30 oktober 2006

[Late night blurbs]

Net weer wat voor Balkenende om te roepen dat het voorlopig aan Saddam Houssein opgelegde doodvonnis zijn verdiende loon is maar dat 'de doodstraf eigenlijk niet hoort'. Wat een halfslachtige lamstraal. Dat je je kunt voorstellen waarom die massamoordenaar een doodvonnis aan zijn jurk krijgt, daar kan ik inkomen, maar dat je als minister president van Nederland, een land dat de doodstraf afkeurt, openlijk uitgebreid begrip gaat lopen tonen voor iets dat feitelijk neer komt op oog om oog, tand om tand terwijl de staat een ieders recht op leven dient te beschermen opdat men niet in ordinaire vergeldingstoestanden verwikkeld raakt omdat dit niet binnen de Nederlandse normen en waarden past, daar snap ik geen biet van.

Hoewel... Er is meer opmerkelijks gaande wat mij toch een beetje doet twijfelen aan de rechtschapenheid van ons Jantje fatsoen. Het kopstuk van het CDA, dat altijd vrij veel waarde aan de souvereiniteit van het gezin leek te hechten en de verzorgingsstaat graag een kopje kleiner zou maken omdat de staat zich vooral niet te veel moet bemoeien met dingen die het gepeupel zelf ook wel op kan lossen, pleit nu voor speelplicht. U zei? Speelplicht. Jawel; het terugbrengen van de leerplichtige leeftijd van vijf naar drie jaar, bijvoorbeeld in de vorm van voorschoolse educatie, en dit voor tenminste drie dagen per week. Maar JP, is dat wel (hoe noem je dat op z'n correct Rooms-Katholieks?) quadragesimo annoverantwoord? Mozes kriebel wat een woord.


Het zal hem werkelijk een Hollandse Hemaworst wezen want bij JP draait alles om betamelijke zeden, goed fatsoen. Dat hij met goed fatsoen niet had kunnen zeggen wat hij heeft gezegd over de Irakese ex-dictator laat hij vooralsnog buiten beschouwing. Het valt ook niet mee om de normen en waarden van je eigen land te vertegenwoordigen en tegelijkertijd de berechting van Saddam niet af te keuren. Je hebt immers niet alleen binnen de landsgrenzen een reputatie hoog te houden. Maar het is natuurlijk makkelijk (onfatsoenlijk?) om iemand te bekritiseren wanneer je nog geen halve marathon in diens deftige schoeisel gelopen hebt.

Even terug naar die speelplicht, want dat riekt natuurlijk naar eersteklas peuterprepkamppraktijken (onthoud die term, wedden dat hij in de volgende editie van Van Dale terecht komt wanneer dit voorstel doorgang vindt?). Hier zullen de potentiele probleempeuters onder het strenge bewind van een professioneel mede-opvoeder spelenderwijs worden klaargestoomd voor het vervullen van een zo FATSOENLIJK mogelijke rol in de samenleving. Is dat nou echt nodig?

Van mij mag het er komen hoor, dit soort initiatieven zijn wat mij betreft wenselijk in die zin dat het juist dat stukje van de arbeidsmarkt waarnaar mijn interesse uitgaat zal vergroten en daartegen zal ik zo snel geen protest aantekenen. Het gezin is allang niet meer heilig, we kunnen niet meer vaststellen dat het gezin de hoeksteen van de samenleving vormt. Misschien is dit JP's manier om, zij het schoorvoetend, toe te geven dat dit een onomkeerbaar gegeven is. Maar kom me nu alsjeblieft niet aan met van die gezapige ideeën als een pedagogische soos waar men gezellig met buuf en buum, onder het genot van een kop koffie met een krakeling en onder begeleiding van een opvoedconsulent de huiselijke akkefietjes kan bespreken en op een fatsoenlijke manier oplossen. Ik ruik stierenpoep. Dit is wasknijperpolitiek. Daar zit toch geen hond, de eenzame huismoeder en de Hollander die uit is op het gratis koekje daargelaten, op te wachten? Of laat ik me nu op al te onfatsoenlijke wijze uit?

Maargoed. Het is al laat. Ik kon niet slapen en dacht, kom, laat ik me eens opwinden en gebruik maken van mijn recht op het vrij uiten van mijn mening. Jan Peter, je bent een rare kwibus en je wordt vriendelijk bedankt voor het lamspreken van het woord fatsoen. Maar-niet-heus. Care for a mouth depressor?

24 oktober 2006

[Een avondje met de ouwe lui]

Na een vluchtige blik op haar horloge geworpen te hebben, schakelt ze de telefoon uit. “Vrouwen…” klinkt het vanachter een regionaal nieuwsblad, gevolgd door een kuchje dat de laatste lettergreep van het woord verdoezelt. “Schenk jij even koffie in schat?” vraagt ze. Hij vouwt zijn krantje op met de behendigheid van een origamikampioen (hoe zou ik toch aan die neurotische trekjes komen?), schuift hem onder zijn stoel en loopt gehoorzaam naar de keuken.

“Mannen…” Ze blaast het woord als een zucht langs haar lippen. Vragend kijkt hij haar aan. “Ja, krijgen we er tegenwoordig geen koekje meer bij?” Het lijkt een vraag maar hij weet wel beter. Ik ook, trouwens. Opnieuw loopt hij naar de keuken. Met een tevreden grijns kijkt ze me aan, alsof ze wil zeggen: kijk, zo doe je dat.

“Is die suffe soap van jullie nog niet begonnen?” “SHHHT!” commanderen we in stereo. Het volume wordt opgevoerd tot het de pijngrens van mijn gehoor tart en de begintune van onze suffe soap komt uit de televisie gebulderd. “Moet dat nou…” moppert hij terwijl hij zijn koffie roert en over het randje van zijn leesbril een afkeurende blik op het televisiescherm werpt. Nee. Van mij hoeft dit niet zo nodig maar ik ken haar langer dan vandaag. Verzet is volslagen zinloos. “SHHHT!” gebiedt zij hem nogmaals.

De camera zoomt in op het beteuterde gezicht van een derderangs acteur die zijn vak niet verstaat. “Ik vind dat toch wel zo’n on-ge-lóóóflijk mispunt! Waarom ze hem ooit voor die rol gecast hebben – Joost mag het weten. Als dat een homo voor moet stellen dan ben ik er ook een! Had ik je trouwens verteld over de buurvrouw? Kreeg weer zo’n ordinaire huppelkut over de vloer, een soort leernicht, maar dan een vrouw. Géén gezicht! Ik wil niet weten wat die samen uitvreten als de buurman weg is maar laat ik je dit zeggen: erg zedelijk klonk het allemaal niet. Hadden we ook niet kunnen verwachten toen we hier kwamen wonen, van die bejaarden had je nooit geen last. En nu? Een buurt vol tokkies hier, het wordt steeds erger.” Ze schudt haar hoofd en probeert tegelijkertijd een slok koffie te nemen waardoor de helft op het schoteltje klotst.

“Dat was vijfentwintig jaar wel anders hè schat?” Het blijft stil. Mijn vader lijkt aan de buis gekluisterd en moeder slaagt er niet in zijn aandacht te trekken. Op het scherm zie ik de derderangs acteur bekvechten met een hevig opgesmukte mevrouw die desondanks het vermoeden wekt de uiterste houdbaarheidsdatum al lang voorbij te zijn.

“SCHAAAT?!” Met een typische wat-nou-weer uitdrukking op zijn gezicht kijkt hij op. “SHHHT!” antwoordt hij. “Ik probeer die suffe soap van jullie te volgen.”

“Mannen…” zucht ze. “Was er nog koffie?”

11 oktober 2006

[De wind waait hoog en kent de mensen niet]

Er was een muur waar ik alle woorden die ik nog niet eens uitgesproken had tegenaan zag vliegen. Woorden die in kleine stukjes uiteen spatten en in deze vorm weer teruggevuurd werden in mijn richting om klevend aan mijn lippen te wachten tot ik ze zou bewegen. Een diepe zucht blies de stukjes weer vooruit en moedeloos lieten ze zich door de zwaartekracht omlaag trekken om na een zachte landing vertrapt te worden door een al even moedeloze voet. Zo gaan die dingen.

7 oktober 2006

[Bijdehandjes]

"Juf, de tafel zit vastgeplakt aan mijn papier, kun je hem even voor me losplakken?"

"Zozo, is dat een echt mobieltje?"
"Nee joh, een net-als-offe."

"Bah! Wat een zout water! Hebben ze hier soms geen zoete zee ofzo?"

"Ik heb in de zomer wel tien keer barbie gekoeid."

"Wat eten we op drie oktober?"
"Haring en wittebrood!"
"En weet je ook waarom dat is?"
"Ja, omdat al het andere brood op is."

R heeft een muntstuk gevonden en besnuffelt het grondig.
"Hee R, wat ben je aan het doen?"
"Even kijken of ik moet niezen."
"En?"
"Nee, komt geen nies. Dan is het dus geen peper-munt."

"Opa krijgt geen kus want die heeft een klittebandkin."

"Ik snap niet waarom dit een verderkijker heet hoor, als ik er doorheen kijk dan zie ik alles juist veel dichterbij!"