2 juli 2007

[Trsteno, hoe je hier een bus vangt]

We beginnen de dag met een bezoekje aan het Tourist Information Centar. Ik wil graag naar het Arboretum in Trsteno, waar je niet meer op excursie naartoe kunt sinds er in 2000 een hevige bosbrand heeft gewoed die daar ongeveer 120000 vierkante meter aan natuur verwoest heeft. De man van de lokale VVV spreekt Engels zoals de meeste Kroaten hier (een minimale woordenschat, halve zinnen en veel ge-“uhhh”). Je vraagt iets, ze doen of ze je begrijpen, geven een volslagen onzinnig antwoord en kijken je dan aan alsof ze zeggen willen: “Anders nog iets?”. Het kost dus enige moeite de nodige informatie te ontfutselen maar uiteindelijk kan hij ons wel aanwijzen welke bus we moeten nemen. Als we opschieten, halen we de eerstvolgende nog.

Opschieten is voor de stadsbuschauffeurs hier Nema problema. Met de ene razende maniak sjezen we naar het centrum, daar pakken we de volgende rammelende doch razendsnelle bus naar Marina Gruž, kopen een ticket en vijf minuten later zitten we in een luxe touringcar die op zijn weg naar Zagreb wel even wil stoppen in Trsteno. Hoewel de reis prachtig is, heb ik weer een half uur lang peentjes zitten zweten (en het was al zo heet) wegens hoogtevrees met als letterlijk en figuurlijk hoogtepunt de Franjo Tudmanbrug. Het is een gigantische brug die er behoorlijk solide uitziet maar ik heb ergens gelezen dat het ding op sommige plaatsen aan afbrokkeling onderhevig is.

Om elf uur komen we aan in Trsteno, twintig kilometer boven Dubrovnik. Het lijkt er volledig uitgestorven en om nu te zeggen dat men er scheutig is met bordjes in de trant van “Arboretum die kant op” besluiten we bij gebrek aan een stoep of berm met gevaar voor eigen leven een stukje terug te lopen over de weg. Ik meen onderweg namelijk de ingang gezien te hebben. Het zweet loopt ons nu al tappelings langs de ruggengraat, eerst maar eens wat vocht tanken bij een oud vrouwtje dat in de tuin van haar huis koffie, thee en limonade verkoopt.

Trsteno is beroemd om zijn arboretum, de oudste botanische tuin in dit deel van de wereld. Het is in de vijftiende eeuw aangelegd door een familie die scheepskapiteins opdroeg zaden en planten mee te brengen van hun verre reizen. Wanneer het arboretum precies ontstaan is, is onbekend maar in 1492 is er een vijftien meter lang aquaduct gebouwd om het park te irrigeren. Verder staat er een vijftiende-eeuws zomerhuis en is er een gigantische vijver met waterspuwende beelden. Er zijn meer dan tweehonderd verschillende boomsoorten en diverse exotische planten en bloemen. Aan de rand van het arboretum bevindt zich een terras vanwaar je een prachtig uitzicht hebt over de Adriatische zee. Het is hier zo rustig dat we in het hele park slechts drie andere toeristen tegenkomen. Van de schade die de brand aangericht heeft, is helemaal niets meer te zien. In de schaduw van de bomen en enorme planten sjokken we een uur of twee rond en dan hebben we het wel gezien. Nog even wat drinken en zien hoe we terug in Dubrovnik komen.

Dat valt nog niet mee. We vinden een bushokje met een nagenoeg onleesbaar dienstrooster en gaan er dus maar vanuit dat er binnen een uur wel een bus voorbij zal komen. Dat gebeurt maar hoewel we allebei opstaan en onze handen opsteken, scheurt de oude rammelbak ons zo voorbij. Een half uur later zoeft een tweede bus ons voorbij en dan vind ik de grap niet meer grappig. Aan de overkant van de weg zit een oude, tandeloze man naast drie grote postzakken een sjekkie te roken, wachtend op de postophaalman. Ik vraag of hij Engels spreekt en vrolijk knikt hij van ja. Wat moet je hier doen om een bus te laten stoppen, vraag ik, ervoor springen? Weer knikt de man enthousiast van ja. Je moet hier inderdaad voor de bus springen, met minimaal drie personen en woest zwaaiend met al je ledematen, anders kun je het schudden. De man kijkt op zijn horloge en voorspelt dat er over twintig minuten weer een bus komt. Hij heeft nog gelijk ook want twintig minuten later (zijn post is allang opgehaald maar hij besluit vrijwillig voor ons op de uitkijk te gaan staan en een seintje te geven als de bus komt) roept hij heel hard “Bus! Bus! Come! Jump!”. Met z’n drieën springen we midden op de weg, zes armen in de lucht, en roepen heel hard “STOP!”. We kunnen nog net opzij springen want zonder ook maar enige vaart te minderen en met een moeilijk gezicht steekt de chauffeur verontschuldigend zijn handen omhoog. Hij kan niet stoppen omdat hij ons vanuit de bocht pas zag en er zitten twee dure snelheidsduivels op zijn hielen die hij kennelijk niet in zijn achterbak geparkeerd wil hebben. Terwijl ik nog sta bij te komen van de schrik staat de oude man alweer enthousiast op en neer te stuiteren. “Another bus! Jump!”. Eindelijk: een chauffeur die weet waar de rem zit en hem nog gebruikt ook.

Terug in de oude stad eten we bij wijze van lunch een ijsje en luieren we wat in de zon op een stijger. Met dit weer is de honger veelal ver te zoeken dus ook de avondmaaltijd blijft vandaag karig, een broodje met een obscuur Kroatisch prutje waarvan het laatste restje eetlust als sneeuw voor de zon verdwijnt. Broodje is lekker, prutje spoel ik maar door de wc zonder dat het eerst mijn hele spijsverteringskanaal foltert. Hoe die lui het weg krijgen, ik weet het niet.

Geen opmerkingen: