kansen, voor iedereen. De papa van Melle kwam binnen en graaide twee koekjes uit de trommel.

“Oohh! Hij pakt twee koekjes! Dat mag niet!” riep een van de kleuters.
Hoewel ze zelf nogal eens ‘per ongeluk’ de fout in gaan, hebben ze een soort voelsprieten voor de ‘foutjes’ van anderen. Soms is dat best handig.
“Hij moet het ook eerst vragen!” riep de tweede.
Een derde bijdehandje wist er nog aan toe te voegen “en hij heeft niet eens eerst zijn handen gewassen.”

Ineens vulde mijn lijf zich met een tevreden, warm gevoel: wat was ik trots op mijn ukken!

“Dus, nou moet de papa van Melle straf hè?” zei de eerste kleuter.

Ik keek de papa met mijn meest autoritaire blik aan.
De papa keek terug met een blik van wat-krijgen-we-nou?!
De ene helft van de groep begon te giegelen en de andere helft hield van spanning de adem in.

“Tsja papa, ook dat hoort bij de regels. Zoals je merkt weten alle kleuters prima hoe het hoort. Misschien moeten we het even over de afspraken hier hebben?”

“En dan sorry zeggen, hè juf?” maakte Melle het gebruikelijke scenario af.
“Juistum, wijsneus.”

Sommige ouders hebben meer nood aan opvoeding dan hun kinderen. En op die momenten is er niets mooier dan een kind dat zijn ouders het goede voorbeeld geeft. Dat volwassen communicatie de komende tijd waarschijnlijk nog even een no-go is neem ik dan maar voor lief.

12 februari 2010

[Alááf!]

“Juf, waar zijn je verkleedkleren?”
“Heb ik aan, duh.”
“Niet waar! Dat zijn je gewone mensenkleren!”
“Jemig, heb je soms een brilletje nodig?”
“Nou-hou, ju-huf, doe niet zo fla-hauw!”
“Ik dacht dat dat juist het idee was van carnaval.”
“Maar als wat ben je dan verkleed?”
“Als Spass Bremse.”

9 februari 2010

[Ongekend talent]

Het is een simpele regel: niet zitten, staan of liggen op de pingpongtafel. Helaas voor mij is bij het woord ‘regel’ de allereerste associatie van kinderen: overtreden. Omdat ik wel politieagent was geworden als ik de hele dag straf wilde uitdelen, of scheidsrechter als ik met rode kaarten wilde zwaaien, moet ik de oplossing voor dit probleem over een pedagogische boeg gooien. Een positieve benadering met een heldere boodschap is daarbij een belangrijk element.

Tijdens het overblijven is er een half uur gereserveerd voor buiten spelen. De uitgelaten meute stuift het plein op met het idee dat als ik ‘spelen’ zeg, ik eigenlijk ‘rottigheid uithalen’ bedoel. Waar ze dat idee vandaan halen weet ik niet maar het blijkt nogal hardnekkig te zijn. Terwijl er een kleuter met een springtouw aan een boom wordt vastgebonden, laat aan de andere kant van het plein een vroeg puberende jongen een meisje struikelen, recht op haar gezicht in de modder. Even later probeert een knul een groepje jongere kinderen hondenbrokken te laten eten, hen wijs makend dat het snoepjes zijn. De groep achters trekken takken van een boom omdat ze katapults willen maken en bij de ingang van het plein probeert een stel tienermeisjes ongezien over het hek te klimmen. Ga er maar eens aan staan!

Natuurlijk zijn er ook altijd blagen die eens even lekker provocatief op de pingpongtafel gaan zitten. Ik moet iets verzinnen en snel want het zit er dik in dat het volgende vergrijp niet lang op zich laat wachten. Wat vinden jongens van negen cool? Zombies. Perfect. Wie door een zombie gepakt wordt, verandert zelf ook in een zombie. De jongens vliegen van de tafel en beginnen enthousiast aan het spel. Zelf doe ik natuurlijk ook mee, om het goede voorbeeld te geven. Ik vind mezelf een heel overtuigende zombie maar de jongens lachen zich krom. “Alsof we daar bang van worden!” Nou zeg, daar doe je dan je best voor.

Van zombie spelen word je moe en als je moe bent moet je uitrusten. De jongens ploffen neer op de pingpongtafel. Wel verdraaid! Denk je ze er eindelijk af te hebben, moet je weer wat nieuws verzinnen. Aangezien ik als zombie eerder op de lachspieren werkte dan eng was, besloot ik een ander ‘talent’ in de strijd te gooien. Ik schraapte mijn keel, nam een pose aan en begon te zingen: “Kom van die tafel! Ik waarschuw niet meer! Neeneeneeneeneenee van die tafel!” etcetera. Mijn publiek vertoonde grote ogen. Vervolgens keken de jongens elkaar aan, hielden hun handen voor hun oren en renden verafschuwd weg. Zo snel waren ze niet van me af. Luid zingend zette ik de achtervolging in totdat het lief afgelopen was. Een van de jongens kwam voorzichtig naar me toe en zei met een bloedserieus gezicht: “dat was echt heel eng”. "Enger dan m'n zombie?" "Absoluut!" Mooi. Missie geslaagd.

Terwijl ik nog op adem stond te komen, kwamen er drie meisjes aan die aanstalten maakten op de tafel te gaan zitten. Ja hoor, dacht ik, daar gaan we weer. Maar voordat ik iets kon zeggen of doen kwam de jongen al aangerend. “Nee! Niet doen! Alsjeblieft! Dalijk gaat ze weer zingen!”

Ik zal wel nooit door de voorrondes van Idols komen, maar mijn talent is tenminste nog ergens goed voor!

3 februari 2010

[In het kader van de 'Limburgering']

Op de BSO in Leiden noemden de kids leverpastei ‘smeerworst’ maar in Limburg zeggen ze ‘paté’. Moest ik even aan wennen. Het valt niet mee om je vocabulaire aan te passen wanneer de woorden uit je moedertaal ineens een andere betekenis krijgen dan je gewend bent.

Vla noem je hier pudding, als je om vla vraagt dan krijg je ’n stuk vlaai.
Limonade heet hier sap en tegen sinas zeg je limonade.
Als ze schudden zeggen, bedoelen ze schenken.

Af en toe ga ik nog de fout in en dan kijken de ukken me onbegrijpend aan. Gelukkig zijn er ook kinderen die een beetje met mij mee denken. Een soort omgekeerde integratie.

Als ik M vraag wat ze op haar broodje wil, denkt ze even na en antwoordt dan vastbesloten: “smerige worst”.

19 januari 2010

[Dat is ook]

G. heeft buiten gespeeld. Zijn handen zitten onder de modder.

“Jakkes, wat is dat voor viezigheid?” vraag ik hem.

G. kijkt om zich heen.

“Juf, er is hier helemaal geen vieze geit hoor.”

12 januari 2010

[Shoppen na de dood]

E: "Wij geloven thuis in God, jij ook?"
W: "Nee, ik niet."
E: "Maar dan ga je niet naar de Hema!"
W: "Wat heeft dat er nou mee te maken?"
E: "Als je in God gelooft en je gaat dood, dan kom je in de Hema."
W: "Oh?"
E: "Ja, ik vind dat ook stom hoor. Ik zou liever naar de Intertoys gaan ofzo. Maarja. Dat zal God wel niet goed vinden…"

4 januari 2010

[Omdat ik geen platlander ben]

Doe ik zo mijn best om een beetje in te burgeren hier...

Wen: "Kent se dat neet?"
D (4 jr): "Het is 'kan jij dat niet'."
Wen: "Ja dat weet ik, maar ik dacht, ik pas me een beetje aan..."
D: "Ja maar dat is plat en jij praat Hollands, omdat je geen platlander bent, dus dan kun je ook niet plat praten."
Wen: "Oh, juist, mijn welgemeende excuses."
D: "Wablééf?"

4 december 2009

[Wat is nou weer een knecht?]

Het mag duidelijk zijn wat onze kleuters dit jaar op hun verlanglijstje hebben gezet:

"Siiiinterklaasje kom maar binnen met je KNEX!"

25 september 2009

[Tussen 'geboren' en 'gebaard']

M (5 jr): "Waarom heb jij krullen?"
Stagiare: "Die heb ik altijd al gehad, ik ben ermee geboren."
M: "Oh."
Stagiaire: "Jij hebt juist heel stijl haar he?"
M: "Ja, mijn mama heeft mij geboord zonder krullen."

19 maart 2008

[Bijdehandjes]

Char (tegen mij): Jij bent al zó oud dat je bijna een opa bent!
Its: Oh echt niet!
Ik: Dank je Its.
Its: Ze is bijna een OMA!

Grumpf.

17 januari 2008

[Bijdehandjes]

"Kaas is altijd van koeienmelk gemaakt."
"Oh, en geitenkaas dan?"

"Oja. Van geitenmelk."

"Er bestaat ook schapenkaas."
"Van schapenmelk hè?"
"Inderdaad. En schimmelkaas, waar is dat van gemaakt denk je?"
"Eh, het paard van Sinterklaas z'n melk!"

3 januari 2008

[Bijdehandjes]

De eerste van 2008 en meteen een bijzonder fraaie. Een stukje kleuterconversatie tijdens de lunch.

D: "Ohhh je moet je hand voor je mond als je hoest anders krijg ik beestcillen op mijn boterham en daar word ik verkouden van!"
J: "Ja, ik niesde een keer op mijn poes en toen werd 'ie ziek uit z'n neus met allemaal nat."
D: "Ik heb ook een natte poes!"
B: "Ik heb een kater."

Voordat de ukken van tafel mogen, moeten ze eerst even melden wat ze gaan doen. D heeft een goed idee en zegt met een bloedserieuze bakkes: "ik ga met mijn doos spelen". De daaropvolgende minuten hebben wij even heel onpedagogisch voor het opvegen gelegen.

20 december 2007

[Het zijn verwarrende tijden]

"Weten jullie eigenlijk wel wat er gevierd wordt als het kerstmis is?"
"Dat de kerstman jarig is!" roept kleuter 1.
"Echt niet!" roept kleuter 2 "Die komt alleen effe cadeautjes brengen voor onder de kerstboom."
"Ja, omdat hij dus jarig is dus." zegt kleuter 1.
"Nee, omdat het kerst is."
"Ja joh" valt een derde kleuter hem bij "en de kerstman kan helemaal niet jarig zijn want Jezus is al jarig met kerst."
"Maar juf" fluistert kleuter 4 in mijn oor "Jezus is toch gewoon de kerstman? Toch? Met een opplakbaard."

27 oktober 2007

[Bijdehandjes]

"Wat is dat, Naturalis?"
"Dat is een dierentuin vol met neppe dieren."

"Ik moest gepleisterd want de hechtwinkel was dicht."

"Oeps! Mijn poep liet een boertje!"

"Als je vier bent, zoals ik bijvoorbeeld, dan word je daarna meestal vijf."

17 augustus 2007

[Bijdehandjes]

Ik introduceer een nieuw soort broodbeleg maar S vertrouwt het plakkerige goedje voor geen cent en wel hierom: "In sommige honingen zitten geen bijen maar in de meeste honingen wel dus dat neem ik echt niet op mijn boterham."

"Bloed! Snel, pak een handwasje!" (washandje)

D en Q halen kattenkwaad uit en komen er vervolgens achter dat ze vlak voor het politiebureau staan. "Oh oh, wegwezen! Straks worden we gevideocameraad!"

I probeert me uit te leggen wat 'tegenover' betekent: "voor je neus en dan rechtdoor"

D kan de kleinste pijntjes meesterlijk dramatiseren: "Ik heb een zere knie maar je mag niet door mijn broekspijp omhoog spieken want anders raak je met je neus mijn pijnigheid aan."

K heeft er na een potje ruzie spijt van dat hij A op zijn partijtje heeft uitgenodigd, maar weet wel een oplossing: "Morgen krijg jij dus een afnodiging."

30 juli 2007

[Bijdehandjes]

L en I vatten even een stukje geschiedenis samen na een bezoek aan Naturalis.
"Nou, eerst was er dus die oerkwal, toen kwamen de ruigtanden enzo maar die stierven uit want het regende apen en dat zijn dus later mensen geworden."

J en I kunnen niet wachten tot ze écht groot zijn.
"Als ik tien ben, ben ik een tiener."
"Ja maar dan moet je eerst een neger worden."

Onze oude pc loopt niet alleen regelmatig vast; het ding heeft ook de neiging kleine kleutertjes gevangen te nemen...
"Help! Juf! M zit vast in de kjomjoeter!"

In het kinderkookcafé: "Ik lust geen pizza met spionnen." (champignons)

"R heeft zich ergens verstoppeld." (verstopt)

T maakt bijna een spagaat, waarop P vol bewondering opmerkt: "Zo hee! Kan jij in de spaghetti!"

19 april 2007

[Bijdehandjes]

"Waar ging je ook alweer kamperen D, bij een ruïne?"
"Nee joh, gewoon bij een kapot kasteel."

19 maart 2007

[Bijdehandjes]

(uk) "Zo - die is dom! Ik denk dat hij zaagsel in zijn hoofd heeft."
(meester) "Zeker een beetje van jou geleend?"
(uk) "Nietus! Ik kan al honderd keer honderd!"
(meester) "Doe dan."
(uk) "Duizend."
(meester) "Goedzo! Knap hoor."
(juf) "Ik denk dat het zaagsel van de meester even ververst moet worden..."

19 februari 2007

[Bijdehandjes]

"Wat pak je daar uit de vriezer juf?"
"Vissticks."
"Komen daar baby-visjes uit?!"
"Ehh, nee. Het zijn vissticks. Gewoon vierkante opeetvis met een krokant jasje aan. Kapitein Iglo, weet je wel?"
"Oja... Ik kom ook uit de vriezer."
"Pardon?"
"Ja. Mama had mij in een staafje in de vriezer gestopt en toen ze zich alleen voelde, heeft ze me ontdooid."
"Ah! Nou, is dat even handig."
"Hmhm. Ze heeft nog meer staafjes dus misschien gaat ze nog wel een kindje ontdooien want ik wil graag een broertje. Maar een visstick vind ik ook goed hoor!"

19 januari 2007

[Bijdehandjes]

De term NSO (naschoolse opvang) is met de komst van allerlei andere vormen van kinderopvang (VSO, TSO, VO) veranderd in BSO (buitenschoolse opvang). Voor een van de ukken leverde dit enige verwarring op en zie waar ik tegenwoordig werkzaam ben...

"Juf, moet ik vandaag ook mee met de NSB?"