23 februari 2008

[Echte mannen]

De blauwe kringen onder mijn ogen duiden op een doorwaakte nacht en de kater van gisteravond kruipt nog over de richels van mijn wenkbrauwen. Dat het tien jaar geleden is dat ik me voor het laatst in deze toestand bevond, wil heel wat zeggen. Eigen schuld en niet in de laatste plaats dom maar prettig is anders. Ik dronk om te vergeten maar in plaats daarvan herinnert de bonkende koppijn me met elke dreun aan de voorgaande avond. Een mannenavond. Waarom ik, vrouw zijnde, daarvoor was uitgenodigd is me tot op heden een raadsel. Wel weet ik dat op de eerstvolgende invitatie een stukje hermetisch repliek in de vorm van NEE zal volgen. Ik heb niets tegen mannen, ik heb iets tegen mannen die menen dat het de aantrekkelijke kant van hun mannelijkheid ten goede komt wanneer ze bepaalde ‘typisch mannelijke dingen’ doen.

Hij kon het niet treffender neerzetten: de teloorgang van de weldenkende mensch. Je zou zeggen dat hij zich onder de weldenkenden kan scharen. Hij heeft gestudeerd, is in principe welbespraakt, gaat goed gekleed en keurig gekapt. Zodra hij binnenkomt zijn alle ogen op hem gericht en iedereen hangt aan zijn lippen. De vrouwen lachen schalks en de mannen werpen vanuit hun ooghoeken bedachtzame blikken. Een oudere kroegbezoeker complimenteert hem om zijn das. Een ander biedt hem een sigaar aan. Hij is de man.


Hij is de man en we zullen weten dat hij er is. Wild en ongecontroleerd gesticulerend neemt hij plaats aan onze tafel en gooit hierbij meteen een vol glas bier over mijn GO. Proficiat kerel, op je verjaardag. Zijn vlotte babbel, een aaneenschakeling van sjieke woorden afgewisseld met populaire taal gesproken met een studentikoze tongval die ervoor zorgt dat zelfs zijn meest grove idiomen toch niet ordinair klinken, redt hem uit een potentiële verschutting. Niemand die deze jongen ook maar iets zal aanrekenen. Zo hij blaat zal men schapen. Hij is de man.


Of er hier nog iets te beleven valt want het is verduveld nogantoe wel een tikkeltje aan de saaie kant. Er kan toch op z’n minst iemand gaan dansen, ofzo? Welja jongen, wat let je? Leef je uit. Gooi je haar los. Hij strijkt een ijdele hand door zijn nihilistische coupe. Al drinkend overdenkt hij hardop de ruigheid der dingen. Dat is belangrijk want mannelijk. Er blijken zich in de hele kroeg jammerlijk weinig objecten met een noemenswaardige ruigheidfactor te bevinden. Geen noeste types zoals Lemmy van Motörhead, die misschien wel de laatste ruige man op aarde is. Samen met hem en zijn kompaan natuurlijk, dat spreekt. Zij zijn de mannen.


Ik zwijg. Ik ben de vrouw en word gestereotypeerd waar ik bij zit. Zo ik aan het begin van de avond nog als gelijkwaardig gesprekspartner behandeld werd, word ik na enkele biertjes onvermurwbaar gereduceerd tot één allesomvattend woord: saai. Ik kan daarom niet deugen. Hij brengt het zo overtuigend dat zelfs mijn GO het beaamt. Dat zal dan wel iets te maken hebben met het oninspirerende gezelschap waarin ik verkeer hè? Bovendien zijn mijn tieten te klein. Ach. Als het uitzicht niet naar zijn zin is, kijkt hij maar een andere kant op. Genoeg libertijns vrouwelijk schoon hier dat zonder twijfel gewillig zal zwichten voor zijn charmes. Hij is de man.


Zijn kompaan laat zich op navrante wijze kennen wanneer hij niet losgepeuterd krijgt wat hij van mij wil weten. Ik krijg een sms van mijn OVA en houd grijnzend de display buiten zijn zicht. Aha! Dus ik heb tóch een hobby. Een project. Dat deze omschrijving onbegrensd tekortschiet, zal ik hem niet aan zijn neus hangen. Maanden hoor je niets van zo’n jongen, daar ben je te saai voor, maar wanneer blijkt dat je tegen de verwachtingen in wellicht toch over belangwekkende informatie beschikt, laat hij je niet met rust in verband met de mogelijkheid van een spraakmakende roddel. Dat moet dan een man voorstellen, het lijkt goddomme wel een wijf.


Ik put wel enig genoegen uit zijn weetgraagheid maar volhard desondanks in mijn zwijgen, ongevoelig voor knevelarij of omkoping. Wees op je hoede voor je vijand en nog meer voor hij die beweert je vriend te zijn. Als een verontwaardigde kleuter die ondanks pruilen, charmeren en dreinen zijn moeder er niet toe kan overhalen hem een snoepje te geven, distantieert hij zich van me en laat de rest van de tafel uit wraak weten dat ik dus een geheim project heb. Alsof ik hier wakker van zal liggen. Ik neem een slok wodka en persisteer in mijn saaiheid. Mijn GO kijkt me ongelovig aan en ik haal onverschillig mijn schouders op. Het zijn mannen, beschonken mannen, brallende mannen. Van die mannen waar je van gaat drinken.


Het bier is op, de dj weigert Guus Meeuwis te draaien, er valt niets ruigs te beleven en de mannen kunnen mijn saaiheid niet meer aan. Dat treft want ik ben dit infantiele gedoe spuugzat. Ik raad hen aan hun heil bij Minerva te zoeken. Voor een potje black-outzuipen, om chickies te scoren, het recht in eigen vuist te nemen, lekker naar de kloten te gaan. Of wat het ook is dat echte mannen doen om zich echt man te voelen.

Geen opmerkingen: