2 september 2006

[De zagende zaadsnol]

Ondanks mijn met elk bezoek groeiende afkeer van een zekere bouwmarkt (dat zeg ik) was ik er vandaag toch weer te vinden. Ik ben zelfs in het bezit van een klusvoordeelpas maar ik vergeet de daarmee reeds verworven kortingsbonnen telkens mee te brengen. Het personeel achter de kassa is misschien vriendelijker dan de nietsnutten bij de servicebalie, erg snugger is het in geen geval. Waar twee gedeeld door twee volgens de rekendoos één is, geldt bij het doormidden zagen van twee planken dat je vier stukjes overhoudt. Simpel, zou je zo denken. Toch hoefde ik maar voor één plank te betalen en uit ongenoegen over de manier waarop ik eerder bij de serviceafdeling afgebekt werd, hield ik ook wijselijk mijn klep toen de kassierster een en ander vergat aan te slaan.

Heer snorremans van de zaagafdeling is trouwens ook een fraaie. 'Wie van hout houdt, houdt van Gamma' staat er boven de ingang van de zagerij. Welaan dan. Ik breng de man een meubelpaneel van 150x50 en zeg hem dat ik twee stukken van 74,5X47 nodig heb. Dan volgt mijn vraag: "kunt u hem dus netjes op maat doorzagen?" De bloedserieuze wedervraag luidde: "door de lengte of door de breedte?" Goed. Nu ben ik zelf absoluut geen rekenwonder. Op de plaats waar mijn wiskundeknobbel had moeten zitten, bevindt zich ongetwijfeld een deuk. Daar schaam ik me niet voor want je kunt nu eenmaal niet alles kunnen. Maar wat ik wel weet is dat je van een plank die vijftig centimeter breed is onmogelijk 74,5 centimeter over kunt houden wanneer je hem langs zijn lengte doorzaagt. De zaagsnor* bleef me aankijken alsof hij nog een antwoord verwachtte ook. "Volgens mij is er slechts één manier dus wat had u zelf gedacht?" zei ik.


Dat zijn van die mensen die je desondanks wel uitgebreid de les gaan staan lezen over het fenomeen zaagverlies. Alsof ik daarvan nog niet op de hoogte was. Nee mevrouw, een plank van 250 kan ik niet exact in twee stukken van 125 zagen in verband met zaagverlies. Dat interesseert me niet, zolang u die plank maar EXCACT in het midden doorzaagt zodat ik aan beide kanten van de zaagsnede ONGEVEER 124,6 overhoud. Door zijn breedte ja. Dan ben ik toch vrij duidelijk geweest in wat ik wil, of niet soms? De grote vraag is nu waarom ik dan afgescheept word met een plank van 125 en een plank van 124,2. Men kan mij een hoop wijsmaken maar niet dat dit twee even lange stukken zijn. Is het soms omdat ik een vrouw ben? Nou? Pas op want u wakkert mijn zagitatie aan. Dat was een woordgrapje ja, u kunt uw wenkbrauwen weer in de natuurlijke stand terug laten zakken.

Voorts heb ik draagbalkjes nodig. Uit een balk van drie meter kunnen er, ook met inachtneming van het zaagverlies, zes van zevenenveertig centimeter. Zover kom ik nog met mijn rekendeuk. Wat denk je dat die zaagsnor zegt? "Doe dat zelf maar, daar staat de zaagtafel." Juist. Vastklemmen. Meten. Aftekenen. Zagen. De man staat er met zijn handen in zijn zakken naar te kijken en laat ik er nu eens een gruwelijke hekel aan hebben op mijn vingers gekeken te worden, helemaal als dat met zo'n zelfgenoegzame blik van laat maar eens zien wat je kunt gebeurt. Ik blijk het niet te kunnen en dat is ongetwijfeld waar hij op stond te wachten. Zonder me nog een kans te geven trekt hij de zaag uit mijn handen om te laten zien hoe het wel moet. Het lukt me niet een brede grijns te onderdrukken wanneer ook hij dat lullige balkje niet doormidden krijgt. De man ploetert. Zijn hoofd wordt zeker drie tinten roder dan het al was en een straaltje zweet sijpelt langs zijn slaap. De man kreunt. Dan smijt hij de zaag weg. "Het ligt aan die rotte rotzaag," (echt, je moet het een boze Leidenaar horen zeggen) "die deugt niet!" Dat zal het zijn. "Geeft u mij die balk maar, ik zaag hem thuis wel in stukjes." De echte doetutzelvert kan prima zonder de Gamma.

*Zelfs mijn spellingscorrector heeft meer gevoel voor humor dan die handige Harrie's van de bouwmarkt. Het maakt van de term 'zaagsnor' het woord 'zaadsnol'.

Geen opmerkingen: