21 april 2008

[De te nemen route]

In het begin wil je hem niet veranderen. Na tien jaar kun je hem niet meer veranderen. De verandering is er langzaamaan vanzelf ingeslopen. In het begin wil je die verandering niet zien. Na tien jaar kun je er niet meer omheen. Ik kom thuis in de puinhopen van tien jaar samen.

Drie dagen ben ik weggeweest. In die drie dagen heeft hij er een gigantische zwijnenstal van gemaakt. Het hele huis is vergeven van zijn onverschilligheid, wat zich manifesteert in de vorm van rotzooi en ranzigheid.

Ik kom thuis. Hij zit opgehokt in zijn kamertje te midden van een berg rommel met een koptelefoon op achter zijn computer te roken. Ramen dicht. Lichten uit. “Hallo?” “Hallo.” Tot zover de conversatie en ja, dit was de volledige weergave ervan.

Ik ga naar binnen. Breek bijna mijn nek over de vuile was die door het huis slingert. Een muffe sokkenlucht met zuurgraad vijfentwintig komt me vanuit de badkamer tegemoet. Een ravage van gebruikte handdoeken, scheermessen, dotten haar, flosdraad, klodders tandpasta en sokken. Heel veel onwelriekende sokken. In de keuken tref ik een overstroomde vuilnisbak aan. Beschimmeld brood in de kast. Bedorven voedsel in de koelkast. Een drie of misschien wel meer keer hergebruikt filter in het koffiezetapparaat en een laag aangekoekte prut op de bodem van de pot. Etensresten in het gootsteenputje. De tafel ligt vol lege bierflessen, chipszakken en sigarettendoosjes. Dit lijkt niet echt op hoe ik het drie dagen eerder achter liet. Of beter gezegd: echt niet. En dit is niet helemaal zoals ik het graag had willen aantreffen. Of beter gezegd: helemaal niet.

Maar dit is hoe de dingen gaan. Ik wil het niet zo en hem boeit het niet zo, dus is het mijn probleem. De opties zijn als volgt: 1) niet meer weggaan (totale zelfopoffering), 2) niet meer terugkomen (definitieve verlossing). U voelt waar dit heen gaat.

Geen opmerkingen: