Ik heb zo ongeveer een abonnement op de huisarts. Het is niet anders. Mijn lijf werkt me nu eenmaal graag tegen. Zo ook de afgelopen week.
Het voornaamste symptoom was buikpijn. What else is new zou je denken, want ik heb chronisch buikpijn. Dat komt door mijn prikkelbare darm. Wist je trouwens dat ‘darm’ een Leids scheldwoord is? Betekent ellendeling. Goed verzonnen. Mijn darmen zijn namelijk ook ellendelingen. Anyway, dit was dus andere buikpijn. Bovendien had ik verhoging, rugpijn en moest ik nóg vaker plassen dan gewoonlijk (mijn OVA noemt me niet voor niets ‘zeikwijf’ wanneer ik ’s nachts voor de vijfde keer onder de dekens vandaan kruip om naar het toilet te sluipen). Ik moest maar even een plasje langs brengen.
Okidoki.
De assistente goot mijn plasje in een kleine centrifuge. Omdat de dokter het zekere voor het onzekere wilde nemen, bevoelde hij mijn darmen, maakte hij een uitstrijkje, beval de assistente een zwangerschapstest te doen en stuurde hij me ook nog even langs de prikpoli waar ik een paar buisjes bloed moest laten aftappen.
“Waarom moet dat allemaal?” vroeg ik argwanend.
“Voor de zekerheid” zei de dokter.
“Welke zekerheid?” vroeg ik.
“Dat er niets ernstigs aan de hand is” zei de dokter.
“Denkt u dat dan?” vroeg ik angstig.
De dokter schudde zijn hoofd en lachte. Hij legde uit dat dit ‘gewoon beleid’ was. Ik legde hem uit dat ik ‘gewoon blaasontsteking’ had. En toch moest ik bloed laten prikken.
Ik strekte mijn arm, de naald ging erin maar het bloed bleef weg.
“Maak eens een vuist” zei de assistente.
Er kwam geen bloed. De assistente klopte met vlakke hand op mijn arm.
“Nou, het wil niet echt stromen hè, dat bloed van jou, even een nieuwe naald proberen.”
Dat heb ik weer. Bloed dat banger is voor de naald dan ikzelf.
De assistente prikte de naald in mijn arm en wachtte maar er gebeurde niets. Ik raakte een beetje geïrriteerd. Wist ze eigenlijk wel waar ze mee bezig was?
“Hm” deed de assistente en begon vervolgens in mijn arm te knijpen.
“Hee!” riep ik, want dat deed zeer.
“Sorry” zei de assistente “soms moet je het bloed een beetje op gang helpen.”
Er gebeurde nog steeds niets.
“Eh, ik heb er natuurlijk geen verstand van” stamelde ik “maar zit ‘ie er wel goed in? Die naald bedoel ik, in de ader.”
“Ja natuurlijk” snauwde de assistente nu, alsof ik zojuist de allerstomste vraag ooit gesteld had en haar ernstig beledigde.
Ik had beter mijn mond kunnen houden. Ze wrikte met de naald heen en weer (auw!), kneep nog eens in mijn arm en toen rolden er drie zielige druppeltjes bloed in het buisje.
“Hm” deed de assistente weer “dat is veel te weinig, je zult wel dik bloed hebben, ik probeer nog een nieuwe naald.”
Welja joh. Tuurlijk. Eerst heb ik bang bloed en nou heb ik weer dik bloed. Nog even en mijn bloed begint te koken! Zou jij niet eens teruggaan naar de prikacademie?
De derde naald ging godzijdank recht mijn ader in. Het buisje stroomde in één keer vol en na drie buisjes was ’t klaar. Mijn arm dacht daar helaas anders over want de naald was eruit maar het bloed bleef als een gek stromen.
“Hm” deed de assistente. Ze deed er een gaasje, een dot watten en een paar pleisters op.
“’t Zal misschien een beetje blauw worden” waarschuwde ze.
Daar twijfelde ik niet aan. Ik maakte me wel een beetje zorgen om mijn plasje, want dit zelfde wicht bediende ook de plascentrifuge.
“Mevrouw!”
Dat was tegen mij. Eindelijk.
“En wat luidt het oordeel? Blaasontsteking zeker hè? Ik zei het toch. Al dat gedoe, geef me dat receptje maar dan heb je van mij geen last meer.”
“Ehh…” zei de assistente.
“Wat, het is toch blaasontsteking? Toch?”
“U bent zwanger.”
Mijn hart schoot spontaan in mijn keel waardoor ik me verslikte en pas na een heftige hoestbui uit kon roepen “Ik ben WAT?!!”
Op dat moment kwam er een andere assistent tevoorschijn met een stapel briefjes. Met het bovenste briefje wapperde hij voor de neus van het wicht en legde het toen op de balie.
“Sorry hoor, mijn collega had het verkeerde potje te pakken. Hier is uw resultaat. Blaasontsteking, vervelend, ik schrijf even een receptje.”
De woorden van de het wicht herhaalden zich in mijn gedachten.
Soms moet je het bloed een beetje op gang helpen.
Maak eens een vuist.
Dus ik balde mijn vuist en sloeg haar in één formidabele klap een bloedneus. Beng!
Nee hoor. Maar geloof me, ik had het met alle plezier gedaan. En dan had ik gewoon mijn zwangerschapshormonen de schuld gegeven.
19 februari 2010
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)


Geen opmerkingen:
Een reactie posten