Het ging con en verder neerwaarts. Ik voelde me een soort vlek. Ik wist niet waar ik begon en waar ik ophield (mp) maar liet de rechtlijnige schijn bedriegen, het was voor hun eigen bestwil. Verloren tussen holle conversaties, die als zeepbellen om me heen dansten en die ik probeerde te ontwijken zodat ze niet zouden barsten want dan zou er slechts bittere stilte overblijven, stelde ik me voor hoe het moest zijn om enerzijds schaduw te verliezen en anderzijds te verschaffen. Ik besloot dat, hoewel de thematiek op dit moment binnen diverse contexten relevant was, het te vroeg zowel als te laat was om me hierdoor van haar mijn te laten beroven en daarbij was het volslagen zinloos. Toch vielen die avond enkele Bataillaanse puzzelstukjes ineens op hun plaats. Ik mocht de theorie betreffende (dis)continuïteit dan hekelen, onbewust leefde ik precies de regels na.
Ik zag de tijd aan de anderen rukken en trekken, hen tot herbepaling van rollen dwingend. Ook ik werd niet ontzien. Ik voelde de verwachtingsvolle blikken tegen me aan spatten, waardoor de vlek in omvang toenam.
Mijn heer P. en mevrouw H. maakten zoals wel vaker onaangekondigd hun entree. Dan diende snel het sjieke servies opgeborgen te worden en moest men plaats nemen op een stevige ondergrond, liefst met rug- en armleuningen. Waar of het handboek 'Wat te beginnen met lijders aan emotieverwerkbaarheidpotentietekorten' gebleven was. Dat had ik weer. Wie dacht de ander eigenlijk dat ik was? Het een of andere orakel? Ik zuchtte onhoorbaar, hield rug en schouders recht.
Krimpschaduw en zwellicht. Imploderend licht. Non savoir. Kun je jezelf vinden door te verdwalen? Het is dit moment dat zich hult in mijn zwijgen en in dit zwijgen trekt mijn bewustzijn zich terug (gb).
13 september 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)


Geen opmerkingen:
Een reactie posten