Er is een kamer in het huis waar de oppervlakte de diepte omvouwt. Waar essentie pulserend omsloten wordt door manifestatie. Waar waarheid woelt in de gesloten schoot van een gewaande werkelijkheid. Zelfs al staat het huis in lichterlaaie, ik kan met warmte niets omsluiten omdat ik van buiten koud ben als een steen en bovendien, ik ben alleen.
Rondom het huis waait onstuimig de wind. Ik verlang ernaar volledig op te gaan in het geruis, de wind te ontvangen in mijn hoofd om het leeg te blazen, zoals het de dorre bladeren uit de goten van het huis verjaagt. Soms benijd ik de wind, die beschikt over het onvermogen zich ergens aan te hechten en voor wie eenzaamheid een vreemd begrip is. De wind, die de hemel zomaar binnen handbereik heeft. De wind, die krachtig en ongrijpbaar is, zo zonder begin en zonder eind. De wind, die alleen maar hoeft te waaien, verder niets.
Er is zoveel dat ik mis wanneer ik mijn hoofd laat hangen, maar wanneer ik mijn hoofd ophef, struikel ik over dit alles…
13 april 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)


Geen opmerkingen:
Een reactie posten