22 januari 2010

[De kleren van de Keijzerin] (deel 1)

Kim en ik gingen voor het eerst op trouwjurkenjacht. Op het internet vond ik dé winkel voor onze eerste keer: Assepoester. Geen truttige taartjurken maar hippe moderne jurken in alle kleuren, binnen zonder afspraak en vrijblijvend passen tot je erbij neervalt. Perfect! We moesten er wel helemaal voor naar Arnhem maar dat was een goed excuus om er een dagje uit van te maken. Een inspiratietripje. Want ik ging beslist nog niets kopen.

Op de deur hing een bordje:
“Deze winkel veroorzaakt hebzucht en leidt onherroepelijk tot prinsessengedrag!”
Dat zouden we nog wel eens zien.

Na een enthousiast onthaal van een Arnhems Meisje (“Hoi! Willen jullie koffie? Thee? Koekje erbij? Ga lekker zitten dan maak ik een pashok klaar!”) ploften we overdonderd (ja nu al) neer in een grote fauteuil. Ik keek in het rond. Vierduizend jurken. Ik voelde een luxeprobleempje opkomen. Waar moest ik beginnen?!

Terwijl Kim met een arm vol jurken het pashok in dook, zat ik nog steeds als een soort verdoofde dwaas om me heen te kijken. De Arnhemse meisjes bestudeerden me kort, smoesden wat en kwamen naar me toe.

“Het oordeel is unaniem: jij moet beslist een rode jurk passen.”

Rood?!

Nouja, waarom ook niet. Ik zou toch niks kopen en kijken kon geen kwaad. Ik zocht een lange, knalrode jurk uit. Als ik dan toch voor rood ging, ging ik voor heftig. Strapless, strak van boven, wijd uitlopend met een sleepje en een enorme hoeveelheid tule eronder. Toen ik het pashok uitkwam kreeg ik nog net geen applaus. De jurk had absoluut een WAUW-factor! Eerlijk gezegd stond het me fantastisch, maar was het ook Wendy? Nah, twijfelachtig.

Ik besloot traditioneel wit, gebroken wit en champagne te proberen maar na die knalrode aanslag op mijn netvliezen en in combinatie met mijn bleke huidskleur zag ik er in die kleuren ontzettend flets uit. Dat is natuurlijk niet het adjectief dat je in de kritieken wilt terug horen.

Inmiddels waren we drie uur, twee koppen koffie, een halve schaal koekjes en talloze jurken verder. Terwijl Kim de parkeermeter bijvulde, kletste ik wat met de andere bruiden-in-spé en hun moeders. Ik had de mijne niet bij me. Dit was immers pas de oriëntatieronde.

Er was nog één rek dat ik niet van dichtbij bestudeerd had: die met de zwarte jurken. Ik stelde me het commentaar voor.
“Is dat nou een trouwjurk? Het lijkt meer een rouwjurk!”
Maargoed.
Er hingen schitterende exemplaren tussen. Toch even passen.

Geen opmerkingen: