Posts tonen met het label ex. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ex. Alle posts tonen

23 juli 2008

[Goodbye, badbye, bye bye]

Daar zijn ze dan, de waterlanders. Ik heb ze echt tot het allerlaatste moment bewaard. Vanmorgen vroeg opende ik mijn groep alsof er niets aan de hand was, lichten aan, stoelen van de tafels, spulletjes klaarzetten en mijn ukken verwelkomen. Het voelde totaal niet als mijn laatste dag maar lekker als vanouds, mijn Lenneke-dag, de gezelligste dag van de week omdat we dan een klein, knus clubje hebben en dit de enige dag is dat we samen één groep draaien. De woensdag was altijd onze bijklets-dag. In het kader van de Franse week en mijn afscheid vond ik het wel gepast om een feestelijke lunch te organiseren met pains au chocolat, baguettes en camembert en daarna lekker in het zonnetje te zitten. Nog even genieten van het spelende grut.

Allemaal leuk en aardig, maar om drie uur had mijn laatste uur geslagen en liep ik met een brok in mijn keel de trap op. Nog één keer een rondje door mijn lokaal lopen. Mijn postvak legen. Een afscheids- en bedanktbriefje ophangen. Mijn sleutel inleveren op kantoor. En toen echt definitief dag zeggen tegen mijn collega’s. Ik heb zo hard gehuild. Mijn lieve meiden, ik mis hen nu al. Mijn Lenneke, wat moet ik zonder haar? Ik verlaat een geweldige collega maar heb er een superlieve vriendin voor in de plaats gekregen. Een hele geruststelling. We hebben samen toch heel wat meegemaakt, elkaar door moeilijke tijden heen gesleept en ook zo ontzettend veel lol gehad. Dat kan gewoon niet zomaar ineens voorbij zijn. Ik kan niet uitleggen hoe blij ik ben dat ik uiteindelijk toch niet helemaal zonder haar hoef.

De kinderen wierpen zich na een afscheidsliedje massaal op me voor een groepsknuffel. Een laatste High Five. Knuffel. Kus. “Ik wil niet dat je weggaat...”

Nu ik thuis zit en wel even uitgesnotterd ben, weet ik niet wat ik moet voelen. Ik ben ontzettend moe van de afgelopen heftige weken. Ik ben verdrietig omdat ik iets heb opgegeven waar mijn hart ruim vijf jaar vol van was. Ik ben opgelucht omdat ik weer iets heb afgesloten. Ik ben gelukkig omdat ik weet waar ik het allemaal voor doe en dat ik aan het eind van de week eindelijk bij mijn grote liefde ga wonen. Ik ben zenuwachtig om alle nieuwe dingen die me te wachten staan. Ik ben trots op mezelf om alle dappere stappen die ik gezet heb. Ik ben klaar om aan de rest van mijn leven te beginnen.

Mijn GO kwam nog even langs om het convenant langs te brengen. Ik stond weemoedig in een pannetje te roeren en had geen zin om te praten. Of er soms iets was, ik deed zo kil. Natuurlijk was er iets. Ik had net uitgelegd dat ik een moeilijke dag achter de rug had maar zoals wel vaker leek hij mijn gevoel niet helemaal te begrijpen. Ik wilde mijn gevoel ook niet met hem delen, ik wilde alleen zijn. Hij zou met meisje Z gaan picknicken op het strand, of bbq-en bij Ludwig dus niet veel later vertrok hij weer. Dit was waarschijnlijk de laatste keer dat ik hem hier gezien heb. “We bellen nog wel” zei hij. “We zien wel” zei ik. En weg was hij. De allerlaatste druppel van een doodgebloede relatie is gevallen. Over en uit.

18 juli 2008

[Dan had je pech gehad]

Mijn GO loopt hier rond alsof hij degene is die gaat verhuizen. Hij ijsbeert onrustig heen en weer, zonder echt iets te doen. Hij trekt een boek uit de kast, wat kleren, zijn shampoo. Hij heeft nooit aangekondigd dat hij weg zou gaan of een reden gegeven voor zijn afwezigheid maar die kan ik zelf wel verzinnen. Als ik mijn OVA niet mee mag brengen, vind ik het niet meer dan logisch dat hij hier ook niet met meisje Z aan hoeft te komen zetten. Kennelijk vindt mijn GO het 'stom' dat ik 'het meteen uitgemaakt heb' toen het 'even moeilijk was'. Iets met samen zijn in goede en in slechte tijden. Ook vindt hij het 'stom dat ik het niet nog een keer wilde proberen'. Wat heeft die jongen toch een gigantische plaat staal voor zijn kop. Er was nog zo weinig van 'ons' over dat er van 'samen' vrijwel geen sprake meer was en daarbij moet ik echt mijn best doen om me die paar goede dagen van het afgelopen jaar te herinneren. Hij heeft er zelf niet voor willen vechten, dan moet hij nu ook zijn bakkes houden.

We gingen het kentekenbewijs over laten schrijven op mijn naam. Dat was zo gepiept dus de auto is nu officieel van mij. “Kan ik eindelijk gaan sparen voor mijn eigen Beetle” zei mijn GO. Grapjas. Daarna nog even samen naar de supermarkt. Nu begrijp ik waarom meneer niet van 30 euro per week kan leven. Hij moest slagroomvla voor Ludwig, die een speciaal dieet meegekregen heeft waarin hele nuttige dingen staan zoals: ‘heeft u het idee dat u afvalt dan is het raadzaam calorierijk voedsel te eten’. Vliegenvangers omdat er een dode muis op zolder ligt (waarom zou je de oorzaak opheffen als je ook gewoon de symptomen kunt bestrijden?). Mijn GO kocht ook kaarsen voor Ludwig, voor als hij zijn geloof dreigde te verliezen. Toen hij een bak lasagne met zalm uit het schap pakte, trok ik even een wenkbrauw op. “Voor meisje Z” verklaarde hij “dat vindt ze lekker”. Als vishekelende carnivoor heeft hij het getroffen met meisje Z, die vegetarisch is maar wel van vis houdt. Het ziet er naar uit dat Ludwig gelijk heeft. Hij wierp meisje Z zo ongeveer in mijn GO’s schoot en nu loopt hij zelf als een schoothondje achter haar aan. Ik vraag me af wat er met zijn laatste beetje zelfrespect is gebeurd.

Hij blijkt nog even stuntelig als altijd. Eerst liet hij een pak kant en klare lasagne op de grond kapot kletteren waardoor mijn hele broekspijp besmeurd raakte. Vervolgens pakte hij een bekertje sap uit een snack preview kraam en morste de helft over de rand, dus werd ik ook nog nat. Handige Harry over here. Thuis nog even post van de notaris gelezen. Het gaat me toch een bom duiten kosten, maar verdom het dit uit mijn eigen zak te betalen. Dat trekt hij maar van zijn vergoeding af. Hier moeten we nog een overeenkomst voor opstellen (voor de notaris), een taak waarover ik hem de verantwoordelijkheid gegeven heb. Of dat verstandig is, moet nog blijken. Toen ging hij weg. Of hij zijn boodschappen niet mee zou nemen. "Oja... als ik jou toch niet had..." mompelde mijn GO. "Dan had je pech gehad."

15 juli 2008

[The story continues]

Mijn GO wist dus al vier maanden dat de auto gekeurd moest worden, ondernam desondanks geen actie en wachtte mijn initiatief af. Ik mag van hem de auto meenemen maar we zouden de kosten van de keuring nog delen. Mijn GO wist dat ik de auto maandag zou wegbrengen. Ik sms-te hem om door te geven dat ik €125 van hem kreeg en hoorde vervolgens niets. Ik belde hem op om te zeggen dat ik de volgende dag voor 13u00 het geld nodig had en kreeg toen het eerder beschreven geen-geld-verhaal.

De volgende dag om 12u00 kwam hij hier aan. Ik zou belastinggeld dat in een enveloppe zat kwijt gemaakt hebben. En als ik het niet gedaan had, dan zou één van mijn gasten het wel verduisterd hebben. I beg your miniscule pardon?! Zijn schuld was het in ieder geval niet. Mijn GO besloot het geld te zoeken maar vond, zoals ik hem al voorspelde, niets. Mijn GO raakte geïrriteerd omdat ik kalm bleef en mijn poot stijf hield. Hij betichtte me ervan niet veel verantwoordelijkheid te tonen. Ik vond dat als een tang op een varken slaan. Wie moet er hier nu wie achter de broek aan zitten?

Ik wees hem erop dat hij nog een half uur had. Hij wees me er nogmaals op dat hij geen geld had. Dat hij dan een week van €30 zou moeten leven. Ik zei dat een mens best een week van €30 kan leven maar volgens mijn GO is dat voor hem onmogelijk. Ik kreeg een hoop verwijten naar mijn hoofd. Zoals: “ik betaal me blauw om het hier voor jou leefbaar te houden”. Ten eerste: hij woont hier ook. Ten tweede: dat het hier leefbaar is, komt voornamelijk door mij. Ten derde: naar verhouding geven we ongeveer evenveel uit aan vaste lasten. Lulkoek met amandelen dus.

Ik wees hem erop dat hij nog een kwartier had. Hij wees me er nogmaals op dat hij geen geld had. Maar de auto moest opgehaald worden en ik weigerde het hele bedrag zelf te betalen. Zijn oplossing? “Dan houd ik de auto wel.” Erg grappig. Ten eerste: dat zou hem nog veel meer geld kosten en hij beweert zelf bij hoog en bij laag dat hij dat niet heeft. Ten tweede: we hadden afgesproken dat ik de auto zou meenemen en we hadden afgesproken dat hij de helft zou betalen. Afspraak is afspraak. Ik heb sinds mijn laatste operatie niet zo’n stijf poot gehad.

Nadat hij een tijdje op de poef voor zich uit had zitten staren (waarom zou hij zich ook haasten) kwam hij met een nieuwe oplossing. Of hij het geld dan mocht overmaken, dan zou ik het over een paar dagen hebben. Even een vraagje: als hij nu niet kan pinnen omdat hij geen geld heeft, hoe kan hij dan nu geld overmaken? Wederom lulkoek met amandelen. Toen bedacht hij zich dat hij een creditcard heeft, hij wist alleen niet waar het briefje met de pincode was. Over kwijt maken gesproken. Misschien had één van zijn gasten het verduisterd...

Ik wees hem erop dat hij nog vijf minuten had. Ik had toevallig zijn pincode net nog in mijn handen gehad omdat ik al onze papieren had uitgezocht. Hij zocht de hele stapel door en vond niets. Dat heet met je neus kijken. Ik zocht de stapel door en had het papiertje binnen tien seconden. Een kwartier te laat kon hij dan eindelijk gaan pinnen en ik de auto ophalen. Nu is hij weer verdwenen maar er moet nog één niet geheel onbelangrijke actie ondernomen worden: de auto moet op mijn naam gezet worden en daarvoor moeten we samen naar het postkantoor. Aangezien ik dankzij hem te laat op mijn functioneringsgesprek dreigde te komen, had ik vanmiddag geen tijd om daar iets over af te spreken. Uiteraard krijg ik weer geen reactie op mijn sms-berichten. En dan moet ík meer verantwoordelijkheid tonen? Fucking hilarious.

14 juli 2008

[Hilariteiten]

Besluiten dat het over is, is één ding. Daadwerkelijk uit elkaar gaan iets anders. Natuurlijk wist ik niet precies hoe het zou lopen. Het klinkt misschien raar, omdat ik bepaalde dingen wel had kunnen verwachten, maar toch val ik van de ene verbazing in de andere. Ik had gewoon niet gedacht dat mijn GO zich echt zo zou gaan gedragen als hij doet. Eerlijk gezegd vind ik het nogal kinderachtig en dat valt me van hem tegen. Hij ‘woont’ al twee weken bij Ludwig en hoewel ik compleet word buitengesloten (for the record: I don’t give a rat’s ass) en dus geen idee heb van het hoe en wat en waarom van alles, doet het verhaal een tikkeltje bizar aan. Nu krijg ik het slechts in stukjes en via verschillende bronnen op mijn bord geserveerd, maar toch.

Ludwig is ziek. Ziek als in; nog twee dagen tot zijn eerste chemokuur en vergaand van de postoperatieve pijn in zijn strot. Mijn GO doet alsof hij Florence Nightingale zelf is. Die enkele keer dat ik hem spreek, vindt hij het blijkbaar nodig om mij ervan op de hoogte te stellen hoe erg Ludwig er aan toe is en te vragen of ik dat eigenlijk wel besef. Vandaag ving hij zijn betoog zelfs aan met de theatrale woorden “als je hem nog wilt zien...” Alsof Ludwig overmorgen de pijp uit gaat. Lijkt me behoorlijk sterk. Bovendien wordt hij niet eens opgenomen, hij pendelt gewoon heen en weer tussen huis en ziekenhuis. Always with the drama...

Ik zeg: fucking hilarious. Waarom? Omdat mijn GO al jaren bepaald geen zorgzame indruk gemaakt heeft. Het was altijd wat. Heeft er iemand kanker? Ik wil niet mee want ik word depressief van kanker. Overlijdt er iemand? Ik wil niet blijven want ik heb existentialistische issues en ben bang voor de dood. Moet mijn halve voorvoet doorgezaagd worden? Ik ben onmisbaar op mijn werk en kan je niet vervoeren. Lig ik immobiel te wezen met een gipspoot en kan ik deswege geen zeven trappen af komen en boodschappen doen? Ik heb een borrel met de sectie dus dan lijd je maar honger. Lig ik creperend naar adem te happen en moet ik met spoed naar de radioloog wegens fikse longontsteking (ik kon door de pijn en sufheid niet autorijden en er reden geen bussen)? Ga maar met je zieke lijf op de fiets door een sneeuwstorm want ik heb nu geen tijd voor je. En al zo voort. Het zou zijn tijd wel duren. Zelfs een simpele vraag als ‘hoe gaat het nu met je?’ werd niet gesteld. Mijn vrienden en collega’s stonden klaar voor me, niet mijn GO. Het zou zijn tijd wel duren.

En nu heeft Ludwig kanker en kan hij het over niets anders hebben. Nu vraag ik je: wie denkt hij dat hij is om mij te vertellen hoe ik daarmee om moet gaan? Ik vraag me serieus af of mijn GO het allemaal wel zo erg vindt voor hem, of dat dit voor mijn GO gewoon een uitstekend excuus is om zich larmoyant te gedragen. De manier waarop hij doet alsof ik niets om anderen geef is eenvoudig pathetisch.

Een andere manier van dramatiseren uit zich in gejeremieer over zijn negatieve saldo. Persoonlijk kan ik me de tijd niet heugen dat hij niet rood stond maar dat terzijde. Hij wilde gerust een boete riskeren door vier maanden in een ongekeurde auto rond te rijden. Hij had geen geld voor de APK. Nu ik dan uiteindelijk zelf de auto naar de garage gebracht heb en we afgesproken hebben de kosten te delen, piept hij steen en been. “Ik heb geen geld en ik wil geen honger lijden” kreeg ik te horen. Van andere mensen hoor ik dat hij bijna elke dag feest viert. Uit eten, naar de film, bowlen, naar tropische zwemparadijzen, bier drinken in de kroeg, naar feestjes in clubs en vergeet de vakanties niet. Betaalt hij dat soms in natura?

En wat sputtert mijn GO dan door de telefoon: “ja maar jij hebt een spaarrekening dus jij hoeft geen honger te lijden”. Inderdaad. Ik heb een spaarrekening. En waarom heb ik die rekening? Omdat mijn GO niet met geld om kan gaan en ik altijd bang ben geweest dat ik daardoor in de problemen zou komen. Met andere woorden: of ik het even in mijn eentje op kon hoesten. Ik zeg: fucking hilarious. In tegenstelling tot mijn GO zorg ik wél dat ik mijn zaken regel. Hij verzint maar iets, desnoods eet hij kattenvoer, see if I care. Hij wist al voor al zijn ‘daily dates’ en vakantieuitgaven dat er bepaalde kosten gemaakt zouden moeten worden. Het was zijn eigen keuze om zijn geld anders te besteden.

De laatste hilarische mededeling (ik wist niet dat mijn GO zo grappig kon zijn) bestaat hieruit dat ik kennelijk ongevraagd over een stel privé spionnen beschik en deze wisten mij, eveneens ongevraagd, te vertellen dat mijn GO nogal onder de Finse plak zit. Ze lopen hand in hand rond op feestjes. En mijn GO heeft zijn nagels zwart gelakt, wat zonder twijfel onder de invloed van meisje Z gebeurd is. Len vroeg me wat voor meisje dat is en kwam niet meer bij toen ik in de omschrijving woorden als ‘comazuipen’ liet vallen. A match made in Dante’s Inferno. Wellicht dat mijn GO zich om die reden niet meer hier vertoont. Hij probeert me overduidelijk te ontlopen en je maakt mij niet wijs dat dit een considerate geste in mijn belang zou zijn. Het is goed met 'm. Misschien kan hij overwegen bij te beunen als komediant.

9 juli 2008

[Just pondering]

Vanmorgen stond mijn GO voor de deur. Hij was redelijk goed gemutst, merkte zelfs op dat ik zijn was gedaan had en bedankte me daarvoor. Kon ik hem meteen de heuglijke mededeling geven dat hij de wasmachine mag houden. Mijn ouders zien het niet zitten om het oude lijk zeven trappen af te sjouwen en willen ons een nieuwe cadeau doen als we gaan samenwonen. De schatten. Niet dat ik roet in de pret wilde strooien maar dit leek me een geschikt moment om mijn GO de telefoon in handen te duwen. Dat met de hypotheek kan nog even gaan duren maar er schijnt aan gewerkt te worden. De notaris belt ons zo spoedig mogelijk terug over de benodigde akte.

Ik geloof dat het verder wel goed gaat met mijn GO. De kosten van zijn ‘daily dates’ rijzen de pan uit maar hij is tenminste niet suïcidaal wat voor mij weer één zorg minder is. Wat ik apart vind, is dat hij jaren lang niets met mij heeft willen ondernemen. Nooit kwam er het geringste initiatief, zelfs niet nadat ik hem hier herhaaldelijk om gevraagd had. Hij liep wel te pruilen dat we nooit eens iets samen deden, maar liet alles van mij afhangen. Als ik iets voorstelde, had hij geen zin of ging hij onder protest mee en was er geen lol aan omdat hij na een uur al mopperde dat hij het wel gezien had. Liever lag hij het hele weekend in bed en verkaste hij zodra hij wakker werd naar zijn ‘hok’ waar hij tot ver na middernacht achter zijn computer zat. De enige activiteit die hij de moeite waard vond, was bier drinken. Ik lust geen bier en heb een hekel aan dronkenschap, hij lust het te graag en raakte naar mijn mening te vaak laveloos. Toen ik de moed opgaf en besloot voortaan met mensen op stap te gaan (winkelen, naar de film, de natuur in, museumpje pikken, naar concerten, midged golfen, uit eten en noem het allemaal maar op) die het wél gezellig vonden, was het ook niet goed. Maar zelfs dat was voor hem geen reden iets aan de situatie te veranderen. Dus zette ik er een punt achter. En nu kan het ineens wel. Dus dan denk ik: het zal wel aan mij gelegen hebben. En dan vraag ik me af: waarom heeft hij dat nooit gezegd en waarom wilde hij onze relatie dan in hemelsnaam in stand houden?

Het is zomaar een overpeinzing maar niet relevant. The past is for archaeologists. Ik ben blij dat er mensen zijn met wie hij wel plezier kan hebben en ik ben blij dat ik iemand heb met wie ik zielsgelukkig ben. Het is goed zo. Mijn GO dobbert rond in een tropisch zwembad en ik tel de dagen af totdat ik eindelijk bij mijn OVA ga wonen. De man die graag dingen met mij onderneemt. De man die zelf vol initiatieven zit. De man die open staat voor mijn ideeën. De man waarmee ik samen kan genieten van dezelfde dingen. De man die het belangrijk vindt hoe ik me voel of ergens over denk. De man met wie ik uren kan praten, tot huilens toe kan lachen en me nooit verveel. De man die evenveel waarde aan persoonlijke ruimte hecht als ik en omdat we dit van elkaar begrijpen en respecteren, is de werkelijke behoefte eraan niet zo groot. We mogen het samen misschien niet zo breed hebben, ik voel me ontzettend rijk met mijn OVA en die rijkdom zou ik voor al het goud in de wereld niet willen ruilen.

8 juli 2008

[Net zo makkelijk]

Mijn GO was de afgelopen dagen niet thuis geweest. Vannacht belde hij om te zeggen dat hij bij Ludwig bleef slapen. Prima. Dus vanmorgen stond ik als goede huisvrouw mijn lakens te strijken zodat ze netjes de verhuisdoos in kunnen, komt mijn GO binnen met meisje Z (Ludwig was “fed up with her” en had tegen mijn GO gezegd: “take her away” wat hij dus braaf gedaan heeft).

“Ah, you’re ironing my sheets!” riep hij verheugd. Heel grappig. Ten eerste zijn het mijn lakens, ten tweede heeft hij strijken altijd de grootst mogelijke onzin gevonden dus ik zie niet in waarom ik dat voor hem zou doen. Meisje Z was onder de indruk, aangezien het strijkgoed er bij haar na afloop nog erger aan toe is dan ervoor. Mijn GO deelde mij mede dat hij zich alleen even kwam opfrissen, wat neerkwam op het aantrekken van een schoon overhemd.
Een compleet verkreukeld overhemd. “That thing sure needs some ironing” merkte meisje Z op. Ik maakte geen aanstalten. Aangezien mijn GO nog niet weet hoe hij een strijkijzer moet vasthouden, laat staan hoe hij een overhemd moet strijken, en meisje Z net te kennen had gegeven een totale strijkramp te zijn, verwisselde hij het verfomfaaide kledingstuk voor een iets minder kreukelig t-shirt. Dat hemd moest maar in de strijkkast, een idee van zijn moeder: als je kleding maar strak genoeg tussen twee planken opstapelt dan wordt het vanzelf wel glad. Aber natürlich.

Terwijl de twee gezellig op de bank zaten te keuvelen over Dante’s Inferno en mijn vers gezette koffie opdronken, besloot ik dat dit een goed moment was om de Servicedesk scheiden en uit elkaar gaan te bellen. Er is bijna een maand verstreken sinds ik de papieren opgestuurd heb en ik had nog niets gehoord. Ze blijken een wachtlijst te hebben, scheiden is kennelijk hot. De bank zou alles regelen maar toen ik nog maar eens om bevestiging vroeg, bleek dit niet helemaal juist te zijn. Er moet een hypotheker gebeld worden voor de financiën en er moet een notaris aan te pas komen om een akte van ontslag van hoofdelijke aansprakelijkheid op te stellen. Dit zou mijn GO moeten regelen, dus ik gaf hem het nummer en zei: “regel dat”. Hij zou het regelen. Hij zei zelfs dat ik volgens zijn moeder niet mee hoefde naar de notaris, wat mij nogal sterk lijkt. Het meest vreemde vond ik dat hij dus wíst dat er een notaris gebeld moet worden en het hier nooit over gehad heeft terwijl ik over drie weken al weg ben. Alsof het totaal niet belangrijk is dat de zaken hier geregeld moeten worden. Hij laat alles aan mij over, zelfs de dingen die alleen met zijn medewerking geregeld kunnen worden. Maar zo is hij, makkelijk en laks zolang het hem uitkomt.

Mijn GO legde de telefoonnummers opzij want hij moest weer weg dus ik mag hopen dat hij de hypotheker inderdaad belt voor Sint Juttemis. Verder hoef ik er niet op te rekenen dat hij vannacht thuis slaapt. En oja, of ik misschien een leuk tropisch zwembad in de buurt weet. Ja joh, ga lekker naar het Tikibad. Dus: meneer is er kapot van dat we uit elkaar zijn (althans, ik hoor van anderen dat hij dat rond bazuint) en heeft nergens geld voor (dat beweert hij zelf) maar ondertussen heeft hij de grootste lol met zijn vrienden en kan hij lekker op vakantie, elke avond uit eten en gezellige uitstapjes maken. Als je het mij vraagt, klopt er hier iets niet. Then again, ik kan hem op wel meer vlakken niet volgen. Hij heeft logica gestudeerd, ik ben meer van het praktische en wat niet praktisch is, is voor mij niet logisch.

Sinds mijn GO toch vaker weg is dan thuis en zich vrij weinig van mij aantrekt, ga ik rustig verder met het inpakken van dozen. Dat hem dit deprimeert, is niet mijn probleem. Daar zal ik dan eens heel makkelijk in zijn. Ik heb heel lang zo veel mogelijk rekening met hem gehouden maar ook ik heb mijn grenzen. Misschien dat de dozen hem ervan kunnen overtuigen dat de tijd begint te dringen. Zo niet dan moet het spreekwoordelijke mes maar op de keel. Hij kan het krijgen zoals hij het hebben wil.

29 juni 2008

[Een lage drukgebied boven Huize Hope]

Ik wil zo graag redelijk blijven. Ik weet dat ik het kan maar er zijn momenten waarop ik er simpelweg geen zin meer in heb. Hoe vaak moet ik blijven herhalen dat ik er niet op uit ben om hem een poot uit te draaien? Ik wil gewoon op een volwassen manier een probleem oplossen. Het enige wat ik verwacht is een beetje coöperatie en fatsoenlijk overleg. Kennelijk vraag ik nogal veel. Te veel. Vijfduizend euro tegenover een heel huis. Is dat onredelijk? Volgens mijn GO wel. Hij presenteert zichzelf als de kale kip waarvan je nu eenmaal niet kunt plukken.

Na een weekend vol gezelligheid keerde ik met een aanzienlijke hoeveelheid lood in mijn schoenen terug naar Huize Hope. Mijn GO was terug uit Moskou, maar niet thuis. De twee weken zonder hem zijn me prima bevallen en ik zag er eerlijk gezegd best tegen op om de leefruimte weer met hem te delen. Niet dat ik hem ineens zo intens haat dat ik hem niet in mijn nabijheid kan verdragen. Het was gewoon zo lekker rustig, zonder spanning of gezeur. Laat ik het zo zeggen: ik voelde een buitje hangen. En niet geheel onterecht.


De telefoon ging. Het was mijn GO. De bui barstte onmiddellijk los. Ik kreeg niet eens de kans een parapluutje op te steken. Mijn GO had een extreem deprimerende thuiskomst gehad. Koffer kwijt (die stond hier anders binnen 24 uur alweer pontificaal midden in de kamer met een grote hoeveel zwerfbagage er omheen), zijn neefje astma (dat is natuurlijk naar maar geen reden tot depressie) en het huis stond vol verhuisdozen (alsof het nieuw voor hem is dat ik wegga, bovendien waren het er maar vijf en waar moet ik ze dan zetten, op het dak?). En dan nog iets: het halve servies was weg (al eens in het afdruiprek gekeken? Ik heb alleen mijn eigen vier borden ingepakt, er staan er nog twaalf in de kast, hoeveel kun je er nodig hebben in je eentje?). Je moet je ergens druk om maken. Kommer en kwel dus.

Daar bleef het niet bij. Of ik al wist dat Ludwig kanker heeft. Ja, dat wist ik al. Waarom ik dan nog niet langs gegaan was, hij kwam er zelf namelijk net vandaan. Nadat ik het hoorde, heb ik meteen contact gezocht en vond dat voor nu voldoende. Of het me dan niets deed want ik reageerde zo onderkoeld. Ik ben me kapot geschrokken en vind het uiteraard heel erg maar helpt het als ik drama ga zitten maken? Waarom ik dan toch zo laconiek reageerde. Met iemand die me aan het sterfbed van mijn oma nog niet wil steunen (hij houdt niet van stervende mensen en is bang voor de dood), er zelfs op de begrafenis niet voor me is (halverwege ging hij weg), wil ik mijn zorgen of verdriet niet delen. Waarom ik een afstand lijk te creëren terwijl het om een van mijn beste vrienden gaat. Waar bemoeit hij zich in godsnaam mee?!

Mijn GO lijkt in alles wel een aanleiding tot depressie te kunnen vinden. Het gesprek ging nog verder want hij kon toch goedkoop bellen omdat ik in zijn met-korting-te-bellen-vrienden-lijst sta, al betwijfelde hij of dat zo moest blijven. Zelf weten. Ik vraag er niet om gebeld te worden. Maar hij had zijn trein gemist, verveelde zich en wilde daarom nog wel even uitweiden over waarom ik eigenlijk nauwelijks ergens recht op heb. De meest infantiele argumentaties passeerden de revue. Op dat punt werd ik pissig en kapte het gesprek af. Ik weiger mee te doen aan een telefonisch potje bekvechten over wie ooit wat betaald heeft. Twee weken is hij weg geweest en hij is nog niet thuis of ik krijg een bak ellende over me uitgestort, dat is voor niemand leuk. Maar mijn GO was nu eenmaal extreem gedeprimeerd. Het is mijn schuld. Hij zag het evengoed niet meer zitten maar ík heb gebroken.

Mijn GO kwam thuis. Terwijl mijn tenen zich nog opgekruld in mijn schoenen bevonden, deed hij alsof ons gesprek niet had plaatsgevonden. In mijn hoofd Acda en de Munnik. Cd van jou cd van miiijjjj. Ik sneed het onderwerp aan waar ik eigenlijk geen mes aan vuil wilde maken maar het moest toch gebeuren. Het verdelen van de spullen. Hoe meer ik meenam hoe beter want de herinneringen zouden te pijnlijk zijn, of zoiets. Maar niet de wasmachine want die heeft hij nodig. Jammer dan, het is mijn wasmachine. En de droger? Ook. Als hij zo moeilijk doet over de pegels, dan neem ik toch gewoon de inboedel mee?

Ik zag de depressie in vloeibare vorm aanzwellen in zijn ogen. Dit is hoe het altijd is gegaan: waar ik zakelijk wil zijn (probleem formuleren, analyseren, afwegingen maken en tot een oplossing komen), is hij emotioneel (huilen, irrelevante zaken oprakelen, het “ja-maar-jij” spelletje spelen, een existentialistisch drama van drie akten opvoeren) en hoe emotioneler hij wordt, hoe zakelijker ik me opstel. Vanzelfsprekend werkt dat niet, maar hij kan niet anders en ik wil niet anders. Het frustreert me tot en met. Stel je voor: ik zit ergens mee en leg dit uit. Hij begint te huilen. Ik moet hem troosten. Uiteindelijk is hij depressief en ik zit nog steeds met mijn probleem plus een sippende kerel. Een beknopte synopsis van waarom ik onze relatie eerder ergerlijk dan bevredigend begon te vinden. Hij begreep en begrijpt dit niet en ironisch genoeg is dit precies de reden van de breuk en dus zijn depressie.

26 juni 2008

[Na regen komt soms nog een bui]

Sluit ik mijn ogen, dan zie ik Kandinskyaanse taferelen. Dat is hoe mijn hoofd er van binnen uitziet: een grote kleurrijke chaos. Er moeten bergen verzet worden en ik wil wel maar ik kan niet. Zo moe. Tranen prikken maar vertikken het zomaar te stromen. Langzaam druppelt mijn emmertje vol en nauwelijks merkbaar sijpelen dunne straaltjes over de rand. Ik rommel en ik rook maar barst niet uit.

Hier is mijn verdriet onzichtbaar en wat mijn GO niet ziet, bestaat niet. Mijn meest kwetsbare zelf is hier steeds ontkend. Even flink zijn, telkens weer de kiezen op elkaar. Geen schouder om op te huilen, geen armen om in te schuilen. Geen sussende lippen en geen luisterend oor. Al jaren niet meer. Het was een kwestie van doorgaan of sterven, ik had geen keuze. En het was niet eens oorlog.

Is het vreemd dat ik me soms geen raad weet wanneer de storm in mijn kop weer opsteekt en ik me het liefst onder mijn dekens zou verstoppen in de hoop dat de slaap me komt verlossen van alles wat ik niet wil voelen? Is het vreemd dat ik soms wens dat ik even onzichtbaar zou kunnen zijn als mijn verdriet? Hier mag ik niet bang zijn of boos of verdrietig. Daar kan mijn GO niets mee. Hier mag mijn aanwezigheid slechts functioneel zijn.

Ik ben eraan gewend geraakt mezelf klein te maken wanneer ik niet lekker in mijn vel zit. Me te verstoppen zodat niemand het ziet. Zodat niemand het kan negeren of ridiculiseren. Zodat niemand het niet kan begrijpen. Bij mijn OVA ben ik niet onzichtbaar. Hij ziet het als er iets mis is, wil me begrijpen en troosten. Hij vervangt mijn bitterheid door hoop. Er zijn meer mensen die beweerd hebben me nooit in de steek te zullen laten. Soms vraag ik me af waarom ik het nog zou geloven, weet ik inmiddels niet beter dan zo naïef te zijn? Maar twijfel is geen goed fundament. Ik kan niet anders dan geloven in wat er tussen ons is, hopen dat het blijft en groeit en het grenzeloos liefhebben.

Ik moet leren mijn verdriet niet in mijn uppie weg te rationaliseren. De vraag is: hoe deel je zoiets? Het is zo complex, er zijn zoveel redenen. Meestal is het een combinatie van vermoeidheid, de veelheid van dingen die me paniekerig maakt en een specifieke druppel in de vorm van een concrete tegenslag. Tel daar een bezwaard gevoel (ik wil niemand tot last zijn, ik mag niet zwak zijn) en het onvermogen mezelf nader te verklaren (ik kan er geen logisch betoog van maken) bij op en ik klap dicht. Waar mijn OVA zijn eindeloze geduld vandaan haalt, weet ik niet maar ik ben er eindeloos dankbaar voor.

De weekenden met mijn OVA rek ik tot het uiterste om zo lang mogelijk bij hem te zijn. Toch zullen zich nog een stuk of wat dagen aandienen waarin ik zijn afwezigheid moet betreuren. Maar over een goede maand is dat eindelijk voorbij. Dan zullen we elkaar niet meer op de trein hoeven zetten, pruilend voor of achter glas. Hij zijn handen in de vorm van een hartje vouwend, ik hem een handkus toe blazend. Over een maand neem ik hier afscheid om nooit meer afscheid te hoeven nemen.