Bedankt, voor het medeleven, sprak de treurnis.
Waar leven is, wordt gestorven. Daar kan geen mens omheen. Waar het een door velen zo gretig benoemd wordt, schuwt men het aanhalen van het andere. Lef is voor de bangen (wie geen angst kent, heeft het immers niet nodig). Fatsoen voor de burgerlijken (vaak onbeduidend). De dood (als definitieve staat van niet-meer-zijn) jaagt mij geen schrik aan. Ik heb stervenden gezien, gestorvenen, zelfs de abrupte overgang van zijn naar niet meer zijn; het werkelijke sterfmoment. Dat grijpt je bij de strot, rammelt je flink door elkaar en laat je tijdelijk verlamd achter. Dát is zonder meer angstaanjagend, omdat het ons dwingt stil te staan en te voelen wat we niet willen voelen omdat het ons wezen beschadigt. Dát is de wond die verzorgd moet worden. De leegte die op de een of andere manier ongedaan gemaakt moet worden, of opnieuw gevuld. Het leed dat smacht naar troostende verzachting.
Dank je wel, voor het luisteren, sprak de onmacht.
Het was koud. Er stond een straffe wind en de mensen op het plein verwijderden zich er haastig van, naar meer behaaglijke plekken, stel ik mij zo voor. Ik kon mijn vingertoppen niet meer voelen ondanks dat ik mijn handen in handschoenen en deze weer in de zakken van mijn jas had gestoken. De wind sneed kloven in mijn lippen maar mijn woorden klommen er vastberaden en onverstoorbaar overheen. Het was ijzig koud en toch stonden wij daar, onder een grijs wolkendek waar dadelijk wel de een of andere vorm van neerslag uit zou komen vallen. Ze zei niet wat ze bedoelde, illustreerde daarmee onbedoeld de kwestie, maar ik begreep het. Ik begreep het al te goed. Eenzelfde gevoel knaagt sinds enige tijd ook aan mijn gemoedsrust.
Dank en nog eens dank, voor de hulp, sprak de chaos.
Het was donker geworden. We hadden nog zes minuten. Als een ranke maar felle werveling stoof zij, schijnbaar nog onzeker van haar eindbestemming, van boven naar onder, weer naar boven en toen wat in het rond. Er dwarrelde van alles achter haar aan: memo's, post it's, snippers van verscheurde facturen en verpropte notitieblaadjes. Ik zag niet precies wat ik deed. Ik zag alleen die lach. Voor ik het wist was ze weer verdwenen. Nog niet voorgoed, maar toch. Ik denk nu al in de toekomst aan haar terug met het heimwee waarvan ik weet dat ik het zal hebben. (bs)
Hier ben ik dan, sprak de rusteloosheid.
De bode zij dank, antwoordde ik.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)


Geen opmerkingen:
Een reactie posten