"Sorry? Hoor ik jou nou zeggen dat je geen bier lust?!"
Zeer correct. Bier is vies. Van alle drankjes die ik absoluut niet te hachelen vind, valt bier binnen de top drie, om de eerste plaats vechtend met allerhande zuiveldrankjes en grapefruitsap (braaknasmaak!) puur en ongezoet. De zogenaamd niet naar bier smakende bieren smaken dus mooi wel naar bier, mij neem je niet in de maling. Bij de eerste dappere poging tot een slok nemen mijn smaakpapillen al met dusdanig afgrijzen kennis van de dreigende massa-invasie van biermoleculen dat de nekharen me te berge rijzen.
Zonder verder te vragen spoelt de barman een lang, dun glas om en tapt een piepklein biertje. Ik kan dwars door het vaal gelige vocht heen kijken. Bovenop drijft een stevige laag schuim. Aanlokkelijk is anders maar de barman dringt vriendelijk aan. "Probeer maar, het is Duits hoor". Zie ik er soms uit alsof ik nu vrolijk "ein proooosit" ga roepen, mijn glas zal heffen en het bier vervolgens enthousiast achterover zal slaan? De nieuwsgierige ogen van de barman zijn op me gericht wanneer ik voorzichtig een minuscuul slokje neem. Omdat ik daar een beetje nerveus van word en hem ook niet meteen teleur wil stellen neem ik nog maar een slokje.
Brrr. Bah. Water met een biersmaak. "En?" vraagt hij hoopvol, "hoe smaakt dat?". Hoe zal ik het zeggen? Ik trek een gezicht. "Als bier zonder ruggengraat" stel ik vast. De barman kijkt eerst verbaasd en dan krullen zijn mondhoeken omhoog. Hij rent naar achteren, komt terug met een bol glas, spoelt deze om en tapt er een ander soort bier in. Knalrood. Die jongen is een volhouder. Tevreden slaat hij zijn armen over elkaar en werpt me een bemoedigende blik toe. Behoedzaam voldoe ik aan zijn woordeloos verzoek om vervolgens een grimas te trekken alsof ik onder dwang al mijn tanden met volle kracht in een citroen heb moeten vastbijten.
Getver! Het kan niet anders of dit is een extreem zure, mousserende rode wijn die per ongeluk onder een verkeerd label in de tap is beland en dientengevolge van een bierig aroma voorzien is. "Ik vind het niet zo lekker" mompel ik op verontschuldigende toon, in de hoop dat hij er nu geen sport van gaat maken om mij koste wat het kost bier te leren lusten. Dat is nog nooit iemand gelukt.
Ik herinner me een gesprek van eerder op de dag waarin min of meer gesteld werd dat vrouwen gerust een avondje zonder cash op stap kunnen gaan en dat het principe van een tongzoen voor een tequila (ook al zo iets vies) dan nog niet eens van toepassing hoeft te zijn. Zelf ben ik daar niet zo zeker van. Wanneer een vreemde je een drankje aanbiedt is hij naar mijn ervaring ofwel ernstig van 't pad af of hij moet wat van je. Hoewel de barman er eervol uitziet en zijn functie naar alle waarschijnlijkheid ook van hem verlangt zich hiernaar te gedragen, retourneer ik na het moeizaam doorslikken van het kersenbier hoofdschuddend het glas. "Bewaar dit spul maar voor drinkers die het wel kunnen waarderen".
Later op de avond geef ik het bier nog twee maal een kans. Een mening moet immers goed onderbouwd zijn, zeker wanneer de rest van het gezelschap er een volstrekt tegenovergestelde opinie op na houdt. Het Rauchbier proeft naar bittere drap waar sigaretten en rookworst in hebben gedreven, een verschrikkelijke smaak. De bijbehorende ossenworst met mosterd kwam mij trouwens ook niet bepaald voor als een godenspijs. De smaak van het laatste bier is het best te omschrijven als een antieke boekenkast vol met desintegrerende boeken in vloeibare vorm. Ik geloof dat ik toch liever muffe, oude boeken lees dan drink.
Mijn tong is voorlopig wel genoeg geteisterd. Ik zoek mijn heil in de koele weldaad van een Strongbow, om de barman niet helemaal teleur te stellen, maar het bier zweer ik definitief af.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten