2 november 2005

[Attractiepark Ikea]

Met mijn vader naar Ikea betekent alle mogelijke vormen van gêne aan de kant schuiven want ik weet bij voorbaat dat hij zich zal misdragen en dat is alleen maar leuk wanneer je niet nadenkt over wat de omgeving daar wel niet van moet denken. Het begint al op de parkeerplaats. Wanneer paps op een groot parkeerterrein met kronkelweggetjes rijdt, waant hij zich in een botsauto (gewoon omdat hij dat kan met zijn grote stierenvanger) en voelt hij een sterke drang tot het uithalen van malle fratsen. Zo hard mogelijk een bochtje achteruit maken, rakelings langs nietsvermoedende voetgangers scheuren en dan vrolijk zwaaien als ze een boze bakkes trekken en niet te vergeten: speed parking. Uiteindelijk prakt paps het busje behendig in een vrij vak en kan ik de ademhaling voortzetten.

Omdat ik eerder geen speld tussen zijn geratel kon krijgen ("en toen wilde ik die buis ombuigen maar wat denk je? Knakt mijn buizenbuiger! Helemaal naar de verdommenis. Dus F meteen waarom jij altijd alles shjtuk maak? Waarom jij altijd zo bruut? Jij bééést! Dus ik zeg, mag het na dertig jaar trouwe dienst? Ik probeer dat ding nog te lassen maar dat had geen zin en...") en dus ook zijn aandacht niet kon trekken, wacht ik tot paps zijn sleutels uit het contact trekt voordat ik naar de rode neonletters in de verte wijs. Paps moet er zijn bril voor opzetten en kan het dan nog niet lezen. "Wat staat daar?" vraagt paps. "Ingang" zeg ik.

"Godallejezus!" Het is maar goed dat gordels tegenwoordig ook in busjes verplicht zijn want voor ik het weet trapt paps met zijn maat zevenenveertig op het gaspedaal en scheuren we recht op de laad- en losplaatsen af, waar je natuurlijk niet mag parkeren maar dat interesseert mijn vader niet. Op vijf meter afstand van de ingang trapt hij op de rem. "Stukken beter."

Paps springt uit de bus en trekt met een zwier een karretje uit de handen van een keurige mevrouw die eigenlijk van plan was het terug te zetten in de rij. Al zwierend en de mevrouw nog net geen hartaanval bezorgend, springt hij op het karretje en manoeuvreert richting de grote draaideur onder de rode letters, wederom geen voetganger ontziend. Normaal gesproken zou dit het moment zijn waarop je je kleuter achterlaat in het ballenbad maar dit kind is ouder dan zes jaar en moet dus mee naar binnen.

Naar de Digros met vijf van mijn ukken is een stuk minder vermoeiend dan een half uurtje Ikea met mijn paps, die zodra hij binnen is spontaan last krijgt van adhd. Stoelen testen, vooruit rennen, achter een kast kruipen en met een berenvel om het hoofd geknoopt weer tevoorschijn springen, luid grommend met een grote knuffelkrokodil achter een puber aan hollen, het draaiende licht van een spotje op de grond volgen totdat hij met zijn neus tegen een muur botst en vervolgens een mr. Bean gezicht trekken wat dan weer tot grote hilariteit bij het winkelend publiek zorgt en ga zo maar door. Ik sta nergens meer van te kijken.

Wat mijn vader ook leuk vindt, is zich overal tegenaan bemoeien en irritante, nutteloze discussies aangaan met het personeel onder het mom van "ah joh, dat vinden die gasten juist geinig, anders moeten ze de godganselijke avond dat suffe gezeik van lastige klanten over lelijke kastjes aanhoren en zo houd je ze een beetje scherp". Dit terwijl zich achter hem een enorme rij klantenservicebehoeftige mensen verzamelt.

We komen dus voor kasten (je zou het bijna vergeten met zo'n man). Ik loop naar de servicebalie waarboven met koeienletters PAX KASTEN staat.
"Kan ik u helpen?" vraagt een geel gekleed mannetje.
"Heeft u ook kasten, toevalligerwijs?" vraagt mijn pa met een uitgestreken gezicht.
Het geel geklede mannetje fronst maar begrijpt gelukkig vrij snel wat voor vlees hij in de kuip heeft, anders zou het nog een lange avond worden.
"Kijkt u eens meneer, u vraagt, wij draaien. Met Ikea kunt u alle kanten op."

Ik wil een witte kast met twee deuren, twee laden, een roede en drie planken. Dat laatste zit er niet in. Ik kan kiezen uit nul, twee of vier planken. Vier is wat mij betreft ook prima, maar dan moet je net mijn vader bij je hebben...
"Geen drie planken? Wat nou 'met Ikea kunt u alle kanten op'? Eigenlijk zijn jullie gewoon heel beperkt. Eigenlijk heb je hier helemaal niet zoveel te kiezen. En in dit hele pand is er trouwens, nu we het er toch over hebben, overal éénrichtingverkeer! Tjezus wat een ballentoko. Kom dochter, we gaan ergens anders heen."
Paps grijpt me resoluut bij de arm, sleurt me vijf passen mee vooruit en draait zich dan weer om. Het gele mannetje staat erbij te kijken alsof hij zojuist zijn laatste oortje versnoept heeft.
"Geintje!"
Paps trekt een Richard Richard tronie, rolt met zijn ogen en lacht uitbundig om zijn eigen grap.

Zo is paps. Het kind in hem zal waarschijnlijk nooit verdwijnen. Toen ik klein was, ging ik vaak boodschappen doen met hem. Hij was dan degene die bij de slager om een plakje worst vroeg. Hij maakte malle huppelpasjes en zong luidkeels mee (liefst een volslagen verkeerde tekst) als we langs het draaiorgel kwamen. Hij was degene die me aan mijn achtbaanverslaving hielp. Ergens rond mijn puberteit hield het op. Paps deed zijn ding en ik het mijne. We haalde samen nog maar weinig gekkigheid uit en brachten nog nauwelijks tijd met elkaar door. Maar sinds een paar maanden lijkt het erop dat we de verloren tijd aan het inhalen zijn. Hij mag dan zo gek als een deur zijn, hij is mijn paps en we kunnen vreselijk met en om elkaar lachen, vooral wanneer de rest geen flauw idee heeft waar het over gaat. Zelfs als we ruzie maken (potje bekvechten zijn we ook goed in) eindigt dat vaak in een eersteklas lachbui.


"Oja, voor ik het vergeet, die dweil in de keuken he, die kun je maar beter in de was doen want daar heb ik dat besmeurde afvoermanchet mee schoon gepoetst..."
"Getverdemme, eikel! En dat laat je gewoon in mijn keuken liggen? Smeerpijp!"
"Ah joh, het is maar poep hoor."
"Paaaap!" *mep*
"Wat nou?" Pap trekt een gezicht alsof hij de onschuld zelf is.
"Hier!" Ik smijt de doek naar zijn rug. "Gooi die smerige strontlap weg! Teddek!"
*vecht* *kamikazekreten* *proest*
Nouja, zo gaat zo'n (bek)vechtsessie dan ongeveer. Een ander had het niet hoeven proberen want die had ik zonder pardon met de bewuste strontlap gewurgd.

We stellen een mooie kast samen en verslepen samen de loodzware onderdelen van magazijn naar bus. Uiteraard kan het pand niet verlaten worden voordat paps op iets lekkers getrakteerd is. Eigenlijk wil hij een broodje rendier (rare lui, die Skandinaviërs) maar die dingen zijn er kennelijk alleen in bevroren toestand dus wordt het softijs met spikkels. Ook grote kinderen zijn met kleine dingen blij te maken en bovendien houden ze dan eindelijk even de bakkes.

Geen opmerkingen: