Even los van het feit dat mijn cash ook al jaren de neiging heeft te verdwijnen (en ik heb niet eens een gat in mijn hand): ik wind me op over de krantenkoppen van vandaag. Zelfs al moet ik nog zien dat de voorspelling uitkomt en ben ik ondanks alles wel blij dat ik óók een pinpas heb. Met de nadruk op óók.
“Contant geld verdwijnt binnen vijf jaar”
Er doemen direct allerlei praktische bezwaren op in mijn hoofd:
1. Hoe leer ik mijn kinderen met geld omgaan als ik het onzichtbare zakgeld moet storten op een rekening en ze straks even makkelijk een Game Cube pinnen als een Cornetto?
2. Komen er geen collectanten meer aan de deur met zo’n schudbus, kun je er donder op zeggen dat die stichtingen je brievenbus vol douwen met acceptgiro’s. Nu ben ik zelf vrij makkelijk in het verscheuren van ongewenste post maar het kost bijvoorbeeld bovenmenselijke inspanning om de schoonmams aan het verstand te peuteren dat ze niet elke acceptgiro hoeft in te vullen.
3. Kunnen we niet meer gezellig naar de rommelmarkt (juist een goede plaats om kinderen met geld om te leren gaan).
4. Moet je dalijk chippen voor een straatkrant of pinnen om een dakloze bedelaar een euro te doneren. En hoe gaat de orgelman dat doen?
5. Wij hebben een wekelijks huishoudbudget en als we dat van tevoren pinnen, kunnen we er de rest van de week goed overzicht over bewaren.
6. Personeelspotjes. Er is iemand jarig, er gaat iemand trouwen, er krijgt iemand een kind, allemaal redenen om met de pet langs je collega’s te gaan en van de opbrengst een cadeau te kopen. Gaat ‘m ook niet meer worden.
7. Het is gênant om in een restaurant hardop te moeten zeggen hoeveel fooi je bovenop de rekening wilt geven (ik ben niet zo’n fooienmens, zie: deze post).
8. Moet je in de kroeg elk rondje pinnen, dus daar kunnen ze voortaan ook fluiten naar hun fooien.
9. Als je op je trouwuitnodiging ‘cadeautip: envelopje’ zet omdat je wilt sparen voor een verhuizing, krijg je dan allemaal opgewaardeerde pasjes? Hoe onpraktisch is dat!
10. Je kunt geen anonieme oude sok meer onder het matras verstoppen, je zult er rente over moeten betalen.
11. Stroomstoringen of storingen aan de pinautomaat! Vooral lachen als je in een winkel staat met een kar vol boodschappen...
12. De tieners die wat willen bijverdienen met een oppasbaantje, kappers die in de avonduren aan huis nog wat bijknippen, de handige mannen die op zaterdag hier en daar bijklussen, de huisvrouwen die er een werkhuisje bij nemen. Zwart werken is er niet meer bij, terwijl de zwarte potjes toch ook bijdragen aan de economie.
13. Mijn oma kon haar pincode niet onthouden, dus schreef ze die op een papiertje en bewaarde dat in haar tas. In de stad werd haar tas gestolen en nog geen uur later was haar rekening geplunderd. Vanaf dat moment durfde ze alleen nog met een klein contant bedrag de straat op te gaan.
14. Je kunt zonder cash veel makkelijker uitgeven wat je niet hebt. Zelf heb ik de optie ‘rood staan’ uitgeschakeld maar ik zie bij menigeen de schulden al oplopen.
15. De paranoïde mens in mij ziet al complotten. Je raakt je privacy kwijt en daar zou zomaar misbruik van gemaakt kunnen worden.
16. Het heitje voor een karweitje zal verdwijnen. Ik heb auto's gewassen, ramen gelapt, kaarsen verkocht, parken geharkt en liedjes gezongen voor bejaarden om geld in te zamelen voor een nieuw Scouting clubhuis. Aan het eind van de dag was het altijd spannend want dan werden alle muntjes geteld. We waren zo trots dat we ons eigen steentje bijdroegen. Zonder cash wordt dat een stuk minder leuk. Geldt ook voor dingen als sponsorloop of met een geweldig eindrapport bij oma langs.
17. Ik heb een tijdje in de thuiszorg gewerkt en daar werd ik regelmatig om een boodschap gestuurd door zieke, mentaal uitgedaagde of minder valide cliënten. Je moet wel heel goed van vertrouwen zijn om zomaar je pinpas aan de thuishulp mee te geven.
18. Ook leuk: pas kapot. Dan moet je een nieuwe aanvragen en die krijg je uiteraard pas na enkele werkdagen thuis bezorgd.
19. En komt er een speciaal soort opwaardeerbare pasjes voor toeristen of hebben die voortaan gewoon pech?
Het is maar goed dat we een niet al te daadkrachtig kabinet hebben.
Posts tonen met het label maatschappij. Alle posts tonen
Posts tonen met het label maatschappij. Alle posts tonen
10 februari 2010
7 februari 2010
[Ik ben een consumindermens] (slot)
“En ten slotte kunt u de verwarming een tikje lager zetten als u gewoon een extra trui aantrekt.”
Briljant! Mijn verwarming kán niet lager. Mijn buren stoken zo hard dat hun warmte via mijn buizen m’n huis op temperatuur houdt en ik heb ’s winters standaard een fleece-dekentje op de bank en een paar warme sloffen voor in huis. Bespaar daar maar eens tegenop. 3 – 0 voor mij.
“Zeg knul” zei ik tegen de aansmeerjongen.
Ik had onmiddellijk spijt van mijn ietwat denigrerende woordkeuze maar aan de andere kant; hij mocht blij zijn dat iemand hem serieus nam.
“Heb jij, op jouw beurt, nog even voor mij?”
“Eh. Ja hoor.” antwoordde de aansmeerjongen.
“Mooi!” riep ik triomfantelijk.
“Van elk apparaat dat ik niet gebruik, trek ik altijd de stekker uit het stopcontact. Ik laat niets op stand by staan. Ik gooi zelden restjes voedsel weg want ik koop en kook bewust. Naar de kapper ga ik nooit want ik verf mijn haar zelf en knippen doet mijn vriend. Waar ik niet ben brandt geen licht. Mijn vriend doet aan droog douchen; even nat maken, kraan uit, inzepen, scrubben, shampoo, kraan aan, afspoelen, klarie. Ik pak vaak de fiets in plaats van de auto, dat scheelt ook meteen een abonnement op de sportschool. In plaats van een stroomvretende waterkoker gebruik ik een ouderwetse fluitketel. Ik heb een telefoonabonnement waarmee ik gratis naar vaste nummers bel. Kleding koop ik meestal in de uitverkoop. Ik scheid trouw mijn afval (plastic, glas, papier en kleding weggooien is gratis). Opladen doe ik op nachtstroom. Ik heb een zuinige oven die niet voorverwarmd hoeft te worden. Pretparkkaartjes zijn op marktplaats supergoedkoop, dan neem ik zelf een fles drinken en een lunchpakket mee zodat ik niet op dure terrasjes hoef te zitten. Ik gebruik azijn in plaats van wasverzachter. Cadeaupapier wordt hergebruikt.”
Toen moest ik stoppen om naar adem te happen.
De aansmeerjongen knipperde met zijn ogen. Hij keek alsof hij niet kon geloven dat er mensen zijn die werkelijk zo spaarzaam leven. Zeker geen protestanten in zijn kennissenkring.
“Nou jij weer” zei ik tevreden.
“U bent zeker niet op zoek naar een bijbaantje hè?” mompelde de aansmeerjongen met een wat ongemakkelijk lachje.
“Nope. Dit waren mijn tips, gratis en vrijblijvend. Doe er je voordeel mee zou ik zeggen.”
Briljant! Mijn verwarming kán niet lager. Mijn buren stoken zo hard dat hun warmte via mijn buizen m’n huis op temperatuur houdt en ik heb ’s winters standaard een fleece-dekentje op de bank en een paar warme sloffen voor in huis. Bespaar daar maar eens tegenop. 3 – 0 voor mij.
“Zeg knul” zei ik tegen de aansmeerjongen.
Ik had onmiddellijk spijt van mijn ietwat denigrerende woordkeuze maar aan de andere kant; hij mocht blij zijn dat iemand hem serieus nam.
“Heb jij, op jouw beurt, nog even voor mij?”
“Eh. Ja hoor.” antwoordde de aansmeerjongen.
“Mooi!” riep ik triomfantelijk.
“Van elk apparaat dat ik niet gebruik, trek ik altijd de stekker uit het stopcontact. Ik laat niets op stand by staan. Ik gooi zelden restjes voedsel weg want ik koop en kook bewust. Naar de kapper ga ik nooit want ik verf mijn haar zelf en knippen doet mijn vriend. Waar ik niet ben brandt geen licht. Mijn vriend doet aan droog douchen; even nat maken, kraan uit, inzepen, scrubben, shampoo, kraan aan, afspoelen, klarie. Ik pak vaak de fiets in plaats van de auto, dat scheelt ook meteen een abonnement op de sportschool. In plaats van een stroomvretende waterkoker gebruik ik een ouderwetse fluitketel. Ik heb een telefoonabonnement waarmee ik gratis naar vaste nummers bel. Kleding koop ik meestal in de uitverkoop. Ik scheid trouw mijn afval (plastic, glas, papier en kleding weggooien is gratis). Opladen doe ik op nachtstroom. Ik heb een zuinige oven die niet voorverwarmd hoeft te worden. Pretparkkaartjes zijn op marktplaats supergoedkoop, dan neem ik zelf een fles drinken en een lunchpakket mee zodat ik niet op dure terrasjes hoef te zitten. Ik gebruik azijn in plaats van wasverzachter. Cadeaupapier wordt hergebruikt.”
Toen moest ik stoppen om naar adem te happen.
De aansmeerjongen knipperde met zijn ogen. Hij keek alsof hij niet kon geloven dat er mensen zijn die werkelijk zo spaarzaam leven. Zeker geen protestanten in zijn kennissenkring.
“Nou jij weer” zei ik tevreden.
“U bent zeker niet op zoek naar een bijbaantje hè?” mompelde de aansmeerjongen met een wat ongemakkelijk lachje.
“Nope. Dit waren mijn tips, gratis en vrijblijvend. Doe er je voordeel mee zou ik zeggen.”
6 februari 2010
[Ik ben een consumindermens] (deel 1)
Zuinige protestant.
Zo noemde mijn OVA mij toen we elkaar nog niet zo lang kenden. Plagerij natuurlijk, omdat ik een Hollander ben. Toch zat er een kern van waarheid in. Niet dat protestantse, want ik ben een rechtgeaard atheïst, maar ik leidde noodgedwongen wel een zuinig leven. En dat doe ik nog steeds.
Zaterdagmiddag in de stad.
Een onoplettend ogenblik.
Ik liep recht in de val.
“Mevrouw, heeft u een momentje?”
Neee! Ga weg! Ik heb hier geen zin in! Het is koud, ik moet plassen en ik heb nog een half uur voordat een parkeerwachter me een prent kan geven. Ga huiswerk maken jij puisterige puber! Shoo!
“Eh. Ja hoor.”
Het ging over de crisis. Aanvankelijk, dat is, want na een inleidende monoloog die ik maar half meekreeg omdat ik tegelijkertijd testte of ik mijn boodschappenlijstje nog uit mijn hoofd wist, viel het woord besparing. Of ik interesse had in tips. Jawel. Voor het eerst in mijn leven ben ik staande gehouden door iemand die mij iets wil aansmeren dat gratis en vrijblijvend is. De zuinige protestant in mij werd nieuwsgierig.
“Eh. Ja hoor.”
“Mooi!” brandde de aansmeerjongen los.
“Om te beginnen kunt u spaarlampen gaan gebruiken. Spaarlampen, het woord zegt het al, haha!”
Goh. Daar was ik nog niet opgekomen. Toevallig heb ik laatst van de gemeente 3 gratis spaarlampen gekregen. En tochtstrips. En isolatiemateriaal. En een waterbesparende douchekop. 1 – 0 voor mij.
“U kunt wat minder gebruik maken van uw elektrische apparaten.”
Vandaar dat ik de afwas altijd met de hand doe (ik heb niet eens een vaatwasser!) en een reusachtig droogrek in mijn huiskamer heb staan. 2 – 0 voor mij.
“En ten slotte...”
Ten slotte? Was dat het al? Wat een aanfluiting! Besteed ik daar mijn kostbare tijd aan? Ik zal hem leren, de snotneus! Wedden dat zijn moeder zijn sokken nog wast (en droogt, en strijkt)? Wedden dat hij nog nooit een lamp verwisseld heeft? Wedden dat hij geen flauw benul heeft van wat een brood kost?
Zo noemde mijn OVA mij toen we elkaar nog niet zo lang kenden. Plagerij natuurlijk, omdat ik een Hollander ben. Toch zat er een kern van waarheid in. Niet dat protestantse, want ik ben een rechtgeaard atheïst, maar ik leidde noodgedwongen wel een zuinig leven. En dat doe ik nog steeds.
Zaterdagmiddag in de stad.
Een onoplettend ogenblik.
Ik liep recht in de val.
“Mevrouw, heeft u een momentje?”
Neee! Ga weg! Ik heb hier geen zin in! Het is koud, ik moet plassen en ik heb nog een half uur voordat een parkeerwachter me een prent kan geven. Ga huiswerk maken jij puisterige puber! Shoo!
“Eh. Ja hoor.”
Het ging over de crisis. Aanvankelijk, dat is, want na een inleidende monoloog die ik maar half meekreeg omdat ik tegelijkertijd testte of ik mijn boodschappenlijstje nog uit mijn hoofd wist, viel het woord besparing. Of ik interesse had in tips. Jawel. Voor het eerst in mijn leven ben ik staande gehouden door iemand die mij iets wil aansmeren dat gratis en vrijblijvend is. De zuinige protestant in mij werd nieuwsgierig.
“Eh. Ja hoor.”
“Mooi!” brandde de aansmeerjongen los.
“Om te beginnen kunt u spaarlampen gaan gebruiken. Spaarlampen, het woord zegt het al, haha!”
Goh. Daar was ik nog niet opgekomen. Toevallig heb ik laatst van de gemeente 3 gratis spaarlampen gekregen. En tochtstrips. En isolatiemateriaal. En een waterbesparende douchekop. 1 – 0 voor mij.
“U kunt wat minder gebruik maken van uw elektrische apparaten.”
Vandaar dat ik de afwas altijd met de hand doe (ik heb niet eens een vaatwasser!) en een reusachtig droogrek in mijn huiskamer heb staan. 2 – 0 voor mij.
“En ten slotte...”
Ten slotte? Was dat het al? Wat een aanfluiting! Besteed ik daar mijn kostbare tijd aan? Ik zal hem leren, de snotneus! Wedden dat zijn moeder zijn sokken nog wast (en droogt, en strijkt)? Wedden dat hij nog nooit een lamp verwisseld heeft? Wedden dat hij geen flauw benul heeft van wat een brood kost?
26 juni 2009
[Nog effe gauw de stad in - deel 1]
Ken je die kreet?
“3 in de rij? Wij openen er graag een kassa bij!”
Maar ze doen het niet. Of ‘wij’ zijn er toevallig nooit op het moment dat ik als vierde, vijfde, zesde, of nog verder achteraan aansluit. Dat schreeuwerige bord lijkt altijd zijn belofte te breken. Ik krijg op zo’n moment spontaan zin om de kreet een beetje aan te passen.
“3 in de rij? Er is tenminste een kassa open, weest u blij!”
“3 in de rij? Bestel online, dat geeft minder zeikerij!”
“3 in de rij? Leve onze consumptiemaatschappij!”
“3 in de rij? Loopt u even terug voor een knolselderij!”
Bekt minstens zo lekker en het is wel zo eerlijk, maar dat zie je nergens. Het is commercieel aantrekkelijker om de klant een leugen voor te houden, namelijk. Dus ondanks die kreet boven de kassa sta ik er regelmatig wortel te schieten. En dat is niet zelden slechts het begin van mijn ergernis.
Volgens mijn OVA heb ik namelijk een chronisch probleem met alles wat zich achter een balie bevindt. Hij ziet het gebeuren. Mijn blik wordt ernstig, mijn handen ballen tot vuisten, lucht wordt met grote kracht uit mijn neusgaten geperst en mijn tenen lijken zich vast te nagelen in de grond. Dat kan zo zijn, maar het is niet mijn schuld dat ik steevast het type kassameisje of baliekluiver tref dat mijn frustratietolerantiegrens tart.
Een willekeurige kledingboetiek. Uitverkoop met stickersysteem. Geel is 20% korting, oranje 25%, rood 30%, et cetera. Als ik ergens de zenuwen van krijg is het een winkelbediende die achter me gaat staan als ik in de spiegel kijk en me dan overlaadt met commercieel aantrekkelijke complimentjes. Dan denk ik: terug achter je balie met dat kassakadaver, vanaf dat punt kun je me nog genoeg ambeteren! Maar dat zeg ik niet. Ik lach vriendelijk en bedank, maar mijn OVA weet beter. Die weet dat mijn tenen zich al in mijn schoenzool boren voordat ik het bewuste item op de balie gelegd heb.
Er zit een oranje sticker op het item. Ik reken: 25% van €50,- is €12,50. Ik moet €37,50 betalen. Kassakadaver slaat aan en dat is dan €25,-. Pinnen? Ik denk: pure mats! Kassakadaver denkt: oeps! Dan begint een lang correctieproces. Eerst vijf minuten met de rekenmachine in de weer om uit te rekenen hoeveel ik te weinig betaald heb. Dan vijf minuten op de kassa rammen om het juiste bedrag op de display te krijgen. Ik kan het betaalde bedrag cash terug krijgen en opnieuw pinnen, maar ik wil gewoon het resterende bedrag pinnen. Dat kan niet. Inmiddels bemoeien twee andere kassakadavers zich met de kwestie. Eén van hen neemt de kassa over en na wat gekibbel deelt ze me mede dat ik €12,50 terug krijg. Ik denk: pure mats. Kassakadaver denkt: oeps! Uiteindelijk ziet een van hen het licht en slaat €12,50 aan. U kunt pinnen. Het mocht godverdomme tijd worden. Tasje erbij? Ja. Mag ik het haakje hebben? Nee. Dacht ik al. Goedemiddag. Ja, tot ik jou zag.
Nou Wen, als dat alles is.
Nee. Het drama zette zich voort.
Let maar eens op.
“3 in de rij? Wij openen er graag een kassa bij!”
Maar ze doen het niet. Of ‘wij’ zijn er toevallig nooit op het moment dat ik als vierde, vijfde, zesde, of nog verder achteraan aansluit. Dat schreeuwerige bord lijkt altijd zijn belofte te breken. Ik krijg op zo’n moment spontaan zin om de kreet een beetje aan te passen.
“3 in de rij? Er is tenminste een kassa open, weest u blij!”
“3 in de rij? Bestel online, dat geeft minder zeikerij!”
“3 in de rij? Leve onze consumptiemaatschappij!”
“3 in de rij? Loopt u even terug voor een knolselderij!”
Bekt minstens zo lekker en het is wel zo eerlijk, maar dat zie je nergens. Het is commercieel aantrekkelijker om de klant een leugen voor te houden, namelijk. Dus ondanks die kreet boven de kassa sta ik er regelmatig wortel te schieten. En dat is niet zelden slechts het begin van mijn ergernis.
Volgens mijn OVA heb ik namelijk een chronisch probleem met alles wat zich achter een balie bevindt. Hij ziet het gebeuren. Mijn blik wordt ernstig, mijn handen ballen tot vuisten, lucht wordt met grote kracht uit mijn neusgaten geperst en mijn tenen lijken zich vast te nagelen in de grond. Dat kan zo zijn, maar het is niet mijn schuld dat ik steevast het type kassameisje of baliekluiver tref dat mijn frustratietolerantiegrens tart.
Een willekeurige kledingboetiek. Uitverkoop met stickersysteem. Geel is 20% korting, oranje 25%, rood 30%, et cetera. Als ik ergens de zenuwen van krijg is het een winkelbediende die achter me gaat staan als ik in de spiegel kijk en me dan overlaadt met commercieel aantrekkelijke complimentjes. Dan denk ik: terug achter je balie met dat kassakadaver, vanaf dat punt kun je me nog genoeg ambeteren! Maar dat zeg ik niet. Ik lach vriendelijk en bedank, maar mijn OVA weet beter. Die weet dat mijn tenen zich al in mijn schoenzool boren voordat ik het bewuste item op de balie gelegd heb.
Er zit een oranje sticker op het item. Ik reken: 25% van €50,- is €12,50. Ik moet €37,50 betalen. Kassakadaver slaat aan en dat is dan €25,-. Pinnen? Ik denk: pure mats! Kassakadaver denkt: oeps! Dan begint een lang correctieproces. Eerst vijf minuten met de rekenmachine in de weer om uit te rekenen hoeveel ik te weinig betaald heb. Dan vijf minuten op de kassa rammen om het juiste bedrag op de display te krijgen. Ik kan het betaalde bedrag cash terug krijgen en opnieuw pinnen, maar ik wil gewoon het resterende bedrag pinnen. Dat kan niet. Inmiddels bemoeien twee andere kassakadavers zich met de kwestie. Eén van hen neemt de kassa over en na wat gekibbel deelt ze me mede dat ik €12,50 terug krijg. Ik denk: pure mats. Kassakadaver denkt: oeps! Uiteindelijk ziet een van hen het licht en slaat €12,50 aan. U kunt pinnen. Het mocht godverdomme tijd worden. Tasje erbij? Ja. Mag ik het haakje hebben? Nee. Dacht ik al. Goedemiddag. Ja, tot ik jou zag.
Nou Wen, als dat alles is.
Nee. Het drama zette zich voort.
Let maar eens op.
Labels:
is nooit grappig,
maatschappij
22 november 2006
[Hebben we er zin an?]
Zo op de vooravond van de verkiezingen krijgen we nog even gauw een gigantische lading soundbites over ons uitgestort en ik doe echt mijn best me op het laatste nippertje nog te laten overtuigen maar na het smurfendebat kon ik er niet meer tegen. Ik ben er zo moe van. Ik weet niet of en hoe die politici elkaars koppen nog kunnen velen maar ik moet, ook al hebben ze niet allemaal een rotkop, mijn zapdrang onderdrukken als ik ze weer zie opduiken. Zouden ze 's avonds voor het slapen gaan bij wijze van ontlading met windbuksen op elkaars foto's schieten? Echt, ik ben verzadigd. Genoeg is genoeg. Volgens mij heb ik last van een specifieke vorm van uitmelkintollerantie. Uitslag, jeuk, transpiratie, tremoren. Ja hoor, het heeft er alle schijn van.
Waar het ook alle schijn van heeft, is dat ik mijn stembiljet vorige maand wel erg goed opgeborgen heb uit angst hem kwijt te raken met als gevolg: onvindbaarheid. Stik. En ik had vandaag met mijn stomme kop in een vlaag van opruimwoede ook al ongeveer vijfhonderd euro aan declarabele bonnetjes kwijt gemaakt. Of ja. Kwijtgemaakt. In de openbare vuilcontainer gemikt. Laat ik het maar eerlijk toegeven. Maar wie maakt er dan ook propjes van die dingen?! Kon de man weer op z'n kop in de prullenbak...
Waar het ook alle schijn van heeft, is dat ik mijn stembiljet vorige maand wel erg goed opgeborgen heb uit angst hem kwijt te raken met als gevolg: onvindbaarheid. Stik. En ik had vandaag met mijn stomme kop in een vlaag van opruimwoede ook al ongeveer vijfhonderd euro aan declarabele bonnetjes kwijt gemaakt. Of ja. Kwijtgemaakt. In de openbare vuilcontainer gemikt. Laat ik het maar eerlijk toegeven. Maar wie maakt er dan ook propjes van die dingen?! Kon de man weer op z'n kop in de prullenbak...
17 november 2006
[Spijker een drol op een plank dan heb je ook kunst]
Hier een fraaie. Even over die Marianne Thieme (lijstsleurder Partij voor de dieren) alias Cato Ooievaar, die slaat dus muggen dood onder het motto 'liever inconsequent goed (ik laat er af en toe eentje leven?) dan consequent fout (ik sla ze allemaal aan gortepap!)'. De advocate van de dieren eet haar clienten niet op maar als ze lastig worden en er bij haar een zekere irritatiegrens wordt bereikt, kan zij niet garanderen dat ze hen laat leven. Goede insteek! Maaaar lieve mensen, zij vindt dat wél moeilijk (gewetenswroeging?), hoor. Ziet u de naald van de leugendetector uitslaan tot ver in de rode zone? Al dat bloed tegen de muur enzo. Maar soms moet je wel even, zegt Thieme. Eerst het spachtelpleisterwerk, dan de mug. Ze rijdt ook auto, want al is het slecht voor het milieu: campagne voeren met de trein is geen doen en haar wintersportvakantie zegt ze ook niet af al is skiën nog zo slecht voor de berg. Nu kunt u, want dat wilt u, wel roepen dat dit een behoorlijk muggenzifterige opmerking is maaaaar lieve mensen, zo begint het. En zo beginnen ze allemaal. Want voor alles is wel een excuus te bedenken. Vandaag is het een mug, volgende week verzuipt ze de cavia en over een half jaar staat ze zeehondjes dood te knuppelen. Net zo makkelijk. Mooi beschavingsoffensief.
Maar nu even serieus want, dames en heren stemgerechtigden: het verkiezingsvirus eist bij velen genadeloos tol. Overal in het land heerst kieskoorts en stemstress. Zalig zijn de immunen. De kieswijzers worden als een soort van politieke thermometers tussen de zwetende billen van de samenleving, die zonder al te veel morren voorover bukt, gestoken. Wordt u daar nou wijzer van? Ik niet. Natuurlijk heeft geen enkel weldenkend mens een kieskompas nodig want een mening heeft hij immers al. Het is ook ten onrechte dat wordt gedacht dat al die instrumenten in de eerste plaats zijn ontwikkeld om de kiezer die er zo een twee drie zelf niet uitkomt een helpende hand toe te steken. Waar het om gaat is de opiniekoers, daar kunnen de lijsttrekkers hun voordeel mee doen in de hen nog restende campagnetijd om het oordeel over de nieuwste stunts vervolgens weer aan de kiezer over te laten: slechts een spektakel of een regelracht debacle? Kun je bijna stante pede terug zien wanneer je even naar de politieke barometer punt-enelt.
De zwevers die met kieskoorts dan wel stemstress gediagnostiseerd zijn, kunnen op het wereldwijde web terecht bij diverse dienstverlenende instanties (e.h.b.k.). U kunt uzelf naar hartelust het schompes klikken en uzelf een politieke blackout kieswijzeren indien u dit wenst. Wel dokters, zegt u het maar: wat is de meest geschikte remedie voor het doen verdwijnen van mijn aanhoudend zeurende hoofdpijn?
Remedie aanbevolen door dokter Kieswijzer: SP, CU, GL. Gezondheidsrisico's: EénNL, Groep Wilders, VVD, Fortuyn.
Remedie aanbevolen door dokter Kieskompas: Internet Explorer. Onderhoudskuur: PvdA, CU, SP.
Remedie aanbevolen door dokter Wereld Stemwijzer: SP. Slecht voor de rikketik: EénNL, Groep Wilders, VVD.
Remedie aanbevolen door dokter FNV: SP, GL. Best te vermijden: VVD.
Remedie aanbevolen door dokter 3FM Serious Politics: PvdA, GL, Fortuyn. Serieus ongezond: CDA, EénNL, PvdD.
Interessant. Ontnuchterend zelfs. Desondanks ben ik er nog steeds niet uit op welke landingsbaan ik mijzelf straks zwever-af zal verklaren. Ik zeg maar zo, een mens ken toch maar het beste z'n eige huisarts blijve. Bestaat er eigenlijk al een kieswijzer voor het wijs kiezen van kieswijzers?
En nou nog eens wat, want dat vroeg ik me vanmiddag ineens af: waarom plakt tegenwoordig niemand meer een campagnepostertje van de partij van zijn of haar voorkeur tegen de ruit? Bang dat men de ruit een paar uur later in de vorm van aan diggelen zal terug vinden op de keukenvloer? Vroeger zag je gedurende de verkiezingsperiode massa's politici met hun papieren snufferds voor de ramen hangen. Zie je niet meer. Schuld van de zwevende kiezer?
Maar nu even serieus want, dames en heren stemgerechtigden: het verkiezingsvirus eist bij velen genadeloos tol. Overal in het land heerst kieskoorts en stemstress. Zalig zijn de immunen. De kieswijzers worden als een soort van politieke thermometers tussen de zwetende billen van de samenleving, die zonder al te veel morren voorover bukt, gestoken. Wordt u daar nou wijzer van? Ik niet. Natuurlijk heeft geen enkel weldenkend mens een kieskompas nodig want een mening heeft hij immers al. Het is ook ten onrechte dat wordt gedacht dat al die instrumenten in de eerste plaats zijn ontwikkeld om de kiezer die er zo een twee drie zelf niet uitkomt een helpende hand toe te steken. Waar het om gaat is de opiniekoers, daar kunnen de lijsttrekkers hun voordeel mee doen in de hen nog restende campagnetijd om het oordeel over de nieuwste stunts vervolgens weer aan de kiezer over te laten: slechts een spektakel of een regelracht debacle? Kun je bijna stante pede terug zien wanneer je even naar de politieke barometer punt-enelt.
De zwevers die met kieskoorts dan wel stemstress gediagnostiseerd zijn, kunnen op het wereldwijde web terecht bij diverse dienstverlenende instanties (e.h.b.k.). U kunt uzelf naar hartelust het schompes klikken en uzelf een politieke blackout kieswijzeren indien u dit wenst. Wel dokters, zegt u het maar: wat is de meest geschikte remedie voor het doen verdwijnen van mijn aanhoudend zeurende hoofdpijn?
Remedie aanbevolen door dokter Kieswijzer: SP, CU, GL. Gezondheidsrisico's: EénNL, Groep Wilders, VVD, Fortuyn.
Remedie aanbevolen door dokter Kieskompas: Internet Explorer. Onderhoudskuur: PvdA, CU, SP.
Remedie aanbevolen door dokter Wereld Stemwijzer: SP. Slecht voor de rikketik: EénNL, Groep Wilders, VVD.
Remedie aanbevolen door dokter FNV: SP, GL. Best te vermijden: VVD.
Remedie aanbevolen door dokter 3FM Serious Politics: PvdA, GL, Fortuyn. Serieus ongezond: CDA, EénNL, PvdD.
Interessant. Ontnuchterend zelfs. Desondanks ben ik er nog steeds niet uit op welke landingsbaan ik mijzelf straks zwever-af zal verklaren. Ik zeg maar zo, een mens ken toch maar het beste z'n eige huisarts blijve. Bestaat er eigenlijk al een kieswijzer voor het wijs kiezen van kieswijzers?
En nou nog eens wat, want dat vroeg ik me vanmiddag ineens af: waarom plakt tegenwoordig niemand meer een campagnepostertje van de partij van zijn of haar voorkeur tegen de ruit? Bang dat men de ruit een paar uur later in de vorm van aan diggelen zal terug vinden op de keukenvloer? Vroeger zag je gedurende de verkiezingsperiode massa's politici met hun papieren snufferds voor de ramen hangen. Zie je niet meer. Schuld van de zwevende kiezer?
12 november 2006
[Een bakje excuus-hummus]
Nog tien nachtjes slapen en dan mogen we weer stemmen. Dat zullen we weten ook. Niet alleen via radio, krant en televisie. Je bent de deur nog niet uit of je struikelt over een grote hoop politiek promotiemateriaal. Buiten prijken op borden en palen allerlei campagneposters met koppen van zorgvuldig gefotografeerde politici en de bijbehorende no-nonsense kreten erop. In het winkelcentrum, waar ik met geen enkel ander doel dan het doen van wat boodschappen naartoe ben gegaan, word ik belaagd door wandelende folderdistributieautomaten die aan mij hun propagandablaadjes en -ballonnen willen slijten. Heeft al dat campagnegevoer nu nog een beetje invloed op de kiezer? Dat kunnen wij zonder enige twijfel wel stellen. Wij worden zo gek gezanikt over al onze vermeende moetens en mogens dat wij er danig van in de war raken en ons dientengevolge een beetje merkwaardig gaan gedragen.
Daar staan we dus, op de zaterdagmarkt in de rij bij zo'n allochtonenkraam waar van die uitheemse luchtjes vanaf dampen aan alle kanten, dat als je te diep door je neus inademt, dat je temet over je huig gaat van al die dingetjes in de assortimentsvitrine. Hele vieze dingetjes hebben ze d'rbij. Ken je dat? Van die weke dieren met een stuk of wat zuignaptentakels. En van die kleine ronde, van die natte gladde, van die grijsgroenige dooie ex-zeedieren of wat daar voor door moet gaan. Of dat ze nog leven, want dat weet je met die lui ook maar nooit. De ene keer moet het ritueel geslacht worden en de volgende keer nemen ze de moeite maar helemaal niet. Kun je thuis gaan doe-het-zelf slachten. Met van die vieze dingen. Wie eet dat nou? He? Niemand toch? Kijk maar, helemaal vol nog die bak met glibbergeviste. Gek he? Als je dat op je bord geserveerd krijgt dan vraag je je toch meteen af welke culinaire bijgoochem d'r effe lekker op je bord heb staan fluimen? Zo tussen die slierten zeewier? Getverredemme!
Zo. Dus met de eetlust is het alvast gedaan. Dat treft want als Hollander winkel je niet met een knorrende maag, dan zijn je ogen altijd groter dan je maag en dat merk je bij afrekening toch in de portemonnee, ja toch? Maar je loopt niet zomaar weg he, je wilt toch wat bestellen want je staat hier niet voor niks in de rij zo te verrekken van de kou dat je langzaamaan eigenlijk naar een bord boerenkool met worst smacht. Of snert. Je staat hier met een reden aan de grond vast te vriezen.
Ja. Je wilt nu eenmaal ook je broodnodige bijdrage leveren aan een verdraagzaam, multicultureel levensklimaat. Dat je thuis tegen je kinderen kan zeggen: "jong en lui, vanavond eten wij etnisch en dat is wat de pot schaft: oer-allochtoonse delicatesse". Maar denk je dat die gasten voor jouw gemak effe de Nederlandse vertaling op de allochtoons ondertitelde producten zetten? Nee hoor, niks daarvan. Wat of het zijn mag, vragen ze je met een grote gulle glimlach. En dat ze je dan met zo'n overdreven vriendelijke oor-tot-oor grijns die een beetje marktkoopman eigen is aan blijven kijken terwijl jij je bek breekt over die moeilijke woorden met veel te veel medeklinkers en je bij God of Allah niet weet wat je in hemelsnaam staat te bestellen. Vinden ze prachtig. En daar sta jij je dan in de vrieskou heel politiek correct voor uit je Hollandse naad te tolereren.
Maar kom nou niet aan met "doet u mij maar een onsje olijvenpotpourri" want een pond komt eerst, als ze je al niet meteen een kilo van het een of het ander in de maag willen splitsen. Zo zijn ze dan ook wel weer. En kun je dan nee zeggen? Nee, want dan ben jij de Hollander. De vrek. De krentenkakker. Alles goed en wel met dat "intergereren" maar je hoeft die exotische types niet meteen de minder populaire trekjes van de Nederlander voor te demonstreren. Dan krijg je dus overintergeratie. Da's ook niet goed he?
De vrouw die deze monoloog afsteekt, besluit mij aan te spreken. "Zeg, als ik wat vragen mag, mag dat? Wat wou u eigenlijk gaan bestellen, zoal?" Ik dacht aan een zak dadels en een half pond falafel. "Juist. Falala... falaaa... falafval. Nou en eet u smakelijk hoor. Dat zijn toch zeker net voorgefrituurde hondenbrokken? De offers die een mens moet brengen om een beetje mee te helpen aan een betere wereld. En wat stemmu?" Ik zeg dat ik nog zweef. "Nou ik stem mooi op Geert want die uitgekakte linkse lijstschijters hoeven nou heus niet meteen te denken dat ze mijn stem hebben als ik hier dus een bakkie hummus bestel. Begrijpuwel? Dat daar geen misverstanden over bestaan. Goedemiddag."
Daar staan we dus, op de zaterdagmarkt in de rij bij zo'n allochtonenkraam waar van die uitheemse luchtjes vanaf dampen aan alle kanten, dat als je te diep door je neus inademt, dat je temet over je huig gaat van al die dingetjes in de assortimentsvitrine. Hele vieze dingetjes hebben ze d'rbij. Ken je dat? Van die weke dieren met een stuk of wat zuignaptentakels. En van die kleine ronde, van die natte gladde, van die grijsgroenige dooie ex-zeedieren of wat daar voor door moet gaan. Of dat ze nog leven, want dat weet je met die lui ook maar nooit. De ene keer moet het ritueel geslacht worden en de volgende keer nemen ze de moeite maar helemaal niet. Kun je thuis gaan doe-het-zelf slachten. Met van die vieze dingen. Wie eet dat nou? He? Niemand toch? Kijk maar, helemaal vol nog die bak met glibbergeviste. Gek he? Als je dat op je bord geserveerd krijgt dan vraag je je toch meteen af welke culinaire bijgoochem d'r effe lekker op je bord heb staan fluimen? Zo tussen die slierten zeewier? Getverredemme!
Zo. Dus met de eetlust is het alvast gedaan. Dat treft want als Hollander winkel je niet met een knorrende maag, dan zijn je ogen altijd groter dan je maag en dat merk je bij afrekening toch in de portemonnee, ja toch? Maar je loopt niet zomaar weg he, je wilt toch wat bestellen want je staat hier niet voor niks in de rij zo te verrekken van de kou dat je langzaamaan eigenlijk naar een bord boerenkool met worst smacht. Of snert. Je staat hier met een reden aan de grond vast te vriezen.
Ja. Je wilt nu eenmaal ook je broodnodige bijdrage leveren aan een verdraagzaam, multicultureel levensklimaat. Dat je thuis tegen je kinderen kan zeggen: "jong en lui, vanavond eten wij etnisch en dat is wat de pot schaft: oer-allochtoonse delicatesse". Maar denk je dat die gasten voor jouw gemak effe de Nederlandse vertaling op de allochtoons ondertitelde producten zetten? Nee hoor, niks daarvan. Wat of het zijn mag, vragen ze je met een grote gulle glimlach. En dat ze je dan met zo'n overdreven vriendelijke oor-tot-oor grijns die een beetje marktkoopman eigen is aan blijven kijken terwijl jij je bek breekt over die moeilijke woorden met veel te veel medeklinkers en je bij God of Allah niet weet wat je in hemelsnaam staat te bestellen. Vinden ze prachtig. En daar sta jij je dan in de vrieskou heel politiek correct voor uit je Hollandse naad te tolereren.
Maar kom nou niet aan met "doet u mij maar een onsje olijvenpotpourri" want een pond komt eerst, als ze je al niet meteen een kilo van het een of het ander in de maag willen splitsen. Zo zijn ze dan ook wel weer. En kun je dan nee zeggen? Nee, want dan ben jij de Hollander. De vrek. De krentenkakker. Alles goed en wel met dat "intergereren" maar je hoeft die exotische types niet meteen de minder populaire trekjes van de Nederlander voor te demonstreren. Dan krijg je dus overintergeratie. Da's ook niet goed he?
De vrouw die deze monoloog afsteekt, besluit mij aan te spreken. "Zeg, als ik wat vragen mag, mag dat? Wat wou u eigenlijk gaan bestellen, zoal?" Ik dacht aan een zak dadels en een half pond falafel. "Juist. Falala... falaaa... falafval. Nou en eet u smakelijk hoor. Dat zijn toch zeker net voorgefrituurde hondenbrokken? De offers die een mens moet brengen om een beetje mee te helpen aan een betere wereld. En wat stemmu?" Ik zeg dat ik nog zweef. "Nou ik stem mooi op Geert want die uitgekakte linkse lijstschijters hoeven nou heus niet meteen te denken dat ze mijn stem hebben als ik hier dus een bakkie hummus bestel. Begrijpuwel? Dat daar geen misverstanden over bestaan. Goedemiddag."
30 oktober 2006
[Late night blurbs]
Net weer wat voor Balkenende om te roepen dat het voorlopig aan Saddam Houssein opgelegde doodvonnis zijn verdiende loon is maar dat 'de doodstraf eigenlijk niet hoort'. Wat een halfslachtige lamstraal. Dat je je kunt voorstellen waarom die massamoordenaar een doodvonnis aan zijn jurk krijgt, daar kan ik inkomen, maar dat je als minister president van Nederland, een land dat de doodstraf afkeurt, openlijk uitgebreid begrip gaat lopen tonen voor iets dat feitelijk neer komt op oog om oog, tand om tand terwijl de staat een ieders recht op leven dient te beschermen opdat men niet in ordinaire vergeldingstoestanden verwikkeld raakt omdat dit niet binnen de Nederlandse normen en waarden past, daar snap ik geen biet van.
Hoewel... Er is meer opmerkelijks gaande wat mij toch een beetje doet twijfelen aan de rechtschapenheid van ons Jantje fatsoen. Het kopstuk van het CDA, dat altijd vrij veel waarde aan de souvereiniteit van het gezin leek te hechten en de verzorgingsstaat graag een kopje kleiner zou maken omdat de staat zich vooral niet te veel moet bemoeien met dingen die het gepeupel zelf ook wel op kan lossen, pleit nu voor speelplicht. U zei? Speelplicht. Jawel; het terugbrengen van de leerplichtige leeftijd van vijf naar drie jaar, bijvoorbeeld in de vorm van voorschoolse educatie, en dit voor tenminste drie dagen per week. Maar JP, is dat wel (hoe noem je dat op z'n correct Rooms-Katholieks?) quadragesimo annoverantwoord? Mozes kriebel wat een woord.
Het zal hem werkelijk een Hollandse Hemaworst wezen want bij JP draait alles om betamelijke zeden, goed fatsoen. Dat hij met goed fatsoen niet had kunnen zeggen wat hij heeft gezegd over de Irakese ex-dictator laat hij vooralsnog buiten beschouwing. Het valt ook niet mee om de normen en waarden van je eigen land te vertegenwoordigen en tegelijkertijd de berechting van Saddam niet af te keuren. Je hebt immers niet alleen binnen de landsgrenzen een reputatie hoog te houden. Maar het is natuurlijk makkelijk (onfatsoenlijk?) om iemand te bekritiseren wanneer je nog geen halve marathon in diens deftige schoeisel gelopen hebt.
Even terug naar die speelplicht, want dat riekt natuurlijk naar eersteklas peuterprepkamppraktijken (onthoud die term, wedden dat hij in de volgende editie van Van Dale terecht komt wanneer dit voorstel doorgang vindt?). Hier zullen de potentiele probleempeuters onder het strenge bewind van een professioneel mede-opvoeder spelenderwijs worden klaargestoomd voor het vervullen van een zo FATSOENLIJK mogelijke rol in de samenleving. Is dat nou echt nodig?
Van mij mag het er komen hoor, dit soort initiatieven zijn wat mij betreft wenselijk in die zin dat het juist dat stukje van de arbeidsmarkt waarnaar mijn interesse uitgaat zal vergroten en daartegen zal ik zo snel geen protest aantekenen. Het gezin is allang niet meer heilig, we kunnen niet meer vaststellen dat het gezin de hoeksteen van de samenleving vormt. Misschien is dit JP's manier om, zij het schoorvoetend, toe te geven dat dit een onomkeerbaar gegeven is. Maar kom me nu alsjeblieft niet aan met van die gezapige ideeën als een pedagogische soos waar men gezellig met buuf en buum, onder het genot van een kop koffie met een krakeling en onder begeleiding van een opvoedconsulent de huiselijke akkefietjes kan bespreken en op een fatsoenlijke manier oplossen. Ik ruik stierenpoep. Dit is wasknijperpolitiek. Daar zit toch geen hond, de eenzame huismoeder en de Hollander die uit is op het gratis koekje daargelaten, op te wachten? Of laat ik me nu op al te onfatsoenlijke wijze uit?
Maargoed. Het is al laat. Ik kon niet slapen en dacht, kom, laat ik me eens opwinden en gebruik maken van mijn recht op het vrij uiten van mijn mening. Jan Peter, je bent een rare kwibus en je wordt vriendelijk bedankt voor het lamspreken van het woord fatsoen. Maar-niet-heus. Care for a mouth depressor?
Hoewel... Er is meer opmerkelijks gaande wat mij toch een beetje doet twijfelen aan de rechtschapenheid van ons Jantje fatsoen. Het kopstuk van het CDA, dat altijd vrij veel waarde aan de souvereiniteit van het gezin leek te hechten en de verzorgingsstaat graag een kopje kleiner zou maken omdat de staat zich vooral niet te veel moet bemoeien met dingen die het gepeupel zelf ook wel op kan lossen, pleit nu voor speelplicht. U zei? Speelplicht. Jawel; het terugbrengen van de leerplichtige leeftijd van vijf naar drie jaar, bijvoorbeeld in de vorm van voorschoolse educatie, en dit voor tenminste drie dagen per week. Maar JP, is dat wel (hoe noem je dat op z'n correct Rooms-Katholieks?) quadragesimo annoverantwoord? Mozes kriebel wat een woord.
Het zal hem werkelijk een Hollandse Hemaworst wezen want bij JP draait alles om betamelijke zeden, goed fatsoen. Dat hij met goed fatsoen niet had kunnen zeggen wat hij heeft gezegd over de Irakese ex-dictator laat hij vooralsnog buiten beschouwing. Het valt ook niet mee om de normen en waarden van je eigen land te vertegenwoordigen en tegelijkertijd de berechting van Saddam niet af te keuren. Je hebt immers niet alleen binnen de landsgrenzen een reputatie hoog te houden. Maar het is natuurlijk makkelijk (onfatsoenlijk?) om iemand te bekritiseren wanneer je nog geen halve marathon in diens deftige schoeisel gelopen hebt.
Even terug naar die speelplicht, want dat riekt natuurlijk naar eersteklas peuterprepkamppraktijken (onthoud die term, wedden dat hij in de volgende editie van Van Dale terecht komt wanneer dit voorstel doorgang vindt?). Hier zullen de potentiele probleempeuters onder het strenge bewind van een professioneel mede-opvoeder spelenderwijs worden klaargestoomd voor het vervullen van een zo FATSOENLIJK mogelijke rol in de samenleving. Is dat nou echt nodig?
Van mij mag het er komen hoor, dit soort initiatieven zijn wat mij betreft wenselijk in die zin dat het juist dat stukje van de arbeidsmarkt waarnaar mijn interesse uitgaat zal vergroten en daartegen zal ik zo snel geen protest aantekenen. Het gezin is allang niet meer heilig, we kunnen niet meer vaststellen dat het gezin de hoeksteen van de samenleving vormt. Misschien is dit JP's manier om, zij het schoorvoetend, toe te geven dat dit een onomkeerbaar gegeven is. Maar kom me nu alsjeblieft niet aan met van die gezapige ideeën als een pedagogische soos waar men gezellig met buuf en buum, onder het genot van een kop koffie met een krakeling en onder begeleiding van een opvoedconsulent de huiselijke akkefietjes kan bespreken en op een fatsoenlijke manier oplossen. Ik ruik stierenpoep. Dit is wasknijperpolitiek. Daar zit toch geen hond, de eenzame huismoeder en de Hollander die uit is op het gratis koekje daargelaten, op te wachten? Of laat ik me nu op al te onfatsoenlijke wijze uit?
Maargoed. Het is al laat. Ik kon niet slapen en dacht, kom, laat ik me eens opwinden en gebruik maken van mijn recht op het vrij uiten van mijn mening. Jan Peter, je bent een rare kwibus en je wordt vriendelijk bedankt voor het lamspreken van het woord fatsoen. Maar-niet-heus. Care for a mouth depressor?
24 augustus 2006
[Kapitaalvernietiging en kinderporno]
Enige tijd geleden al ging er een discussie over de vraag of hoogopgeleide moeders ervoor mogen kiezen om hun baan op te geven zodat ze fulltime voor hun kinderen kunnen zorgen. Volgens felle tegenstanders (zie het PvdA moederplan uit maart 2006) zou dit kapitaalvernietiging zijn, zodoende zouden deze vrouwen gestraft moeten worden met het (deels) terugbetalen van de gemaakte studiekosten. Dat hier iets voor te zeggen valt, wil geenszins zeggen dat ik het ermee eens ben. Ik word dagelijks geconfronteerd met hoogopgeleide moeders die voor de keuze staan en het valt hen niet mee. Bij het ter sprake brengen van bovenstaand idee zie ik vele nekharen om diverse redenen te berge rijzen.
Enerzijds kan ik me wel vinden in de argumenten die pleiten voor het opgeven van de baan om in plaats daarvan voor de kinderen te zorgen. Bijvoorbeeld: het geld dat de vrouw binnenbrengt zal goeddeels opgaan aan kinderopvang dus het biedt nauwelijks financieel voordeel en beide ouders hebben maar weinig tijd over voor kwali-tijd met de kinderen. Een verlies-verliessituatie zogezegd. Dan is er tegenwoordig een mannelijke variant van de postnatale depressie. Het handhaven van een goede balans tussen zorg en arbeid (waar de man aan zal moeten geloven wanneer zijn vrouw ook fulltime werkt en hij wil dat zijn vrouw ook daadwerkelijk zijn vrouw blijft) is moeilijk en de kans dat die twee uiteindelijk alleen maar afbreuk aan elkaar zullen doen is groot. En laten we vooral niet vergeten dat je kinderen (de maatschappij van morgen) een waardevol kapitaal zijn om in te investeren, ook hiermee kan men een zinvolle bijdrage aan de maatschappij leveren.
Mits je een goede opvoeder bent natuurlijk en wat dat precies inhoudt, daarover zijn de meningen verdeeld. Produceer je namelijk een 'probleemkind' dan heeft de overheid ook daar een probleem mee. Hoe lang zal het nog duren voordat daar een boete op komt te staan? Ik zeg dit gekscherend, maar er wordt weldegelijk gespeculeerd over verplichte opvoedcursussen voor (aanstaande) ouders. Geen gek idee in die zin dat de overheid er een flink slaatje uit zou kunnen slaan wanneer die ouders in de praktijk blijken te falen. Gij zult enkel en alleen modelburgers voortbrengen. Tsja, in de ideale wereld...
Wat ik echter absoluut niet vind kunnen, is dat sommigen in dit kader met zoveel weerzin over de rol van de kinderopvang spreken. 'Betaalde liefde, een vorm van prostitutie eigenlijk' lees ik in het Boink magazine. Daar moet ik wel bijzeggen dat deze uitspraak van een overtuigd SGP-er komt, maar toch. Ik zou het als een regelrechte belediging opvatten, ware het niet dat het een tamelijk ondoordachte stelling is. Prostitutie draait immers per definitie om betaalde liefde in de vorm van seks en, laat mij het opnemen voor mijn huidige vakgebied, kinderopvang staat voor zover ik weet nog altijd niet gelijk aan kinderporno.
Veel hoogopgeleide vrouwen kiezen pas op latere leeftijd voor het moederschap omdat ze eerst carrière willen maken, zij hebben niet voor niets zo lang in de collegebanken gezeten. Het grootste deel van deze vrouwen stopt ook na het krijgen van een kind niet (volledig) met werken dus met de huisvrouwenrevival zal het heus wel meevallen. Het is dus niet gezegd dat deze vrouwen de door de maatschappij bekostigde kennis en vaardigheden na vergaring direct onbenut wegsmijten, moet daar dan alsnog een boete op staan? Als de overheid meer geschikte voorwaarden zou scheppen, zou het voor deze moeders makkelijker zijn om zorg en arbeid op elkaar af te stemmen (een goed voorbeeld is het initiatief van de vacaturebank 9tot3), wat naar mijn idee een veel betere motivatie is dan dreigen met een boete (de makkelijke, goedkope en bovendien ontmoedigende weg).
Maar parttimers zijn duur, parttime topfuncties bestaan niet en de overheid ziet parttimers liever gaan dan komen. Men importeert liever prestatiegerichte buitenlanders die graag meer dan fulltime willen werken. Het gaat al zo ver dat men goed geïntegreerde allochtonen op dit punt problematisch noemt daar zij zich in rap tempo de Hollandse liever lui dan moe mentaliteit eigen maken. Er zit een zekere logica achter, toch zou ik het zonde vinden wanneer het reeds aanwezige, getalenteerde potentieel geen kans gegund wordt. Op die manier worden moeders haast wel gedwongen thuis te blijven, terwijl van de andere kant het zwaard van het moederplan boven hun hoofd gehouden wordt. Hoe eerlijk is dat?
Daarbij is het vreselijk uit de tijd om te denken dat je ontaarde moeder bent wanneer je besluit te blijven werken en gebruik maakt van kinderopvang. Uit recent onderzoek van het SCP blijkt dat kinderen van tweeverdieners niet slechter af zijn dan kinderen van een thuisblijfmama dan wel –papa. De huidige kinderopvang voldoet aan strenge kwaliteitseisen, blijft zich uitbreiden en is niet meer weg te denken uit onze samenleving. Oppascentrales, peuterspeelzalen en gastouderbureaus lopen als treinen en het concept van de brede school wint gestaag terrein. Het kost een lieve duit maar dan heb je ook wat. Ook grootouders zijn vaak niet te beroerd om af en toe op het grut van hun hardwerkende kinderen te passen. Spongebob blijkt volgens de Elsevier zelfs beter te kunnen troosten dan de zoete woorden van mama, zo onmisbaar is ze nu ook weer niet. En dan heb ik het nog niet eens over het gevaar dat bij invoering van deze maatregel meisjes met een kinderwens misschien wel zullen besluiten om maar niet aan een hogere opleiding te beginnen. Wellicht wat voorbarig, maar hadden ze daar al aan gedacht? Genoeg redenen om het angstvallige boetevoorstel overdreven, zo niet belachelijk te noemen.
Enerzijds kan ik me wel vinden in de argumenten die pleiten voor het opgeven van de baan om in plaats daarvan voor de kinderen te zorgen. Bijvoorbeeld: het geld dat de vrouw binnenbrengt zal goeddeels opgaan aan kinderopvang dus het biedt nauwelijks financieel voordeel en beide ouders hebben maar weinig tijd over voor kwali-tijd met de kinderen. Een verlies-verliessituatie zogezegd. Dan is er tegenwoordig een mannelijke variant van de postnatale depressie. Het handhaven van een goede balans tussen zorg en arbeid (waar de man aan zal moeten geloven wanneer zijn vrouw ook fulltime werkt en hij wil dat zijn vrouw ook daadwerkelijk zijn vrouw blijft) is moeilijk en de kans dat die twee uiteindelijk alleen maar afbreuk aan elkaar zullen doen is groot. En laten we vooral niet vergeten dat je kinderen (de maatschappij van morgen) een waardevol kapitaal zijn om in te investeren, ook hiermee kan men een zinvolle bijdrage aan de maatschappij leveren.
Mits je een goede opvoeder bent natuurlijk en wat dat precies inhoudt, daarover zijn de meningen verdeeld. Produceer je namelijk een 'probleemkind' dan heeft de overheid ook daar een probleem mee. Hoe lang zal het nog duren voordat daar een boete op komt te staan? Ik zeg dit gekscherend, maar er wordt weldegelijk gespeculeerd over verplichte opvoedcursussen voor (aanstaande) ouders. Geen gek idee in die zin dat de overheid er een flink slaatje uit zou kunnen slaan wanneer die ouders in de praktijk blijken te falen. Gij zult enkel en alleen modelburgers voortbrengen. Tsja, in de ideale wereld...
Wat ik echter absoluut niet vind kunnen, is dat sommigen in dit kader met zoveel weerzin over de rol van de kinderopvang spreken. 'Betaalde liefde, een vorm van prostitutie eigenlijk' lees ik in het Boink magazine. Daar moet ik wel bijzeggen dat deze uitspraak van een overtuigd SGP-er komt, maar toch. Ik zou het als een regelrechte belediging opvatten, ware het niet dat het een tamelijk ondoordachte stelling is. Prostitutie draait immers per definitie om betaalde liefde in de vorm van seks en, laat mij het opnemen voor mijn huidige vakgebied, kinderopvang staat voor zover ik weet nog altijd niet gelijk aan kinderporno.
Veel hoogopgeleide vrouwen kiezen pas op latere leeftijd voor het moederschap omdat ze eerst carrière willen maken, zij hebben niet voor niets zo lang in de collegebanken gezeten. Het grootste deel van deze vrouwen stopt ook na het krijgen van een kind niet (volledig) met werken dus met de huisvrouwenrevival zal het heus wel meevallen. Het is dus niet gezegd dat deze vrouwen de door de maatschappij bekostigde kennis en vaardigheden na vergaring direct onbenut wegsmijten, moet daar dan alsnog een boete op staan? Als de overheid meer geschikte voorwaarden zou scheppen, zou het voor deze moeders makkelijker zijn om zorg en arbeid op elkaar af te stemmen (een goed voorbeeld is het initiatief van de vacaturebank 9tot3), wat naar mijn idee een veel betere motivatie is dan dreigen met een boete (de makkelijke, goedkope en bovendien ontmoedigende weg).
Maar parttimers zijn duur, parttime topfuncties bestaan niet en de overheid ziet parttimers liever gaan dan komen. Men importeert liever prestatiegerichte buitenlanders die graag meer dan fulltime willen werken. Het gaat al zo ver dat men goed geïntegreerde allochtonen op dit punt problematisch noemt daar zij zich in rap tempo de Hollandse liever lui dan moe mentaliteit eigen maken. Er zit een zekere logica achter, toch zou ik het zonde vinden wanneer het reeds aanwezige, getalenteerde potentieel geen kans gegund wordt. Op die manier worden moeders haast wel gedwongen thuis te blijven, terwijl van de andere kant het zwaard van het moederplan boven hun hoofd gehouden wordt. Hoe eerlijk is dat?
Daarbij is het vreselijk uit de tijd om te denken dat je ontaarde moeder bent wanneer je besluit te blijven werken en gebruik maakt van kinderopvang. Uit recent onderzoek van het SCP blijkt dat kinderen van tweeverdieners niet slechter af zijn dan kinderen van een thuisblijfmama dan wel –papa. De huidige kinderopvang voldoet aan strenge kwaliteitseisen, blijft zich uitbreiden en is niet meer weg te denken uit onze samenleving. Oppascentrales, peuterspeelzalen en gastouderbureaus lopen als treinen en het concept van de brede school wint gestaag terrein. Het kost een lieve duit maar dan heb je ook wat. Ook grootouders zijn vaak niet te beroerd om af en toe op het grut van hun hardwerkende kinderen te passen. Spongebob blijkt volgens de Elsevier zelfs beter te kunnen troosten dan de zoete woorden van mama, zo onmisbaar is ze nu ook weer niet. En dan heb ik het nog niet eens over het gevaar dat bij invoering van deze maatregel meisjes met een kinderwens misschien wel zullen besluiten om maar niet aan een hogere opleiding te beginnen. Wellicht wat voorbarig, maar hadden ze daar al aan gedacht? Genoeg redenen om het angstvallige boetevoorstel overdreven, zo niet belachelijk te noemen.
9 november 2005
[Typisch]
Ik zou dus collecteren voor de Alzheimer stichting.
Vergeten ze me de collectebus te brengen.
29 oktober 2005
[Leidse piskousen]
Het zal wel typisch vrouwelijk zijn: vaak moeten plassen. Of 'een zwakke blaas hebben' zoals sommige mensen dat noemen. Ik hoor er in ieder geval nooit een kerel over klagen. Hooguit over de zwakke blaas van zijn vrouwelijke partner maar nooit over zijn eigen blaas. Misschien bestaan er wel zwakgeblaasde mannen maar klagen die gewoon niet over dergelijke futiliteiten. Het zou zomaar kunnen. Hoe dan ook, na tien minuten over de markt rond gebanjerd te hebben en behalve een kop koffie en een glas water nog geen druppel vocht tot me genomen te hebben, was de nood aan de blaas.
Er waren twee opties: een terrasje opzoeken, wat ik sowieso al van plan was, en daar na het bestellen van een gezellige cocktail het toilet gebruikn of naar V&D. Ik koos voor optie 2 want de nood was hoog en de V&D nabij. Ik worstelde me door de koopjesjagende mensenmassa heen naar de roltrap en begaf me naar de vierde etage. Er stond een rij voor de toiletten waar ik niet vrolijk van werd.
Ik sloot netjes aan en terwijl ik wachtte, zocht ik alvast wat kleingeld bij elkaar. Twee geblondeerde toiletjuffrouwen waren druk met elkaar in gesprek. De een had een spuitbus en een voddige poetslap waar je dwars doorheen kon kijken in haar hand, de ander verzamelde het kleingeld in haar schort.
"Mèèèhds, hèje die grraatsenbaal zien weggaan? Hadsen bledderrr as 'n arrebei!"
"Zekerrr las van d'rrr stoelgang, 'k mos poetse azzun zots."
"Ga mee zo 'n bakkie doen dan? Effe 'n luchie scheppe, 't lijk hierrr goodoome wel jodenpase ook nog."
De toiletjuffrouw met het vodje zette een bordje bij de ingang en een schoteltje voor kleingeld. Daarna liep ze naar voren om voor vertrek met het vodje de toiletbrillen nog maar eens te poetsen. Ik was bijna aan de beurt. Nog één wachtende voor me. Er ging een deur open en de toiletjuffrouw richtte haar handpalm naar de rij alsof ze een verkeersagent was. We moesten even wachten. Met de spuitbus spoot ze wat schoonmaakmiddel op haar vodje, toen waggelde ze naar het vrijgekomen toilet. Tot mijn grote schrik bukte ze voorover (dat op zich was al geen uitzicht om over naar huis te schrijven) en veegde de natte vloer schoon. Kennelijk had er iemand naast de pot gepiest. Vervolgens haalde ze hetzelfde vodje over de toiletbril en riep ze "vooolgende pesjèèènts!"
"Getverdemme!" riep ik, mezelf strikt beperkend tot die ene noodzakelijk 'r' in het woord en zo luid dat de hele rij kon meegenieten. De toiletjuffrouw keek me verontwaardigd aan.
"Hadsje errreges een prrrobleem mee dan juffie? Je ken voorrr klachte naarrr de bedrrrijfsleierrr hoorrr. Tsal mijn 'n meleurrr weze."
"En óf ik ergens een probleem mee heb. u denkt toch niet dat ik op een bril ga zitten die u even met de Franse slag afveegt terwijl u vlak daarvoor met hetzelfde vodje de vloer urinevrij geveegd hebt?!"
Achter me stond een oude man te gniffelen. "U heeft gelijk hoor, dat is ronduit smerig wat zij daar presteert en dan verwachten ze wel van je dat je netjes betaalt. Gelukkig kan een heer blijven staan." De oude man gaf me een knipoog. De toiletjuffrouw stak haar neus in de lucht en wilde verder waggelen om het volgende vrijgekomen toilet te 'reinigen' maar ik was sneller dan het oude waggelende poetsgevaarte. "Laat u maar" zei ik en sloot de deur achter me. Wanneer je als toilettenkuiser wordt aangenomen, moet je ook van kuisen weten. Natuurlijk was ik sowieso niet van plan op die bril te gaan zitten. Al had ze er een splinternieuwe poestdoek overheen gehaald. Ik heb het niet zo op openbare plasgelegenheden.
Toen ik weer naar buiten kwam, waren de toiletjuffrouwen verdwenen. Waarschijnlijk een bakkie doen. Ik legde een muntstuk van twintig cent op het daarvoor bestemde schoteltje en haastte me naar buiten om zelf een luchtje te scheppen. Ik zocht een plekje op een terras, bestelde een drankje en sloeg het literair tijdschrift dat op tafel lag (waarschijnlijk was iemand het vergeten mee te nemen) ergens in het midden open. "Het Leids sterft langzaam uit; Hans Heestermans redt de rrrrr voor het nageslacht" las ik. Goeie genade! Het Leids dat de ras-Leidenaar spreekt, is een lelijk klinkend, platvloers dialect dat je liever niet wilt horen en al helemaal niet wilt spreken, laat staan redden! Het is geen gehoor. Desalniettemin wil Heestermans dit stukje taal op papier vereeuwigen in de vorm van een heus Leids woordenboek. Mijn zegen heeft hij. Misschien komt het me nog eens van pas wanneer ik mijn kleinkinderen later anekdotes vertel over mijn Leidse oma.
Ik dronk mijn glas leeg, las het tijdschrift uit en vroeg de ober of ik kon afrekenen. "Zekerrrstewete mevrrrouw, twee eurrrootsjes asteblief." Ik ga de man een euro extra, waarop hij me verbaasd aankeek. "Het is goed zo. Ik denk dat ik mijn drankje hier maar achterlaat." De man keek me nu nog verbaasder aan, bekeek mijn lege glas en fronste. Ik glimlachte, wees naar het bordje met plastarieven en liep naar het toilet.
Er waren twee opties: een terrasje opzoeken, wat ik sowieso al van plan was, en daar na het bestellen van een gezellige cocktail het toilet gebruikn of naar V&D. Ik koos voor optie 2 want de nood was hoog en de V&D nabij. Ik worstelde me door de koopjesjagende mensenmassa heen naar de roltrap en begaf me naar de vierde etage. Er stond een rij voor de toiletten waar ik niet vrolijk van werd.
Ik sloot netjes aan en terwijl ik wachtte, zocht ik alvast wat kleingeld bij elkaar. Twee geblondeerde toiletjuffrouwen waren druk met elkaar in gesprek. De een had een spuitbus en een voddige poetslap waar je dwars doorheen kon kijken in haar hand, de ander verzamelde het kleingeld in haar schort.
"Mèèèhds, hèje die grraatsenbaal zien weggaan? Hadsen bledderrr as 'n arrebei!"
"Zekerrr las van d'rrr stoelgang, 'k mos poetse azzun zots."
"Ga mee zo 'n bakkie doen dan? Effe 'n luchie scheppe, 't lijk hierrr goodoome wel jodenpase ook nog."
De toiletjuffrouw met het vodje zette een bordje bij de ingang en een schoteltje voor kleingeld. Daarna liep ze naar voren om voor vertrek met het vodje de toiletbrillen nog maar eens te poetsen. Ik was bijna aan de beurt. Nog één wachtende voor me. Er ging een deur open en de toiletjuffrouw richtte haar handpalm naar de rij alsof ze een verkeersagent was. We moesten even wachten. Met de spuitbus spoot ze wat schoonmaakmiddel op haar vodje, toen waggelde ze naar het vrijgekomen toilet. Tot mijn grote schrik bukte ze voorover (dat op zich was al geen uitzicht om over naar huis te schrijven) en veegde de natte vloer schoon. Kennelijk had er iemand naast de pot gepiest. Vervolgens haalde ze hetzelfde vodje over de toiletbril en riep ze "vooolgende pesjèèènts!"
"Getverdemme!" riep ik, mezelf strikt beperkend tot die ene noodzakelijk 'r' in het woord en zo luid dat de hele rij kon meegenieten. De toiletjuffrouw keek me verontwaardigd aan.
"Hadsje errreges een prrrobleem mee dan juffie? Je ken voorrr klachte naarrr de bedrrrijfsleierrr hoorrr. Tsal mijn 'n meleurrr weze."
"En óf ik ergens een probleem mee heb. u denkt toch niet dat ik op een bril ga zitten die u even met de Franse slag afveegt terwijl u vlak daarvoor met hetzelfde vodje de vloer urinevrij geveegd hebt?!"
Achter me stond een oude man te gniffelen. "U heeft gelijk hoor, dat is ronduit smerig wat zij daar presteert en dan verwachten ze wel van je dat je netjes betaalt. Gelukkig kan een heer blijven staan." De oude man gaf me een knipoog. De toiletjuffrouw stak haar neus in de lucht en wilde verder waggelen om het volgende vrijgekomen toilet te 'reinigen' maar ik was sneller dan het oude waggelende poetsgevaarte. "Laat u maar" zei ik en sloot de deur achter me. Wanneer je als toilettenkuiser wordt aangenomen, moet je ook van kuisen weten. Natuurlijk was ik sowieso niet van plan op die bril te gaan zitten. Al had ze er een splinternieuwe poestdoek overheen gehaald. Ik heb het niet zo op openbare plasgelegenheden.
Toen ik weer naar buiten kwam, waren de toiletjuffrouwen verdwenen. Waarschijnlijk een bakkie doen. Ik legde een muntstuk van twintig cent op het daarvoor bestemde schoteltje en haastte me naar buiten om zelf een luchtje te scheppen. Ik zocht een plekje op een terras, bestelde een drankje en sloeg het literair tijdschrift dat op tafel lag (waarschijnlijk was iemand het vergeten mee te nemen) ergens in het midden open. "Het Leids sterft langzaam uit; Hans Heestermans redt de rrrrr voor het nageslacht" las ik. Goeie genade! Het Leids dat de ras-Leidenaar spreekt, is een lelijk klinkend, platvloers dialect dat je liever niet wilt horen en al helemaal niet wilt spreken, laat staan redden! Het is geen gehoor. Desalniettemin wil Heestermans dit stukje taal op papier vereeuwigen in de vorm van een heus Leids woordenboek. Mijn zegen heeft hij. Misschien komt het me nog eens van pas wanneer ik mijn kleinkinderen later anekdotes vertel over mijn Leidse oma.
Ik dronk mijn glas leeg, las het tijdschrift uit en vroeg de ober of ik kon afrekenen. "Zekerrrstewete mevrrrouw, twee eurrrootsjes asteblief." Ik ga de man een euro extra, waarop hij me verbaasd aankeek. "Het is goed zo. Ik denk dat ik mijn drankje hier maar achterlaat." De man keek me nu nog verbaasder aan, bekeek mijn lege glas en fronste. Ik glimlachte, wees naar het bordje met plastarieven en liep naar het toilet.
Abonneren op:
Posts (Atom)

