Tweeduizendvijf heeft vertederd zowel als versluimerbitterd. Er waren slechts vingertoppen voor nodig. Vorig jaar, aan de afgrond van 2004, voorspelde ik dat de sprong in het nieuwe jaar het best met stevige schoenen aan gewaagd kon worden. Het zou niet eenvoudig bij een verfrissende wandeling blijven, dat wist ik dus vreesde ik niet. Rennen zou ik, klimmen, hinken, wankelen en soms ook vallen. Altijd met losse handjes. Verscheidene openbaringen, soms aangenaam verrassend maar veelal wreed ontgoochelend, zouden zich blootstellen en nu ook deze reis bijna voltooid is, voel ik me als een verslagen triomfant, gedesoriƫnteerd door de veelheid van alles.
Dat was kerstmis en ik at en met elke hap werden mijn zinnen des te zeer doordrongen van het feit dat de smaak van overwinning met meer recht bitter is en wrang dan zoet. Dat alles waarvan ik zou getuigen mijn overkoepelend gemoed bezwangeren zou van deceptie. Zag een enkeling mij lachen, eens, misschien zelfs vaker, ongeveinsd en heeft u mij dan werkelijk herkend?
Dat was kerstmis en ik hoorde u aan. Met koude, hardhouten spijlen langs mijn ruggengraat. U keek op en later neer wilde niets meer dan meer en meer en meer. Begrijpt u mij niet verkeerd, ik wilde u simpelweg niet begrijpen. Er klonken klanken, subtiel maar intens, die mijn gemoed bewogen in de aan u tegenovergestelde richting. U nam de moeite niet uw blik te verplaatsen, te zien, liever dan te kijken en deswege sloot ik mijn ogen.
Dat was kerstmis en ik las en ik peinsde, zittend in mijn vensterbank, van wie bomen en mensen heten en lachen in droefnis, daar zij het sterven van ongrijpbare gunstperspectieven betreuren en zich tot hun laatste levenszucht verwonderen over dat wat het leven is. De zon kwam door en liet het schaars gebladerte glimlachen onder diens gloed van gouden vlammen, flauw, alsof het in een droom geweten heeft hoe kort het duren zou. Daarna zou het regenen. Oer-Hollandse pijpenstelen, met bakken tegelijk. Zag een enkeling wie of wat mij hiertoe dreef en heeft u in mijn schrijven de oorsprong werkelijk herkend?
Dat was kerstmis en ik heb geen recht tot urmen. Rest mij ten slotte terug in de kribbe te kruipen, me van mijn schoenen te ontdoen, het lijnwaad tot ver over mijn hoofd te trekken en te mijmeren tot de slaap erop volgt. Erkentelijk voor al wat ik dit jaar in mijn hart heb mogen sluiten. Toch moet het zegepralend Gloria immer nog uitblijven. Een nieuw jaar zal zich weldra aankondigen, mijn voeten hebben nood aan rust.
27 december 2005
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)


Geen opmerkingen:
Een reactie posten