23 juli 2008
[Goodbye, badbye, bye bye]
Allemaal leuk en aardig, maar om drie uur had mijn laatste uur geslagen en liep ik met een brok in mijn keel de trap op. Nog één keer een rondje door mijn lokaal lopen. Mijn postvak legen. Een afscheids- en bedanktbriefje ophangen. Mijn sleutel inleveren op kantoor. En toen echt definitief dag zeggen tegen mijn collega’s. Ik heb zo hard gehuild. Mijn lieve meiden, ik mis hen nu al. Mijn Lenneke, wat moet ik zonder haar? Ik verlaat een geweldige collega maar heb er een superlieve vriendin voor in de plaats gekregen. Een hele geruststelling. We hebben samen toch heel wat meegemaakt, elkaar door moeilijke tijden heen gesleept en ook zo ontzettend veel lol gehad. Dat kan gewoon niet zomaar ineens voorbij zijn. Ik kan niet uitleggen hoe blij ik ben dat ik uiteindelijk toch niet helemaal zonder haar hoef.
De kinderen wierpen zich na een afscheidsliedje massaal op me voor een groepsknuffel. Een laatste High Five. Knuffel. Kus. “Ik wil niet dat je weggaat...”
Nu ik thuis zit en wel even uitgesnotterd ben, weet ik niet wat ik moet voelen. Ik ben ontzettend moe van de afgelopen heftige weken. Ik ben verdrietig omdat ik iets heb opgegeven waar mijn hart ruim vijf jaar vol van was. Ik ben opgelucht omdat ik weer iets heb afgesloten. Ik ben gelukkig omdat ik weet waar ik het allemaal voor doe en dat ik aan het eind van de week eindelijk bij mijn grote liefde ga wonen. Ik ben zenuwachtig om alle nieuwe dingen die me te wachten staan. Ik ben trots op mezelf om alle dappere stappen die ik gezet heb. Ik ben klaar om aan de rest van mijn leven te beginnen.
Mijn GO kwam nog even langs om het convenant langs te brengen. Ik stond weemoedig in een pannetje te roeren en had geen zin om te praten. Of er soms iets was, ik deed zo kil. Natuurlijk was er iets. Ik had net uitgelegd dat ik een moeilijke dag achter de rug had maar zoals wel vaker leek hij mijn gevoel niet helemaal te begrijpen. Ik wilde mijn gevoel ook niet met hem delen, ik wilde alleen zijn. Hij zou met meisje Z gaan picknicken op het strand, of bbq-en bij Ludwig dus niet veel later vertrok hij weer. Dit was waarschijnlijk de laatste keer dat ik hem hier gezien heb. “We bellen nog wel” zei hij. “We zien wel” zei ik. En weg was hij. De allerlaatste druppel van een doodgebloede relatie is gevallen. Over en uit.
18 juli 2008
[Dan had je pech gehad]
We gingen het kentekenbewijs over laten schrijven op mijn naam. Dat was zo gepiept dus de auto is nu officieel van mij. “Kan ik eindelijk gaan sparen voor mijn eigen Beetle” zei mijn GO. Grapjas. Daarna nog even samen naar de supermarkt. Nu begrijp ik waarom meneer niet van 30 euro per week kan leven. Hij moest slagroomvla voor Ludwig, die een speciaal dieet meegekregen heeft waarin hele nuttige dingen staan zoals: ‘heeft u het idee dat u afvalt dan is het raadzaam calorierijk voedsel te eten’. Vliegenvangers omdat er een dode muis op zolder ligt (waarom zou je de oorzaak opheffen als je ook gewoon de symptomen kunt bestrijden?). Mijn GO kocht ook kaarsen voor Ludwig, voor als hij zijn geloof dreigde te verliezen. Toen hij een bak lasagne met zalm uit het schap pakte, trok ik even een wenkbrauw op. “Voor meisje Z” verklaarde hij “dat vindt ze lekker”. Als vishekelende carnivoor heeft hij het getroffen met meisje Z, die vegetarisch is maar wel van vis houdt. Het ziet er naar uit dat Ludwig gelijk heeft. Hij wierp meisje Z zo ongeveer in mijn GO’s schoot en nu loopt hij zelf als een schoothondje achter haar aan. Ik vraag me af wat er met zijn laatste beetje zelfrespect is gebeurd.
Hij blijkt nog even stuntelig als altijd. Eerst liet hij een pak kant en klare lasagne op de grond kapot kletteren waardoor mijn hele broekspijp besmeurd raakte. Vervolgens pakte hij een bekertje sap uit een snack preview kraam en morste de helft over de rand, dus werd ik ook nog nat. Handige Harry over here. Thuis nog even post van de notaris gelezen. Het gaat me toch een bom duiten kosten, maar verdom het dit uit mijn eigen zak te betalen. Dat trekt hij maar van zijn vergoeding af. Hier moeten we nog een overeenkomst voor opstellen (voor de notaris), een taak waarover ik hem de verantwoordelijkheid gegeven heb. Of dat verstandig is, moet nog blijken. Toen ging hij weg. Of hij zijn boodschappen niet mee zou nemen. "Oja... als ik jou toch niet had..." mompelde mijn GO. "Dan had je pech gehad."
15 juli 2008
[The story continues]
Mijn GO wist dus al vier maanden dat de auto gekeurd moest worden, ondernam desondanks geen actie en wachtte mijn initiatief af. Ik mag van hem de auto meenemen maar we zouden de kosten van de keuring nog delen. Mijn GO wist dat ik de auto maandag zou wegbrengen. Ik sms-te hem om door te geven dat ik €125 van hem kreeg en hoorde vervolgens niets. Ik belde hem op om te zeggen dat ik de volgende dag voor 13u00 het geld nodig had en kreeg toen het eerder beschreven geen-geld-verhaal.
De volgende dag om 12u00 kwam hij hier aan. Ik zou belastinggeld dat in een enveloppe zat kwijt gemaakt hebben. En als ik het niet gedaan had, dan zou één van mijn gasten het wel verduisterd hebben. I beg your miniscule pardon?! Zijn schuld was het in ieder geval niet. Mijn GO besloot het geld te zoeken maar vond, zoals ik hem al voorspelde, niets. Mijn GO raakte geïrriteerd omdat ik kalm bleef en mijn poot stijf hield. Hij betichtte me ervan niet veel verantwoordelijkheid te tonen. Ik vond dat als een tang op een varken slaan. Wie moet er hier nu wie achter de broek aan zitten?
Ik wees hem erop dat hij nog een half uur had. Hij wees me er nogmaals op dat hij geen geld had. Dat hij dan een week van €30 zou moeten leven. Ik zei dat een mens best een week van €30 kan leven maar volgens mijn GO is dat voor hem onmogelijk. Ik kreeg een hoop verwijten naar mijn hoofd. Zoals: “ik betaal me blauw om het hier voor jou leefbaar te houden”. Ten eerste: hij woont hier ook. Ten tweede: dat het hier leefbaar is, komt voornamelijk door mij. Ten derde: naar verhouding geven we ongeveer evenveel uit aan vaste lasten. Lulkoek met amandelen dus.
Ik wees hem erop dat hij nog een kwartier had. Hij wees me er nogmaals op dat hij geen geld had. Maar de auto moest opgehaald worden en ik weigerde het hele bedrag zelf te betalen. Zijn oplossing? “Dan houd ik de auto wel.” Erg grappig. Ten eerste: dat zou hem nog veel meer geld kosten en hij beweert zelf bij hoog en bij laag dat hij dat niet heeft. Ten tweede: we hadden afgesproken dat ik de auto zou meenemen en we hadden afgesproken dat hij de helft zou betalen. Afspraak is afspraak. Ik heb sinds mijn laatste operatie niet zo’n stijf poot gehad.
Nadat hij een tijdje op de poef voor zich uit had zitten staren (waarom zou hij zich ook haasten) kwam hij met een nieuwe oplossing. Of hij het geld dan mocht overmaken, dan zou ik het over een paar dagen hebben. Even een vraagje: als hij nu niet kan pinnen omdat hij geen geld heeft, hoe kan hij dan nu geld overmaken? Wederom lulkoek met amandelen. Toen bedacht hij zich dat hij een creditcard heeft, hij wist alleen niet waar het briefje met de pincode was. Over kwijt maken gesproken. Misschien had één van zijn gasten het verduisterd...
Ik wees hem erop dat hij nog vijf minuten had. Ik had toevallig zijn pincode net nog in mijn handen gehad omdat ik al onze papieren had uitgezocht. Hij zocht de hele stapel door en vond niets. Dat heet met je neus kijken. Ik zocht de stapel door en had het papiertje binnen tien seconden. Een kwartier te laat kon hij dan eindelijk gaan pinnen en ik de auto ophalen. Nu is hij weer verdwenen maar er moet nog één niet geheel onbelangrijke actie ondernomen worden: de auto moet op mijn naam gezet worden en daarvoor moeten we samen naar het postkantoor. Aangezien ik dankzij hem te laat op mijn functioneringsgesprek dreigde te komen, had ik vanmiddag geen tijd om daar iets over af te spreken. Uiteraard krijg ik weer geen reactie op mijn sms-berichten. En dan moet ík meer verantwoordelijkheid tonen? Fucking hilarious.
14 juli 2008
[Hilariteiten]
Besluiten dat het over is, is één ding. Daadwerkelijk uit elkaar gaan iets anders. Natuurlijk wist ik niet precies hoe het zou lopen. Het klinkt misschien raar, omdat ik bepaalde dingen wel had kunnen verwachten, maar toch val ik van de ene verbazing in de andere. Ik had gewoon niet gedacht dat mijn GO zich echt zo zou gaan gedragen als hij doet. Eerlijk gezegd vind ik het nogal kinderachtig en dat valt me van hem tegen. Hij ‘woont’ al twee weken bij Ludwig en hoewel ik compleet word buitengesloten (for the record: I don’t give a rat’s ass) en dus geen idee heb van het hoe en wat en waarom van alles, doet het verhaal een tikkeltje bizar aan. Nu krijg ik het slechts in stukjes en via verschillende bronnen op mijn bord geserveerd, maar toch.
En nu heeft Ludwig kanker en kan hij het over niets anders hebben. Nu vraag ik je: wie denkt hij dat hij is om mij te vertellen hoe ik daarmee om moet gaan? Ik vraag me serieus af of mijn GO het allemaal wel zo erg vindt voor hem, of dat dit voor mijn GO gewoon een uitstekend excuus is om zich larmoyant te gedragen. De manier waarop hij doet alsof ik niets om anderen geef is eenvoudig pathetisch.
9 juli 2008
[Just pondering]
Vanmorgen stond mijn GO voor de deur. Hij was redelijk goed gemutst, merkte zelfs op dat ik zijn was gedaan had en bedankte me daarvoor. Kon ik hem meteen de heuglijke mededeling geven dat hij de wasmachine mag houden. Mijn ouders zien het niet zitten om het oude lijk zeven trappen af te sjouwen en willen ons een nieuwe cadeau doen als we gaan samenwonen. De schatten. Niet dat ik roet in de pret wilde strooien maar dit leek me een geschikt moment om mijn GO de telefoon in handen te duwen. Dat met de hypotheek kan nog even gaan duren maar er schijnt aan gewerkt te worden. De notaris belt ons zo spoedig mogelijk terug over de benodigde akte.
8 juli 2008
[Net zo makkelijk]
Mijn GO was de afgelopen dagen niet thuis geweest. Vannacht belde hij om te zeggen dat hij bij Ludwig bleef slapen. Prima. Dus vanmorgen stond ik als goede huisvrouw mijn lakens te strijken zodat ze netjes de verhuisdoos in kunnen, komt mijn GO binnen met meisje Z (Ludwig was “fed up with her” en had tegen mijn GO gezegd: “take her away” wat hij dus braaf gedaan heeft).
“Ah, you’re ironing my sheets!” riep hij verheugd. Heel grappig. Ten eerste zijn het mijn lakens, ten tweede heeft hij strijken altijd de grootst mogelijke onzin gevonden dus ik zie niet in waarom ik dat voor hem zou doen. Meisje Z was onder de indruk, aangezien het strijkgoed er bij haar na afloop nog erger aan toe is dan ervoor. Mijn GO deelde mij mede dat hij zich alleen even kwam opfrissen, wat neerkwam op het aantrekken van een schoon overhemd. Een compleet verkreukeld overhemd. “That thing sure needs some ironing” merkte meisje Z op. Ik maakte geen aanstalten. Aangezien mijn GO nog niet weet hoe hij een strijkijzer moet vasthouden, laat staan hoe hij een overhemd moet strijken, en meisje Z net te kennen had gegeven een totale strijkramp te zijn, verwisselde hij het verfomfaaide kledingstuk voor een iets minder kreukelig t-shirt. Dat hemd moest maar in de strijkkast, een idee van zijn moeder: als je kleding maar strak genoeg tussen twee planken opstapelt dan wordt het vanzelf wel glad. Aber natürlich.
Sinds mijn GO toch vaker weg is dan thuis en zich vrij weinig van mij aantrekt, ga ik rustig verder met het inpakken van dozen. Dat hem dit deprimeert, is niet mijn probleem. Daar zal ik dan eens heel makkelijk in zijn. Ik heb heel lang zo veel mogelijk rekening met hem gehouden maar ook ik heb mijn grenzen. Misschien dat de dozen hem ervan kunnen overtuigen dat de tijd begint te dringen. Zo niet dan moet het spreekwoordelijke mes maar op de keel. Hij kan het krijgen zoals hij het hebben wil.
29 juni 2008
[Een lage drukgebied boven Huize Hope]
Ik wil zo graag redelijk blijven. Ik weet dat ik het kan maar er zijn momenten waarop ik er simpelweg geen zin meer in heb. Hoe vaak moet ik blijven herhalen dat ik er niet op uit ben om hem een poot uit te draaien? Ik wil gewoon op een volwassen manier een probleem oplossen. Het enige wat ik verwacht is een beetje coöperatie en fatsoenlijk overleg. Kennelijk vraag ik nogal veel. Te veel. Vijfduizend euro tegenover een heel huis. Is dat onredelijk? Volgens mijn GO wel. Hij presenteert zichzelf als de kale kip waarvan je nu eenmaal niet kunt plukken.
26 juni 2008
[Na regen komt soms nog een bui]
Sluit ik mijn ogen, dan zie ik Kandinskyaanse taferelen. Dat is hoe mijn hoofd er van binnen uitziet: een grote kleurrijke chaos. Er moeten bergen verzet worden en ik wil wel maar ik kan niet. Zo moe. Tranen prikken maar vertikken het zomaar te stromen. Langzaam druppelt mijn emmertje vol en nauwelijks merkbaar sijpelen dunne straaltjes over de rand. Ik rommel en ik rook maar barst niet uit.

