Een rilling. Inderdaad, dat is het. Een gevaarlijke rilling, dat wel. Een onheilspellende rilling. Een rilling die onschuldig begint en zich ontpopt tot een verwoestende beving. Die beving kan op zich laten wachten, maar komen zal hij. Altijd weer. De rilling is voorwaardelijk. Zonder rilling geen beving. De rilling heeft een ontspannend en tegelijk opwekkend effect. Je kunt je er comfortabel in nestelen of er euforisch in rondtollen. Het voelt als een droom, een hallucinatie. En mede daarom is het zo gevaarlijk. De rilling verdooft, verlamt, vergiftigt, schakelt alle alarmsystemen uit, zodat de beving je altijd overvalt. En het lullige is dat je het gewoon had kunnen weten. Je wist dat het zou komen omdat je wist van de regel: als rilling, dan beving.
Ik graaf in mijn herinneringen oude rillingen op. Los van hun oorspronkelijke context kunnen ze vrij veilig herbeleefd worden zonder dat daar een beving bij komt kijken. Ze blijken redelijk chronologisch opgeslagen en zodoende stuit ik als eerste op een kale, licht glooiende vlakte. Zevenendertig graden, schat ik. Wanneer ik mijn wang ertegenaan duw, absorbeert mijn huid de warmte. Het is een idyllisch plekje waar mijn slapeloosheid er niet toe doet. Ik word gehypnotiseerd door een zacht geruis en een dof ritmisch getik, adem langzaam en oppervlakkig in de maat, ga op in een poel van rust. Stel je voor dat dit het einde van de wereld is, wat zou het een geluk zijn om hier, nu, te mogen sterven. Ik voel mijn glimlach verslappen en van mijn lippen glijden. De slaap dient zich aan. Ik zal niet leven en toch ouder worden maar die gedachte kan mij niet onthutsen. Ik zal ontwaken en daar voor deze keer vrede mee hebben omdat ik weet dat zodra ik mijn ogen ontsluit, het zomer zal zijn. En dat is bijzonder, in tijden van herfst.
Nu herfst het onstuimig (er rest geen spoor van zomer - helaas); een prima voorwaarde voor slaap en toch is de slaap in geen velden of wegen te bekennen. Moe worden van jezelf helpt niet. Lezen over slapen helpt evenmin. Het inspireert, niet tot slapen maar tot overpeinzen en experimenteren.
Slapen is een hele klus, soms zelfs een helse. Ten eerste zijn de dekens reeds ontzettend zwaar en (...) de lakens, dat is een soort plaatstaal. Als je alle dekens weghaalt weet elk mens wat er gebeurt. Na een paar overigens onmiskenbaar rustige ogenblikken word je de ruimte in geslingerd. Het dalen vindt vervolgens plaats met abrupte rukken waar je adem van stokt. Of je trekt (...) je knieƫn op naar je kin. Dat is niet aan te raden want dan gaat het water in je buik aan het draaien (...); met zo'n tol kan je niet slapen. Sommigen gaan daarom resoluut op hun buik liggen maar dan vallen ze meteen - ze weten het, maar zeggen: pech gehad - in een of ander diep ravijn, en hoe laag ze ook liggen, er is altijd wel iemand die ze een trap onder hun achterwerk verkoopt om ze nog verder omlaag te krijgen, almaar lager. Vandaar dat bedtijd door zovelen wordt ervaren als een ongeƫvenaarde foltering. (hm)
25 november 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)


Geen opmerkingen:
Een reactie posten