29 juni 2008

[Een lage drukgebied boven Huize Hope]

Ik wil zo graag redelijk blijven. Ik weet dat ik het kan maar er zijn momenten waarop ik er simpelweg geen zin meer in heb. Hoe vaak moet ik blijven herhalen dat ik er niet op uit ben om hem een poot uit te draaien? Ik wil gewoon op een volwassen manier een probleem oplossen. Het enige wat ik verwacht is een beetje coöperatie en fatsoenlijk overleg. Kennelijk vraag ik nogal veel. Te veel. Vijfduizend euro tegenover een heel huis. Is dat onredelijk? Volgens mijn GO wel. Hij presenteert zichzelf als de kale kip waarvan je nu eenmaal niet kunt plukken.

Na een weekend vol gezelligheid keerde ik met een aanzienlijke hoeveelheid lood in mijn schoenen terug naar Huize Hope. Mijn GO was terug uit Moskou, maar niet thuis. De twee weken zonder hem zijn me prima bevallen en ik zag er eerlijk gezegd best tegen op om de leefruimte weer met hem te delen. Niet dat ik hem ineens zo intens haat dat ik hem niet in mijn nabijheid kan verdragen. Het was gewoon zo lekker rustig, zonder spanning of gezeur. Laat ik het zo zeggen: ik voelde een buitje hangen. En niet geheel onterecht.


De telefoon ging. Het was mijn GO. De bui barstte onmiddellijk los. Ik kreeg niet eens de kans een parapluutje op te steken. Mijn GO had een extreem deprimerende thuiskomst gehad. Koffer kwijt (die stond hier anders binnen 24 uur alweer pontificaal midden in de kamer met een grote hoeveel zwerfbagage er omheen), zijn neefje astma (dat is natuurlijk naar maar geen reden tot depressie) en het huis stond vol verhuisdozen (alsof het nieuw voor hem is dat ik wegga, bovendien waren het er maar vijf en waar moet ik ze dan zetten, op het dak?). En dan nog iets: het halve servies was weg (al eens in het afdruiprek gekeken? Ik heb alleen mijn eigen vier borden ingepakt, er staan er nog twaalf in de kast, hoeveel kun je er nodig hebben in je eentje?). Je moet je ergens druk om maken. Kommer en kwel dus.

Daar bleef het niet bij. Of ik al wist dat Ludwig kanker heeft. Ja, dat wist ik al. Waarom ik dan nog niet langs gegaan was, hij kwam er zelf namelijk net vandaan. Nadat ik het hoorde, heb ik meteen contact gezocht en vond dat voor nu voldoende. Of het me dan niets deed want ik reageerde zo onderkoeld. Ik ben me kapot geschrokken en vind het uiteraard heel erg maar helpt het als ik drama ga zitten maken? Waarom ik dan toch zo laconiek reageerde. Met iemand die me aan het sterfbed van mijn oma nog niet wil steunen (hij houdt niet van stervende mensen en is bang voor de dood), er zelfs op de begrafenis niet voor me is (halverwege ging hij weg), wil ik mijn zorgen of verdriet niet delen. Waarom ik een afstand lijk te creëren terwijl het om een van mijn beste vrienden gaat. Waar bemoeit hij zich in godsnaam mee?!

Mijn GO lijkt in alles wel een aanleiding tot depressie te kunnen vinden. Het gesprek ging nog verder want hij kon toch goedkoop bellen omdat ik in zijn met-korting-te-bellen-vrienden-lijst sta, al betwijfelde hij of dat zo moest blijven. Zelf weten. Ik vraag er niet om gebeld te worden. Maar hij had zijn trein gemist, verveelde zich en wilde daarom nog wel even uitweiden over waarom ik eigenlijk nauwelijks ergens recht op heb. De meest infantiele argumentaties passeerden de revue. Op dat punt werd ik pissig en kapte het gesprek af. Ik weiger mee te doen aan een telefonisch potje bekvechten over wie ooit wat betaald heeft. Twee weken is hij weg geweest en hij is nog niet thuis of ik krijg een bak ellende over me uitgestort, dat is voor niemand leuk. Maar mijn GO was nu eenmaal extreem gedeprimeerd. Het is mijn schuld. Hij zag het evengoed niet meer zitten maar ík heb gebroken.

Mijn GO kwam thuis. Terwijl mijn tenen zich nog opgekruld in mijn schoenen bevonden, deed hij alsof ons gesprek niet had plaatsgevonden. In mijn hoofd Acda en de Munnik. Cd van jou cd van miiijjjj. Ik sneed het onderwerp aan waar ik eigenlijk geen mes aan vuil wilde maken maar het moest toch gebeuren. Het verdelen van de spullen. Hoe meer ik meenam hoe beter want de herinneringen zouden te pijnlijk zijn, of zoiets. Maar niet de wasmachine want die heeft hij nodig. Jammer dan, het is mijn wasmachine. En de droger? Ook. Als hij zo moeilijk doet over de pegels, dan neem ik toch gewoon de inboedel mee?

Ik zag de depressie in vloeibare vorm aanzwellen in zijn ogen. Dit is hoe het altijd is gegaan: waar ik zakelijk wil zijn (probleem formuleren, analyseren, afwegingen maken en tot een oplossing komen), is hij emotioneel (huilen, irrelevante zaken oprakelen, het “ja-maar-jij” spelletje spelen, een existentialistisch drama van drie akten opvoeren) en hoe emotioneler hij wordt, hoe zakelijker ik me opstel. Vanzelfsprekend werkt dat niet, maar hij kan niet anders en ik wil niet anders. Het frustreert me tot en met. Stel je voor: ik zit ergens mee en leg dit uit. Hij begint te huilen. Ik moet hem troosten. Uiteindelijk is hij depressief en ik zit nog steeds met mijn probleem plus een sippende kerel. Een beknopte synopsis van waarom ik onze relatie eerder ergerlijk dan bevredigend begon te vinden. Hij begreep en begrijpt dit niet en ironisch genoeg is dit precies de reden van de breuk en dus zijn depressie.

28 juni 2008

[Een achenebbisjbank]

Mijn ouders hadden wat mijn moeder noemt een achenebbisjbank. Een pauperzitmeubel. Een afgeragd, driedubbel doorgezeten stuk ellende. Mijn moeder wilde er vanaf, al jaren, maar de paps vond hem nog best kunnen en weigerde pertinent een nieuwe aan te schaffen.

Je kent je vader, die wil altijd voor een dubbeltje op de eerste rij zitten en liever nog voor nop.

Dat is ook. Maar mijn moeder was van mening dat je op de eerste rij ook wel wat mag verwachten van een zit-unit. Geef haar eens ongelijk.

De paps heeft een aantal levensmotto’s. Eén van de belangrijkste is: wat je gratis kan krijgen, moet je aanpakken. Nu was het zo dat oom D een lading inboedel aan oom P gegeven had, waaronder twee bankjes en een stoel. Oom P belde mijn moeder op om te vragen of ze misschien ook een bankje wilde hebben, voor in de tuin ofzo. Toen mijn moeder de bankjes zag, riep ze enthousiast:
oooh! Die zou ik nog wel in mijn huis zetten! En voor ze het wist stond het setje in haar woonkamer. Oom P was zo goed om de oude bank maar meteen naar de stortplaats te brengen en als hij toch bezig was, kon hij die lelijke IKEA-wipper net zo goed ook meenemen. Mijn moeder liet de andere wipper staan omdat ze bang was dat de schok anders te groot zou zijn voor de paps.

Tevreden keek mijn moeder naar haar nieuwe meubeltjes. Ze konden een stukje nieuwe bekleding gebruiken maar het teakhout paste uitstekend bij de rest van de inrichting en het stond zo lekker ruimtelijk. In afwachting van de paps begon mijn moeder aan het eten.

Niet veel later kwam de paps thuis. Hij zette zijn pukkel neer, opende hem en haalde er een blik cola uit.
Huh, jij drinkt toch geen cola? Was mijn moeders verbaasde reactie. Nee, zei de paps, maar het was gratis en wat je gratis krijgt... Mijn moeder knikte instemmend en maakte zijn zin af. Precies. De paps schrobde zijn handen schoon en mijn moeder roerde neuriënd in de soep.

Toen liep de paps de woonkamer in. Mijn moeder hield van spanning haar adem in. Zou hij heel boos worden? Ze hoorde hem twee stappen zetten en pardoes halt houden.
Heh?! Klonk het vanuit de kamer. Vind je ’t wat? Vroeg mijn moeder, die naast hem was komen staan, voorzichtig. Ja, het heeft wel wat, heel... ruimtelijk. Mijn moeder liet van verbazing haar onderkaak zakken. Ouwe scharrelaar! Waar heb je dat nou weer vandaan? vroeg de paps. Ehm, ja, laat ik het zo zeggen: het was gratis en wat je gratis kan krijgen... De paps moest lachen. Goedzo Liedje, je begint het te leren.

26 juni 2008

[Na regen komt soms nog een bui]

Sluit ik mijn ogen, dan zie ik Kandinskyaanse taferelen. Dat is hoe mijn hoofd er van binnen uitziet: een grote kleurrijke chaos. Er moeten bergen verzet worden en ik wil wel maar ik kan niet. Zo moe. Tranen prikken maar vertikken het zomaar te stromen. Langzaam druppelt mijn emmertje vol en nauwelijks merkbaar sijpelen dunne straaltjes over de rand. Ik rommel en ik rook maar barst niet uit.

Hier is mijn verdriet onzichtbaar en wat mijn GO niet ziet, bestaat niet. Mijn meest kwetsbare zelf is hier steeds ontkend. Even flink zijn, telkens weer de kiezen op elkaar. Geen schouder om op te huilen, geen armen om in te schuilen. Geen sussende lippen en geen luisterend oor. Al jaren niet meer. Het was een kwestie van doorgaan of sterven, ik had geen keuze. En het was niet eens oorlog.

Is het vreemd dat ik me soms geen raad weet wanneer de storm in mijn kop weer opsteekt en ik me het liefst onder mijn dekens zou verstoppen in de hoop dat de slaap me komt verlossen van alles wat ik niet wil voelen? Is het vreemd dat ik soms wens dat ik even onzichtbaar zou kunnen zijn als mijn verdriet? Hier mag ik niet bang zijn of boos of verdrietig. Daar kan mijn GO niets mee. Hier mag mijn aanwezigheid slechts functioneel zijn.

Ik ben eraan gewend geraakt mezelf klein te maken wanneer ik niet lekker in mijn vel zit. Me te verstoppen zodat niemand het ziet. Zodat niemand het kan negeren of ridiculiseren. Zodat niemand het niet kan begrijpen. Bij mijn OVA ben ik niet onzichtbaar. Hij ziet het als er iets mis is, wil me begrijpen en troosten. Hij vervangt mijn bitterheid door hoop. Er zijn meer mensen die beweerd hebben me nooit in de steek te zullen laten. Soms vraag ik me af waarom ik het nog zou geloven, weet ik inmiddels niet beter dan zo naïef te zijn? Maar twijfel is geen goed fundament. Ik kan niet anders dan geloven in wat er tussen ons is, hopen dat het blijft en groeit en het grenzeloos liefhebben.

Ik moet leren mijn verdriet niet in mijn uppie weg te rationaliseren. De vraag is: hoe deel je zoiets? Het is zo complex, er zijn zoveel redenen. Meestal is het een combinatie van vermoeidheid, de veelheid van dingen die me paniekerig maakt en een specifieke druppel in de vorm van een concrete tegenslag. Tel daar een bezwaard gevoel (ik wil niemand tot last zijn, ik mag niet zwak zijn) en het onvermogen mezelf nader te verklaren (ik kan er geen logisch betoog van maken) bij op en ik klap dicht. Waar mijn OVA zijn eindeloze geduld vandaan haalt, weet ik niet maar ik ben er eindeloos dankbaar voor.

De weekenden met mijn OVA rek ik tot het uiterste om zo lang mogelijk bij hem te zijn. Toch zullen zich nog een stuk of wat dagen aandienen waarin ik zijn afwezigheid moet betreuren. Maar over een goede maand is dat eindelijk voorbij. Dan zullen we elkaar niet meer op de trein hoeven zetten, pruilend voor of achter glas. Hij zijn handen in de vorm van een hartje vouwend, ik hem een handkus toe blazend. Over een maand neem ik hier afscheid om nooit meer afscheid te hoeven nemen.

19 juni 2008

[Bad karma]

Er had iemand over de motorkap van mijn auto gekotst. #%$^(*&!! Dat heb ik weer. Ellen vond het zo grappig dat ze eerst vijf minuten naar adem moest happen van het lachen voordat ze me haar moeders theorie omtrent mijn kotsfobie kon beginnen uit te leggen. Dit incident zou een karmische les voor mij zijn en het universum zal pas ophouden mij met deze lessen te belagen wanneer ik op goede manier met mijn fobie kan omgaan. Fijn zo. Confrontations galore maar coping instruction manuals ho maar. Be this all as it may, erg vrolijk werd ik er niet van die hap ellende van mijn Suzi te moeten poetsen. Maar ik heb het wel gedaan dus het universum kan weer trots op me zijn. En nou kappen met die grappen!

18 juni 2008

[The sky then breaks up into different shapes]

I woke up and instantly regretted it.

Er zijn genoeg zilveren randjes aan het wolkendek maar vandaag is zo’n typische “er is geen berg zo hoog of ik zie er wel tegenop” dag. Met het bijbehorende gevoel dat elke wolk die een druppel loslaat me inspireert tot een grandioze huilbui. Ik stond op met koorts en knallende koppijn en het ziet er naar uit dat ik er weer mee naar bed ga ook. Waarom is het zo moeilijk een gezonde balans te vinden? Ik weiger bij de pakken neer te zitten en over het algemeen lukt het me vrij goed om vrolijk mijn drukke dagen door te huppelen maar kennelijk heb ik mezelf weer eens overschat. Of de situatie onderschat. Of allebei. Ik voel me in ieder geval geradbraakt en wil alleen nog maar slapen.

I have the mother and father of a pair of headaches, and I feel a lot of little headaches coming on.

Edoch; het slapen gaat sinds Istanbul zowaar beter. Len vond de slapeloosheid waarover ik al maanden klaag nogal ongeloofwaardig aangezien ik telkens als zij “welterusten” zei, ik na tien seconden nergens meer op reageerde. Misschien heb ik gewoon een startschot nodig, iemand die me zegt “en nou ga je verdomme slapen” zodat ik weet dat het mag en die maalmachine in mijn hersenpan even stopt met malen. De afgelopen twee jaar sliep ik gemiddeld vier, hooguit vijf uur per nacht. Nu slaap ik zes, soms wel zeven uur aan een stuk. Misschien ga ik ooit de wenselijke acht uur wel weer halen. Ik ga alvast eens een poging wagen.

16 juni 2008

[No one said it would be easy]

Hoewel mijn baas me van harte heeft aanbevolen te genieten van mijn laatste weekjes op de Vlindertuin lijkt het of ik het drukker heb dan ooit en ik voel me eigenlijk eerder gespannen dan in staat ergens van te genieten. Ik merk dat ik onbewust een hele smoezenkraam heb opgezet om mijn drukmakerij goed te praten en heb mezelf daarbij een beetje weggecijferd. Natuurlijk, mijn collega’s hebben het druk en genoeg andere dingen aan hun hoofd (bruiloften, problemen met de kinderen, geheime sollicitaties) maar vandaag drong het ineens tot me door dat ik aan mijn eigen leven ook al tijden een hele kluif heb. Ik heb na tien jaar een relatie die al maanden op springen stond beëindigd, ik ga wisselen van baan, ik ben een verhuizing aan het regelen, ik heb een nieuwe vriend die niet om de hoek woont. Het is dus niet vreemd dat de taken die ik normaal gesproken als een welkome aanvulling op mijn werk beschouwde, nu massa’s energie vreten. Ik moet nog zoveel doen en regelen voor ik vertrek en het feit dat mijn collega’s toch wel enige spanning ervaren omtrent mijn vertrek, maakt het er niet makkelijker op dingen los te laten en af te sluiten.

Het is fijn om te weten dat ik gemist zal worden, zowel als medewerker als als persoon, maar ik ben niet onmisbaar. Toch voelt het een beetje ongemakkelijk dat ik er zelf nog helemaal in zit terwijl de rest zich druk maakt om mijn vervanging en hoe het zonder mij verder moet. Bij elke stap heb ik moeten slikken. Het versturen van mijn ontslagbrief, de grote boodschap aan collega’s en ouders, het overdragen van mijn taken, het zien van de vacature. Morgen komt er een sollicitant meedraaien op de groep en ook daar heb ik het stiekem wel een beetje moeilijk mee. Van alles wat ik opgeef en achterlaat, valt mijn vertrek bij de Vlindertuin me het allerzwaarst.

Toch ben ik wel blij dat ik de eerste van ons team ben die vertrekt want ik weet dat het rommelt en ik zie het wel gebeuren dat er binnen afzienbare tijd meer meiden opstappen. Het werk is ontzettend leuk maar eigenlijk zijn we er te hoog voor opgeleid. We zijn zo lang blijven hangen omdat we een superleuk team hebben, niet omdat we de bso als ambitieplafond zien en al helemaal niet voor het salaris. Het opgeven van mijn baan is echt het grootste offer dat ik maak. Niet alleen omdat ik slechts een klein contract kon krijgen en dus nog minder ga verdienen dan ik al deed (wat financiële afhankelijkheid betekent) maar ook omdat ik me soms rot en beschaamd voel om het feit dat ik veel meer zou kunnen. Dat ik in plaats van eindelijk iets hogerop te komen weer een stapje terug moet doen en in eenzelfde functie weer helemaal opnieuw moet beginnen. Daarbij moet ik mijn redactiewerk opgeven. Het schrijven voor de pedagogische krant. De hobby waar ik eindelijk mijn werk van heb kunnen maken en wat ik met zoveel plezier deed. Morgen begin ik met pijn in mijn hart aan mijn laatste artikel.

Afscheid nemen is niet mijn ding. Ik ben het type dat dit onderwerp tot het laatste moment obstinaat ontwijkt, zich groot houdt op het moment suprême en vervolgens thuis een potje gaat zitten janken. Ik regel mijn zaakjes en laat mijn emoties thuis. Ik laat het niet zo merken maar het is te groot om in één hap door te slikken, daarom probeer ik het voor mezelf passabel te maken door de zure appel in kleine stukjes weg te werken. Het kost veel tijd om persoonlijke gesprekken te voeren in plaats van een algemene brief te verspreiden maar het voelt goed zo. Dit is mijn manier om de aanloop naar de grote sprong te maken.

15 juni 2008

[Aftellen]

Het had zelfs de laatste dag nog gevoeld alsof het een eeuw zou duren tot het moment dat ik mijn OVA weer zou zien. Ik blijf het wonderlijk vinden hoe je iemand zo kunt missen dat je er helemaal ontregeld van raakt. Dat constante, zeurderige gevoel dat er iets essentieels ontbreekt. Een gevoel dat maar niet weggaat, zoals wanneer je ontiegelijke dorst hebt maar niets te drinken. Het is zo erg dat ik in Istanbul zelfs heimwee had, iets waar ik nooit eerder last van gehad heb (behalve die keer dat ik op vakantie was in Aywaille, waar het prachtig was maar ik niet kon genieten of ontspannen vanwege ingewikkelde relationele perikelen en ik stiekem zo naar huis verlangde dat ik er ziek van werd en zodoende de hele kampeerbende in de auto gemikt heb en rechtsomkeert maakte). Heel vervelend, maar ergens ook wel fijn want bevestigend. Toen eindelijk de trein arriveerde heb ik mijn OVA de eerste tien minuten niet losgelaten. Thuis is in zijn armen.

Omdat we in Huize Hope begrijpelijkerwijs samen niet welkom zijn, logeerden we bij mijn ouders. Eerst even langs bij mijn oom en tante alwaar vrijwel de gehele Schrama-kant van mijn familie zich verzameld had om voetbal te kijken. Ze waren reuze benieuwd naar mijn OVA en wilden wel eens kennis maken met de man die mij uit de Randstad weg komt kapen. Ik had hem er al enigszins op voorbereid dat mijn familie niet helemaal spoort, helemaal tijdens het EK. Dat was zeker geen overdrijving. De deurbel werd niet eens gehoord door het gejoel en getoeter en toen we dan eindelijk iemands aandacht trokken door heel hard op het raam te bonken, troffen we binnen de familie aan van top tot teen in het oranje gehuld en met rood-wit-blauwe vlaggetjes in het haar. De televisie had plaats gemaakt voor een projector waardoor de wedstrijd bijna levensgroot op de muur te volgen was. En aangezien het toen al drie één stond voor de Hollanders zat de sfeer er goed in. Mijn OVA kreeg onmiddellijk een OK-stempel en een grote bak ‘tok’ (voor de outsiders: kippenpootjes) voor zijn neus want calorierijk voedsel staat nu eenmaal hoog in de behoeftepiramide van de Schrama’s. Toen in de laatste minuut het vierde doelpunt gescoord werd (en waar mijn OVA, master of understatements, zou opmerken: ja hoor, de bal zit in het net) braken ze de tent zowat af. Als de Schrama’s ergens goed in zijn dan is het herrie maken.

Zaterdag was mijn broertje jarig en aangezien hij de dag ervoor de sleutel van zijn nieuwe huis had opgehaald, zijn we hem daar gaan feliciteren. Toen de champagne in de man dan wel vrouw was, was het tijd om de handen uit de mouwen te steken. Huis leeghalen, vloerbedekking eruit trekken, laminaat omhoog sjouwen, schuren, behang van de muur peuteren. Pa presteerde het nog zijn complete imperiaal van het dak te rijden, talentje. Verder geen kleerscheuren opgelopen. Ik ben zo trots op mijn kleine broertje. Een paar jaar geleden dreef hij mijn ouders nog tot waanzin met zijn lethargische levenshouding en had niemand gedacht dat hij binnen korte tijd een goede baan, vaste relatie en eigen huis zou hebben. Hij heeft ’t toch maar mooi geflikt. Kom ik aan met mijn “ik ga het eens helemaal anders doen”. Mijn baan, relatie en huis zijn van het menu geschrapt. Nog 40 nachtjes tot mijn nieuwe leven.

[Je tijd vooruit zijn]

Wen: Zeg pa, wij vroegen ons af, waar heb je die telefoon eigenlijk vandaan? Familiestuk?
Pa: Da’s een hele ouwe, 1914, uit Zweden.

Wen: Hebben wij daar familie dan?
Pa: Nee joh, die komt gewoon uit De stad Rome.
Wen: Dat restaurant in Warmond?
Pa: Ja. Ik zag hem hangen en ik vond hem mooi, dus ik dacht: die neem ik mee. Toen zat ‘ie ineens onder mijn arm…
OVA: Dus feitelijk had jouw pa al een mobiele telefoon voordat ze bestonden? Doet ‘ie goed.

9 juni 2008

4 juni 2008

[Scheiss Tiere!]

Hallo dan. Sommige mensen vallen ten prooi aan nietmachines (don't ask, ik was het niet). Kan ons allemaal gebeuren. Ik weet niet precies waar ik afgelopen weekend door aangevallen ben maar het was waarschijnlijk een Duitse sluipvlieg die er nog niet van op de hoogte gesteld was dat de oorlog voorbij is en het nodig vond om zijn zaagkaken in een mogelijk vijandig doelwit, zijnde mijn lijf, te zetten. Een Brems die heel niet wist waar de rem zat. Heel fijn.

Loving nature doesn’t mean it’ll love you back.
Mijn OVA’s mama is 76 geworden. Een hele leeftijd die helaas de nodige gebreken met zich meebrengt. Omdat ze in haar eentje niet veel meer uitstapjes maakt dan naar de winkel, het ziekenhuis of de kerk, besloten we haar uit wandelen te nemen in het bos waar ze vroeger vaak kwam om daarna in een oude molen een hapje te eten. Schnitzel, jah. En ijsjes. Mijn OVA had goede zin, zijn mama straalde van geluk en het was prachtig weer. Zo mooi om te zien hoe ze samen hand in hand liepen te keuvelen en herinneringen ophaalden. Beetje jammer dus dat ik zelf in een half uur tijd ongeveer vijfentachtigduizend keer moest niezen, mijn ogen nog net niet uit de kassen plopten van de jeuk, zich allerhande bronchiospastische benauwdheidstoestanden voordeden en mijn neus niet meer zonder zakdoek kon. Hooikoorts en niet zo’n beetje ook. Natuurlijk had ik wel door dat er allerlei ongedierte om me heen zoemde maar ik had het te druk met sniffen en snuiten om die ellendelingen van me af te slaan. Zodoende het bijtincident.

Begon met twee jeukplekjes die 's avonds begonnen op te zwellen. De volgende ochtend waren die plekjes uitgegroeid tot twee enorme keiharde gezwellen die in de loop van de dag vuurrood werden en behoorlijk zeer deden. Aan het eind van de dag kon ik mijn arm en been niet meer buigen en waren de ledematen twee keer zo dik als normaal. Ik had geprobeerd: koude kompressen, prrrikweg, antihistamine. Hielp niks. Misschien toch maar even naar de dokter.

"Wat is er loos?"
"Ik heb een wat uit de kluiten gewassen muggenbult ofzo. Twee stuks zelfs."

Ik wees. De dokter keek, schrok zich kapot (hij keek alsof ik de builenpest had – uncleeaaan! – noujazeg) en verklaarde mijn omschrijving tot understatement van het jaar. Had 'ie nog nooit gezien. Toen ik zei dat ik morgennacht naar Turkije ga, raakte hij half in paniek (altijd geruststellend). Turkse artsen, dat moest ik niet willen. Mijn idee.

Diagnose: heftige allergische reactie met een infectie er bovenop (dat monster had met zijn ongeschrobde bakkes een hap uit mijn arm en been geknaagd). Ik ga niet dood maar amputaties zijn onvermijdelijk. Grapje. Actie: ontstekingsremmende zalf en een stootkuur van corticosteroïdenhormonen. Morgen terug komen voor verdere inspectie en antibiotica. Ik mocht blij zijn dat ik niet recht in een ader gebeten was want dat had ik waarschijnlijk niet kunnen navertellen. Weet ik dat ook weer.

Maargoed. Woensdagnacht met de Angels naar Konstantinopel. Gezwellen of niet, ik ben d'r klaar voor. Hammam; here we come!

2 juni 2008

[Over uitvliegen en nestjes bouwen]

Omdat ik donderdag al naar Sittard was vertrokken, bracht ik de vrijdag in mijn eentje door bij mijn OVA thuis. Vanaf augustus zal dit ook mijn ‘thuis’ zijn en het is goed om dit gevoel nu al langzaam op te bouwen. Het voelt namelijk best vreemd om bij iemand in te trekken. Ik heb bijna tien jaar samen gewoond en altijd alle vrijheid gehad om het huis naar mijn eigen smaak en inzicht in te richten. Mijn leefomgeving is belangrijk voor me, het heeft veel invloed op mijn gemoed. Van rommel word ik onrustig en chaotisch, van viezigheid word ik chagrijnig. Mijn ex heeft nooit veel om dit soort dingen gegeven. Hij heeft me de meubels, de vloer, de verlichting, de kleuren van de muren laten uitkiezen. Hij liet het aan mij over om alles een plekje te geven. Dit huis getuigt van mijn smaak. Ook de mate van schoon- en opgeruimdheid is afhankelijk van mij. Mijn ex kan probleemloos leven in een zwijnenstal terwijl ik daar gillend gek van zou worden. Hij zou het dan ook niet in zijn hoofd halen om zelf een poets- of ruimsessie te initiëren. Nu ik bijna ga verhuizen, merk ik pas hoe moe ik er eigenlijk van ben om altijd maar alles zelf te moeten beslissen en alleen te moeten doen. Dat ik de enige ben die iets om de leefbaarheid of sfeer in dit huis geeft. Ik kan me nog tot weinig dingen zetten in dit huis omdat ik er simpelweg het nut niet van inzie.

Bij mijn OVA zal alles anders zijn. Natuurlijk is zijn huis al ingericht maar het fijne is dat hij er samen met mij iets van wil maken als ik bij hem kom wonen, zodat het ‘ons nestje’ wordt en ik me daar net zo thuis zal voelen als hij. Ik neem wat meubeltjes mee, zoals de eethoek. Die heeft mijn ex nog nooit gebruikt en die van mijn OVA heeft zijn beste tijd wel gehad. Vorige week hebben we twee nieuwe fauteuils gekocht. Ik vind het leuk om samen winkeltjes af te struinen en te shoppen voor onze uitzet of te mijmeren over hoe we het graag willen.

Er staat ons een verbouwing te wachten en hoewel ik een gruwelijke hekel heb aan rotzooi, ontregeling van de dagelijkse gang van zaken en vreemde lui in huis, kijk ik er toch erg naar uit. Het zal voor ons allebei nieuw zijn en het is een prima aanleiding om samen het een en ander op te knappen. Er komt bijvoorbeeld een nieuwe keuken, iets waar ik me nu al op verheug. Zijn keuken is altijd al een van mijn favoriete leefruimten geweest en ik breng er dan ook veel tijd door. Ik heb echt zin om er samen iets moois van te maken. Voor het eerst in mijn leven ben ik helemaal niet bang dat ik in mijn eentje voor een grote berg klustratie kom te staan. Mijn OVA is handig, grondig, gemotiveerd en vindt het leuk om mij erbij te betrekken. Ook komt er een nieuwe badkamer met, als ik de geruchten mag geloven, een heus ligbad. Jawel. Zo luxe heb ik het in mijn hele leven nog niet meegemaakt. Natuurlijk moet ik het eerst allemaal nog zien gebeuren voordat ik het geloof maar het vooruitzicht stemt me vrolijk (hier ga ik uiteraard op terug komen op het moment dat ik midden in een grote puinbende zit te frusten omdat ik het beter meen te weten dan de een of andere pruts-Pool of gemeente-idioot maar me desondanks niet met het werk mag bemoeien).

De vrijdag dus rustig in mijn uppie wat in huis gerommeld. Het is leuker om te poetsen wanneer je weet dat het gewaardeerd wordt. De kale man maakte er zelfs een opmerking over toen hij thuis kwam, dat is me in de afgelopen tien jaar niet gebeurd. Het is sowieso helemaal nieuw voor me om samen te wonen met propere, praktische mannen. Mijn verbazing was dan ook groot toen ik het verontrustende bericht kreeg dat mijn OVA zijn beurs kwijt was, dat is niks voor hem. Ik heb het hele huis afgezocht maar tevergeefs. Aangezien we de avond ervoor op een terrasje wat hadden gedronken, redeneerde ik dat hij zijn beurs best eens daar verloren kon hebben maar ook het café had niets gevonden. Mijn ex raakte regelmatig dingen kwijt. Drie keer heeft hij zijn portemonnee verloren met alle gevolgen van dien, tot dreigbrieven van deurwaarders aan toe. Met die ellende in mijn achterhoofd ben ik op het politiebureau aangifte van vermissing gaan doen. Better safe than sorry. Toen ik mijn compleet gestreste OVA luid foeterend aan de telefoon had, veranderde het voorhoofd van de toch al verwarde oom agent in een grote frons. Of ik speciaal uit Leiden kwam om voor een scheldende kerel aangifte te doen op een bureau in Sittard, dan moest ik wel heel veel om hem geven of knettergek zijn.

Mijn OVA lijkt in sommige opzichten veel op mij, vandaar dat ik precies begreep waarom hij zich zo opfokte en precies om die reden kan ik meestal vrij goed aanvoelen hoe ik op zo’n moment met hem om moet gaan. Gelukkig bleek ik uiteindelijk met mijn neus gekeken te hebben en vond hij de beurs terug tussen de leuning en de zitting van zijn stoel waardoor de sfeer aanzienlijk opklaarde. We zijn op de fiets gestapt en naar Tüddern gereden om in een klein, kneuterig Italiaans eethuisje vlak over de grens pizza te eten. Nothing fancy maar misschien juist daarom wel zo knus. Ik kan niet uitleggen hoe heerlijk het is om samen van hele simpele dingen te genieten. Soms voel ik me zo gelukkig dat ik puur uit verliefdheid geen woord of hap door mijn strot krijg. Die momenten zijn er in overvloed en ik koester ze stuk voor stuk.