15 februari 2010

[Er is iets met die stok] (deel 2)

Toen mijn OVA uitgelachen was, vroeg ik hem of hij nu eindelijk had ingezien dat zijn stoksport gewoon lachwekkend was.

“Nee jij!” zei mijn OVA.
“Dat gezicht dat je net trok, wat moest dat dan weer voorstellen?”
“Dat was boos” verklaarde ik. “Ik mocht van jou niet lachen, dus, vandaar.”
“Boos? Haha! Dat kun jij helemaal niet. Je ziet er hooguit guitig uit, maar boos? Daar zul je echt beter je best voor moeten doen.”

Hm. Ja. Misschien zag ik er ook niet echt boos uit. Maar dat komt omdat ik niet boos was. Ik ben eigenlijk nooit boos op mijn OVA, vandaar dat hij mij nog nooit écht boos heeft zien kijken. Maar ik kon het heus wel. Hoor.

Toch?

Ik begon me zorgen te maken. Misschien kon ik het wel echt niet. Misschien had ik er gewoon het hoofd niet voor. Maar boosheid is een basisemotie. Ik ben heus wel eens boos en als ik boos kan zijn dan zou het best wel erg zijn als ik daar geen gepaste blikken bij had.

Mijn OVA had de nieuwe Quest meegebracht en laat daar nou een stukje in staan over op verantwoorde wijze boos kijken. Ik ging met de Quest voor de spiegel staan en oefende ‘boos’.

Wenkbrauwen dreigend omlaag en naar elkaar toe drukken.
Ogen samen knijpen tot woeste spleetjes.
Kaken op elkaar klemmen en lippen op elkaar persen, een beetje Frank van Putten meets Femke Halsema, maar dan dus boos.

Na dertig keer had ik kramp in elke aangezichtsspier (en was ik meteen een paar rimpels rijker) maar volgens mij had ik ‘m nu aardig onder de knie. Ik kon ‘boos’ en ik was er trots op. Nu nog even een gepaste situatie afwachten om het geleerde in de praktijk te brengen.

Geen opmerkingen: