30 juni 2005

[Blij dat ik geen duizendpoot ben (2)]

Het euvel bleek niet in mijn voet te zitten maar in de cirkelzaag. Het ding functioneerde niet naar behoren en er ontbrak een adapter. Toen na een tijdje het haperende geluid overging als iets dat klonk als een Whitehouse plaat en ik het gezaag tot in mijn ruggengraat voelde trillen nam ik maar aan dat het probleem opgelost was. "U hoort misschien wat verontrustende geluiden maar ik kan u verzekeren dat alles goed gaat hoor mevrouw" sprak de orthopeed vanachter het gordijn. Hij tilde mijn been in de lucht om het te bewijzen terwijl ik een van de assistenten hoorde mopperen omdat de schroevendraaier kwijt was. Een gele, opengesneden voet stak boven het gordijn uit terwijl ik het gevoel had dat die voet nog onaangeraakt op de operatietafel lag. "Eh, ja, prachtig."

Veertig minuten later werd ik dichtgenaaid en ingepakt, in mijn bed getild en naar de uitslaapzaal gereden. Een wat oudere, streng uitziende zuster hing het infuus op en koppelde alle loshangende draadjes aan een nieuwe monitor. De anesthesist had me een kacheltje beloofd omdat ik zo onderhand lag te klappertanden en mijn vingertoppen net ijsklontjes waren maar de zuster, die net zo streng bleek als ze eruit zag, was het daar niet mee eens.


"Dan wordt het hier bloedheet!"
De anesthesist keek een beetje onthutst en daarna verontwaardigd maar zweeg.
"Ja, wat heb je liever? Een zuster die haar werk doet of een zuster die op de grond ligt?"
De anesthesist keek me aan vanuit zijn ooghoeken en richtte zijn blik weer op de zuster.
"Ik heb liever een zuster die zich niet zo aanstelt."


Ha! Net goed. De zuster stampte boos weg en ik kreeg mijn kacheltje. Naast me lag een oude man die net een vijf uur durende operatie ondergaan had en niet begreep waarom hij met dit mooie weer in bed lag en aan de andere kant een vrouwtje die de strenge zuster tot waanzin dreef omdat ze haar zinnen net als ik op een kacheltje gezet had. Ik viel in slaap en werd een half uur later wakker omdat ik mijn naam door de intercom hoorde.

Terug op mijn kamer werd mijn bed in de juiste positie gebracht en kwam de chirurg even langs om naar mijn voet te kijken. Hij begon meteen te mopperen want de verpleegkundigen hadden het verband er verkeerd omheen gedaan dus hij trok de hele boel los en knoopte het naar zijn eigen zin weer vast. Op dat moment ging de eerste felle pijnscheut door mijn voet en wist ik dat het lijden kon beginnen. Ik vroeg om een paracetamol maar kreeg een dikke spuit in mijn been, waar ik heel boos van werd omdat de verpleegster pas na het prikken opbiechtte dat ik er waarschijnlijk wel ziek van zou worden. Wat had ik nou gezegd?!

Gelukkig kwam er bezoek tijdens het bezoekuur zodat ik even wat afleiding had. Lorenza had een prachtige bos zonnebloemen meegebracht, kwam haar vakantiefoto's laten zien, hield een chocoladetaart onder mijn neus die ik natuurlijk niet mocht opeten en zorgde ervoor dat ik weer even kon lachen. Die lach verdween helaas snel toen de verpleegster vroeg of ik één of twee nachtjes zou blijven. "Ik ben hier voor een dagopname!" riep ik verontwaardigd "Kijk maar op de verwijsbrief, ik heb zelfs de anesthesist nog gebeld om het te checken!"

Met een hele stapel papieren onder de arm kwam de verpleegster hoofdschuddend terug. Nergens stond geschreven of gedrukt dat ik dezelfde dag naar huis zou mogen. Niemand wist er iets van. Het was ook helemaal niet gebruikelijk dat mensen voor een dagbehandeling op de verpleegafdeling lagen en er werd nog een heel blik smoezen open getrokken om te zorgen dat ik van gedachten veranderde maar ik liet me niet ompraten. Ik voldeed aan alle voorwaarden: ik had braaf op de bedpo geplast, ik was niet misselijk of duizelig, bloeddruk en temperatuur waren in orde en er lekte geen bloed door het verband dus ik wilde naar huis. Geen gezeur.

De verpleegster besloot de artsen op te roepen voor een spoedoverleg en kwam na een half uur terug. "Je wilt wel erg graag naar huis hè?" Nou en of. Ik kwam overeind om te bewijzen hoe fit ik was, trok een vastberaden snuit terwijl ik knikte en negeerde de stekende pijn in mijn voet. "Nou, vooruit dan maar." zei de verpleegster en trok het infuus uit mijn arm. "Kleed je maar aan."

Op voorwaarde dat ik een demonstratie gaf van hoe goed ik het kruklopen onder de knie had, werd ik ontslagen en in een rolstoel naar de uitgang gereden. Over een week moet ik terug komen voor foto's en wondinspectie. Op dit moment verga ik van de pijn omdat de pijnstillers niet werken, de bijwerkingen (trillen, zweten, misselijk, duizelig) doen het helaas wel allemaal dus die krengen gaan vanavond nog de vuilnisbak in. Hupsakee. Vorige keer heb ik het ook overleefd met een doos paracetamol dus dat moet nu ook wel lukken. De eerste week is de ergste...

29 juni 2005

[Blij dat ik geen duizendpoot ben (1)]

Tegen mijn verwachting in was ik totaal niet zenuwachtig toen ik me stipt op tijd bij de balie meldde. Er kwam een gastvrouw om me naar mijn kamer te begeleiden want het ziekenhuis wordt verbouwd en de afdeling waar ik opgenomen zou worden was veranderd in een grote betonnen bouwval. Gezellig. Dapper volgde ik de gastvrouw, de krukken op mijn schouders en vrolijk lachend naar de zwetende schilders die, zo bleek, al drie uur met hetzelfde muurtje bezig waren omdat ze steeds moesten stoppen wanneer er een patiënt voorbij kwam. Tot mijn verbazing rook ik helemaal geen verf en was de vloer volledig bedekt met uitgevouwen, geplastificeerde sinaasappelpakken. Interessant.

De gastvrouw liet me achter bij een verpleegster die me in een hokje stopte voor een laatste onderzoek en het invullen van de standaard vragenlijsten, daarna mocht ik naar mijn kamer. Het was gezellig druk in de kamer en er werd hard gewerkt dus ik nam zo onopvallend mogelijk plaats op een klapstoel in een hoekje.


"Doe ik het goed zo?" vroeg een van de bejaarde vrouwen, worstelend met een ouderwets looprekje en slechts gekleed in een wit hemd en een grote lange onderbroek, zodra ze me in de smiezen had.
"Volgens mij doet u het uitstekend mevrouw, maar dat kunt u beter even aan de therapeut vragen."
"Oh, bent u nog in opleiding soms?"
"Was het maar zo. Eigenlijk wacht ik op mijn bed." Ik wees naar de lege plaats voor me.


Het vrouwtje knikte begripvol, plofte uitgeput neer in een stoel en keuvelde wat met de andere oudjes. Ik inspecteerde de ruimte. Geen kotsbakjes, geen bleke, bevende mensen, geen verontrustende snoertjes en slangetjes. Er waren alleen maar goedlachse bejaarden, de een had een gekneusde heup en een gebroken arm door een val tijdens een partijtje tennis, de ander was zojuist ontslagen en commandeerde vanuit haar rolstoel de bejaarde man die haar tas in moest pakken. Er zouden geen andere patiënten bij komen dus de kust was veilig.

Een kamer verderop was het duidelijk minder gezellig, huilende mensen en iemand die in paniek de gang op vloog omdat een van de patiënten mijn grootste nachtmerrie aan het waarmaken was. Gelukkig was ik op alles voorbereid en bood de mp3-speler uitkomst.

Mijn bed arriveerde en ik moest me direct omkleden. Het ging allemaal veel sneller dan de vorige keer. Ik hoefde niet vier uur te wachten, ik moest zelfs haast maken want een half uur later werd ik op de OK verwacht. Gehuld in een veel te groot blauw hemd kroop ik onder de dekens, die de verpleegster meteen weer van me af trok omdat ik eerst nog een spuit in mijn been moest, tegen trombose. Het wachten was op een telefoontje van de anesthesist en terwijl ik dat deed prees ik mezelf gelukkig met het uitzicht waar het oude vrouwtje zich over aan het beklagen was. Toen ik haar wees op het feit dat er naast hijskranen en steigers ook knappe, gespierde, zongebruinde bouwvakkers met ontblote bovenlijven op het dak rondliepen (coca cola light break!), klaarde haar gezicht weer op en kon de mannenkeuring beginnen. Dat ze dat op haar leeftijd nog mocht meemaken.

Dokter Stefan trok de stekkers uit mijn bed en reed me naar de uitslaapkamer waar ik een mooie groene badmuts over mijn haar kreeg. Er werd efficiënt gewerkt en voor ik er erg in had was mijn voet voorzien van een grote zwarte pijl en ingesmeerd met jodium, had ik diverse elektroden op mijn lichaam, kreeg ik een infuus in mijn hand geprikt en was ik aangesloten op een monitor die meteen de verkeerde piepjes maakte omdat ik in alle consternatie was vergeten dat ik ook nog moest ademen. Mijn temperatuur was een beetje te hoog maar dat was niet erg. Ik moest weer overeind komen, voorover leunen, ontspannen en even op de kiezen bijten toen de verdovingspuiten in mijn rug gestoken werden. Voor de zekerheid vroeg ik de anesthesist om me vast te houden op het moment dat de ruggenprik erin ging, dat blijf ik toch een eng ding vinden. Het viel mee, ik moest op mijn zij liggen en werd afgevoerd naar de koelcel met de martelwerktuigen.

"U kunt overstappen hoor" riep een van de assistenten toen mijn bed naast de operatietafel gereden werd. Goddank, een man met humor! Op de derde tel vloog ik door de lucht en landde ik op de slachtbank. Ik kreeg een wit kleedje over me heen, mijn linkerarm werd uitgestrekt op een plankje gelegd en vastgemaakt met klemmetjes en snoertjes, mijn rechterarm werd in een bloeddrukmeter geschoven en uitgestrekt aan een ander plankje bevestigd. Ik kon nu alleen nog mijn hoofd bewegen en voelde alle warmte met grote snelheid uit mijn lichaam verdwijnen.

Deze keer vergaten ze het gordijntje voor mijn neus te hangen dus ik kon precies zien met hoeveel geweld mijn been behandeld werd. Natuurlijk voelde ik daar niets van maar er werd geduwd en gesjord, mijn been ging een heel eind de lucht in (wat ben ik lenig!) en er werd een band strak omheen gebonden (anders wordt het zo'n ranzig zooitje in de OK, aldus de assistent). Nog een laatste jodium-doop en toen verscheen de grote meester in de deuropening. De anesthesist, mijn steun en toeverlaat, schonk me een bemoedigende glimlach en schoof toen toch maar het gordijntje dicht. Ik vroeg me af of men zich ervan bewust was dat ik het hele gebeuren nog steeds vrij goed kon volgen via de grote lampen die boven me hingen.

Er werden twee zwarte slangen over het gordijntje gehangen, eentje voor de zaag en eentje voor de boor. Ik hoorde een hoop herrie en vervolgens allerlei uitspraken waar ik enigszins bezorgd van werd. Er zat iets vast en in de stem van de orthopeed hoorde ik opgefokte ergernis. Oh-o! Ik zag mensen rondrennen, hoorde wat haperende geluiden uit een van de apparaten komen en ergerde me kapot aan het feit dat niemand me vertelde wat er aan de hand was. Paniek in de tent. Dat kon nooit goed zijn. Zou mijn voet er nog aanzitten?