12 januari 2008

[Breedspraak, terug naar fit]

Het was tijd om de lamlendigheid overboord te zetten en genadeloos te kielhalen. Mijn slapeloze nachten konden niet langer het excuus vormen voor absenteïsme. Ik nam nog twee pijnstillers en schonk mezelf wat vloeibare okidokine in. Ik schoof de krik onder mijn gemoed om het in opwaartse richting te doen bewegen. Tijdens de koffie las ik mijn horoscoop, welke me vandaag van een welkome schop onder mijn kont bediende: haast je naar de sportschool! Lekker verhaal, dacht ik nog, alsof ik dat niet allang van plan was. Zij het schoorvoetend. Maar het is altijd fijn als de sterren het met je eens zijn. Zelfs al hebben zij andere motieven dan ik.

“Ga sporten om je overtollige energie kwijt te raken” stond er. Had ik die dan? Soms weten de sterren meer dan ik. Echter, volgens mij bedoelden ze massa. Daar kan ik in bepaalde zones feitelijk wel iets van missen. Hoe dan ook, na vijf weken vol smoezen om mijn verstek te rechtvaardigen (gekneusde hand, de hort op, feestdagen, mijn sportmaatje is hem gesmeerd naar Canada, migraine, spontane drempelvrees) moest het er inderdaad maar weer eens van komen. Al was het maar om mijn vermoeidheid het hoofd over de kling te jagen zodat ik eindelijk een nacht fatsoenlijk zou slapen. Ik had totaal geen zin. Maar ik moest.

Ik staarde over mijn krantje terwijl ik mijn onderlip op de hete rand van mijn dampende koffiemok liet rusten. Een pak café noir biscuits, 1.2 kilogram mokkaboontjes en een doos vol gechocolateerde amandelen staarden terug. Cadeautje van de mams (“die vind je toch zo lekker?”). In de koelkast had ze stiekem vier tompoucen gezet – alsof ik dat niet doorhad. Driewerf hel! De hint was kristalhelder. De mams vindt me te mager. De mams ziet niet in waarom ik me in hemelsnaam het leplazarus zou moeten rennen, fietsen, roeien en weet-zij-veel wat er nog meer af te zien valt in zo’n sporttoko. De mams maakt zich zorgen. Maar de mams moet niet zo mal doen.

Vooruit – ik heb een kontcomplex. Wat had je gewild? Ik ben een vrouw. Noem me een vrouw die geen complex heeft. Daaraan ondergeschikt lijd ik aan een dijcomplex. Ga met mij voor de pret eens de stad in om de perfect passende broek te vinden en je zult begrijpen hoe ik eraan kom. Schuld van ‘de mode’. Maar geen man overboord, met een BMI van 21 is er geen reden tot bezorgdheid, al kan ik gezien de gemiddelde omvang van mijn familieleden wel begrijpen hoe ze aan haar malle idee gekomen is. Mocht de ramp van ’53 zich ooit herhalen dan is er in ieder geval één familie die gegarandeerd blijft drijven op lichaamseigen zwembandjes: de mijne. Eventueel ook dijken mee te verzwaren of gaten mee te dichten.

De mams opperde samen boodschappen doen. Nu moet u weten dat de mams de kunst van het overdrijven als geen ander beheerst. Het komt meestal hierop neer dat zij van alles in mijn karretje deponeert wat ik er dan weer zo onopvallend mogelijk uit haal en terug in het schap frommel. En neem nu kleding. De mams sleurde me een boetiekje in en dwong me een jurkje te passen. Ik verzoop in een S. “Vast verkeerd gelabeld”, merkte ik schouderophalend op. De mams kwam met een trui aan. Zo’n heupmodel. Vreselijke dingen maar ‘de mode’ is nu eenmaal onverbiddelijk. Toch vind ik dat je geen dingen moet dragen die zowel kont als heupen als buik accentueren, tenzij je van het type strijkplank met borsten bent. “En wat ben jij dan wel niet?” sprak de mams verontwaardigd. “Als jij nog één gram vet verliest verklaar ik je anorectisch, hoor je me?” De kunst van het overdrijven dus.

Gelukkig waren de boodschappen zo zwaar dat het naar huis en zeven trappen op zeulen ervan behoorlijk wat sportiviteit vereiste. Hijgend en puffend bereikte de mams de bovenste verdieping. Ik grijnsde. De mams grijnsde terug. “Wacht jij maar.” Ik keek haar vragend aan. “Dit was een goede voorbereiding op de aanstaande nieuwe hobby van je ouwe lui: wij gaan op nordic walking! Voor een uitstekende conditie en tegen flubber.” De mams tikte tegen het vlezige deel van haar bovenarm. Wel heb je ooit. En dan tegen mij zeggen dat het onzin is dat ik me uitsloof in de sportschool. Misschien is het dit toekomstbeeld dat ik bij mezelf probeer te voorkomen? Ik zeg ook maar wat hoor…

De paps vond al dit geneuzel over zitvlakreductie maar nonsens. Waar of we ons dik over maakten. Maar hij is een man. En mannen hebben van dergelijke zaken geen benul. “Je moet je breed maken Wen, breeeeed!” De paps maakte brede gebaren. “Ten eerste omdat je er mag wezen en ten tweede omdat ze niet moeten denken dat ze zomaar om je heen kunnen.” Klaarblijkelijk had de paps het hier niet over het een of ander dieet maar over weerbaarheid. Mijn ouders zijn keien in het van de hak op de tak springen middels vergezochte associaties. Daar schijn ik zelf overigens ook een handje van te hebben, maar dat terzijde. “Je hebt er nu de leeftijd voor dat je volkomen in je recht staat wanneer je je breed maakt” ging de paps verder. “Breed? Ja, m’n reet. En laat dat nou net effe niet de bedoeling zijn.” De paps trok zich niets van me aan en raakte op dreef. “Dat ze een beetje respect tonen. Laat ze maar merken dat ze niet over je heen kunnen walsen. Dat een Hoogeveen zich de kaas niet van het brood laat jatten. Dat ze kunnen opgodverdommen met hun slappe geouwehoer!” Ik stond op, balde een vuist, snoof mijn longen vol lucht en trok een heroïsch gezicht om zijn woorden kracht bij te zetten. Geen idee wie ‘ze’ waren maar het klonk goed. De paps, die doorgaans een man van weinig woorden is, kan soms als een ware inspirator uit de hoek komen. Plotseling zat ik vol strijdlustige energie.

Ik griste mijn sportkleding bij elkaar en stopte deze in mijn tas. “Zo en doe me nou maar een paar van die mokkabonen want van al deze inspanning zou ik nog afvallen. Daarmee maak ik natuurlijk geen indruk op de vijand.” Eerst nordic walking en nou dit weer. Grootheidswaan. Even uit het raam kijken of er in plaats van een Citroên een glimmende Porsche op de parkeerplaats stond. Gelukkig – (nog) geen midlife crisis. “Geen tijd!” riep ik, terwijl ik de ouwe lui de deur uit werkte. “Een tompouce dan?” probeerde de paps nog. “Geen sprake van! Ik ga me breed maken en zal ‘ze’ wel eens even laten zien wat een Hoogeveen in huis heeft.” Terwijl ik de mams een kus gaf, kreeg ik een knipoog van mij pa, die een ‘that’s my girl’ bakkes trok. Het mag dan een kerel zijn, hij blijkt keer op keer meer kaas van vrouwenkronkels gegeten te hebben dan je zou vermoeden en bezit de gave me op unieke en ludieke wijze te motiveren precies dat te doen waar ik het meest tegenop zie.

Geen opmerkingen: