22 november 2006
[Hebben we er zin an?]
Waar het ook alle schijn van heeft, is dat ik mijn stembiljet vorige maand wel erg goed opgeborgen heb uit angst hem kwijt te raken met als gevolg: onvindbaarheid. Stik. En ik had vandaag met mijn stomme kop in een vlaag van opruimwoede ook al ongeveer vijfhonderd euro aan declarabele bonnetjes kwijt gemaakt. Of ja. Kwijtgemaakt. In de openbare vuilcontainer gemikt. Laat ik het maar eerlijk toegeven. Maar wie maakt er dan ook propjes van die dingen?! Kon de man weer op z'n kop in de prullenbak...
17 november 2006
[Spijker een drol op een plank dan heb je ook kunst]
Maar nu even serieus want, dames en heren stemgerechtigden: het verkiezingsvirus eist bij velen genadeloos tol. Overal in het land heerst kieskoorts en stemstress. Zalig zijn de immunen. De kieswijzers worden als een soort van politieke thermometers tussen de zwetende billen van de samenleving, die zonder al te veel morren voorover bukt, gestoken. Wordt u daar nou wijzer van? Ik niet. Natuurlijk heeft geen enkel weldenkend mens een kieskompas nodig want een mening heeft hij immers al. Het is ook ten onrechte dat wordt gedacht dat al die instrumenten in de eerste plaats zijn ontwikkeld om de kiezer die er zo een twee drie zelf niet uitkomt een helpende hand toe te steken. Waar het om gaat is de opiniekoers, daar kunnen de lijsttrekkers hun voordeel mee doen in de hen nog restende campagnetijd om het oordeel over de nieuwste stunts vervolgens weer aan de kiezer over te laten: slechts een spektakel of een regelracht debacle? Kun je bijna stante pede terug zien wanneer je even naar de politieke barometer punt-enelt.
De zwevers die met kieskoorts dan wel stemstress gediagnostiseerd zijn, kunnen op het wereldwijde web terecht bij diverse dienstverlenende instanties (e.h.b.k.). U kunt uzelf naar hartelust het schompes klikken en uzelf een politieke blackout kieswijzeren indien u dit wenst. Wel dokters, zegt u het maar: wat is de meest geschikte remedie voor het doen verdwijnen van mijn aanhoudend zeurende hoofdpijn?
Remedie aanbevolen door dokter Kieswijzer: SP, CU, GL. Gezondheidsrisico's: EénNL, Groep Wilders, VVD, Fortuyn.
Remedie aanbevolen door dokter Kieskompas: Internet Explorer. Onderhoudskuur: PvdA, CU, SP.
Remedie aanbevolen door dokter Wereld Stemwijzer: SP. Slecht voor de rikketik: EénNL, Groep Wilders, VVD.
Remedie aanbevolen door dokter FNV: SP, GL. Best te vermijden: VVD.
Remedie aanbevolen door dokter 3FM Serious Politics: PvdA, GL, Fortuyn. Serieus ongezond: CDA, EénNL, PvdD.
Interessant. Ontnuchterend zelfs. Desondanks ben ik er nog steeds niet uit op welke landingsbaan ik mijzelf straks zwever-af zal verklaren. Ik zeg maar zo, een mens ken toch maar het beste z'n eige huisarts blijve. Bestaat er eigenlijk al een kieswijzer voor het wijs kiezen van kieswijzers?
En nou nog eens wat, want dat vroeg ik me vanmiddag ineens af: waarom plakt tegenwoordig niemand meer een campagnepostertje van de partij van zijn of haar voorkeur tegen de ruit? Bang dat men de ruit een paar uur later in de vorm van aan diggelen zal terug vinden op de keukenvloer? Vroeger zag je gedurende de verkiezingsperiode massa's politici met hun papieren snufferds voor de ramen hangen. Zie je niet meer. Schuld van de zwevende kiezer?
16 november 2006
[Bijdehandjes}
"Wanneer mag ik nou eens met de flikkerkast?" (flipperkast)
"Getverrr! Er zit een vinger aan mijn smeerkaas!"
"Wat doe jij verdikkeme buiten het hek? Ben je helemaal betoeterd!"
"De bal pakken juf, mocht zeker niet he?"
"Dat heb jij goed gezien."
"Moest ik zeker eerst aan jou vragen he?"
"Inderdaad - dat is juist."
"Ja ehh, als ik alles eerst aan jou moet vragen, blijf ik heen en weer lopen. Ik ben niet gek!"
N verliest bij het rennen zijn schoen en roept: "Zo dan juh! Zag je dat? Ik ging sneller dan mijn schoenen!"
"Meisjes hebben moedervlekken maar jongens hebben vadervlekken."
"Stoute schoenen! Hebben mijn veters zichzelf alwéér losgestrikt!"
J ziet een dikke naaktslak in de tuin, komt gillend naar binnen en roept: "er kruipt een piemel in de tuin!"
"Hee! G, haal je vinger uit het stopcontact!"
G doet braaf wat ik zeg en steekt dan zijn neus in het stopcontact.
"Potverdrie, ook niet met je neus erin!"
"Maar ik wou zo graag even neuzen met de muur, kijk, zitten ook ruikgaatjes in."
15 november 2006
[Vader op de zeepkist]
Tijdens de koffie wordt de politiek besproken. Oma vindt het allemaal onbetrouwbare hufters en vader vindt dat iedereen die het recht heeft te stemmen dit recht ook moet gebruiken. En anders moet men de muil dichthouden. De grote vraag is: hoe krijgen wij oma naar het stembureau? Mijn vader heeft nooit erg veel last gehad van tact maar hij bedoelt het goed en maakt zich gelukkig zelden kwaad. Daarbij is oma gek op mijn vader en hij op haar. Laat dat dus maar aan hem over.
"Ja - ho! Wacht effe want dat gaat zomaar niet! Je kan hier niet zonder meer een beetje in het wilde weg gaan zitten fossiliseren terwijl jij door diverse politieke partijen, en dat bedoel ik niet lullig dus vat het nou niet meteen verkeerd op, gezien wordt als een wezenlijk onderdeel van een groot probleem: de ver-grij-zing."
Oma kijkt vader aan alsof hij rijp is voor het gesticht.
"Niet dan? De kranten staan er bol van! Kom op, je leest die dingen toch voordat je ze over de bodem van de kattenbak drapeert? Weet je niet hoeveel ouderen a la vijftig plus er zijn? Goed voor opgeteld meer dan zestig zetels bij elkaar! En het worden er alleen maar meer. De jongeren mogen de toekomst zijn, het grijsfront heeft de potentiële macht hoor, vergis je niet. Tenminste, als ze zich niet laten kisten voordat ze dood zijn."
Oma verklaart dat ze stemautomaten al evenmin vertrouwt als de heren en dames politici.
"Stemautomaten gevaarlijk? Nee: onveilig. Die twee dingen moet je nou niet meteen over dezelfde kam scheren. Het is niet gezegd dat je na het indrukken van de knop exact vijf seconden hebt om de pleit erin te maken wegens ontploffingsgevaar. Je moet natuurlijk wel even netjes je peukie uitdrukken buiten. Maar maak je geen zorgen, dat houden die lui van de burgerserviescode wel in de gaten."
Oma steekt nog een peuk op, trekt met haar schouders en schudt haar hoofd.
"Kom kom. Je ligt nog niet met een luier aan in de plantenkas. De overheid beveelt een dagelijkse dosis actieve lichaamsbeweging en een frisse neus aan. Je bent nog kwiek genoeg om een eigen mening te hebben, maar ga nou niet vanuit een zogenaamd nostalgisch oogpunt op een bepaalde knop zitten rammen want vadertje Drees die is niet meer en als je er niet uitkomt dan stem je desnoods maar blanco. Hoe dan ook: stemmen zal je! Jij hijst op 22 november gewoon die steunkousen aan, trekt je stevige stappers en dat uitgeholde schaap aan, tandjes erin boven en onder, springt achter die turborollator en sjeest effe heen en weer naar dat stemlokaal. En reken maar van yes want ik kom je halen. Vegeteren kun je altijd nog. Daar drink ik op!"
Vader tikt met zijn pint tegen oma's theeglas en knipoogt. Oma fronst en richt zich dan tot mij.
"Die vader van jou he... is die altijd zo vervelend?"
12 november 2006
[Een bakje excuus-hummus]
Daar staan we dus, op de zaterdagmarkt in de rij bij zo'n allochtonenkraam waar van die uitheemse luchtjes vanaf dampen aan alle kanten, dat als je te diep door je neus inademt, dat je temet over je huig gaat van al die dingetjes in de assortimentsvitrine. Hele vieze dingetjes hebben ze d'rbij. Ken je dat? Van die weke dieren met een stuk of wat zuignaptentakels. En van die kleine ronde, van die natte gladde, van die grijsgroenige dooie ex-zeedieren of wat daar voor door moet gaan. Of dat ze nog leven, want dat weet je met die lui ook maar nooit. De ene keer moet het ritueel geslacht worden en de volgende keer nemen ze de moeite maar helemaal niet. Kun je thuis gaan doe-het-zelf slachten. Met van die vieze dingen. Wie eet dat nou? He? Niemand toch? Kijk maar, helemaal vol nog die bak met glibbergeviste. Gek he? Als je dat op je bord geserveerd krijgt dan vraag je je toch meteen af welke culinaire bijgoochem d'r effe lekker op je bord heb staan fluimen? Zo tussen die slierten zeewier? Getverredemme!
Zo. Dus met de eetlust is het alvast gedaan. Dat treft want als Hollander winkel je niet met een knorrende maag, dan zijn je ogen altijd groter dan je maag en dat merk je bij afrekening toch in de portemonnee, ja toch? Maar je loopt niet zomaar weg he, je wilt toch wat bestellen want je staat hier niet voor niks in de rij zo te verrekken van de kou dat je langzaamaan eigenlijk naar een bord boerenkool met worst smacht. Of snert. Je staat hier met een reden aan de grond vast te vriezen.
Ja. Je wilt nu eenmaal ook je broodnodige bijdrage leveren aan een verdraagzaam, multicultureel levensklimaat. Dat je thuis tegen je kinderen kan zeggen: "jong en lui, vanavond eten wij etnisch en dat is wat de pot schaft: oer-allochtoonse delicatesse". Maar denk je dat die gasten voor jouw gemak effe de Nederlandse vertaling op de allochtoons ondertitelde producten zetten? Nee hoor, niks daarvan. Wat of het zijn mag, vragen ze je met een grote gulle glimlach. En dat ze je dan met zo'n overdreven vriendelijke oor-tot-oor grijns die een beetje marktkoopman eigen is aan blijven kijken terwijl jij je bek breekt over die moeilijke woorden met veel te veel medeklinkers en je bij God of Allah niet weet wat je in hemelsnaam staat te bestellen. Vinden ze prachtig. En daar sta jij je dan in de vrieskou heel politiek correct voor uit je Hollandse naad te tolereren.
Maar kom nou niet aan met "doet u mij maar een onsje olijvenpotpourri" want een pond komt eerst, als ze je al niet meteen een kilo van het een of het ander in de maag willen splitsen. Zo zijn ze dan ook wel weer. En kun je dan nee zeggen? Nee, want dan ben jij de Hollander. De vrek. De krentenkakker. Alles goed en wel met dat "intergereren" maar je hoeft die exotische types niet meteen de minder populaire trekjes van de Nederlander voor te demonstreren. Dan krijg je dus overintergeratie. Da's ook niet goed he?
De vrouw die deze monoloog afsteekt, besluit mij aan te spreken. "Zeg, als ik wat vragen mag, mag dat? Wat wou u eigenlijk gaan bestellen, zoal?" Ik dacht aan een zak dadels en een half pond falafel. "Juist. Falala... falaaa... falafval. Nou en eet u smakelijk hoor. Dat zijn toch zeker net voorgefrituurde hondenbrokken? De offers die een mens moet brengen om een beetje mee te helpen aan een betere wereld. En wat stemmu?" Ik zeg dat ik nog zweef. "Nou ik stem mooi op Geert want die uitgekakte linkse lijstschijters hoeven nou heus niet meteen te denken dat ze mijn stem hebben als ik hier dus een bakkie hummus bestel. Begrijpuwel? Dat daar geen misverstanden over bestaan. Goedemiddag."
11 november 2006
[Lijdenswegen, of: momenten die uren lijken te duren]
"Koffie?"
"Godverdegodverrr."
"Ehm, niet om het een of ander, maar zou je die nu toch al enige tijd aanhoudende gorgelvloek misschien wat kunnen expliciteren?"
Hadden wij het er maar bij gelaten. Nu kon ik gerust nog een pot bijzetten.
Want de SSP heeft het druk he, jongensjongens, je kunt het je niet voorstellen. Hij heeft het zo druk dat hij eigenlijk niet weet waar hij de tijd vandaan moet peuteren om het allemaal klaar te spelen. Wat daar zoal onder valt, zal hij verderop in zijn monoloog uit de doeken doen, daar kunnen wij donder op zeggen. Wij horen het nu voor de om en nabij zevenenvijftigste keer. Hoe het is om een arbeidsloos bestaan te leiden, of hieraan te lijden, want als je hem zo hoort zou je er bijna van overtuigd raken dat er binnenkort een weinig kinderachtige slinger aan de uitkerende motor van het zorgverzekeringsapparaat gegeven zal moeten worden, wat overigens geen groot punt zou zijn want tegenwoordig heb je de gemaakte kosten in een vloek en een zucht ge-e-declareerd. Kun je bij wijze van spreken met een gerust hart de stress aan je kleppen krijgen.
Een arbeidsloos bestaan dus. Want hij is ontslagen he, wegens ontoereikende communicatieve vaardigheden, op een mensonterende manier en dat tijdens zijn zomervakantie. Hij kon op stel en sprong zijn telefoon en autosleutels in komen leveren en bij het dichtstbijzijnde NS-loket een enkele reis naar huis bestellen. Zo is het gegaan. Diezelfde avond ging hij volledig door het lint. Daar weet hij niets meer van hoor, daar hebben die borrels dan ook wel weer voor gezorgd, wij mogen van geluk spreken dat hij er nog is.
Nu gaat het stukken beter. Dit laat zich blijken in de vorm van opperste drukmakerij. In werkeloosheid gaan zeeën van tijd zitten, vergis je niet, dan kun je beter een baan hebben. Je moet, om maar eens iets te noemen, de banenvinder in werking stellen, je lieftallige levenspartner de opdracht geven je cv te updaten en sollicitatiebrieven voor je te schrijven waaronder jij dan weer een krabbel moet zetten, je moet de ene na de andere baanaanbieder telefonisch afsnauwen zodat je zeker weet dat je niet op gesprek hoeft te komen – alsof je daar tijd voor hebt – en al zo voort. En dan de verspilde tijd die gemeten kan worden aan de vele sloten automaatkoffie die je weg moet slikken tijdens de bezoeken aan (de wachtkamers van) instanties als het CWI.
En het foeteren he, dat kost tijd. Dan spreek je al gauw over een dagdeel of drie, vier, mogelijk vijf, afhankelijk van de beschikbaarheid van luisterende oren. Je bent niet zomaar uitgefoeterd, zeker niet wanneer je op zo'n verfoeilijke manier aan de keien gezet bent. Dat gaat je niet in de koude kleren zitten, nee, dat moet je beslist van je af kankeren. In een uur tijd jaag je er zonder dat een ander daar ook maar een speld tussen kan krijgen een compleet scheldwoordenboek doorheen, neemt een slok koffie, klaagt wat over maagpijn en begint dan weer onvermoeibaar bij de a van aangeklede stukken nageboorte. Hoort allemaal bij het proces.
Over processen gesproken, zo'n ding heeft hij zijn ex-baas ook nog aan zijn broek gehangen. Was hij niet blij mee, die ex-commandeur, en laat dat nou goed en wel beschouwd net de bedoeling geweest zijn. Maar een tijd dat zoiets vreet! Je wil het niet weten. Afkoopsommen afwijzen, bekvechten met de rechtbank en de ex-baas herhaaldelijk te verstaan geven dat hij in de koeienstront kan zakken met zijn rekening voor het laten reinigen van de in beslag genomen wagen.
Enfin. Het kwam er dus alles bij elkaar genomen zo ongeveer op neer dat hij zich feitelijk al weken aan een stuk de klere zat te vervelen en laten wij nou, al was het maar zodat we nou eindelijk eens de naald van die overslaande grammofoonplaat konden tillen, de ultieme kant en klare oplossing voor hem in huis hebben! Speciaal voor onze ouwe, zodat hij zich niet langer een nutteloos stuk heel oud veertigerjaren overblijfsel hoeft te voelen en daar dus ook eindelijk even zijn Achterhoekse klep over kan houden, hebben wij de laatste der te verklussen kamers met acute spoed ontruimd. Zodoende staat de SSP nu bovenop de keukentrap lekker te kwasten en heeft hij, zo te horen, een nieuwe te begodveren lijdensweg gevonden.
"Koffie?"
"Gloeiendegodver!"
9 november 2006
[Ginds heeft zich een koe tot herkauwen neergelegen]
Eerder vandaag vatte ik ineens het dappere plan om een bond tegen het destigmatiseren van taalfouten op te richten. Niet dat ik nu zo'n genie ben en een regelrechte taalpurist wil ik mezelf ook niet noemen. We verhaspelen allemaal wel eens een spreekwoord, daar zie ik het kwaad niet in. Ook ben ik een voorstander van taalverrijking en wel hierom dat taal in zekere zin een beperking is dus laat ons vooral creatief zijn. Een taal moet echter niet verloederen. Het is erg genoeg dat er zoiets bestaat als BrEezAhtaal en dat mijn leidinggevenden niet weten wanneer ze een d, een t of dt moeten gebruiken en als zeggen wanneer zij dan bedoelen. Taal blijkt een instrument te zijn waaraan men zich lelijke builen kan stoten en om verdere degeneratie tegen te gaan, leek mijn plan me zeer nuttig. Later op de dag werd ik tijdens een gesprek met een collega lichtelijk ontmoedigd.
"Oh Wen ik heb me dag niet hoor. Kan jij M nog die hier vroeger werkte?"
"Ken. Nee, die ken ik niet."
"Nee die kan jij ook niet, die is natuurlijk van voor jouw tijd."
"Ken."
"Wat?"
"Het is ken, niet kan. Maar vertel verder."
"Oh. Nouja, die werkte hier vroeger dus, zo'n meid, iedereen liep met der weg. Gisteren overleden. Ze had de Kaa."
"De wat?"
"De Káá. Kanker."
"Oh. Wat vreselijk. Gecondoleerd."
"Ja, ik hoor het net, sta helemaal te beven. Ik ken daar niet tegen hoor, dat soort dingen."
"Kan."
"Nee, het is Kaa, de afkorting voor kanker is Kaa, niet Kan."
"Ja, dat snap ik. Ik bedoelde eigenlijk dat het kan is in plaats van ken."
"En net was het nog ken!"
"Dat was in een andere zin."
"Ja, zie je, ik heb gewoon me dag niet. Nouja. Ken je wel es hebben."
"Kun."
"He?"
"Laat maar. Even iets anders: waar zijn de schone handdoeken?"
"Oh, die heb ik daar neergelegen."
"Wat heb je met die handdoeken gedaan?"
"Daar neergelegen."
"Dat kun je zo toch niet zeggen."
"Wat niet?"
"Neergelegen niet."
"Wat moet het dan wezen?"
"Zijn. Het is zijn. En neergelegd."
"Onzin."
"Niemand gebruikt tegenwoordig nog het woord neergelegen."
"Ik ben ook al oud, moet je rekenen."
"Nonsens. Maak de volgende zin maar eens af: de kip heeft een ei..."
"Gelegen."
"Helaas, u gaat niet door voor de koelvriescombinatie."
"Shit."
"Het moet gelegd zijn. Als jij hier iets neerzet, zeg ik toch ook niet dat je het hier hebt neergezeten? Die kip heeft een ei gelegd."
"Ga weg!"
"Heus."
"Verrek."
"Maar waar heb je die handdoeken nou gelaten? Zojuist lagen ze daar nog."
"Hiero, die lig ik net apart voor je."

