Posts tonen met het label trouwen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label trouwen. Alle posts tonen

8 juli 2011

[Dingen die ik 'dan alvast maar gehad heb']

Zodat ik er op de bruiloft geen last van heb, dus. Is dat zo? Mijn kennis van kansberekening is dusdanig klein dat ik hier geen steekhoudend antwoord op kan verzinnen. Toch lijkt een groot deel van de mensen die ik ken er heilig van overtuigd dat de kans dat een geval van pech me binnen korte tijd twee keer overkomt uiterst gering, zo niet nihil is. Het is hierom dat ik mijn pech moet koesteren want: dan heb ik dat alvast maar gehad.

Ik hoef me dus in ieder geval niet druk te maken dat ik tijdens de bruiloft:
- een grote, diepe, ontsierende snee in mijn onderarm heb (risico van mijn vak zal ik maar zeggen);
- een blauw-zwarte teen met gedeukte nagel heb (mede mogelijk gemaakt door ondeugdelijk Maastrichts plaveisel);
- buikgriep heb (borrelende ingewanden, groen zien van misselijkheid, geen voedsel verdragen en met regelmaat naar het toilet sprinten);
- een bad-hair-week heb (want ziek);
- zwaar verkouden ben (een doos tissues per dag verslijten, geen stem, koorts, leven op pijnstillers en water);
- dwars door de wekker heen slaap en daardoor ook nog eens bijna het huis laat afbranden (gevalletje narcolepsie tijdens het koken…);
- geen mooie schoenen heb (oh the drama!);
- compleet uitflip omdat ik te laat bij de ceremonie dreig te komen (niet eens mijn schuld! Ik stond al een kwartier klaar!);
- mijn trouwjurk sloop.

WÁT?!!
Ja, ik heb mijn trouwjurk gesloopt. Echt waar. Een jurk van twee maandlonen. En ik trek het zo even naar de galemiezen. Zonder enige vorm van agressie of geweld. Heel lullig.

Je zou verwachten dat ik hysterisch in huilen uitbarstte, de slaapkamer kort en klein sloeg en de bruiloft afblies maar hoe graag ik ook de drama queen uithang, zonder publiek is er niets aan dus in plaats daarvan keek ik vol ongeloof naar het stukje stof in mijn hand en begon te lachen. Echt waar.

Gelukkig was het maar de sluitveter die gebroken was. Geen probleem dus, gewoon even googelen en een nieuwe bestellen. Jahaaa... niet dus. Sluitveters van 5 meter zijn niet los te koop. Daar zit dan meteen weer een hele jurk (of minstens een korset) aan vast. Dat vond ik dus geen deal. Er zat maar één ding op.

Met het schaamrood op de kaken (vraag me niet waarom, alsof iemand dat door de telefoon kan zien, maargoed, ik schaamde wel dus dat rood kwam vanzelf en wat moest ze wel niet denken, dat ik een of andere lompe Truus was of ineens enorm dik geworden was of...) belde ik de bruidswinkel waar ik de jurk gekocht had. Een schat van een mens nam op, stopte een veter in een enveloppe en de volgende dag was mijn jurk weer compleet. Phew!!

Dankbaar keek ik naar de gebroken veter. Maar goed dat ik m’n jurk nog eens gepast had. Stel je voor dat me dit op de grote dag zou overkomen! Nee, zoiets kun je dan maar beter alvast gehad hebben.

25 januari 2010

[De kleren van de Keijzerin] (slot)

Toen ik mijn eigen kleren weer aan had vermande ik me. Kim trok een vreselijk oliebollenjurkje aan en maakte me aan het lachen. Ik keek naar de andere bruidjes-in-spé die al zeker een half uur doodstil moesten staan omdat hun jurken aan alle kanten afgespeld moesten worden. Ze zagen er niet echt vrolijk uit. Dat leed bleef mij in ieder geval bespaard vandaag.

Daar ging mijn telefoon weer.

“Hoi mam, met je dochter de faalhaas.”
“Huh?”
“Nevermind. Ik heb ‘m terug gehangen hoor.”
“Huh? Hoezo?!”

Kijk, op dat soort momenten is mijn moeder dus echt compleet onnavolgbaar.

“Hoezo ‘hoezo’?” vroeg ik.
“Het is toch de perfecte jurk? Je droomjurk?”
“Jaha” antwoordde ik, “maar ik kan ‘m echt niet betalen, dus geen paniek, volgende keer ben je er hoogstpersoonlijk bij als ik jurken ga passen.”

Mijn moeder moest lachen. Daarna kwam er een aap uit een mouw. Ze is ooit eens bij een bruiloft geweest waar de bruid een zwart outfit had. Het moet vreselijk geweest zijn. Veel te kort rokje, veel te wijd bij de borsten, lelijk materiaal, afschuwelijke, ordinaire zwarte Schoenenreuslaarzen eronder. Die bruid was de dochter van een cliënt van m’n moeder en elke keer als ze daar komt, moet ze tegen de trouwfoto van de zwarte bruid aan kijken. Dus toen ik zwart zei, was dat de eerste associatie die bij haar op kwam.

“Maar ik weet heus wel dat jij wél goede smaak hebt hoor Wen!”

“Ik weet zeker dat jij het ook prachtig had gevonden” zei ik.
Ik was blij met haar verklaring, nu voelde ik me tenminste niet meer zo schuldig.
“Ja, dat denk ik ook” zei mijn moeder “en ik kan niet wachten tot ik hem in het echt zie!”

Had ik al eens onnavolgbaar gezegd?

“Mam, ik zeg je net dat ik ‘m al terug gehangen heb.”

“Dan ga je hem maar weer halen want als dit echt de jurk is waarin jij wilt trouwen, dan moet je hem meenemen. Ik zat een beetje te balen omdat ik het je volgende week persoonlijk wilde vertellen, maar pa en ik hebben het er even over gehad en wij vinden dat de ouders van de bruid de bruidsjurk moeten financieren. Maar omdat hij ietsie duurder is dan we gedacht hadden en we ook nog wat andere dingen voor je willen doen, ga ik nu de helft van het totaalbedrag naar je overmaken, ok?”

Als ik klompen aan gehad had, waren ze alle twee gebroken.

“Sorry dat ik zo lomp reageerde” verontschuldigde ze zich. “Ik heb dit nog nooit gedaan, en jij zei dat de moeder van de bruid ook verantwoordelijkheden heeft...”
“Mam!” riep ik, “Dat was een grapje! Ik ga jou toch niet vertellen wat je moet doen!”
“Ja nou, ik ben gewoon zo trots en ik wil geen slechte moeder zijn...”

Mensen zeggen wel eens dat ik zo op mijn moeder lijk.
I wonder why...

24 januari 2010

[De kleren van de Keijzerin] (deel 3)

“Met mij! Ik denk dat ik mijn bruidsjurk gevonden heb!” tetterde ik opgetogen door m’n telefoon.
Een onderkoeld “ja” was het antwoord.
“Mahaam! Een bruidsjurk! Ik heb een jurk gevonden!” tetterde ik nog een keer.
Mams was nog steeds niet onder de indruk.
“Ja Wen ik ben aan het stofzuigen, je overvalt me.”
“Oh. Nou.” mompelde ik beteuterd “Anders bel je straks maar even terug ofzo…”

Kim keek bezorgd naar mijn betrokken gezicht. Ik haalde mijn schouders op en zuchtte. Misschien had ik niet moeten bellen. Misschien had ik haar zojuist een enorme teleurstelling bezorgd. Ze had er natuurlijk bij willen zijn! Oh shit. Daarom reageerde ze natuurlijk zo. Ik had gefaald als dochter. Shit, shit, shit.

Ik had net mijn laatste hap appeltaart in mijn mond toen de telefoon ging.

“Ja sorry hoor Wen, zo’n reactie had je natuurlijk ook niet verwacht. Maar ik dacht dat je alleen maar ging passen!”

Ik slikte de taart door.

“Ik ook. Maar nou heb ik een jurk aan die ik niet meer uit wil omdat hij perfect is.”

Ik sprak de woorden uit met een schuldgevoel. Ik wilde geen slechte dochter zijn maar ik wilde ook die jurk niet laten hangen.

“Nou, vertel, wat voor kleur issie? Wit?”
“Nee” zei ik.
Ik kreeg het een beetje benauwd.
“Rood?”
“Ook niet” antwoordde ik.
Ik voelde een buitje hangen.
“Het is toch geen zwarte jurk he?” vroeg mijn moeder op licht afkeurende toon.

Ik zweeg.
“Wen? Hallo? Ben je er nog?”
Ik haalde diep adem, verzamelde moed en piepte er toen een zacht “jawel” uit. “Ja ik ben er nog en ja zwart.”
Het was stil aan de andere kant.
“Oh.”

Ik was officieel een slechte dochter. Mijn moeder was er niet bij op het moment dat ik mijn droomjurk voor het eerst aan had en mijn moeder vindt mijn droomjurk helemaal niks. Shit.

“Issie erg duur?” vroeg mijn moeder.
Ik las het prijskaartje voor.
“He?!!” riep mijn moeder, zo hard dat ik van schrik bijna de telefoon uit mijn hand liet vallen.

Ik beet op mijn lip. Wat een drama. Het was een peperdure jurk. Maarja, ik had toch al afgedaan als dochter dus dit kon er ook nog wel bij.

“Wen, je vader is thuis, ik bel je zo terug ok?”

Ik streek mijn jurk glad en ging weer voor de spiegel staan. Nog één keer kijken, op de foto met mijn droomjurk, nog één rondje lopen. Toen trok ik me terug in het pashok om afscheid te nemen. Alsof ik me zo’n dure jurk kon veroorloven.

23 januari 2010

[De kleren van de Keijzerin] (deel 2)

De derde zwarte jurk was een perfect fit. Het was niet de kleur die ik in gedachten had en ook niet het model maar ik vond hem onmiddellijk helemaal geweldig. Stijlvol en een tikkeltje excentriek. Een echte eye catcher.

Dat bleek wel toen ik uit het pashok kwam. De moeders in de winkel verplaatsten hun blik van hun dochters naar mij. De Arnhemse meisjes riepen opgetogen uit dat deze jurk voor mij gemaakt was. Kim sprong overeind en riep heel hard “ja!”.

Ik bekeek mezelf in de spiegel, naar Kim, weer in de spiegel en raakte ineens helemaal geëmotioneerd.
“Ik denk dat ik ga huilen” zei ik.
“Nou, niet doen, nou moet ik ook!” zei Kim.
“Denk je dat mijn OVA dit mooi zal vinden?” vroeg ik voorzichtig.
Kim lachte.
“Die gaat ook huilen!”

Het Arnhemse Meisje gaf me een tissue.
Sjonge. Ik zou alleen maar gaan kijken. Maar ik wilde de jurk niet meer uit. Wat moest ik nou?
Het Arnhemse meisje bracht me een paar bijpassende schoenen en knoopte een accessoire om mijn hals. Het was echt perfect.

Ineens bedacht ik me dat ik nog helemaal niet op het prijskaartje gekeken had.
Dus ik keek erop en berouwde het onmiddellijk.
Slik.
Deze jurk kostte ruim twee keer zoveel als het door mij begrote bedrag.

“Ga even lekker zitten” zei het Arnhemse Meisje.
“Wil je een stuk appeltaart? Kopje thee erbij nog?”

Ik moest even bij zinnen komen. Wat stond er ook alweer op dat bordje?
Hebzucht? *check*
Prinsessengedrag? *check*
Pfff. Hier had ik niet op gerekend. Ik moest mijn moeder bellen.

22 januari 2010

[De kleren van de Keijzerin] (deel 1)

Kim en ik gingen voor het eerst op trouwjurkenjacht. Op het internet vond ik dé winkel voor onze eerste keer: Assepoester. Geen truttige taartjurken maar hippe moderne jurken in alle kleuren, binnen zonder afspraak en vrijblijvend passen tot je erbij neervalt. Perfect! We moesten er wel helemaal voor naar Arnhem maar dat was een goed excuus om er een dagje uit van te maken. Een inspiratietripje. Want ik ging beslist nog niets kopen.

Op de deur hing een bordje:
“Deze winkel veroorzaakt hebzucht en leidt onherroepelijk tot prinsessengedrag!”
Dat zouden we nog wel eens zien.

Na een enthousiast onthaal van een Arnhems Meisje (“Hoi! Willen jullie koffie? Thee? Koekje erbij? Ga lekker zitten dan maak ik een pashok klaar!”) ploften we overdonderd (ja nu al) neer in een grote fauteuil. Ik keek in het rond. Vierduizend jurken. Ik voelde een luxeprobleempje opkomen. Waar moest ik beginnen?!

Terwijl Kim met een arm vol jurken het pashok in dook, zat ik nog steeds als een soort verdoofde dwaas om me heen te kijken. De Arnhemse meisjes bestudeerden me kort, smoesden wat en kwamen naar me toe.

“Het oordeel is unaniem: jij moet beslist een rode jurk passen.”

Rood?!

Nouja, waarom ook niet. Ik zou toch niks kopen en kijken kon geen kwaad. Ik zocht een lange, knalrode jurk uit. Als ik dan toch voor rood ging, ging ik voor heftig. Strapless, strak van boven, wijd uitlopend met een sleepje en een enorme hoeveelheid tule eronder. Toen ik het pashok uitkwam kreeg ik nog net geen applaus. De jurk had absoluut een WAUW-factor! Eerlijk gezegd stond het me fantastisch, maar was het ook Wendy? Nah, twijfelachtig.

Ik besloot traditioneel wit, gebroken wit en champagne te proberen maar na die knalrode aanslag op mijn netvliezen en in combinatie met mijn bleke huidskleur zag ik er in die kleuren ontzettend flets uit. Dat is natuurlijk niet het adjectief dat je in de kritieken wilt terug horen.

Inmiddels waren we drie uur, twee koppen koffie, een halve schaal koekjes en talloze jurken verder. Terwijl Kim de parkeermeter bijvulde, kletste ik wat met de andere bruiden-in-spé en hun moeders. Ik had de mijne niet bij me. Dit was immers pas de oriëntatieronde.

Er was nog één rek dat ik niet van dichtbij bestudeerd had: die met de zwarte jurken. Ik stelde me het commentaar voor.
“Is dat nou een trouwjurk? Het lijkt meer een rouwjurk!”
Maargoed.
Er hingen schitterende exemplaren tussen. Toch even passen.