16 februari 2010

[Er is iets met die stok] (deel 3)

Inmiddels kan mijn OVA zich al zeven keer optrekken. Ik ben best wel trots op hem hoor maar het blijft grappig om hem zich zo te horen uitsloven. Omdat hij daar nog steeds geen snars van snapt, besloot ik hem eens na te doen.

Ik vouwde mijn handen om het schuimrubber, haalde diep adem en begon.
“Eeuuhhhrgh... éééhhn... euuhhhrghh... tuhwééé...”

“Ik geloof je niet!” riep mijn OVA vanuit de keuken.
Damn.
“euuhhhrghh... driieee...”
“Wedden dat je nog gewoon op de grond staat?”
Mijn OVA kent me te goed.

“Doe ’t nou eens echt” daagde mijn OVA me uit. “Kom op, laat maar eens zien wat je kunt dan, ik beloof dat ik niet zal lachen.”
Nou. Vooruit dan maar. Ik wilde me niet laten kennen dus ik vouwde mijn handen weer om het schuimrubber, haalde diep adem en begon. Maar nu echt.

Allejezus.

Ik voelde dat mijn hoofd rood aanliep.
Ik voelde elke spier in mijn arm verzuren.
Ik had het gevoel dat ik vijf minuten over deed voordat ik mezelf eindelijk zover had opgetrokken dat ik over de sportstok heen kon kijken.
Ik vond het niet grappig.

“En nou weer langzaam laten zakken” zei mijn OVA alsof hij mijn persoonlijke sportinstructeur was.
“Kan ik niet” piepte ik.
“Wat nou kan ik niet?”

Het was waar. Ik was een grote klomp kramp geworden en het was onmogelijk om mijn armen weer te strekken. Dus daar hing ik. Trillend van inspanning en pijn. Aan zijn stomme sportstok. Ik vroeg me af hoe lang ik dit nog zou volhouden.

Geen opmerkingen: