31 december 2005

[Diepvriestenen]

Na dagen lang miepen en diverse vergeefse pogingen tot het openstaren van het grijze wolkendek kreeg ik dan toch eindelijk mijn zin: sneeuw. Niet een kinderachtig beetje maar een complete blizzard met alles erop en eraan. Massa's sneeuw. Machtig mooi. Ik zou mezelf niet zijn als ik niet meteen naar buiten gerend was om de eerste de beste onfortuinlijke die mijn pad zou kruisen te voorzien van een verse sneeuwbal in de kanis. Geen genade. In tijden van sneeuw kan fatsoen geen rol spelen.

U kunt zich misschien voorstellen dat mijn teleurstelling groot was toen ik buiten kwam en moest constateren dat er in deze toch kinderrijke buurt geen enkel kind te bespeuren viel. Geen sneeuwballen, geen sneeuwpoppen, geen sleeënde kinderen. Wat zullen we nu krijgen? Sneeuwt het een keer, hangen alle koters achter hun gloednieuwe xboxjes, allerminst onder de indruk van al het moois dat zij aan hun achterhoofdjes voorbij laten gaan. Of misschien worden ze wel angstvallig binnen gehouden door hun ouwelui. Stel je toch eens voor dat ze iets oplopen, een snotneus of iets van dien aard. Potverdorie.

Nu is het nog mooi. Krakend en wit. Perfect speelspul. Wonderlijk wandelweer. Morgen is het grijze blubber en zitten er tientallen gore gele hondenpiesvlekken in of hebben bejaarden, want leer mij de bejaarden kennen, het gewaagd zich van achter hun geraniums te verwijderen om voor het krieken van de dag hun stoepjes schoon te vegen. Heb je d'r helegaar niks meer aan. Hup, naar buiten, al moet ik je aan je oren de deur uit sleuren. Een kind moet weten hoe sneeuw eruit ziet, hoe het voelt, hoe het klinkt als het valt en hoe het knispert onder je schoenen, hoe het proeft als je de vlokken vangt op je tong. Net zoals een kind niet mag opgroeien zonder Toon tellegen. Dat hoort er gewoon bij, vind ik. Maargoed. Zelf weten.

Ik heb mijn kans gegrepen (sneeuwtijgeren met de mams, sneeuwballen smijten met de paps, diner in een glazen serre dus min of meer in de sneeuw maar dan zonder de kou, avondwandeling in het bos en geïmproviseerd sleeën met een Aldi-karretje) en zal deze dag niet spijtvol beëindigen. Zelfs niet nadat ik met de vroem een half uur lang stapvoets en met gevaar voor eigen leven over de snelweg gezigzagd heb. Mijn bumper deed dienst als sneeuwschuiver, de ruitenwissers konden de hoeveelheid witte stuif niet aan, de strepen op de weg en hele stukken vangrail waren verdwenen onder de sneeuw zodat ik op de gok richting huis moest koersen. Je maakt nog eens wat mee wanneer de weergoden er zin in hebben.

Nu dan toch maar even iets nuttigs doen. Er staat nog een afwas. Even de restjes van 2005 wegpoetsen.

27 december 2005

[Solitaire eindejaarscontemplatie]

Tweeduizendvijf heeft vertederd zowel als versluimerbitterd. Er waren slechts vingertoppen voor nodig. Vorig jaar, aan de afgrond van 2004, voorspelde ik dat de sprong in het nieuwe jaar het best met stevige schoenen aan gewaagd kon worden. Het zou niet eenvoudig bij een verfrissende wandeling blijven, dat wist ik dus vreesde ik niet. Rennen zou ik, klimmen, hinken, wankelen en soms ook vallen. Altijd met losse handjes. Verscheidene openbaringen, soms aangenaam verrassend maar veelal wreed ontgoochelend, zouden zich blootstellen en nu ook deze reis bijna voltooid is, voel ik me als een verslagen triomfant, gedesoriënteerd door de veelheid van alles.

Dat was kerstmis en ik at en met elke hap werden mijn zinnen des te zeer doordrongen van het feit dat de smaak van overwinning met meer recht bitter is en wrang dan zoet. Dat alles waarvan ik zou getuigen mijn overkoepelend gemoed bezwangeren zou van deceptie. Zag een enkeling mij lachen, eens, misschien zelfs vaker, ongeveinsd en heeft u mij dan werkelijk herkend?

Dat was kerstmis en ik hoorde u aan. Met koude, hardhouten spijlen langs mijn ruggengraat. U keek op en later neer wilde niets meer dan meer en meer en meer. Begrijpt u mij niet verkeerd, ik wilde u simpelweg niet begrijpen. Er klonken klanken, subtiel maar intens, die mijn gemoed bewogen in de aan u tegenovergestelde richting. U nam de moeite niet uw blik te verplaatsen, te zien, liever dan te kijken en deswege sloot ik mijn ogen.

Dat was kerstmis en ik las en ik peinsde, zittend in mijn vensterbank, van wie bomen en mensen heten en lachen in droefnis, daar zij het sterven van ongrijpbare gunstperspectieven betreuren en zich tot hun laatste levenszucht verwonderen over dat wat het leven is. De zon kwam door en liet het schaars gebladerte glimlachen onder diens gloed van gouden vlammen, flauw, alsof het in een droom geweten heeft hoe kort het duren zou. Daarna zou het regenen. Oer-Hollandse pijpenstelen, met bakken tegelijk. Zag een enkeling wie of wat mij hiertoe dreef en heeft u in mijn schrijven de oorsprong werkelijk herkend?

Dat was kerstmis en ik heb geen recht tot urmen. Rest mij ten slotte terug in de kribbe te kruipen, me van mijn schoenen te ontdoen, het lijnwaad tot ver over mijn hoofd te trekken en te mijmeren tot de slaap erop volgt. Erkentelijk voor al wat ik dit jaar in mijn hart heb mogen sluiten. Toch moet het zegepralend Gloria immer nog uitblijven. Een nieuw jaar zal zich weldra aankondigen, mijn voeten hebben nood aan rust.

11 december 2005

[De beuk erin]

Slopen is leuk. Vooral als de SSP, die na twee maanden toch ook maar eens de handen uit de mouwen besloot te steken, continu loopt te vloeken omdat het niet gaat zoals hij wil en alle materialen zich tegen hem keren. Maar geef hem en hamer en een bijtel en hij is wel even zoet. Mijn keuken is ineens een stuk groter. Eerst hebben we alle schrootjes van de muur getrokken (ik haat schrootjes, die horen op de schroothoop, de naam zegt het al) en al het hout dat er nog achter zat eraf gebeukt. De radiator ligt bij het oud ijzer en we hebben zo'n dertig meter aan buizen, pijpen en leidingen afgezaagd en weggemieterd. De schrootjes boven de keukenkastjes kon ik met één vinger omduwen: domino! Weg ermee. Het lelijke houten gevaarte dat voor ketelombouw door moest gaan, heb ik ook gedemonteerd en weggegooid. Ruimt lekker op zo!

Natuurlijk was de SSP, onze ouwe mopperpot, niet van plan om de enorme berg pijn zeven trappen af te sjouwen. Ik verzamelde snel zoveel planken als ik dragen kon maar de SSP had, zoals ik al vreesde, een ander plan. Een béter plan. Waarom moeilijk doen als het ook makkelijk kan? Daar vloog de helft van mijn voormalige keuken van vier hoog het balkon af en konden de buren nog maar net ontsnappen aan de spiesdood. Uit protest, want ik ben nu eenmaal eigenwijs, heb ik alsnog acht ladingen puin naar beneden gezeuld via de trappen. Dan maar spierpijn en splinters. De buren zullen mij niet van tokkie-gedrag betichten, ik ben een net meisje.

Het idee is dat de keuken behalve ruim ook mooi moet worden. Helaas heb ik geen geld voor een nieuwe, maar met een beetje handigheid vallen de kanariepietjesgele kastjes wel op te lappen tot iets toonbaars waar de netvliezen niet direct van scheuren zodra je er naar kijkt. Mijn kluspaps heeft de overgebleven leidingen omgelegd zodat ze niet meer in bochten langs de muur kronkelen maar netjes langs het plafond lopen. Die kan ik nu dus mooi opschuren en schilderen. Als het goed is gaat de SSP deze week een sleuf in de muur slijpen zodat ik niet langer een wirwar aan bedrading over de vloer heb liggen. Ook zal hij de levensgevaarlijke, gammele contactdozen die nu nog op de meest onlogische plaatsen aan de wand bungelen vervangen. Nu moet ik steeds met electrocutiegevaar een loshangend draadje in een contactgaatje prikken als ik licht wil. Met een beetje geluk kan de wand voor de kerst gestuukt worden en het plafond afgewerkt. Als dat klaar is, timmer ik er een degelijke lambrisering tegenaan. De vloer is nu nog geplaveid met bruingelige tegels maar uiteindelijk moeten daar antracietgrijze leisteenplavuizen komen. Van die structuurdingen. Heus sjiek. Eigenlijk wil ik ook een nieuw aanrechtblad maar je kunt natuurlijk ook te veel willen.

Zo'n huis vol klustroep is niet echt gezellig te noemen maar kerstmis staat voor de deur en of het nu handig is of niet, ik eis een beetje knusheid tijdens de feestdagen. Zodoende ga ik de bouwput nu versieren met kerstlampjes.

2 december 2005

[Ik heb een gymzaal!]

"Aan de slag!" zei de man vanmorgen tegen me. Hij had zich klaargemaakt om naar zijn werk te gaan en ik ging weer een ochtendje kluswoede tegemoet. Ik concentreerde me, haalde diep adem, draaide een pirouette, maakte een formidabele radslag en eindigde in handstand tegen de muur. Verrast door wat er nog van mijn lenigheid over was en het feit dat mijn nieuwe huiskamer groot genoeg was om dit soort fratsen uit te halen, keek ik ondersteboven naar de man en wachtte op een teken van goedkeuring. De man keek echter vermoeid terug, zuchtte en vertrok. Geen gevoel voor humor. En dan beweert hij dat ik een ochtendhumeur heb. Najazeg.