17 maart 2007

[Sta nooit ergens tussen!]

In de voortdurend gemonitorde en tevens kleinste martelkamer die ik ken, vinden grootse folteringen plaats. Dit gebeurt niet echt, blijf ik kalm herhalen. Ondertussen brengen de zweepslagen brandende striemen teweeg. Tranen wellen niet op in mijn ogen; mijn smart sijpelt binnenlangs en holt me langzaam uit. In het donker strek ik ongezien mijn arm en open mijn hand.

Tegen beter weten in begeef ik me nu in een gevarenzone. Een goede tien meter verderop vallen de klappen die ook ik moet incasseren, slechts een fractie van een seconde later. De deuken die ik hierbij oploop zijn niets vergeleken bij de kraters die de daaropvolgende stilte slaat. Ik wankel doch houd me staande, al vraag ik me af waarom. Omdat ik niet anders kan, daarom. Omdat het moet. Omdat de ander het van me verlangt, nee: eist. De hand, bleek en bevend, bedekt haar gelaat.

Een raam zwaait open en de ruimte vult zich met zuurstof. Zal ik het wagen naar de frisse lucht te happen? Ik zal het leven gedurende een kort, gelukzalig moment in mijn lijf voelen tintelen en onmiddellijk spijt hebben. De lucht hier is niet rein, het is een vluchtig vergif. Ik moet koste wat het kost boven deze verleiding staan, al is de drang om te zwichten nog zo sterk. Elke vezel in mijn lichaam verzet zich ertegen. De wil schraapt weinig subtiel haar keel omdat het de zinnen geen roekeloosheid toestaat. Angst en paniek gieten mijn fysiek in de vorm van verstarring. De hand, ijzig koud, klam en zo stijf dichtgeknepen dat het bloed geen kans meer ziet zich door de toch al nauwe vaten voort te bewegen, blijft leeg en roerloos achter.

Anxiety is love's greatest killer. It makes one feel as you might when a drowning man holds on to you. You want to save him but you know he will strangle you with his panic. (an)

Geen opmerkingen: