14 januari 2008

[Dingen]

“Ik zit vast Iv, ‘stuck’. Ik heb een blokkade. Lekke banden. De brandstof is op. En misschien moet ik een wegenatlas aanschaffen, of beter nog: gps...”
“Mal mens.”
“Wat nou? Ik meen het. Tot mijn oksels in de drek, kijk dan! Zo kan ik toch geen kant op? En met al die obstakels op de weg kan ik niet eens zien wat de beste kant zou zijn.”

Ivar lacht. Ik vind het niet grappig en doe mijn best een zo serieus mogelijk gezicht te trekken terwijl ik met twee armen tegelijk allerlei onzichtbare belemmeringen aanwijs, wat kennelijk alleen maar meer op zijn lachspieren werkt. Dan laat ik mijn schouders zakken. Mijn armen bungelen moedeloos langs mijn lichaam.

“Mijn hoofd kan dit niet aan.”
“Die 9 voor drama blijkt maar weer eens welverdiend, maar je staat hier niet op het toneel bij meneer van Elst.”

“Maar moet je m’n voet zien...” sputter ik quasi verongelijkt. Ivar schudt zijn hoofd.
“Als je nou gewoon even je klep houdt en stopt met dat gestampvoet...”

Mijn gestampvoet is slechts voor een zeer select publiek weggelegd. Voor mensen die me begrijpen en daarom weten dat ik ook wel weet dat deze infantiele gewoonte me niks oplevert maar dat ik het gewoon zo nu en dan graag doe. Stampvoeten. Omdat het kan. Ik moet al de hele dag volwassen zijn. Ik hoor al sinds mijn vierde dat ik de oudste ben en dus de wijste moet zijn. Ik moet altijd maar het goede voorbeeld geven. Wanneer mag ik mijn kont eens lekker heel onredelijk tegen de kribbe gooien? Ik bedoel maar. Gun mij die lol. Maar vooruit, even serieus dan.

“Goed. Vertel het maar tegen de zuster. Ik ben één en al oor.”
“Mooi. Zet schrap dat oor en knoop het volgende erin: alles heeft een plaats en een functie. Dat geldt niet alleen voor dingen, maar ook voor mensen. Veel mensen realiseren zich dit niet en zitten daarom op de verkeerde plekken verkeerde functies te vervullen. Worden ze niet gelukkig van maar desondanks blijven ze halsstarrig proberen trommels met strijkstokken te bespelen en peren in bananenjasjes te wurmen. Zie je het voor je?”
Ik knik, al zijn mijn associatieve visualisaties misschien niet dezelfde als de door Ivar beoogde.
“Misschien zijn ze ervan overtuigd dat Het Nu Eenmaal Niet Anders Is? Zitten ze ook vast, net als ik, muurvast in de dikke drek.”
“Dat dénken ze misschien, maar feitelijk negeren ze willens en wetens het simpele principe dat Dingen Zijn Zoals Ze Zijn. Die mensen luisteren niet naar zichzelf en zolang ze zichzelf niet horen, laat staan verstaan, zullen ze ook niet weten waar ze wel en niet thuishoren en blijven ze maar wat aanmodderen.”
“Maar is de acceptatie van de gedachte dat Dingen Zijn Zoals Ze Zijn niet juist een soort berusting? Hebben die mensen het niet gewoon opgegeven naar oplossingen te zoeken en proberen ze maar het beste van het probleem te maken?”
“Kijk jij nu eens naar jezelf want daar gaat het immers om. Je ademt hoog en oppervlakkig. Je hartslag is versneld en onregelmatig. Je hoofd heeft geen moment rust. Je slaapt nauwelijks. Dat is geen teken van acceptatie. Dat is pure onrust. En dat is omdat jij heel goed weet dat het geen kwestie is van Het Is Nu Eenmaal Niet Anders. Dat Dingen Zijn Zoals Ze Zijn juist betekent dat je níet moet berusten in dat waanidee maar ervoor moet zorgen dat Dingen de kans krijgen om te Zijn Zoals Ze Zijn.”

Ik knipper met mijn ogen. Hij zal me eens niet doorhebben. En hij zal me eens niet weken in een badje vol met mijn eigen wijsheid. Me genadeloos hard met mijn snufferd op datgene drukken wat ik eigenlijk al wist. Het moest alleen nog even tot me doordringen.

Geen opmerkingen: